Voetbal in Absurdistan – gastauteur Filip D’Hose

Ik ben erg blij dat FC Antwerp terug naar Eerste Klasse gaat, want de Great Old hoort daar absoluut thuis. Toch een kanttekening: welke randdebiel bij de Belgische voetbalbond heeft dat competitieformat uitgevonden? Lierse speelde immers kampioen met 5 punten voorsprong op de 2de, maar mocht niet meedoen voor promotie! Ze mogen nu wel nog 10 matchen meedoen in Play-Off II én vechten voor een Europees ticket!

Even recapituleren: het aantal matchen per club op het einde van de …competitie:
* de eerste 3 + de 5de en 6de van POI: 40 matchen
* de 4de van POI: 42 matchen
* de winnaar van POII (ervan uitgaand dat het een eersteklasser is!): 44 matchen
* de verliezende finalist van POII (ervan uitgaand dat het een eersteklasser is!) 42 matchen
* de andere eersteklassers in POII:40 matchen
* de degradant uit 1B: 30 matchen
* de stijger uit 1B: 30 matchen
* de verliezende finalist uit 1B: 40 matchen
* de 2 andere 1B-ploegen die deelnemen aan POII: 38 matchen
* de 4 teams die vechten tegen degradatie naar 1 Amateur: 34 matchen
Er zit dus een verschil van 14 matchen (!!!) tussen de meeste en de minste: dat zijn 7 thuisrecettes. Van financiële competitievervalsing gesproken!

En nog een absurditeit: de vierde van 1B mag strijden om Europees voetbal, de 5de van POI niet!
En (minder belangrijk, maar toch) hoe kun je nu in godsnaam een topschutter in 1A aanduiden als niet alle spelers evenveel wedstrijden mochten beslechten?

Geef me dan maar de 12+12 / 8+8+8 formule:
* eerste ronde: 22 matchen voor ELKE club
* tweede ronde: 14 matchen voor ELKE club
Ik zie enkel maar voordelen:
* POI wordt uitgebreid met 2 ploegen, dus goed voor de “kleine” clubs
* POII dat nu een spookcompetitie is die voor lege stadions gespeeld wordt, wordt super spannend, want er kunnen tussen de 0 en de 4 clubs stijgen en dalen
* POIII wordt een strijd op leven en dood tegen degradatie naar het amateurvoetbal

Hallo, is er nog iemand bij “den bond” met gezond Vlaams boerenverstand?

MIJN VOORSTEL VOOR HERVORMING

 

BEGINSITUATIE

Uit diverse studies van sporteconomen (bv. Trudo Dejonghe) blijkt dat er in België – met zijn 30.528 km² oppervlakte en ca. 11.250.000 inwoners – slechts ruimte is voor maximaal een 24-tal profclubs, of 1 profclub per gemiddeld 468.750 inwoners. Dit document is een poging tot studie waar deze clubs idealiter zouden gelegen zijn, en een stellingname hoe het prof- en amateurvoetbal in ons land in de praktijk georganiseerd zouden moeten worden.

Er wordt uitgegaan van de – weliswaar voor discussie vatbare – premisse dat het volledige Belgische grondgebied zo maximaal mogelijk gedekt wordt, en dat elke voetballiefhebber moet kunnen genieten van kwalitatief hoogstaand voetbal op een afstand van pakweg 25 à 30 km in vogelvlucht van zijn woonplaats.

De vraag kan gesteld worden of het opportuun is dat overheden en/of de voetbalbond regulerend optreden in de spreiding van de voetbalclubs in ons land. Langs de ene kant stelt deze studie voorop dat iedereen – als een soort van basisrecht – van topvoetbal zou moeten kunnen genieten binnen een aanvaardbare afstand van zijn woonplaats. Veel belangrijker is echter dat dit gegeven ook garandeert dat elke talentvolle jongere een hoogstaande opleiding bij een relatief dichtbij gelegen profclub zou kunnen krijgen zonder dat de ouders hiervoor al te ver moeten rijden. Veel ouders zien daar immers tegenop, of beschikken niet over de tijd of middelen om dit te doen, en daardoor gaat momenteel wellicht veel talent verloren. Dit betekent echter geenszins dat amateurclubs geen goede jeugdopleidingen zouden kunnen aanbieden.

Verder is het zo dat de overheid toch heel wat geld steekt in het voetbal, vooral op het vlak van infrastructuur, veiligheid en jeugdwerking. Dit rechtvaardigt misschien wel enige regulering. Het is overigens zo dat er wel degelijk landen en sporten bestaan waar er in één bepaalde stad of regio slechts één club wordt toegelaten tot de profcompetitie (Frankrijk, Verenigde Staten, …). Ook voor België zou het een goede regel kunnen zijn om in één bepaalde stad en/of regio slechts één profclub toe te laten, en dus ook in de buurgemeenten van een gemeente met een profclub geen andere club toe te laten. Pas wanneer een club zou degraderen, zou er ruimte komen voor een andere profclub in die gemeente of in één van de buurgemeenten. Een club die sportief zou promoveren naar het profvoetbal, en aan de nodige licentievoorwaarden voldoet, en die bijgevolg slachtoffer zou worden van deze regel, zou wel gecompenseerd dienen te worden door hem pro rata mee te laten delen in dezelfde televisierechten en andere financiële verdelingsmechanismen waar de profclubs kunnen van genieten.

