De onvoltooide voetbalrevolutie van de Magische Magyaren1950-1956 (3) – RW

Deze maand herdenkt Europa de zestigste verjaardag van de Hongaarse Opstand tegen de bezettende Sovjet-Unie (van 23 oktober tot 10 november 1956). Het was tevens een strijd voor vrijheid, sociale rechtvaardigheid en democratie en tegen de stalinistische dictatuur. Duizenden burgers sneuvelden tevergeefs en meer dan 200.000 Hongaren vluchtten naar West-Europa. De Hongaarse nationale ploeg – bijgenaamd het Gouden Team – voerde met het magische vijftal Puskas-Boszik-Hidegkuti-Czibor-Kocsis het tot dan briljantste voetbal op uit de geschiedenis. En was een bron van hoop én vreugde voor de bevolking. Ze verloor tussen 1950 en 1956 slechts één van zijn vijftig interlands en won er liefst 42, met het spraakmakende doelgemiddelde van 216 goals voor en 50 tegen. De nederlaag leed men net in de wedstrijd die niet mocht worden verloren: de wereldbekerfinale op 4 juli 1954 tegen West-Duitsland (2-3).

In zeven vervolgafleveringen publiceren we de volgende twee weken het verhaal van ‘de onvoltooide voetbalrevolutie van de Magische Magyaren’.


Aflevering 3: Schots-Iers & Joods: het humanistische MTK Boedapest wijst het Gouden Team de weg

 Eerst even een lesje oergeschiedenis van het voetbal. Waar wortelde het ‘magische voetbal’ der Magyaren? Dan belanden we bij Jimmy Hogan (1882-1974). De Engelse coach, geboren in de buurt van Manchester, met Ierse roots en voorliefde voor het Schotse spel van ‘passing game’ vertoefde lange jaren in Boedapest, bij MTK, in de periode 1911-1942, onder meer met zijn van Celtic Glasgow afkomstige collega David Robertson. Hogan was de grootste vernieuwer van het internationale voetbal in de periode tot aan de Tweede Wereldoorlog. Hij verkoos de creativiteit, het snelle samenspel en het brein boven het fysieke spierenspel, de lange bal en de domme kracht.


Joods humanisme versus Judapest

MTK droeg een humanistische visie uit: een sportvereniging zonder discriminatie, waar iedereen zonder onderscheid mocht aan deelnemen, wat destijds in Boedapest niet voor de hand lag. Rond 1900 bevolkten 165.000 joden Boedapest, het stond gelijk aan één vijfde van het aantal inwoners van de stad. Het leverde haar bij fascistische tegenstanders de venijnige spotnaam Judapest op.

Hongarije was wèl het enige land van Oost-Europa waar de joden een goede integratie genoten. Het vertaalde zich naar een sterke aanwezigheid in vrije beroepen. In 1910 stamden in Boedapest 49% van de artsen, 45% van de juristen en 42% van de journalisten af van joodse families. Het zionisme en de orthodoxie voerden een felle strijd met de vrijdenkers.

Bij MTK verkoos men de liberale toon boven de religie. Haar president Alfred Brüll – tevens de mecenas – stuurde MTK door het woelige water van de wereldpolitiek van 1905 tot 1941. Dan werd hij gedeporteerd naar Auschwitz, waar hij in 1944 overleed aan alle ontberingen.


De filosofie van Hogan: het meesterschap over de bal en de vrije ruimte

MTK won tussen 1914 en 1925 tien opeenvolgende landstitels en legde de basis voor de prettige Hongaarse visie op het spel. Bela Guttmann sloot zich aan bij MTK in 1919. Hij inspireerde als coach op het einde van de jaren veertig de jonge Ferenc Puskas en Joseph Boszik bij Kispest en ontwierp de richtlijnen voor de Magische Magyaren.

Hoe zag de identiteit van MTK, de grondlegger van het Gouden Team, er dan uit?

David Robertson werd in 1911 door Alfred Brüll gecontracteerd als parttime trainer bij MTK. Met als doelstelling: de introductie van de Schotse stijl, lees Schots-Ierse stijl, gebaseerd op snelheid, techniek en intelligentie. Robertson won tussen 1904 en 1910 zes opeenvolgende kampioenschappen met Celtic Glasgow, dat toen de roepnaam verwierf van ‘finest football team in the world’. Robertson baande de weg voor Jimmy Hogan, die op dat moment op invitatie van Hugo Meisl in Oostenrijk verbleef. Hogan noemde Meisl ‘the greatest man I ever met in football.’

Meisl en Hogan werden een twéé-eenheid, ze lagen ook aan de basis van het Oostenrijkse Wunderteam dat in de jaren dertig met Matthias Sindelar de wereld verbaasde. Dat maakt Norman Fox in The Jimmy Hogan Story. Prophet of Traitor  duidelijk: ‘Meisl began to realise that between them they could shape a style of football which was based on the concept of letting the ball do most of the running and the players taking advantage of open space.’

