De Kuip, waar Holland-België helaas NIET gespeeld wordt – SVL

p1040701-a

Laatst was ik in de Kuip voor een interview met Peter Houtman in het kader van een documentaire voor Playsports over de hoogconjunctuur van het Rotterdamse voetbal nu de stad aan de Maas met Feyenoord, Excelsior en Sparta drie clubs in de eredivisie telt. Houtman speelde bij alle drie. Een unicum. Na zijn loopbaan, die hem in 1979 ook een half seizoen bij Club Brugge bracht, werd hij stadionomroeper in de Kuip. Dat is hij nog altijd.

 

Monument

Het eerste deel van het interview had plaats in de spelerstunnel. Daarna ging het luik open en stapten we van de tunnel het veld op voor het tweede deel van het interview. Dit keer aan de zijlijn.  Achter ons blinken de blauwe zitjes onder het gladde afhellende dak in een heerlijke herfstzon.

De Kuip. Stadion Feyenoord, de mastodont van beton, glas en staal. “De derby tegen België zou toch altijd hier moeten gespeeld worden” sprak zijn Feyenoord hart. Ik kon hem geen ongelijk geven.

Straks spelen de Rode Duivels de 126ste derby tegen Oranje in de Amsterdam Arena dat voor het eerst gastheer is voor een derby der lage landen. De natuurlijke biotoop van Holland-België, ligt niet aan de Amstel, wel aan de Maas. De laatste Holland-België in Amsterdam (1-0) dateert inmiddels van 1977 toen nog in het Olympisch stadion werd gespeeld dat inmiddels een beschermd monument van de Nederlandse sportgeschiedenis is, zoals ook de Kuip dat voor velen al is. De Amsterdam Arena is dat nog lang niet.

Al jaren ben ik gepassioneerd door de mythische tempels van het Europese voetbal. In die mate zelf dat ik al geruime tijd aan een boek werk over het verhaal achter die legendarische strijdperken. Het is inmiddels zo goed als klaar en verschijnt als alles goed gaat in het voorjaar van 2017.

Hierna leest u in avant-première het hoofdstuk over de Kuip, het stadion waar Nederland-België straks helaas NIET gespeeld wordt.

 

De Kuip, Rotterdam (51.577 plaatsen).

 

Intieme mastodont van beton, glas en staal

 

Van alle voetbalstadions in de lage landen spreekt het Feyenoordstadion allicht het meest tot de verbeelding. De Kuip was geregeld het toneel van de befaamde derby der lage landen, Europese veldslagen en adembenemende klassiekers tegen Ajax.

Er is veel wat het Feyenoord stadion zo bijzonder maakt. De ligging  op Rotterdam-Zuid, de vorm, de akoestiek van het stadion, en de volkse aard van de aanhang dragen al decennia lang bij tot het mythische karakter van deze sacrale voetbaltempel. Het gladde afhellende dak uit staal en een dun laagje glas, geven het stadion een unieke combinatie van grootsheid en intimiteit. Als de supporters op de tweede ring massaal aan het dansen gaan, davert heel het stadion mee op het ritme van de weerkaatsende geluidsgolven.

 

Perfect uitzicht

Het stadion kwam er in 1937 op initiatief van toenmalig voorzitter Leen van Zandvliet naar wie het plein voor de hoofdingang is genoemd. Door de toenemende successen van de club werd de oude accommodatie aan de Kromme zandweg te klein en wilde de voorzitter  in het afgelegen havengebied op Rotterdam Zuid een nieuw stadion met maar liefst 70.000 plaatsen bouwen. Op die manier wilde hij Amsterdam, waar het Olympisch stadion ‘slechts’ 30.000 plaatsen telde, naar de kroon steken en de traditionele derby der lage landen van Amsterdam naar Rotterdam halen.

De toenemende belangstelling voor Feyenoord was destijds ook niet zo verwonderlijk en dat had niet alleen met de successen van de club te maken. Uit alle provincies emigreerden talloze  mensen naar Rotterdam op zoek naar werk. De hard werkende en slecht betaalde burgers probeerden hun zondag zo aangenaam mogelijk te maken en de meest bezochte plek voor een zondagmiddagje vermaak bleek het voetbalstadion.