Als startpunt wordt de lijst van Belgische steden en gemeenten met minstens 50.000 inwoners (cijfers van 2015) genomen, omdat elke studie betreffende de leefbaarheid van het profvoetbal er dient van uit te gaan dat een profclub een commerciële onderneming is die een minimale “visvijver” nodig heeft qua sponsoring en rekrutering van jeugdspelers, en een minimaal hinterland qua potentiële supporters. Dit zijn – gelukkig maar – niet de enige voorwaarden voor succes, maar het zijn wel absolute voorwaarden.

 

 

 

 

Een theoretische opsplitsing per gewest en per provincie, op basis van de bevolkingscijfers, zou er als volgt uitzien:

  • Vlaanderen: 14
  • West-Vlaanderen: 2,5
  • Oost-Vlaanderen: 3,0
  • Antwerpen: 4,0
  • Limburg: 2,0
  • Vlaams-Brabant: 2,5
  • Brussels Hoofdstedelijk Gewest: 2
  • Wallonië + Duitstalige Gemeenschap: 8
  • Brabant-Wallon: 1,0
  • Hainaut: 3,0
  • Namur: 1,0
  • Liège: 2,5
  • Luxembourg: 0,5

LIJST VAN STEDEN EN GEMEENTEN (31) MET MEER DAN 50.000 INWONERS

1 Antwerpen 513.570
2 Gent 253.266
3 Charleroi 202.480
4 Luik 195.968
5 Brussel 175.534
6 Schaarbeek 131.030
7 Brugge 117.886
8 Anderlecht 116.332
9 Namen 110.646
10 Leuven 98.376
11 Sint-Jans-Molenbeek 95.576
12 Bergen 95.231
13 Elsene 84.754
14 Mechelen 83.975
15 Aalst 83.709
16 Ukkel 81.280
17 La Louvière 80.375
18 Hasselt 76.331
19 Kortrijk 75.219
20 Sint-Niklaas 74.289
21 Oostende 70.460
22 Doornik 69.756
23 Genk 65.463
24 Seraing 63.972
25 Roeselare 60.386
26 Moeskroen 57.068
27 Verviers 55.356
28 Vorst 55.012
29 Sint-Lambrechts-Woluwe 54.022
30 Jette 50.724
31 Sint-Gillis 50.472

Wanneer 2 steden of gemeenten (van die lijst van steden met meer dan 50.000 inwoners) aan elkaar grenzen, dan is het aannemelijk om te stellen dat er in dat gebied slechts één profclub kan overleven. Dit geldt voor:

  • Brussel / Anderlecht / Sint-Jans-Molenbeek / Vorst / Sint-Gillis

è SC Anderlecht + Union SG!

  • Schaarbeek / Sint-Lambrechts-Woluwe
  • Luik / Seraing
  • Bergen / La Louvière
  • Hasselt / Genk
  • Kortrijk / Moeskroen

è KV Kortrijk + Exc. Moeskroen!

Ook in de dichtbevolkte gemeenten Elsene, Ukkel en Jette lijken de succeskansen voor een profclub eerder gering door de verpletterende dominantie van RSC Anderlecht in het westen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Na het trekken van 25-km-cirkels rond de 19 overblijvende gemeenten, blijkt dat er een aantal “blinde vlekken” op het grondgebied overblijven, maar dat er zich in sommige van die gebieden zonder een iets grotere stedelijke concentratie toch een regioclub heeft ontwikkeld die in eerste klasse A of B speelt, of er in een niet zo ver verleden gespeeld heeft.

  • provincie Waals-Brabant è RJ Waver (zie ook opmerking n° 6)
  • Antwerpse Noorderkempen è KFC Turnhout (zie ook opmerking n° 7)
  • Haspengouw è Sint-Truidense VV (zie ook opmerking n° 8)
  • Noord-Limburg è Lommel Utd. (zie ook opmerking n° 9)
  • Antwerpse Zuiderkempen è VC Westerlo (zie ook opmerking n° 10)
  • Duitstalig België è AS Eupen (zie ook opmerking n° 11)