MTK bood Hogan een baan aan als manager om de club uit te bouwen tot de beste van Europa. Hogan zette het werk van David Robertson verder. Hij woonde drie jaar in Boedapest. Kassa, kassa: kampioen in 1916, 1917, 1918! Ook na zijn vertrek in 1919 bleef MTK met verbluffend gemak de concurrentie de baas tot in 1925. Bela Guttmann leerde er op zijn beurt tussen 1919 en 1921 hoe te voetballen.


Gusztav Sebes in de voetsporen van Hogan en Brüll

In 1927 sloot Gusztav Sebes, de latere bondscoach van het Gouden Team, zich aan bij MTK. Hij bleef er tot bij het aanbreken van de Tweede Wereldoorlog en schreef drie landstitels op zijn conto. Hij raakte bevriend met de anglofiele voorzitter Brüll, die zich als liberale ondernemer fel kantte tegen het nationalistische bewind van admiraal Horthy. De socialistische Sebes haalde veel levenswijsheid bij Brüll en droeg hem tot het einde van zijn leven in het hart. Tijdens de Tweede Wereldoorlog smokkelde Sebes als verzetsstrijder voor zijn joodse medeburgers in het getto van Boedapest. Ook zijn voetbalinzichten leerde hij van zijn president. Hij fantaseerde over een ideaal dat collectieve klasse bundelde aan individuele schranderheid. Hij knobbelde een structureel platform uit waarop zijn elftal altijd kon terugvallen maar legde nooit de eigenheid van het individu aan banden. De persoonlijkheidsstructuur van zijn toppers Puskas, Czibor, Kocsis en Grosic stond dit hoe dan ook in de weg. Ook de zonder nukken door het leven gaande Hidegkuti en Boszik keerden op het veld de rug naar verstarde denkbeelden.


Het is niet belangrijk dat je wint maar wel hoe je speelt

Bij de opbouw van het Gouden Team stak Sebes de ideeën van MTK in een modern kleedje: ‘Het is niet belangrijk dat je wint maar wel hoe je speelt.’

Zijn gedrevenheid viel niet af te remmen. Hij experimenteerde steeds met nieuwe dingen. Hij organiseerde wekelijkse trainingsbijeenkomsten voor zijn internationals en trok er vaak met zijn kern op uit voor vriendschappelijke wedstrijden in de provincie, ver weg van de publieke belangstelling, om automatismen te kweken.

Het Hongaarse nationale team werd op deze wijze rond 1950 een veredeld clubelftal.

Zo deed hij beroep op gespecialiseerde coaches om de spelers te leren zwemmen, bewegingsleer aan te prijzen en andere balsporten te beoefenen. Hij doceerde over de gevaren van alcohol en roken. Hij waakte over het mentale en intellectuele welzijn van de selectie. Via museum- en theaterbezoek om het culturele niveau bij te schaven.

En door afdalingen in mijnen en visites aan fabrieken om contact te kweken met de supporters. In de selectie zorgde hij voor een open sfeer en gaf de spelers alle vrijheid om hun individuele talenten te ontplooien. Sebes ging door een vuur voor zijn voetballers en nam ook persoonlijke risico’s. Gyula Lorant van Vasas Boedapest kreeg ‘strafkamp’ omdat hij in 1949 poogde een ontsnappingsroute naar West-Europa op te zetten met 14 andere spelers. Lorant leidde de uitgelekte actie en werd verbannen.

Sebes bemiddelde bij minister van Binnenlandse Zaken Janos Kadar voor zijn vrijlating. Om het voetbal vanuit de defensie op te bouwen, rekende hij op Lorant als de ideale schakelaar.


De terugzakkende diepe spits en de vliegende keeper: de geboorte van het totaalvoetbal

Jonathan Wilson karakteriseert in Hungary, more bricks than kicks hoe de discussie in Boedapest werd geleid door het triumviraat van drie radicale coaches met een MTK-verleden: Marton Bukovi, Bela Guttmann en Gustav Sebes.

Guttmann tilde de verloren ‘joodse’ invloeden over de Tweede Wereldoorlog heen. Bukovi bracht in de vroege jaren vijftig bij MTK kritische tactische ontwikkelingen aan en nam afstand van het strikte positiespel: de buitenspelers gingen dieper, de diepe spits – Hidegkuti – zakte terug om het spel te verdelen en ruimte te scheppen voor de inkomende man en de keeper kreeg ook een ‘opbouwende’ functie, de vliegende keeper was geboren, net als de eerste variant van totaalvoetbal.

Daar had de beroemde Bela Guttmann dan weer een grote invloed op gehad.


Raf Willems

About Author

Leave A Reply