Een saxsolo onder de Giralda van Sevilla: Spaanse voetbalherinneringen – SVL

Al 45 jaar bezoek ik zeer regelmatig Spanje. Zowel in de hoedanigheid van vakantieganger als van verslaggever. Ik wandel even langs mijn leukste voetbalherinneringen en een mijmering bij een saxsolo.

Een baai aan de Costa Brava ten tijde van Franco

Lange tijd stond Spanje voor mij gelijk aan Puerto de la Selva, een typisch dorpje in één van de talrijke baaien van de heerlijk authentieke en grillige Costa Brava. Zomer 1971. De autostrade naar de zon ging in Perpignan naadloos over in een rijweg met twee vakken die ons kronkelend door de Pyreneeën naar beneden loodste. Door de haarspeldbochten dook de Middellandse Zee tegen de ondergaande zon links van ons op en dan weer rechts. Tot we helemaal beneden waren in Puerto de la Selva. Letterlijk vertaald, haven van de jungle. Ik was tien en het was mijn eerste vakantie in het buitenland. De laatste adem van het Franco-regime zou pas vier jaar later worden uitgeblazen. Dan ook zou Puerto de la Selva opnieuw El Port de la Selva worden, zijn Catalaanse benaming. Maar toen was het nog verplicht Puerto.

In juli en augustus hoorde je er meer Antwerps dan Spaans en al zeker geen Catalaans. Ik dronk er limonade uit flesjes van KAS en smulde heerlijk gegrilde visjes op één van de vele terrasjes van het typische marktpleintje waar de zomerhit ‘Borriquito’ van Peret zwaar overstuurd uit de luidsprekers klonk. Mijn voetbalkennis reikte niet verder dan de zestien Belgische eersteklasseclubs. Standard was kampioen, AA Gent degradeerde samen met Sporting Charleroi naar de tweede klasse. Barcelona en Real Madrid lagen nog ver van mijn bed.

Later volgden reizen naar dezelfde regio. Eerst naar het kunstmatige maar levendige kanaaldorpje Ampuriabrava waar ik mij op een avond liet gaan in een Polynesische bar en nadien amper de weg naar de camping nog terugvond en later als familieman met vrouw en kinderen naar het verderop gelegen Pals. Een oord, zo aanlokkelijk dat zelfs Johan Cruijff zaliger en Pep Guardiola interesse toonden om er zo’n optrekje te kopen. Maar dan wel één dat veel groter was dan dat waar wij twee weken in verbleven. Het domein wordt nog altijd gerund door Liliane Laureys, dochter van Fiel Laureys die destijds alle grote namen naar Sporting Lokeren haalde. Van Wlodek Lubanski tot Jan Koller.

Clasico in anfiteatro van Bernabeu

Als student Spaans in de jaren tachtig leerde ik ook de films van Carlos Saura kennen en de boeken van Cervantes. Maar dat boeide me toen niet echt. Real Madrid daarentegen intussen wel. Tijdens onze eerste studiereis schoven we op een donderdagnamiddag tussen de uitgespuwde pipaschelpjes urenlang aan om kaarten voor de ‘Clasico’ tegen FC Barcelona te kopen. De daaropvolgende zondag om kwart over vijf vergaapten we ons in het anfiteatro van het toen nog volledig onoverdekte Bernabeustadion tussen 120.000 toeschouwers aan het voetbal van Real en zagen we hoe de ploeg van Vujadin Boskov onder impuls van Juantio, Santillana en Stielike het FC Barcelona van Luis Herrera belachelijk maakte en Alexanko, Bernd Schuster en Alan Simonsen tot meelopers degradeerde.

Van Balaidos tot Beckham

Ik leerde de taal van Cervantes en mocht daardoor in de jaren negentig als verslaggever nagenoeg alles coveren wat met Spanje te maken had. Het leidde mij naar tal van steden en stadions. Van Balaídos in Vigo waar cameraman Dirk mij de heerlijke rode wijn Faustino liet proeven, naar La Rosaleda in Malaga waar ik met bondscoach Paul Van Himst en zijn trouwe assistent Michel Sablon Spanje tegen Finland ging scouten. Van pioniersclub Arenas de Getxo in Baskenland, naar CD Orihuela een modale derdeklasser niet ver van Murcia met een heerlijk aftands stadionnetje.

