Op visite bij Sir Matt Busby

Manchester United werd in 1908 en 1911 voor het eerst landskampioen, maar was nog lang niet de topploeg die het zou worden. Dat gebeurde pas na de Tweede Wereldoorlog, toen Matt Busby manager werd. De Schot bezorgde United in 1952 ( na 41 jaar zonder titel) weer de Engelse kroon en liet de club doorgroeien tot winnaar van de Europacup voor Landskampioenen (1968).

Tien jaar voordien had hij nochtans bijna zijn hele elftal verloren in de vliegtuigramp van München ( 6 februari 1958) . Busby werd de man die van een Man United een topploeg maakte.

Naar aanleiding van de 25ste verjaardag van de crash in München kon ik hem begin 1983 interviewen. Hij was 84 toen hij op 20 januari 1994 overleed. Ik was toevallig op Old Trafford toen United twee dagen na zijn dood Everton ontving. Het eerbetoon aan de ex-manager van de Red Devils was wellicht het meest beklijvende moment uit mijn voetballeven.

Hieronder vindt u het interview dat op 2 februari 1983 in Het Nieuwsblad en De Standaard verscheen. U zal snel merken dat de verhalen in die tijd iets langer mochten zijn dan nu. En dat er weinig is veranderd in het voetbal.

 

De beroemde en beruchte voetbaltempel van Old Trafford. Een smal kantoor op de eerste verdieping van de Executive Suites. De muren zijn met hout bekleed, maar slechts met een wandklok versierd. Niets doet in deze ruimte aan voetbal denken. Tenzij een witte lampenkap waarop met rode letters de voornamen gedrukt zijn van de Europese bekerwinnaars bij de Landskampioenen van 1968.

Tegenover me zit Sir Matt Busby. De man die de naam United een magische klank bezorgde. Een levende voetballegende. Licht bruin kostuum, pijp in de mond. Zijn gezicht draagt de tekenen van een leven vol strijd. Tweemaal liet hij Manchester United letterlijk uit zijn as verrijzen. Net na de oorlog toen Old Trafford verwoest was door Duitse bommen en in 1958 toen acht spelers de vliegtuigramp van München niet overleefden. Tien jaar later won Busby met United de hoogste Europese voetbalonderscheiding en trok zich als Sir Matt na 25 jaar als manager terug. Het verhaal van een leven vol voetbal waardoor de geschiedenis van zijn Manchester United als een rode draad loopt.

Matt Busby was net als zijn vader mijnwerker. Toen hij 19 was kreeg hij een contract als profvoetballer bij Manchester City. In 1936 werd hij naar Liverpool getransfereerd. Busby was een kanthalf die het vooral van zijn temperament moest hebben. Een harde werker waar iedere club van droomt en die met trots de kleuren van Schotland droeg. De Tweede Wereldoorlog kortte zijn carrière in. Terug uit het leger tekende hij voor Manchester United.

‘Op dat ogenblik had ik meerdere aanbiedingen. Onder andere van Liverpool om veldtrainer van het eerste elftal te worden. Bij United kon ik manager worden en de aantrekkingskracht van Old Trafford was zo groot dat ik niet nee kon zeggen. Hoewel de situatie van de club alles behalve rooskleurig was. Ik herinner me dat we een schuld van 15.000 pond hadden en dat al onze installaties vernield waren door Duitse bommen.’

‘In oktober 1945, een maand na mijn demobilisatie uit het leger, begon ik aan de job. We moesten letterlijk van op nul beginnen. Het eerste wat ik deed was een houten barak van de luchtmacht kopen om als kleedkamer dienst te doen. Voor onze wedstrijden moesten we ruim een jaar lang naar Maine Road, het stadion van Manchester City, uitwijken.’

