Justice for the 96: de metamorfose van FC Liverpool en Manchester United – RW

Het andere gelaat van de zogenaamde Hate Game dankzij Cantona

 Mijn favoriete betaaltelevisiezender Play Sports stuurde gisteren een reclametweet rond: 198 ste Hate Game. Dat is inderdaad het weinig flatteuze synoniem voor de Engelse klassieker tussen The Reds van Liverpool en The Red Devils van Manchester United. En toch ergerde ik mij.

Ik ergerde me omdat ik van oordeel ben dat media het idee ‘voetbal als oorlog’ niet moeten oppoken voor commerciële doeleinden.

Ik ergerde me ook omdat het slechts een deel van de waarheid is.

FC Liverpool en Manchester United mogen dan de meeste succesvolle clubs van het Engelse voetbal zijn, beide waren tot aan de Tweede Wereldoorlog, met uitzondering van het eerste decennium van de twintigste eeuw, tamelijk irrelevant.

Pas in de jaren zestig betwistten ze voor het eerst vier keer op rij elkaar het kampioenschap: Liverpool in 1964 en 1966 en United in 1965 en 1967.

Hun legendarische coaches Shankly en Busby deelden hetzelfde Schotse mijnwerkersverleden en gedeeltelijk ook hun aanvallende visie op voetbal – bij Shankly vanuit de collectiviteit en bij Busby met zin voor het artistieke – en hun sociaaldemocratische kijk op het leven. Er bestond een grote mate van respect tussen Bill en Matt, ondanks hun uiteenlopende persoonlijkheden.

Tijdens de FA-Cupfinale van 1977 toerden Busby en Paisley, de succesvolle opvolger van Shankly, samen in een open wagen rond het veld van Wembley en werden er zelfs Unitedspandoeken gespot die Liverpool succes wensten in de eindstrijd om de Europacup der Landskampioenen die enkele dagen later geprogrammeerd stond.

De vete ontsproot in de jaren tachtig en nestelde zich langzaam in de geesten tot ze nog amper uit te roeien viel. FC Liverpool pakte alle prijzen in Engeland en Europa tussen 1973 en 1992. United won slechts enkele FA Cups en Old Trafford diende van 1967 tot 1993 liefst 25 jaar te wachten op een volgende landstitel. Alex Ferguson nam bij zijn aantreden in november 1986 Liverpool in het vizier: ‘to knock them off their fucking perch.’

En dat deed ie! Van 1993 tot 2013 draaide United de rollen om, evolueerde tot een club van wereldformaat terwijl Anfield Road nu op zijn beurt al sinds 1990 smacht naar de hoogste Engelse kroon. Wederzijdse sportieve frustratie voedde dus de woede ten aanzien van elkaar. Met vanaf de jaren negentig vooral verbaal hooliganisme van de bedenkelijkste soort: spottende gezangen over de ‘Busby Babes tragedy’ en de ‘Hillsborough disaster’.

In tegenstelling tot de Clasico, de Kohlenpott of de Old Firm werd The Hate Game een doorgaans onaangenaam en zelfs lichtjes artificiële ‘derby’, zoals dat tegenwoordig heet. Ooit was het dus een voetbalwedstrijd zoals een andere, laten we zeggen tot diep in de jaren zestig. Maar bijna vijf jaar geleden toonde die ‘Hate Game’ toch een ander gelaat. Ik schreef er toen dit verhaaltje bij.

 

Het begon met…Eric Cantona

“Het begon eigenlijk met…Eric Cantona. Hij sprong op 28 juni 2012 in Lyon als ‘surprise act’ op het podium tijdens de tour van Justice Tonight Band. Hij zong Should I stay or should I go’, in duet met Mick Jones, de voormalige gitarist van The Clash. Die vormde met Pete Wylie (The Mighty Wah) en The Farm de gelegenheidsformatie Justice Tonight Band. Ze traden die zomer op in het voorprogramma van The Stone Roses. U duizelt? We zetten alles even op een rijtje:

 

  • Justice Tonight Band, muzikale act ter ondersteuning van de Hillsborough Justice Campaign, ten voordele van de 96 supporters van FC Liverpool die in 1989 het leven lieten bij een stadionramp in Sheffield.
  • Pete Wylie: vertegenwoordiger van de Merseybeat, fan van de Liverpool Reds.
  • The Farm: rockband uit Liverpool, met zanger Peter Hooton, Anfield Road & Spirit of Shankly-followers.
  • The Stone Roses: indierock uit Manchester, met Ian Brown en John Squire als Old Trafford-lovers.
  • Eric Cantona: voormalige mythe van Manchester United (1992-1997), tegenwoordig filmster.