Het Feyenoordstadion werd zelfs het eerste in Europa waarvan de tweede verdieping volledig rondliep. Het werd gebouwd op een geïsoleerde polder op Rotterdam-Zuid met de welluidende naam “Varkenoord”. In de wijk die tot dan enkel via landweggetjes bereikbaar was, leefden vooral boeren en bootsbouwers.  Zij waren trots op hun ‘Kuip’ zoals zij het nieuwe stadion zelf noemden. Het grootse bouwwerk dat werd opgetrokken in beton, glas en staal was tekenend voor de Rotterdamse ondernemingszin en lokte wereldwijd enthousiaste reacties los. Enkel de hoofdtribune was overdekt maar het uitzicht was van op elke plaats nagenoeg even goed. Nergens stond een paal in de weg.

 

Toeschouwersrecords

De immense arena werd ingehuldigd met een wedstrijd tegen Beerschot. Hagel- en sneeuwbuien teisterden de havenstad die  27e maart  1937  maar toch liep het stadion met 37.825 toeschouwers aardig vol. Het was op dat moment zelfs een Nederlands record. Feyenoord won met 5-2. Leen Vente maakte het allereerste doelpunt in de nieuwe tempel.

Toch duurde het nog tot de jaren vijftig alvorens de Kuip de best bezochte arena van het land werd. In het seizoen 68-69 boekte de Kuip zelfs een recordgemiddelde van 48.587 toeschouwers. Op 2 november 1969 werd een recordopkomst voor de klassieker tegen Ajax genoteerd toen 63.500 toeschouwers Feyenoord met 1-0 zagen winnen.

Maar het absolute toeschouwersrecord dateert van twintig jaar eerder toen op 4 juni 1949 voor de beslissende wedstrijd van het Nederlands kampioenschap tussen SVV Schiedam en Heerenveen maar liefst 69.300 aanwezigen het met noodtribunes uitgebreide stadion vulden. Enkele jaren voordien was het stadion  met een parterre tribune voor de hoofdtribune uitgebreid tot 65.427 plaatsen.

Officieel waren er 64.368 tickets verkocht maar al snel bleek dat de om en bij 5000 supporters van Heerenveen geen toegangskaart hadden. Daarop werd in allerijl een noodtribune opgetrokken van waaruit de Friezen hun ploeg toch konden aanmoedigen. Tevergeefs. De Schiedammers wonnen verdiend met 3-1 en SVV was kampioen.

 

‘Er leek wel een wonder geschied’

De aantrekkingskracht van de Kuip  was immens. Zeker bij avondwedstrijden. De inhuldigingmatch  op 27 november 1957 van de vier indrukwekkende lichtmasten tegen Bolton Wanderers, groeide uit tot feeëriek schouwspel.

De 46.000 aanwezige toeschouwers staken lucifers aan en pas toen beide ploegen het veld betraden, knalden de vier lichtmasten gelijktijdig aan. De fans knepen zich in de arm, zo sprookjesachtig zag de Kuip er die avond uit. De uitslag, 0-3 voor Bolton, deed er die avond echt niet toe. De Feyenoorders waren terecht trots op hun ‘verlichting’.

De magische sfeer in de Kuip inspireerde ook de ploeg die in het seizoen 1969-1970 onder leiding van de charismatische Oostenrijkse trainer Ernst Happel de Europabeker voor landskampioenen won en op weg naar de finale wereldkampioen AC Milan uitschakelde. Die avond van 26 november 1969 blijft tot nader order één van de mooiste uit de geschiedenis van de Kuip.

Eén minuut voor het einde kopte Wim Van Hanegem op een perfecte voorzet van Coen Moulijn de 2-0 binnen waardoor het dak bijna omlaag kwam. Zoals gelovigen bij het verlaten van oude kerken een relikwie willen kussen, zo wilden  die avond duizenden Rotterdammers bij het verlaten van hun heilige tempel hetzelfde doen. Tot in het diepst van hun ziel waren zij ontroerd.  ‘Het is onbegrijpelijk dat als je morgenochtend wakker wordt, het leven gewoon verder gaat’, zei bestuurslid Jan Visser na afloop. Er leek wel een wonder geschied.

 

Feyenoord-Ajax

Ook  de klassieker tegen Ajax stond bol van de heroïek, met als uitschieter de 9-4 zege van Feyenoord in het seizoen 1964-1965.

Oranjevleugel Moulijn-Bouwmeester groots in stampvolle Kuip’ blokletterde het  ‘Het Vrije Volk’ op maandag 30 november 1964.

‘Briljante acties van Frans Bouwmeester en Coen Moulijn, waartegen een verward dooreenlopende Ajax-verdediging volkomen machteloos stond, en de schotvaardigheid van de jonge Hans Venneker (vijf doelpunten!!) hebben Feijenoords kampioensaspiraties een daverende stoot in de goede richting gegeven. Voor 63.500 toeschouwers in het tot de allerlaatste plaats uitverkochte Rotterdamse stadion verloor Ajax het legendarische duel tegen zijn Maasstedelijke rivaal met de smadelijke cijfers van 9-4.’