Sportief had Matt Busby de wind echter meteen in de zeilen. De Red Devils eindigden vier keer tweede, pakten in 1948 de Engelse beker en in 1952 de landstitel. ‘Het eerste jaar was erg moeilijk. Verscheidene spelers zaten nog in het leger en het duurde enkele maanden voor iedereen terug was. Toen het zover was, hadden we een uitstekende groep bij elkaar en was de titel niet meer dan een logisch vervolg. Het duurde echter tot 1952 voor we het kleinood bemachtigden. Met als gevolg dat het kampioensteam vrij oud was. Iedereen was in euforie, maar ik wist dat de vreugde niet zou duren. De gevolgen bleken het seizoen nadien. De start van de competitie was een ramp en ik besliste een resolute verjonging door te voeren.’

 

Busby Babes

 

Dat kon omdat Busby al enkele jaren bezig was met een ambitieus jeugdplan. Hij was wellicht de eerste trainer ter wereld die niet alleen met het eerste elftal werkte, maar de club ook in de breedte uitbouwde.

‘Ik heb altijd met het idee in het hoofd rondgelopen een volledig eigen elftal te bouwen. Dat moest gebeuren door jonge spelers, die net van school kwamen op te leiden. Jeugdpolitiek, dat woord bestond in die tijd nog niet. Ik geloof dat United de eer mag opeisen er mee begonnen te zijn. Er werd een scoutingssysteem opgezet. Twee man in Schotland, één in de republiek Ierland, één in Noord-Ierland en twee in Engeland. We kregen bovendien ook tips van bijvoorbeeld onderwijzers die voor United supporterden.’

‘Ik heb altijd in die jeugdpolitiek geloofd. Duizenden mijlen heb ik afgelegd om schoolwedstrijden te volgen. Ieder talent dat gesignaleerd werd, ging ik zelf bekijken. Ik had het volste vertrouwen in de scouts, die geweldig werk afleverden, maar ik besliste zelf of de jongen voor ons tekende. Iedere beslissing of keuze was dan ook de mijne en dat heeft als voordeel dat de trainer alles uit de speler zal proberen te halen.’

Busby koos zelden verkeerd. Hij ontdekte onder andere Eddie Coleman, David Pegg, Duncan Edwards en Bobby Charlton. De Busby Babes waren geboren. De verjonging werd een enorm succes en in 1956 en 1957 werd de landstitel gevierd.

‘Toen ik een jongere volgde, had ik voor meer oog dan zijn technische kwaliteiten. Zijn flair en vooral zijn karakter waren belangrijk. De club zorgde er bovendien voor dat de jongens goed werden opgevangen in Manchester. Ze werden aangemoedigd om hun studies verder te zetten en ondergebracht in pleeggezinnen die met zorg uitgekozen waren.’

Matt Busby was zijn tijd ver vooruit. In 1955 ging het Europees bekervoetbal van start. Landskampioen Chelsea kreeg van de Engelse voetbalbond verbod aan de nieuwe competitie deel te nemen. Engelse clubs hadden in Europa niets te zoeken, was het argument, en deelneming zou alleen ten koste gaan van de prestaties op het eiland. Een jaar later werd United kampioen en Busby negeerde het verbod van de Football Association.

‘Ik ben er steeds van overtuigd geweest dat voetbal geen Engels of Schots spel was, maar een wereldsport. Ik heb ons bestuur dan ook onze deelneming aan de Europacup aanbevolen. Ze waren bereid me te volgen en ik heb Stanley Rouss ( toenmalig voorzitter Engelse voetbalbond, later voorzitter Fifa, nvdr) gecontacteerd om te melden dat we het verbod negeerden en zouden bewijzen dat we het bij het rechte eind hadden.’

‘De prestaties van United leden geenszins onder de Europese deelneming. We werden opnieuw kampioen en verloren de finale van de FA Cup omdat onze doelman na zes minuten uitviel en er nog geen wissels toegelaten waren. In Europa bereikten we de halve finales en werden slechts door het grote Real Madrid uitgeschakeld. De vriendschap die toen tussen beide clubs ontstond, is achteraf bepalend geweest voor de toekomst van United.’