OPMERKINGEN

  • Enkel in het oosten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (Schaarbeek/Woluwedal) bestaan er mogelijkheden voor een tweede club in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Daar was in het verleden White Star Woluwe actief, maar deze club nam de dubieuze beslissing om te verhuizen naar Sint-Jans-Molenbeek. FC Léopold, dat oorspronkelijk zijn basis had in Ukkel, besliste dan weer om de omgekeerde beweging te maken, van west naar oost, en naar de leegstaande infrastructuur in Sint-Lambrechts-Woluwe te verhuizen.
  • In Brugge is er slechts ruimte voor één profploeg (Club Brugge of Cercle Brugge).
  • In het arrondissement Sint-Niklaas zijn er drie clubs (SC Lokeren, SKN Sint-Niklaas en Waasland-Beveren) die idealiter met elkaar zouden fusioneren tot één grote club voor het Waasland. Deze club zou idealiter zijn thuisbasis hebben in de centraal gelegen en tevens grootste gemeente Sint-Niklaas.
  • Waregem is met zijn ca. 37.250 inwoners te klein om een profclub te hebben. Aangezien het bovendien geprangd ligt tussen de grotere agglomeraties Gent, Kortrijk en Roeselare is het hinterland voor een profclub (SVZ Waregem) er relatief klein.
  • Lier is met zijn ca. 34.500 inwoners te klein om een profclub te hebben. Aangezien het bovendien geprangd tussen de grotere agglomeraties Antwerpen en Mechelen is het hinterland voor een profclub (Lierse SV) er relatief klein.
  • Tubize is met zijn ca. 25.000 inwoners te klein om een profclub te hebben. Om als regioclub voor de provincie Waals-Brabant te fungeren is AFC Tubize te perifeer De centraal gelegen hoofdstad Waver lijkt op dat vlak veel geschikter.
  • Turnhout is met zijn ca. 42.750 inwoners in principe te klein om een profclub te hebben, maar kan terugvallen op een hinterland (de Antwerpse Noorderkempen) zonder al te veel directe concurrentie. Turnhout is overigens ook één van de 13 Vlaamse centrumsteden.
  • Sint-Truiden is met zijn ca. 40.000 inwoners in principe te klein om een profclub te hebben, maar kan terugvallen op een hinterland (Zuid-Limburg / Haspengouw) zonder al te veel directe concurrentie.
  • Lommel is met zijn ca. 33.750 inwoners in principe te klein om een profclub te hebben, maar kan terugvallen op een hinterland (Noord-Limburg) zonder al te veel directe concurrentie.
  • Westerlo is met zijn ca. 24.500 inwoners in principe te klein om een profclub te hebben. Er bestaat in de omliggende regio echter wel een interessant hinterland voor een profploeg: de Antwerpse Zuiderkempen. In dat gebied is er echter zeer veel concurrentie: ASV Geel-Meerhout en KSK Heist liggen op nauwelijks 10 km van VC Westerlo. Sterker nog: de gemeenten Geel en Heist-op-den-Berg grenzen aan Westerlo. Enkel een fusieclub “FC Zuiderkempen” maakt hier een kans als profclub. Deze club zou idealiter zijn thuisbasis hebben in de centraal gelegen gemeente Westerlo, waar ook de noodzakelijke eersteklasse-infrastructuur aanwezig is.
  • Eupen is met zijn ca. 19.250 inwoners in principe te klein om een profclub te hebben, maar kan terugvallen op een hinterland (Duitstalige Gemeenschap) zonder al te veel directe concurrentie.
  • Het Zuid-Brabantse gebied tussen Brussel, Aalst, Mechelen en Leuven (Brabantse Kouters) is zeer dicht bevolkt. Brussel, Aalst en Mechelen liggen in een ander gewest of een andere provincie. De provinciehoofdstad Leuven ligt dan weer relatief ver. Het gebied biedt misschien wel potentieel voor een regioclub, op voorwaarde dat hierrond een intergemeentelijke samenwerking tot stand kan komen (wat ondertussen gebeurd is met de fusie HO Wolvertem-Merchtem).
  • Het Midden-Brabantse gebied ten oosten van Antwerpen (Voorkempen) is zeer dicht bevolkt. Het gebied biedt misschien wel potentieel voor een regioclub, op voorwaarde dat hierrond een intergemeentelijke samenwerking tot stand kan komen. De club zou idealiter centraal gelegen zijn, op het kruispunt van de twee autosnelwegen die door het gebied lopen, en op een knooppunt van openbaar vervoer. Rekening houdende met deze drie imperatieven komt i.h.b. de gemeente Schilde met de club SK ’s Gravenwezel-Schilde in aanmerking. Deze club zou de naburige clubs Ternesse Wommelgem en Antonia Zoersel in deze fusie kunnen betrekken.
  • De provincie Luxembourg is een blinde vlek, waar misschien wel potentieel is voor een regioclub, op voorwaarde dat hierrond een intergemeentelijke samenwerking tot stand kan komen. De club zou idealiter centraal gelegen zijn, op het kruispunt van de twee autosnelwegen die door de provincie lopen, en op een knooppunt van openbaar vervoer. Rekening houdende met deze drie imperatieven komt i.h.b. de gemeente Libramont-Chevigny met de club CS Libramont in aanmerking. Deze club zou de naburige clubs RC Longlier en RE Bertrix in deze fusie kunnen betrekken.
  • De Westhoek is een blinde vlek, waar misschien wel potentieel is voor een regioclub, op voorwaarde dat hierrond een intergemeentelijke samenwerking tot stand kan komen.
  • De Vlaamse Ardennen is een blinde vlek, waar misschien wel potentieel is voor een regioclub, op voorwaarde dat hierrond een intergemeentelijke samenwerking tot stand kan komen.