Manchester United en FC Liverpool hebben de voorbije twee decennia een bittere rivaliteit ontwikkeld. Let wel: die is opgefokt tot ongezonde proporties. Ze bestond veel minder, of zelfs niet, voor 1975. Hoe dan ook, anno 2012 staat de derby van the northwest geboekt als ‘hate game’. De muzikanten uit Liverpool en Manchester hadden elkaar reeds gevonden, verenigd in hun strijd voor ‘justice’: een rechtvaardige oplossing ten voordele van de families van de 96 overleden Liverpudlians én eerherstel voor de slachtoffers. Cantona, intussen filmster-zanger-filosoof maar ook activist ten voordele van onder meer dakloze voetballers, mepte de vooroordelen van tafel met één van zijn aparte quotes: I’m more interested in people than football tribalism.

Dat verleidde woordvoerdster Sheila Coleman tot volgende respons: ‘We’re thrilled by Cantona’s support. It shows the justice issue transcends any city or football rivalries.”

Peter Hooton van The Farm verklaarde aan de Liverpool Echo: “The atmosphere last night was unbelievable. When Cantona came on he just brought the house down. He said he knew about our fight for Justice for the 96 and he fully supported it.”

Liverpool Football Club stuurde een tweet de wereld in: “He broke our hearts in the ’96 – hij scoorde de 1-0 in de FA Cup Final, red. – but tonight Eric Cantona got up on stage at the Justice gig in Lyon and showed his support for the 96. Respect.”

Dat was toen, dit is nu. Op 12 september 2012 openbaarde The Hillsborough Independent Panel – voorgezeten door de Anglicaanse bisschop van Liverpool – haar rapport van 395 pagina’s. Belangrijkste conclusie: de politie van Sheffield had geblunderd én gelogen. Ze verspreidde valse geruchten over dronken, gewelddadige Liverpoolfans zonder tickets. Die geruchten werden gretig overgenomen door de sensatiekrant The Sun. Prime Minister David Cameron verontschuldigde zich nadien namens de Britse regering. Het rapport pleitte de gevallen Liverpoolfans vrij van elke blaam en plaatste de acties voor ‘waarheid’ (the Truth) en ‘rechtvaardigheid’ (Justice) in een nieuw perspectief. Sir Alex Ferguson, coach van Manchester United, bood vervolgens zijn openlijke solidariteit aan. Hij deed een oproep aan de eigen fans om beledigende spreekkoren achterwege te laten en bij de wedstrijd op 23 september een gemeenschappelijk eerbetoon te brengen. De Manchester United Supporters Trust steunde het verhaal van Ferguson en de ene na de andere ex-topspeler van beide clubs sloot zich bij verzoenende initiatieven aan. En zo namen de oude rivalen voor FC Liverpool-Manchester United afstand van hatelijkheden uit het verleden: de spelers van de teams liepen het veld op in trainingsvesten met het rugnummer 96; de aanvoerders Gerrard en Giggs lieten 96 rode ballonnen de lucht in en Unitedlegende Bobby Charlton gaf de vroegere Liverpoolvedette Ian Rush een herdenkingsboeket met 96 rode rozen. De mensen op de tribune maakten een mozaïek met de woorden ‘Truth’ en ‘Justice’. Enkel op het einde dook weer wat infantiel geneuzel op van schreeuwerige idioten. Voor de grote meerderheid van het publiek betekende deze viering een hartverwarmend moment van football happiness. Dat was dus begonnen bij… Eric Cantona.”

Hopelijk blijft dit in herinnering hangen en krijgt die ellendige ‘Hate Game’ het gezonde karakter van een voetbalklassieker die op het scherp van de snede vanuit passie wordt betwist.

Raf Willems, voetbalschrijver

 

 

 

 

About Author

Leave A Reply