De Kuip wordt 80! Gelukkige verjaardag, mastodont op Rotterdam-Zuid!

Vandaag (maandag 27 maart) dag op dag 80 jaar geleden, werd de Kuip ingehuldigd met een wedstrijd tegen Beerschot.
Als eerbetoon aan deze sacrale voetbaltempel leest u hier het verhaal zoals ik het enige tijd geleden optekende met het oog op een nog te publiceren boek over de legendarische tempels van het Europese voetbal. Een extraatje dus naast de wekelijkse stadionbijdragen op vrijdag!

De Kuip, Rotterdam (51.577 plaatsen).

Intieme mastodont van beton, glas en staal

Van alle voetbalstadions in de lage landen spreekt het Feyenoordstadion allicht het meest tot de verbeelding. Als toneel van de befaamde derby der lage landen, van Europese veldslagen en van adembenemende klassiekers.

De ligging op Rotterdam-Zuid, de vorm, de akoestiek, het gladde afhellende dak uit staal en een dun laagje glas, en niet in het minst de volkse aard van de hondstrouwe aanhang zorgen voor een unieke combinatie van grootsheid en intimiteit in deze sacrale voetbaltempel. Als de supporters op de tweede ring massaal aan het dansen gaan, davert heel het stadion mee op het ritme van de weerkaatsende geluidsgolven.

Perfect uitzicht

Door de toenemende successen van de club in de jaren ’30 barstte de oude accommodatie aan de Kromme zandweg letterlijk uit zijn voegen en werd in het afgelegen havengebied op Rotterdam Zuid een nieuw stadion met 70.000 plaatsen gebouwd. Zo wilde Rotterdam zijn concurrent Amsterdam –waar het Olympisch stadion over slechts 30.000 plaatsen beschikte- naar de kroon steken en de traditionele derby der lage landen van de Amstel naar de Maas halen.
De toenemende belangstelling voor Feyenoord was niet zo verwonderlijk en dat had niet alleen met de successen van de club te maken. De economische crisis woedde in alle hevigheid en vanuit alle provincies trokken massa’s mensen naar Rotterdam op zoek naar werk. Daar probeerden de hard werkende en slecht betaalde burgers hun zondag zo aangenaam mogelijk te maken en werd het voetbalstadion de meest bezochte attractie.

Het stadion werd gebouwd op een geïsoleerde polder op Rotterdam-Zuid met de welluidende naam “Varkenoord”. In de wijk die tot dan enkel via landweggetjes bereikbaar was, leefden vooral boeren en bootsbouwers. Zij waren trots op hun ‘Kuip’ zoals zij het nieuwe stadion zelf noemden. Het grootse bouwwerk dat werd opgetrokken in beton, glas en staal was kenmerkend voor de Rotterdamse ondernemingszin en lokte wereldwijd enthousiaste reacties los. Enkel de hoofdtribune was overdekt maar het uitzicht was van op elke plaats nagenoeg even goed. Nergens stond een paal in de weg. Het Feyenoordstadion werd zelfs het eerste in Europa waarvan de tweede verdieping volledig rondliep.

Toeschouwersrecords

De immense arena werd ingehuldigd met een wedstrijd tegen Beerschot. Hagel- en sneeuwbuien teisterden de havenstad die 27e maart 1937. Maar toch liep het stadion met 37.825 toeschouwers aardig vol. Het was op dat moment zelfs een Nederlands record. Feyenoord won met 5-2. Leen Vente maakte het allereerste doelpunt in de nieuwe tempel.
Toch duurde het nog tot de jaren vijftig alvorens de Kuip de best bezochte arena van het land werd. In het seizoen 1968-69 boekte de Kuip zelfs een recordgemiddelde van 48.587 toeschouwers. Op 2 november 1969 werd een recordopkomst voor de klassieker tegen Ajax genoteerd toen 63.500 toeschouwers Feyenoord met 1-0 zagen winnen.
Maar het absolute toeschouwersrecord dateert van twintig jaar eerder. Op 4 juni 1949 vulden 69.300 aanwezigen het met noodtribunes uitgebreide stadion voor de beslissende wedstrijd van het Nederlands kampioenschap tussen SVV Schiedam en Heerenveen.
Officieel waren er 64.368 tickets verkocht maar al snel bleek dat de om en bij 5000 supporters van Heerenveen geen toegangskaart hadden. Daarop werd in allerijl een noodtribune opgetrokken van waaruit de Friezen hun ploeg toch konden aanmoedigen. Tevergeefs. De Schiedammers wonnen verdiend met 3-1 en SVV was kampioen.

‘Er leek wel een wonder geschied’

De aantrekkingskracht van de Kuip was immens. Zeker bij avondwedstrijden. De inhuldigingmatch van de vier indrukwekkende lichtmasten op 27 november 1957 tegen Bolton Wanderers, groeide uit tot feeëriek schouwspel.
De 46.000 toeschouwers staken in het donker lucifers aan. En toen beide ploegen het veld betraden, knalden de vier lichtmasten gelijktijdig aan. De fans knepen zich in de arm, zo sprookjesachtig zag de Kuip er die avond uit. De uitslag, 0-3 voor Bolton, deed er niet toe. De Feyenoorders waren terecht trots op hun ‘verlichting’.
De magische sfeer in de Kuip inspireerde ook de ploeg die onder leiding van de charismatische Oostenrijkse trainer Ernst Happel in 1970 de Europabeker voor landskampioenen won en op weg naar de finale wereldkampioen AC Milan uitschakelde. Die avond van 26 november 1969 blijft tot nader order één van de mooiste uit de geschiedenis van de Kuip.
Eén minuut voor het einde trapte Coen Moulijn een perfecte voorzet naar Willem Van Hanegem. De Kromme kopte de 2-0 binnen. Het dak van de Kuip ging er helemaal af. De bevrijdende goal bracht ontlading en ontroering teweeg. ‘Het is onbegrijpelijk dat als je morgenochtend wakker wordt, het leven gewoon verder gaat’, zei bestuurslid Jan Visser na afloop. Er leek wel een wonder geschied.