Uit de studie blijkt aldus dat 30 steden of regio’s in aanmerking komen om een profclub te huisvesten:

  • 19 in het Vlaams Gewest
  • 2 in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BHG)
  • 8 in het Waals Gewest (zonder Duitstalig België)
  • 1 in Duitstalig België

Vanzelfsprekend zijn er overlappingen van de invloedssferen mogelijk. Bovendien zijn er clubs die de voorbije decennia een supportersschare uit alle delen van het land hebben aangetrokken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

TABEL

NR. STAD/REGIO INW. CLUB HUIDIGE

KLASSE

1N Antwerpen en aangrenzende gemeenten 725.000 FC Antwerp 1A
2N arr. Gent-Eeklo 625.000 AA Gent 1A
3N arr. Leuven 475.000 OH Leuven 1B
4N Midden-Limburg / Maasland 350.000 RC Genk 1A
5N arr. Aalst 325.000 E. Aalst 2Am.
6N Waasland 325.000 SKN Sint-Niklaas 2Am.
7N arr. Brugge 300.000 Club Brugge 1A
8N arr. Kortrijk 300.000 KV Kortrijk 1A
9N Antwerpse Noorderkempen 300.000 REGIOCLUB: FC Turnhout 3Am.
10N Voorkempen 300.000 REGIOCLUB door fusie in Schilde  
11N arr. Mechelen

(zonder Heist-op-den-Berg)

275.000 KV Mechelen 1A
12N Antwerpse Zuiderkempen 275.000 REGIOCLUB: VC Westerlo 1B
13N Brabantse Kouters 275.000 REGIOCLUB: HO Wolvertem-Merchtem 3Am.
14N HaspengouwHaspengouw 250.000 REGIOCLUB: Sint-Truidense VV 1A
15N Noord-Limburg 250.000 REGIOCLUB: Lommel Utd. 1B
16N Westhoek = arrondissementen Veurne, Diksmuide & Ieper 250.000 REGIOCLUB: centraal gelegen locatie tussen Koksijde en Mesen (Lo-Reninge?)  
17N arr. Roeselare-Tielt 250.000 SV Roeselare 1B
18N Vlaamse Ardennen 175.000 REGIOCLUB: centraal gelegen locatie

tussen Brakel, Oudenaarde en Ronse (Horebeke?)

 
19N arr. Oostende 150.000 KV Oostende 1A
1B BHG (west)

+ Pajottenland-Zennevallei

875.000 SC Anderlecht 1A
2B BHG (oost)

+ buurgemeenten in Vlaams-Brabant

600.000 FC Léopold Woluwe 3Am.
1F Liège = provincie Liège zonder arr. Verviers 825.000 Standard CL 1A
2F Oost-Henegouwen 600.000 SC Charleroi 1A
3F provincie Namen 500.000 UR Namur 2Am.
4F Centraal-Henegouwen 450.000 AQ Mons 3Am.
5F provincie Brabant-Wallon 375.000 REGIOCLUB: RJ Wavre 3Am.
6F provincie Luxemburg 300.000 REGIOCLUB door fusie in Libramont  
7F West-Henegouwen 275.000 FC Tournai 3Am.
8F arr. Verviers

zonder Duitstalig België

175.000 REGIOCLUB door fusie in Verviers  
1D Duitstalige Gemeenschap 100.000 REGIOCLUB: AS Eupen 1A

 

 

 

 

 

 

 

 

 

FORMULE

Eerste periode: 12 (reeks A) + 12 (reeks B)

  • 22 speeldagen

Tweede periode: 8 (play-off I) + 8 (play-off II) + 8 (play-off III)

  • 14 speeldagen m.a.w. in totaal 36 speeldagen
  • eerste 8 van reeks A spelen – met volledig behoud van punten – voor de titel
  • laatste 4 van reeks A + eerste vier van reeks B spelen voor 4 plaatsen in de A-reeks; alle punten vallen weg. In de extreemste gevallen kunnen vier ploegen zakken of kunnen ze zich alle vier redden
  • laatste 8 van reeks B spelen – met volledig behoud van punten – tegen de degradatie; één ploeg zakt naar de amateurliga, vooropgesteld dat er een ploeg is die aan de licentievoorwaarden voldoet om te stijgen naar de profliga

Op deze manier hebben alle ploegen evenveel wedstrijden te spelen tijdens het speelseizoen. Aldus ontstaat er geen oneerlijke financiële concurrentie doordat bepaalde ploegen meer (thuis)wedstrijden mogen spelen dan andere!

AMATEURVOETBAL

In België is sport op amateur- of recreatieniveau een bevoegdheid van de gemeenschappen. Bijgevolg dient de KBVB zich aan deze politieke realiteit aan te passen: het amateurvoetbal dient per gemeenschap georganiseerd te worden.

 

PROFVOETBAL

1A + 1B

 

 

 

 

 

 

Eerste Amateurliga    Eerste Amateurliga    Eerste Amateurliga

Nederlandstalig (16)         Franstalig (16)           Duitstalig (16)

De kampioenen van de 3 amateurliga’s spelen een mini-competitie om te bepalen wie de Belgische amateurkampioen wordt, die – mits het behalen van de nodige licentie – promoveert naar de 1B-profreeks.

Speeldag 4:                  DE – NL

FR – bye

Speeldag 5:                  FR – DE

bye – NL

Speeldag 6:                  NL – FR

bye – DE

 

Speeldag 1:                  FR – NL

DE – bye

Speeldag 2:                  DE – FR

NL – bye

Speeldag 3:                  NL – DE

bye – FR

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Na elk seizoen degradeert dus enkel de laatste club van de 1B-profreeks naar de amateurliga van zijn gemeenschap, vooropgesteld dat de amateurkampioen de nodige licentie behaalt. Enkel de amateurkampioen kan promoveren, de 2de of de 3de van de mini-competitie niet. Indien de amateurkampioen geen licentie behaalt, is er dus geen daler uit 1B. Dit is een mooi compromis tussen de voorstanders van een gesloten competitie en de voorstanders van een systeem met 2 dalers/stijgers.