Van Vicente Calderon, waar ik in het gezelschap van het Brugse trainersduo Hugo Broos en Ronny Desmet Atletico Madrid met Paolo Futre met 5-1 tegen Real Sociedad zag winnen en een week later getuige was hoe de colchoneros tegen blauwzwart met 2-3 in het zand beten, tot Mestalla in Valencia waar ik als commentator voor de match tegen het Real Madrid van David Beckham van mijn opdrachtgever mijn vrouw mocht meenemen. Vanop het bordes van de hoofdtribune zagen we de Galacticos van de bus stappen maar in het stadion waren we helaas getuige van een wel zeer slechte wedstrijd. Beckham miste kort voor tijd zelfs een penalty.

Baskische pauzegesprekken in Bilbao

In Bilbao maakte ik een reportage over de Basken in de Selección van bondscoach Javier Clemente die ik zowaar tijdens de rust van Athletic tegen Sevilla kon interviewen in een portiek van het San Mamés stadion. De reis was nochtans onder een slecht gesternte begonnen omdat mijn geluidsman ziek werd door de misselijkmakende lichaamsgeur van een lifter die we zonder nadenken meenamen en die later ook nog eens in het trainingscentrum van Athletic opdook tijdens een interview met Julen Guerrero, het Baskische godenkind van weleer die zijn club gedurende zestien jaar trouw bleef. Het bleek een medewerker van een plaatselijke krant te zijn.

In het toen aftandse en inmiddels afgebroken, Sarríastadion van Espanyol Barcelona zag ik naast mijn cameraman aan de zijlijn Pep Guardiola opdraven in een derby die nooit echt leefde.

Eenzame saxofonist en Moorse architectuur

In maart 1995 ging de thermometer in Sevilla vlotjes richting dertig graden toen de Rode Duivels in het Estadio Sanchez Pizjuan een verdienstelijk 1-1 gelijkspel behaalden. De thuishaven van Sevilla werd later ook een aanlokkelijke bestemming voor Champions League wedstrijden, met mijn hotel om de hoek en daarnaast een filiaal van tapaketen Lizarán. Een absolute aanrader. Maar het meest intense moment voltrok zich de avond vóór dat gelijkspel van de Duivels in de lente van ’95 toen een eenzame straatmuzikant bij een fontein onder de Giralda een saxofoonsolo ten beste gaf die mij raakte tot in het diepste van mijn ziel. Ik was met mijn cameraploeg op de terugweg van een heerlijk etentje in één van de zijstraatjes die uitgeven op de fontein voor de kathedraal. De indringende muziek kwam ons tegemoet en hield ons tegen. Met open mond, tranen in de ogen en kippenvel van onze nek tot in de kleine teen bleven we minutenlang staan. Luisterend naar wat ik toen als mooiste muziekoptreden ooit bestempelde. Het hele plaatje klopte. Het kader met zijn Moorse architectuur, de zwoele temperatuur en de adembenemende stilte gesluierd door die heerlijk galmende saxofoon.

Daar stonden we dan. Wij, bijna veertigers met z’n drieën, en die eenzame saxofonist.

Ver weg waren plots de weergaloze dribbels, de sublieme poortjes en de heerlijke doelpunten op de groene mat tussen de steile muren in de beklemmende en vaak intimiderende arena’s. Het hoogtepunt van deze en, naderhand beschouwd, van al mijn Spanje reizen voltrok zich niet in Sanchez Pizjuan, niet in Camp Nou, niet in San Mamés, en niet in Bernabeu. Maar wel daar op die zwoele lenteavond in maart 1995 onder de Giralda van Sevilla.

Stefan Van Loock

About Author

Leave A Reply