Feyenoord-Ajax

Ook de klassieker tegen Ajax stond bol van de heroïek, met als hoogtepunt de 9-4 zege van Feyenoord op zondagmiddag 29 november 1964.
‘Oranjevleugel Moulijn-Bouwmeester groots in stampvolle Kuip’ blokletterde het ‘Het Vrije Volk’ daags nadien.
‘Briljante acties van Frans Bouwmeester en Coen Moulijn, waartegen een verward dooreenlopende Ajax-verdediging volkomen machteloos stond, en de schotvaardigheid van de jonge Hans Venneker (vijf doelpunten!!) hebben Feijenoords kampioensaspiraties een daverende stoot in de goede richting gegeven. Voor 63.500 toeschouwers in het tot de allerlaatste plaats uitverkochte Rotterdamse stadion verloor Ajax het legendarische duel tegen zijn Maasstedelijke rivaal met de smadelijke cijfers van 9-4.’
Venneker haalde zelden de basiself maar kwam die middag aan de aftrap als vervanger van de geblesseerde Pummy Bergholz.
‘Coentje!!’ galmde het meermaals door het stadion als de kleine en tengere Feyenoorder Coen Moulijn met kleine tikjes tegen de bal de tegenstander uit z’n tent trachtte te lokken om hem dan weergaloos voorbij te gaan.
En dan was de klassieker dat seizoen nog niet eens een topper. Feyenoord was na twaalf speeldagen wel leider, Ajax stond op dat moment pas dertiende.
De absolute uitschieter in de competitie was de 11-4 zege tegen de Volewijkers op 2 april 1956. Held van de middag was Henk Schoutte die maar liefst negen van de elf doelpunten voor zijn rekening nam. Nog altijd een record.

Europese finales

De Kuip vormde ook was ook ettelijke keren het decor voor een Europacupfinale. In 1974 won Feyenoord er de Uefabeker nadat het met succes een 2-2 gelijkspel uit de heenmatch op White Hart Lane verdedigde.
De wedstrijd werd een nieuw hoogtepunt in de clubgeschiedenis maar tegelijk ook een dieptepunt. Wim Rijsbergen en Peter Ressel bezorgden de 59.000 Rotterdamse toeschouwers een dolle avond. Voor de aanwezige Tottenham-fans werd het echter een bijzonder frustrerende. Hoe uitzichtlozer de situatie voor de Spurs werd, des te feller zij tekeergingen. Armleuningen en stoeltjes vlogen in het rond. Naast tientallen gewonden liepen die avond ook duizenden voetballiefhebbers een trauma op. De Kuip had kennisgemaakt met een kwaal die de jaren nadien nog vaker vanuit Engeland naar het Europese vasteland zou overwaaien.

Holland-België

Sinds de opening in 1937, was het Feyenoordstadion in een beurtrol met het Olympisch stadion van Amsterdam de thuisbasis voor de klassieke derby der Lage Landen tegen België.
Voor de spelers was aantreden in de Kuip een waar genot. Een dag van opwinding. “Wanneer het Feyenoordstadion in zicht kwam”, schreef Jan Mulder in een jubileumuitgave van de KNVB “drukte ik de neus tegen het raampje van onze coupé. De Kuip. Met een sprookjesachtige bocht ging de trein er omheen. Ik droomde van het Wilhelmus en het Nederlands elftal, van Henk Schoutten en Eddy Pieters Graafland, voetballers die elke veertien dagen speelden op dat schitterende veld. ‘Mat’ zei Coen Moulijn.”
De eerste interland op die ‘mat’, op 2 mei 1937 werd door Nederland met 1-0 gewonnen en bijgewoond door 61.500 toeschouwers. Holland-België ontpopte zich in de Kuip tot een burenstrijd bol van heroïek en tragiek. Berucht is de 9-1 zege uit 1959- door de Belgen later de ‘Feyemoord’ genoemd- met onder meer vier goals van Kees Rijvers. Na zes minuten stond het al 3-0. Bovendien, zo stond de dag nadien in de Telegraaf te lezen, was het klassenverschil nog groter dan de 9-1 zege doet vermoeden.

Maar de wraak smaakte zoet al moesten de Belgen daar tot 20 november 1985 op wachten, toen ze in de voorronde van het WK 86 in Mexico met een 1-0 voorsprong uit de heenmatch naar Rotterdam trokken. De Belgen keken in de Kuip een tijdlang tegen een 2-0 achterstand aan en waren virtueel uitgeschakeld voor het WK. Op de hard bevroren ondergrond creëerden de Rode Duivels, die avond in het wit, daarna kans op kans maar de bal wilde maar niet voorbij doelman Hans Van Breukelen. Tot Georges Grün tot ontsteltenis van heel Nederland plots een voorzet van Eric Gerets binnenkopte. Het doelpunt dompelde heel voetbalminnend Nederland in diepe rouw. Het beeld van de afdruipende Leo Beenhakker in de oneindig lange tunnel van de Kuip blijft voor altijd het symbool van wat geldt als het sportieve dieptepunt in de geschiedenis van het stadion. Met vernieuwing van de Kuip voor Euro 2000 verdween de tunnel. Maar het intieme karakter en de unieke sfeer van het stadion bleven op wonderbaarlijke wijze behouden.

Stefan Van Loock

About Author

Leave A Reply