‘Onze beslissing betekende bovendien een uitstekende zaak voor het hele Engelse voetbal. Het Europese voetbal heeft onze clubs erg goed gedaan en dan denk ik in de eerste plaats aan Nottingham Forest en Liverpool. Dankzij de Europese prestaties heeft dit land heel wat aan prestige en krediet gewonnen. Jammer genoeg hebben onze supporters in de voorbije jaren onze goede faam letterlijk en figuurlijk afgebroken.’

 

Tragedie

 

Het Britse voetbal was niet langer geïsoleerd. Manchester United was de eerste Engelse club die naar het continent kwam. Anderlecht was de eerste tegenstander, maar het Astridpark heeft niet echt goede herinneringen aan die ontmoetingen. United won immers met 0-2 en 10-0. Borussia Dortmund en Athletic Bilbao waren de volgende slachtoffers. Real Madrid brak de zegereeks in de halve finales af.

United was er het jaar nadien weer bij als kampioen. Via Shamrock Rovers, Dukla Praag en Rode Ster Belgrado werd opnieuw een weg naar de halve finales gebaand. Op de terugweg van Belgrado lag het noodlot echter op de loer. United verloor bij een tussenstop in München bijna een volledig elftal.

‘Ik ben er nog steeds van overtuigd dat die ploeg had kunnen uitgroeien tot de beste aller tijden. Het team was nog erg jong, maar had het seizoen voordien voldoende ervaring opgedaan. Ik dacht dat we op dat ogenblik klaar waren om het even welke opdracht aan te pakken. Jammer genoeg hebben de jongens dat nooit kunnen bewijzen. De club was nagenoeg totaal vernietigd. We verloren niet alleen acht van onze beste spelers, maar ook bestuursleden die onmisbaar waren om de club te leiden. Ik wist dat de sport verdriet kan brengen, zoals na een nederlaag. Maar zo’n tragedie, dat acht je gewoon niet voor mogelijk.’

‘Het heeft dagen geduurd eer ik na de crash weer bij volle bewustzijn was. Op dat ogenblik had ik geen enkele zin om weer in het voetbal te stappen. Hoewel ik toen nog geen idee had van de omvang van de ramp. De dokters hadden er angstvallig voor gewaakt dat ik niets te weten kwam. Toen mijn vrouw het me na enkele weken vertelde, betekende dat opnieuw een zware klap. Ik had die jongens bij me van toen ze van school kwamen. Ik heb ze zien opgroeien en hen voortdurend met goede raad bijgestaan. Het waren net mijn eigen zonen. Voetbal hoefde op dat ogenblik niet meer voor me. Ik had te veel verloren waaraan ik sterk hechtte om er opnieuw aan te beginnen.’

 

Met hulp van Real Madrid

 

Busby verbleef drie maanden in het Rechts der Isar ziekenhuis in München en trok dan zes weken naar het Oostenrijkse Interlaken om te revalideren. Hij was nog niet helemaal hersteld toen hij op 3 mei 1958 plaats nam op de tribunes van Wembley. Twaalf weken en twee dagen na de crash speelde zijn United immers de Cup Final. Onder leiding van Jimmy Murphy, Busby’s assistent die in Engeland was gebleven om Wales te leiden, was de club op eigen kracht weer opgekrabbeld. Met enkele overlevenden, reservespelers, een nieuwe lichting jonge talenten en een golf van medeleven zette de roemruchte club door. Na de zomer had Busby het roer weer in handen.

‘Ik voelde me nog steeds niet bij machte door te gaan, maar mijn vrouw overtuigde me dat de jongens die verongelukt waren zouden gewild hebben dat ik de club liet verrijzen. Ondanks de goede uitslagen van het noodelftal wist ik dat er weer van nul moest worden begonnen. Het duurde nog twee jaar voor ik zelf weer helemaal de oude was, maar desondanks werkte ik dag en nacht aan de restauratie van mijn ploeg. De club weer aan de top brengen, was een ware obsessie geworden.’

