125 Jaar Club: toen op 3 november 1976 Real Madrid naar Brugge kwam… – RW

Club Brugge viert deze maand de 125 ste verjaardag. We halen vandaag een mooie herinnering op. Precies veertig jaar geleden kwam voor de achtste finale van de Europacup der Landskampioenen Real Madrid naar Brugge. Ulrich Le Fèvre demonstreerde zijn internationale klasse.

 

 Club domineert Real

 Uitverkocht Olympia, voor de vierde keer op rij. Na de kwartfinale tegen AC Milan, de halve finale tegen Hamburger Sportverein en de finale tegen FC Liverpool in de Uefacup tijdens het seizoen daarvoor. Deze keer kropen tientallen fans tot in de pylonen van de lichtmasten! Het grote Real Madrid kwam precies veertig jaar geleden naar Brugge! De glorietijd van Di Stefano, Pukas en Gento (1956-1966) mocht dan verwelkt zijn, het charisma van de Koninklijke was nog intact. Inzake uitstraling bleef Real de nummer één van Europa en sneuvelde het pas in 1976 in de halve finale tegen het onklopbare Bayern München van Franz Beckenbauer en Gerd Müller. Club trachtte zijn landstitel internationaal te verzilveren. De Madrileense coach Miljanic stouwde zijn zestienmeterzone vol met withemden. Real leek beducht voor de blauwzwarte offensieve kracht. Na 17 minuten opende Le Fèvre de stand met een prachtig doelpunt. Club drukte de Spaanse kampioen weg maar pas in de slotseconden van de eerste helft verschalkte verdediger Rubinan de eigen doelman met een domme deviatie na een Brugse corner: 2-0. In de tweede helft keek Club een half uur de kat uit de boom en betrouwde op een beresterke Birger Jensen die, met de nodige show, de Spaanse spitsen het zwijgen oplegde. Het laatste kwartier combineerden Cools, Lambert, Davies en Le Fèvre zich naar enkele scherpe uitbraken. Club kwam dichter bij de 3-0 dan Real bij de 2-1. Ook tijdens de eerste confrontatie in Malaga – als gevolg van incidenten met Realfans werd niet in het beroemde Bernabeustadion gespeeld – serveerde Club de beste mogelijkheden voor zichzelf.  De entourage van Real – met Spaanse (Santillana), Deense (Henning Jensen) en Duitse topinternationals (Breitner)- verliet met rode kaken het van dolle pret kraaiende Olympiapark. Ulrich Le Fèvre was de ster van de avond en speelde zijn beste wedstrijd in dienst van Club Brugge.


Ulrich Le Fèvre, balkunst én rendement

Ondanks de 0-0 in de heenmatch ademde Club tegen Real Madrid toch enige onzekerheid uit. Dan toonde Ulrich Le Fèvre zijn klasse. Hij paarde balkunst aan rendement. Op de zeventiende minuut opende hij de score met drie unieke bewegingen in een tijdspanne van zeven seconden. Op de rand van het strafschopgebied  pikte hij een hoge bal uit de lucht, tikte hem meteen achter de verdediger en schoot hem in volle vlucht net onder de lat. Met knappe dribbels speelde hij de Spaanse defensie uit verband en leverde hij voorzetten op maat af die door Lambert en Davies net niet werden afgerond. Le Fèvre maakte aan zijn maats duidelijk: in tijden van nood is de bal bij hem veilig. En dat was hij.

Ulrich Le Fèvre (1946) was een wiskundeleraar uit het Deens fjordstadje Vejle. Op het veld was berekening hem desondanks volslagen vreemd. Le Fèvre geloofde heilig in de feeling van de dribbelaar. Hij volgde zijn instinct en voelde het juiste moment aan om de verdediger in de wind te zetten. En nog eens, en nog eens. Toch was Le Fèvre niet het type van de clowneske goochelaar. Eigenlijk was hij zelfs geen publieksvoetballer. Eens de man gepasseerd, dacht hij in directe lijnen. Dat leerde hij bij Borussia Mönchengladbach (titels in 1970 & 1971), van de vermaarde coach Weisweiler. Hij verstond als de zin van het samenspel met de grote Günter Netzer. Tot ieders verbazing strandde hij in de zomer van 1972 in Brugge. Hij was de Duitse discipline beu. De blauwzwarte supportersavonden deden hem ontwaken. Hij bewaarde wèl zijn nuchterheid. En vond het spelplezier ten volle terug onder Ernst Happel in wiens avontuurlijke denkbeelden hij zichzelf herkende. Happel deed de ballen op zijn beurt bij Le Fèvre aanspoelen. Omdat hij wist dat zelfs de beste tempomachine soms nood had aan vertraging, vooral in Europa. Dat kunstje wist Ulli te klaren als het de beste. 184 matchen, 43 keer raak. Tweevoeting, inzicht, traptechniek, steeds rustig in moeilijke omstandigheden. Werd Club even onder de voet gelopen of had het zelf nood aan enige stilstand: de bal naar Ulli. Hij bepaalde zelf zijn momenten, stak zich weg, met een discrete speelstijl die toch de beslissing uitlokte. Tegelijk richtte hij zich op de verbetering van de ploegmaat. Vanuit zijn roeping als onderwijzer bleef hij altijd de kalmte zelf. Hij overschouwde het geheel en bracht orde in de schermutselingen. Een levensgenieter zonder ‘wildebrasserij’. Ulli filosofeerde over het voetbal en dat deed Club deugd op ogenblikken dat het even niet wist waar naartoe met zichzelf. Le Fèvre

engageerde zich voor het offensieve voetbal en zijn slotakkoord paste geheel in zijn kijk op het spel. Hij scoorde in zijn laatste optreden voor Club – in de memorabele bekerfinale van 1977 – tegen Anderlecht. De Brusselaars hanteerden de grove borstel en schopten hem van het veld maar omdat de vervangingen al waren doorgevoerd, moest hij blijven staan. Puur op talent voetbalde hij de wedstrijd uit. Hij bleef de ballen ter hoogte van zijn linkerflank in ontvangst nemen en legde ze op de juiste plaats terug. Club keerde het scoreverloop om van 2-3 achterstand naar 4-3 voorsprong. Spektakel van de bovenste plank, waar Ulrich Le Fèvre zijn typische bijdrage leverde: overzicht, niets dan het overzicht. Maar die avond van 3 november 1976 was het nog meer: balkunst van het puurste soort. Mét rendement!

Raf Willems

About Author

Leave A Reply