Thuisbasis van een club is altijd de gemeente waar het veld gelegen is waarop het eerste elftal zijn competitiewedstrijden afwerkt:

  • NL-talige gemeenschap = de 308 gemeenten van het Vlaams Gewest;
  • FR-talige gemeenschap = 253 gemeenten in het Waals Gewest;
  • DE-talige gemeenschap = 9 gemeenten in het Waals Gewest;
  • in de 19 gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dient een club zelf te beslissen tot welke gemeenschap hij wenst te behoren.

Voor deelname aan de amateurkampioenschappen mogen geen licentievoorwaarden opgelegd worden qua capaciteit van de infrastructuur en qua inschrijving van een minimumaantal betaalde sportbeoefenaars. Dergelijke licentievoorwaarden druisen fundamenteel in tegen de geest van amateursport.

 

MIJN VOORSTEL VOOR HERVORMING

 

BEGINSITUATIE

Uit diverse studies van sporteconomen (bv. Trudo Dejonghe) blijkt dat er in België – met zijn 30.528 km² oppervlakte en ca. 11.250.000 inwoners – slechts ruimte is voor maximaal een 24-tal profclubs, of 1 profclub per gemiddeld 468.750 inwoners. Dit document is een poging tot studie waar deze clubs idealiter zouden gelegen zijn, en een stellingname hoe het prof- en amateurvoetbal in ons land in de praktijk georganiseerd zouden moeten worden.

Er wordt uitgegaan van de – weliswaar voor discussie vatbare – premisse dat het volledige Belgische grondgebied zo maximaal mogelijk gedekt wordt, en dat elke voetballiefhebber moet kunnen genieten van kwalitatief hoogstaand voetbal op een afstand van pakweg 25 à 30 km in vogelvlucht van zijn woonplaats.

De vraag kan gesteld worden of het opportuun is dat overheden en/of de voetbalbond regulerend optreden in de spreiding van de voetbalclubs in ons land. Langs de ene kant stelt deze studie voorop dat iedereen – als een soort van basisrecht – van topvoetbal zou moeten kunnen genieten binnen een aanvaardbare afstand van zijn woonplaats. Veel belangrijker is echter dat dit gegeven ook garandeert dat elke talentvolle jongere een hoogstaande opleiding bij een relatief dichtbij gelegen profclub zou kunnen krijgen zonder dat de ouders hiervoor al te ver moeten rijden. Veel ouders zien daar immers tegenop, of beschikken niet over de tijd of middelen om dit te doen, en daardoor gaat momenteel wellicht veel talent verloren. Dit betekent echter geenszins dat amateurclubs geen goede jeugdopleidingen zouden kunnen aanbieden.

Verder is het zo dat de overheid toch heel wat geld steekt in het voetbal, vooral op het vlak van infrastructuur, veiligheid en jeugdwerking. Dit rechtvaardigt misschien wel enige regulering. Het is overigens zo dat er wel degelijk landen en sporten bestaan waar er in één bepaalde stad of regio slechts één club wordt toegelaten tot de profcompetitie (Frankrijk, Verenigde Staten, …). Ook voor België zou het een goede regel kunnen zijn om in één bepaalde stad en/of regio slechts één profclub toe te laten, en dus ook in de buurgemeenten van een gemeente met een profclub geen andere club toe te laten. Pas wanneer een club zou degraderen, zou er ruimte komen voor een andere profclub in die gemeente of in één van de buurgemeenten. Een club die sportief zou promoveren naar het profvoetbal, en aan de nodige licentievoorwaarden voldoet, en die bijgevolg slachtoffer zou worden van deze regel, zou wel gecompenseerd dienen te worden door hem pro rata mee te laten delen in dezelfde televisierechten en andere financiële verdelingsmechanismen waar de profclubs kunnen van genieten.

Als startpunt wordt de lijst van Belgische steden en gemeenten met minstens 50.000 inwoners (cijfers van 2015) genomen, omdat elke studie betreffende de leefbaarheid van het profvoetbal er dient van uit te gaan dat een profclub een commerciële onderneming is die een minimale “visvijver” nodig heeft qua sponsoring en rekrutering van jeugdspelers, en een minimaal hinterland qua potentiële supporters. Dit zijn – gelukkig maar – niet de enige voorwaarden voor succes, maar het zijn wel absolute voorwaarden.