Venneker haalde zelden de basiself maar kwam die middag aan de aftrap als vervanger van de geblesseerde Pummy Bergholz.

‘Coentje!!’ galmde het meermaals door het stadion als de kleine en tengere Feyenoorder Coen Moulijn met kleine tikjes tegen de bal de tegenstander uit z’n tent trachtte te lokken om hem dan weergaloos voorbij te gaan.

En dan was de klassieker dat seizoen nog niet eens een topper. Feyenoord was na twaalf speeldagen wel leider, Ajax stond op dat moment pas dertiende.

De absolute uitschieter in de competitie was de 11-4 zege tegen de Volewijkers op 2 april 1956. Held van de middag was Henk Schoutte die maar liefst negen van de elf doelpunten voor zijn rekening nam. Nog altijd een record.

 

Europese finales

De Kuip was ook ettelijke keren het decor van een Europacupfinale en in 1974 won Feyenoord er de Uefabeker nadat het er met succes een 2-2 gelijkspel uit de heenmatch op White Hart Lane verdedigde.

De wedstrijd werd een nieuw hoogtepunt in de clubgeschiedenis maar tegelijk ook een dieptepunt. Wim Rijsbergen en Peter Ressel bezorgden de 59.000 toeschouwers een dolle avond. Maar niet de aanwezige Tottenham-fans. Hoe uitzichtlozer de situatie werd voor de Spurs, hoe feller zij tekeer gingen. Armleuningen en stoeltjes vlogen door de lucht. Naast tientallen gewonden liepen die avond ook duizenden voetballiefhebbers een trauma op. De Kuip had kennisgemaakt met een kwaal die de jaren nadien nog vaker vanuit Engeland naar het Europese vasteland zou komen overwaaien.

 

Holland-België

Sinds de opening in 1937, was het Feyenoordstadion in een beurtrol met het Olympisch stadion van Amsterdam de thuisbasis voor de klassieke derby der Lage Landen tegen België.

Voor de spelers was aantreden in de Kuip een waar genot. Een dag van opwinding. “Wanneer het Feyenoordstadion in zicht kwam”, schreef Jan Mulder destijds in een jubileumuitgave van de KNVB “drukte ik de neus tegen het raampje van onze coupé. De Kuip. Met een sprookjesachtige bocht ging de trein er omheen. Ik droomde van het Wilhelmus en het Nederlands elftal, van Henk Schoutten en Eddy Pieters Graafland, voetballers die elke veertien dagen speelden op dat schitterende veld. ‘Mat’ zei Coen Moulijn.”

De eerste interland op die ‘mat’, op 2 mei 1937 werd door Nederland met 1-0 gewonnen en bijgewoond door 61.500 toeschouwers. Holland-België ontpopte zich in de Kuip tot een burenstrijd bol van heroïek en tragiek. Berucht is de 9-1 zege uit 1959- door de Belgen later de ‘Feyemoord’ genoemd-  met onder meer vier goals van Kees Rijvers. Na zes minuten stond het al 3-0. Bovendien, zo stond de dag nadien in de Telegraaf te lezen, was het klassenverschil nog groter dan de 9-1 zege doet vermoeden.

Maar de wraak smaakte zoet al moesten de Belgen daar tot 20 november 1985 op wachten, toen ze in de voorronde van het WK 86 in Mexico met een 1-0 voorsprong uit de heenmatch naar Rotterdam trokken. De Belgen keken in de Kuip een tijdlang tegen een 2-0 achterstand aan. De Rode Duivels, die avond in het wit, creëerden nadien op de hard bevroren ondergrond kans op kans maar de bal wilde maar niet voorbij doelman Hans Van Breukelen. Tot plots Georges Grün tot ontsteltenis van heel Nederland een voorzet van Eric Gerets binnenkopte. Een goal van goudwaarde voor de Rode Duivels maar één die Nederland in diepe rouw dompelde. Het beeld van de afdruipende Leo Beenhakker in de oneindig lange tunnel van de Kuip blijft voor altijd het symbool van wat geldt als het sportieve dieptepunt in de geschiedenis van het stadion. De tunnel is met vernieuwing van de Kuip voor Euro 2000 verdwenen maar het intieme karakter en de unieke sfeer van het stadion bleven op wonderbaarlijke wijze  behouden.

Stefan Van Loock

 

Documentaire ‘Voetbalstad Rotterdam’ zondag 20 november om 19u op Playsports 1

About Author

Leave A Reply