‘United had bijna geen geld meer. We waren het faillissement nabij. Daarom ben ik elders hulp gaan zoeken. Met Real Madrid was na het Europese duel van 1957 een speciale band ontstaan. Ik ben dan ook naar Madrid getrokken. Ik heb voorzitter Santiago Bernabeu gevraagd met di Stefano en de andere vedetten een wedstrijd op Old Trafford te spelen. Op die manier kon ik United in leven houden en zelfs een paar nieuwe spelers kopen. Hij stemde toe en met de winst hebben we de eerste stap naar het herstel gezet.’

 

George Best

 

In 1965 was Manchester United helemaal terug. Old Trafford mocht een nieuwe landstitel bejubelen en dat kunststukje werd twee jaar later nog eens overgedaan. In 1968 bereikten de Red Devils hun grootste triomf. Op Wembley werd Benfica na verlengingen in de finale van de Europese Beker voor Landskampioenen afgetroefd.

‘Die avond zal ik noot vergeten. Het was het grootste succes uit mijn carrière. De vervulling van mijn levenswerk. Het was een van de mooiste dagen die me ooit te beurt gevallen zijn. Een wondermooie gebeurtenis, tien jaar na de ellende en de problemen die we gekend hadden. Die avond besefte ik dat het voetbal me alles gegeven heeft, maar dat het me ook veel gekost heeft.’

‘Die triomf dankte ik in de eerste plaats aan een van de overlevenden van de ramp. Bobby Charlton heeft een buitengewone bijdrage geleverd. Maar er waren ook de aankopen Pat Crerand en Dennis Law en een nieuwe lichting Busby Babes.’

Eén van hen was George Best. De eerste voetballer die een rockster werd. ‘Mijn grootste verdienste tot het succes van United is mijn aanleg om van een club een echte familie te maken. Het is de taak van de manager om iedere speler op de best mogelijke manier aan te pakken. Ik heb zelden problemen met spelers gehad. Zelfs Best niet. Pas toen ik manager af was, is het echt fout gelopen met hem.’

‘George is de speler die me als voetballer het meest plezier geschonken heeft. Hij had iets waarvoor je als voetballiefhebber een gevoel van verwachting kreeg telkens hij aan de bal kwam. Ik heb nooit met een groter talent gewerkt. Een natuurtalent. Een Law of een Charlton moesten keihard werken om hetzelfde niveau te halen. Bij George ging het allemaal vanzelf.’

‘Bovendien is George ondanks alles een heel aardige jongen en dat meen ik echt. Uren heb ik met hem gesproken en iedere keer weer was hij vol goede wil. Na enkele weken kwam hij echter weer in zijn oude vriendenkring terecht en dat was nefast voor de jongen. George kan alles, behalve de juiste vrienden uitpikken.’

 

Ontslag

 

Na de Europese bekeroverwinning werd Matt Busby geridderd door de koningin. Acht maanden later nam hij ontslag als manager van United. Hij had de club twee keer de Engelse beker, een Europese en vijf nationale titels bezorgd.

‘Ik heb alles gewonnen wat er te winnen viel. De jaren begonnen te wegen. Ik voelde de spanningen van de job en op zo’n ogenblik moet je stoppen. Het bestuur probeerde me van idee te doen veranderen, maar toen ze begrepen dat ik vastberaden was hebben ze er zich bij neergelegd. Ik ben dan general-manager geworden, maar na enkele maanden had ik door dat dit niks voor mij was. Ik moet de ploeg in handen hebben, er dagelijks mee werken. Van bovenaf nu en dan corrigerend optreden is niet mijn stijl.’

Zonder Busby ging het met United van kwaad naar erger. De managers volgden zich snel op: McGuiness, Frank O’Farell, Tommy Docherty, Dave Sexton, Ron Atkinson. In 1974 volgde zelfs degradatie, maar langer dan één seizoen verbleef Man U niet in tweede klasse. De club verloor echter steeds meer van zijn sympathie. De supporters misdroegen zich bij herhaling en de opeenvolgende managers probeerden elkaar te overtroeven door steeds waanzinniger transfersommen neer te tellen. Toch kreeg United zijn vroegere toppositie niet terug.