 

 

 

 

Een theoretische opsplitsing per gewest en per provincie, op basis van de bevolkingscijfers, zou er als volgt uitzien:

  • Vlaanderen: 14
  • West-Vlaanderen: 2,5
  • Oost-Vlaanderen: 3,0
  • Antwerpen: 4,0
  • Limburg: 2,0
  • Vlaams-Brabant: 2,5
  • Brussels Hoofdstedelijk Gewest: 2
  • Wallonië + Duitstalige Gemeenschap: 8
  • Brabant-Wallon: 1,0
  • Hainaut: 3,0
  • Namur: 1,0
  • Liège: 2,5
  • Luxembourg: 0,5

LIJST VAN STEDEN EN GEMEENTEN (31) MET MEER DAN 50.000 INWONERS

1 Antwerpen 513.570
2 Gent 253.266
3 Charleroi 202.480
4 Luik 195.968
5 Brussel 175.534
6 Schaarbeek 131.030
7 Brugge 117.886
8 Anderlecht 116.332
9 Namen 110.646
10 Leuven 98.376
11 Sint-Jans-Molenbeek 95.576
12 Bergen 95.231
13 Elsene 84.754
14 Mechelen 83.975
15 Aalst 83.709
16 Ukkel 81.280
17 La Louvière 80.375
18 Hasselt 76.331
19 Kortrijk 75.219
20 Sint-Niklaas 74.289
21 Oostende 70.460
22 Doornik 69.756
23 Genk 65.463
24 Seraing 63.972
25 Roeselare 60.386
26 Moeskroen 57.068
27 Verviers 55.356
28 Vorst 55.012
29 Sint-Lambrechts-Woluwe 54.022
30 Jette 50.724
31 Sint-Gillis 50.472

Wanneer 2 steden of gemeenten (van die lijst van steden met meer dan 50.000 inwoners) aan elkaar grenzen, dan is het aannemelijk om te stellen dat er in dat gebied slechts één profclub kan overleven. Dit geldt voor:

  • Brussel / Anderlecht / Sint-Jans-Molenbeek / Vorst / Sint-Gillis

è SC Anderlecht + Union SG!

  • Schaarbeek / Sint-Lambrechts-Woluwe
  • Luik / Seraing
  • Bergen / La Louvière
  • Hasselt / Genk
  • Kortrijk / Moeskroen

è KV Kortrijk + Exc. Moeskroen!

Ook in de dichtbevolkte gemeenten Elsene, Ukkel en Jette lijken de succeskansen voor een profclub eerder gering door de verpletterende dominantie van RSC Anderlecht in het westen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Na het trekken van 25-km-cirkels rond de 19 overblijvende gemeenten, blijkt dat er een aantal “blinde vlekken” op het grondgebied overblijven, maar dat er zich in sommige van die gebieden zonder een iets grotere stedelijke concentratie toch een regioclub heeft ontwikkeld die in eerste klasse A of B speelt, of er in een niet zo ver verleden gespeeld heeft.

  • provincie Waals-Brabant è RJ Waver (zie ook opmerking n° 6)
  • Antwerpse Noorderkempen è KFC Turnhout (zie ook opmerking n° 7)
  • Haspengouw è Sint-Truidense VV (zie ook opmerking n° 8)
  • Noord-Limburg è Lommel Utd. (zie ook opmerking n° 9)
  • Antwerpse Zuiderkempen è VC Westerlo (zie ook opmerking n° 10)
  • Duitstalig België è AS Eupen (zie ook opmerking n° 11)

