In memoriam François Van der Elst (1-12-1954/11-1-2017) – RW

Techniek op speed, een impressie bij het heengaan van de paarse Mister Europe

Techniek op speed! François, Swat, Van der Elst (1954) werd, enigszins ten onrechte, omschreven als ‘geen technisch wonder’. Klopt dit? Misschien,  als men dit meet naar de hoge standaarden van het Astridpark van weleer. In zijn tijd legden Ludo Coeck, Arie Haan en Robby Rensenbrink – les maîtres du beau jeu – de lat zeer hoog.  Van der Elst bevond zich net onder dit niveau maar zijn snelheid speelde hem geen parten. Hij was helemaal niet het prototype van de blinde kip die achter elke verloren bal aanholde. Integendeel, hij begreep toen al de ‘looplijnen’ die Coeck en Haan met hun ‘lange’ ballen voor hem schetsten. Hij benutte de diepte, voelde zich het meest in zijn sas met overal ‘ruimte’ om zich heen.

‘Ruimte’, niets dan ‘ruimte’. Hij kon zich losrukken uit de omknelling van op de huid zittende verdedigers en roekeloos op het doel afgaan. Het gebeurde dat hij iedereen, zichzelf inbegrepen, voorbij liep. Meestal hield hij het hoofd wèl koel en dropte de bal achter de ‘molenwiekende’ keeper. Van der Elst kon zich meten met tegenstanders op het hoogste niveau. Tijdens internationale duels met Anderlecht liet hij zich zelden afremmen: 21 doelpunten in 43 ontmoetingen, waaronder twee tegen West Ham United (1976, Europacup der Bekerwinnaars) en twee tegen Liverpool (1978, Europese Supercup). Hij viel vooral op door zijn uitmuntende partnerschap met Rob Rensenbrink. De dromende dribbelaar op links zocht en vond blindelings de snelle schakelaar op rechts, en omgekeerd. Brothers in arms, de schrik van Europa.  Zoals op die vijfde mei van 1976. One of these nights, of these crazy old nights. De vrolijke schaduw van de song van The Eagles zoemde over die warme avond. Op de affiche voor bijna 60.000 toeschouwers in het aftandse Heizelstadion: de finale van de Beker der Bekerwinnaars tussen Anderlecht en West Ham United. Les mauves et blancs versus the claret and blue.

Anderlecht bood een mix van routine (Ruiter, Dockx, Thissen), klasse (de Nederlandse wereldbekerfinalisten Haan en Rensenbrink) en jong talent (Broos, Coeck, Van Binst, Vercauteren en Van der Elst). De Engelsen knalden er lustig op los en staken nog voor het half uur de 0-1 voorbij Ruiter. Anderlecht legde pas dan de schroom af en stelde het geduld van zijn aanhang op de proef. Net voor (42 ste minuut) en net na de pauze (48 ste minuut) flakkerde de hoop op dankzij het onnavolgbare duo Rensenbrink (goddelijke schijnbeweger) – Van der Elst (turbospits). Robson werkte in de 68 ste minuut nog stevig op de Brusselse zenuwen maar Rensenbrink legde vier minuten later met een heerlijk moment de partij in een paarse plooi. De supersonische ‘Swat’ Van der Elst counterde zich drie minuten voor tijd naar onsterfelijkheid: 4-2. ‘Mister Europe’ was geboren.

Een mooier compliment was voor François Van der Elst niet denkbaar en dat lag vooral in de bij hem als volkomen vanzelfsprekende ontmoeting tussen techniek en speed.

 Raf Willems, voetbalschrijver

 

About Author

Leave A Reply