‘In 1971 werd ik lid van de board of directors. Er is vaak gefluisterd dat ik vanuit de bestuurskamer de club ben blijven leiden. Niets is minder waar. Sinds mijn ontslag als manager ben ik nooit meer op een training of in de kleedkamer geweest. Ik heb me nooit bemoeid met het werk van mijn opvolgers, omdat ik dat zelf ook niet aanvaard zou hebben. Ik heb wel een flink aandeel gehad in de keuze van de managers en daarom heb ik ze altijd zo veel mogelijk gesteund. Ook al was ik het geregeld oneens met hen.’

 

Angst

 

Sir Matt Busby werd vanwege zijn ervaring en kennis niet alleen door Manchester United gekoesterd. Hij werd lid van het Football League Management Committee en het Football Association Committee. Samen met Bobby Charlton en Jimmy Hill, de tv-commentator en voorzitter van Coventry, vormde hij een adviescomité dat opdracht kreeg uit te zoeken hoe de huidige problemen van het voetbal opgelost kunnen worden.

‘Sinds een drietal maanden ben ik uit alle comité’s gestapt, omdat mijn vrouw ernstig ziek is en ik vaak thuis moet blijven. Ik ben momenteel nog slechts erevoorzitter van United. Maar ik heb me de voorbije jaren inderdaad intensief beziggehouden met de moderne voetbalproblematiek. En ik moet eerlijk zijn, alleen een superman kan de huidige problemen oplossen.’

‘Ik weet wat er moet gebeuren, maar niet hoe we zover kunnen geraken. We moeten terug naar opwindend en spectaculair voetbal. Als het publiek plezier vindt in het voetbal blijft het niet weg. Het voetbal is echter ‘a game of fear’ geworden. De angst regeert, zowel op als naast het veld. De grootste schuld ligt naar mijn gevoel bij de trainers. Zij moeten er voor zorgen dat hun spelers hun kwaliteiten kunnen tonen. Volgens de moderne voetbalwetten komt het er echter op aan de kwaliteiten van de tegenstander te neutraliseren. Ik noem dat gewoon slechte coaching en managers met dergelijke spelopvattingen horen in dit vak niet thuis. De schuld ligt echter niet uitsluitend bij hen. De clubs ontslaan te gemakkelijk hun trainer. Een goed bestuur is in staat een goede manager aan te werven en gelooft in zijn eigen beslissing. Dat wil zeggen dat de nieuwe man tenminste twee jaar de tijd krijgt om zijn ideeën uit te werken.’

‘In mijn tijd was United de meest geliefde voetbalclub van de wereld. Dat had uiteraard te maken met de emoties die de vliegtuigramp had opgewekt, maar ook en vooral door onze manier van voetballen. Aanvallend en attractief voetbal was mijn handelsmerk. Natuurlijk moet een ploeg een goede organisatie hebben, maar bovenal moet er voor gezorgd worden dat men zo snel mogelijk balbezit verwerft. Daar moet de hele ploeg voor werken. Eens in balbezit is het aan de spelers om ervoor te zorgen dat er iets gecreëerd wordt. Liverpool en Tottenham hebben ons voorbeeld gevolgd en zijn altijd goed voetbal blijven brengen. Daarom ben ik blij dat ze nooit uit de top zijn weggevallen en dat zouden al die anderen ook eens moeten begrijpen. Want één ding staat vast: de beste wint altijd en daarbij maakt het niets uit of er positief of negatief wordt gespeeld. Ik ben een oude man die in het voetbal alles meegemaakt heeft. Eén wijsheid wil ik de jonge trainers nog wel meegeven. Als je opwindend voetbal brengt, komen de resultaten vanzelf.’

 

About Author

Leave A Reply