OPMERKINGEN

  • Enkel in het oosten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (Schaarbeek/Woluwedal) bestaan er mogelijkheden voor een tweede club in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Daar was in het verleden White Star Woluwe actief, maar deze club nam de dubieuze beslissing om te verhuizen naar Sint-Jans-Molenbeek. FC Léopold, dat oorspronkelijk zijn basis had in Ukkel, besliste dan weer om de omgekeerde beweging te maken, van west naar oost, en naar de leegstaande infrastructuur in Sint-Lambrechts-Woluwe te verhuizen.
  • In Brugge is er slechts ruimte voor één profploeg (Club Brugge of Cercle Brugge).
  • In het arrondissement Sint-Niklaas zijn er drie clubs (SC Lokeren, SKN Sint-Niklaas en Waasland-Beveren) die idealiter met elkaar zouden fusioneren tot één grote club voor het Waasland. Deze club zou idealiter zijn thuisbasis hebben in de centraal gelegen en tevens grootste gemeente Sint-Niklaas.
  • Waregem is met zijn ca. 37.250 inwoners te klein om een profclub te hebben. Aangezien het bovendien geprangd ligt tussen de grotere agglomeraties Gent, Kortrijk en Roeselare is het hinterland voor een profclub (SVZ Waregem) er relatief klein.
  • Lier is met zijn ca. 34.500 inwoners te klein om een profclub te hebben. Aangezien het bovendien geprangd tussen de grotere agglomeraties Antwerpen en Mechelen is het hinterland voor een profclub (Lierse SV) er relatief klein.
  • Tubize is met zijn ca. 25.000 inwoners te klein om een profclub te hebben. Om als regioclub voor de provincie Waals-Brabant te fungeren is AFC Tubize te perifeer De centraal gelegen hoofdstad Waver lijkt op dat vlak veel geschikter.
  • Turnhout is met zijn ca. 42.750 inwoners in principe te klein om een profclub te hebben, maar kan terugvallen op een hinterland (de Antwerpse Noorderkempen) zonder al te veel directe concurrentie. Turnhout is overigens ook één van de 13 Vlaamse centrumsteden.
  • Sint-Truiden is met zijn ca. 40.000 inwoners in principe te klein om een profclub te hebben, maar kan terugvallen op een hinterland (Zuid-Limburg / Haspengouw) zonder al te veel directe concurrentie.
  • Lommel is met zijn ca. 33.750 inwoners in principe te klein om een profclub te hebben, maar kan terugvallen op een hinterland (Noord-Limburg) zonder al te veel directe concurrentie.
  • Westerlo is met zijn ca. 24.500 inwoners in principe te klein om een profclub te hebben. Er bestaat in de omliggende regio echter wel een interessant hinterland voor een profploeg: de Antwerpse Zuiderkempen. In dat gebied is er echter zeer veel concurrentie: ASV Geel-Meerhout en KSK Heist liggen op nauwelijks 10 km van VC Westerlo. Sterker nog: de gemeenten Geel en Heist-op-den-Berg grenzen aan Westerlo. Enkel een fusieclub “FC Zuiderkempen” maakt hier een kans als profclub. Deze club zou idealiter zijn thuisbasis hebben in de centraal gelegen gemeente Westerlo, waar ook de noodzakelijke eersteklasse-infrastructuur aanwezig is.
  • Eupen is met zijn ca. 19.250 inwoners in principe te klein om een profclub te hebben, maar kan terugvallen op een hinterland (Duitstalige Gemeenschap) zonder al te veel directe concurrentie.
  • Het Zuid-Brabantse gebied tussen Brussel, Aalst, Mechelen en Leuven (Brabantse Kouters) is zeer dicht bevolkt. Brussel, Aalst en Mechelen liggen in een ander gewest of een andere provincie. De provinciehoofdstad Leuven ligt dan weer relatief ver. Het gebied biedt misschien wel potentieel voor een regioclub, op voorwaarde dat hierrond een intergemeentelijke samenwerking tot stand kan komen (wat ondertussen gebeurd is met de fusie HO Wolvertem-Merchtem).
  • Het Midden-Brabantse gebied ten oosten van Antwerpen (Voorkempen) is zeer dicht bevolkt. Het gebied biedt misschien wel potentieel voor een regioclub, op voorwaarde dat hierrond een intergemeentelijke samenwerking tot stand kan komen. De club zou idealiter centraal gelegen zijn, op het kruispunt van de twee autosnelwegen die door het gebied lopen, en op een knooppunt van openbaar vervoer. Rekening houdende met deze drie imperatieven komt i.h.b. de gemeente Schilde met de club SK ’s Gravenwezel-Schilde in aanmerking. Deze club zou de naburige clubs Ternesse Wommelgem en Antonia Zoersel in deze fusie kunnen betrekken.
  • De provincie Luxembourg is een blinde vlek, waar misschien wel potentieel is voor een regioclub, op voorwaarde dat hierrond een intergemeentelijke samenwerking tot stand kan komen. De club zou idealiter centraal gelegen zijn, op het kruispunt van de twee autosnelwegen die door de provincie lopen, en op een knooppunt van openbaar vervoer. Rekening houdende met deze drie imperatieven komt i.h.b. de gemeente Libramont-Chevigny met de club CS Libramont in aanmerking. Deze club zou de naburige clubs RC Longlier en RE Bertrix in deze fusie kunnen betrekken.
  • De Westhoek is een blinde vlek, waar misschien wel potentieel is voor een regioclub, op voorwaarde dat hierrond een intergemeentelijke samenwerking tot stand kan komen.
  • De Vlaamse Ardennen is een blinde vlek, waar misschien wel potentieel is voor een regioclub, op voorwaarde dat hierrond een intergemeentelijke samenwerking tot stand kan komen.

Uit de studie blijkt aldus dat 30 steden of regio’s in aanmerking komen om een profclub te huisvesten:

  • 19 in het Vlaams Gewest
  • 2 in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BHG)
  • 8 in het Waals Gewest (zonder Duitstalig België)
  • 1 in Duitstalig België

Vanzelfsprekend zijn er overlappingen van de invloedssferen mogelijk. Bovendien zijn er clubs die de voorbije decennia een supportersschare uit alle delen van het land hebben aangetrokken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

TABEL

NR. STAD/REGIO INW. CLUB HUIDIGE

KLASSE

1N Antwerpen en aangrenzende gemeenten 725.000 FC Antwerp 1A
2N arr. Gent-Eeklo 625.000 AA Gent 1A
3N arr. Leuven 475.000 OH Leuven 1B
4N Midden-Limburg / Maasland 350.000 RC Genk 1A
5N arr. Aalst 325.000 E. Aalst 2Am.
6N Waasland 325.000 SKN Sint-Niklaas 2Am.
7N arr. Brugge 300.000 Club Brugge 1A
8N arr. Kortrijk 300.000 KV Kortrijk 1A
9N Antwerpse Noorderkempen 300.000 REGIOCLUB: FC Turnhout 3Am.
10N Voorkempen 300.000 REGIOCLUB door fusie in Schilde  
11N arr. Mechelen

(zonder Heist-op-den-Berg)

275.000 KV Mechelen 1A
12N Antwerpse Zuiderkempen 275.000 REGIOCLUB: VC Westerlo 1B
13N Brabantse Kouters 275.000 REGIOCLUB: HO Wolvertem-Merchtem 3Am.
14N HaspengouwHaspengouw 250.000 REGIOCLUB: Sint-Truidense VV 1A
15N Noord-Limburg 250.000 REGIOCLUB: Lommel Utd. 1B
16N Westhoek = arrondissementen Veurne, Diksmuide & Ieper 250.000 REGIOCLUB: centraal gelegen locatie tussen Koksijde en Mesen (Lo-Reninge?)  
17N arr. Roeselare-Tielt 250.000 SV Roeselare 1B
18N Vlaamse Ardennen 175.000 REGIOCLUB: centraal gelegen locatie

tussen Brakel, Oudenaarde en Ronse (Horebeke?)

 
19N arr. Oostende 150.000 KV Oostende 1A
1B BHG (west)

+ Pajottenland-Zennevallei

875.000 SC Anderlecht 1A
2B BHG (oost)

+ buurgemeenten in Vlaams-Brabant

600.000 FC Léopold Woluwe 3Am.
1F Liège = provincie Liège zonder arr. Verviers 825.000 Standard CL 1A
2F Oost-Henegouwen 600.000 SC Charleroi 1A
3F provincie Namen 500.000 UR Namur 2Am.
4F Centraal-Henegouwen 450.000 AQ Mons 3Am.
5F provincie Brabant-Wallon 375.000 REGIOCLUB: RJ Wavre 3Am.
6F provincie Luxemburg 300.000 REGIOCLUB door fusie in Libramont  
7F West-Henegouwen 275.000 FC Tournai 3Am.
8F arr. Verviers

zonder Duitstalig België

175.000 REGIOCLUB door fusie in Verviers  
1D Duitstalige Gemeenschap 100.000 REGIOCLUB: AS Eupen 1A

 

 

 

 

 

 

 

 

 

FORMULE

Eerste periode: 12 (reeks A) + 12 (reeks B)

  • 22 speeldagen

Tweede periode: 8 (play-off I) + 8 (play-off II) + 8 (play-off III)

  • 14 speeldagen m.a.w. in totaal 36 speeldagen
  • eerste 8 van reeks A spelen – met volledig behoud van punten – voor de titel
  • laatste 4 van reeks A + eerste vier van reeks B spelen voor 4 plaatsen in de A-reeks; alle punten vallen weg. In de extreemste gevallen kunnen vier ploegen zakken of kunnen ze zich alle vier redden
  • laatste 8 van reeks B spelen – met volledig behoud van punten – tegen de degradatie; één ploeg zakt naar de amateurliga, vooropgesteld dat er een ploeg is die aan de licentievoorwaarden voldoet om te stijgen naar de profliga

Op deze manier hebben alle ploegen evenveel wedstrijden te spelen tijdens het speelseizoen. Aldus ontstaat er geen oneerlijke financiële concurrentie doordat bepaalde ploegen meer (thuis)wedstrijden mogen spelen dan andere!

AMATEURVOETBAL

In België is sport op amateur- of recreatieniveau een bevoegdheid van de gemeenschappen. Bijgevolg dient de KBVB zich aan deze politieke realiteit aan te passen: het amateurvoetbal dient per gemeenschap georganiseerd te worden.

 

PROFVOETBAL

1A + 1B

 

 

 

 

 

 

Eerste Amateurliga    Eerste Amateurliga    Eerste Amateurliga

Nederlandstalig (16)         Franstalig (16)           Duitstalig (16)

De kampioenen van de 3 amateurliga’s spelen een mini-competitie om te bepalen wie de Belgische amateurkampioen wordt, die – mits het behalen van de nodige licentie – promoveert naar de 1B-profreeks.

Speeldag 4:                  DE – NL

FR – bye

Speeldag 5:                  FR – DE

bye – NL

Speeldag 6:                  NL – FR

bye – DE

 

Speeldag 1:                  FR – NL

DE – bye

Speeldag 2:                  DE – FR

NL – bye

Speeldag 3:                  NL – DE

bye – FR

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Na elk seizoen degradeert dus enkel de laatste club van de 1B-profreeks naar de amateurliga van zijn gemeenschap, vooropgesteld dat de amateurkampioen de nodige licentie behaalt. Enkel de amateurkampioen kan promoveren, de 2de of de 3de van de mini-competitie niet. Indien de amateurkampioen geen licentie behaalt, is er dus geen daler uit 1B. Dit is een mooi compromis tussen de voorstanders van een gesloten competitie en de voorstanders van een systeem met 2 dalers/stijgers.

Thuisbasis van een club is altijd de gemeente waar het veld gelegen is waarop het eerste elftal zijn competitiewedstrijden afwerkt:

  • NL-talige gemeenschap = de 308 gemeenten van het Vlaams Gewest;
  • FR-talige gemeenschap = 253 gemeenten in het Waals Gewest;
  • DE-talige gemeenschap = 9 gemeenten in het Waals Gewest;
  • in de 19 gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dient een club zelf te beslissen tot welke gemeenschap hij wenst te behoren.

Voor deelname aan de amateurkampioenschappen mogen geen licentievoorwaarden opgelegd worden qua capaciteit van de infrastructuur en qua inschrijving van een minimumaantal betaalde sportbeoefenaars. Dergelijke licentievoorwaarden druisen fundamenteel in tegen de geest van amateursport.

About Author

Leave A Reply