Aan tafel met Sir Alex Ferguson

Alex Ferguson won drie keer de Schotse titel. Niet met Celtic of Rangers, maar met Aberdeen. Met deze club won hij in 1983 ook de Europese Beker voor Bekerwinnaars. In een finale tegen Real Madrid.

In de halve finale schakelde Aberdeen THOR Waterschei uit. De club waaruit Racing Genk werd geboren ( na een fusie met Winterslag) had in de kwartfinale Paris Saint-Germain opzijgezet. De ochtend na de loting van de halve finales vloog ik naar Aberdeen, om de volgende tegenstander van THOR te bekijken. Na afloop sprak ik op Pittodrie even met de trainer van Aberdeen, ene Alex Ferguson. De dag nadien zat hij samen met mijn zijn assistent Archie Knox en mijn Schotse collega Ian Broadley op het vliegtuig naar Brussel. We reden samen naar Brugge, waar Waterschei te gast was bij Club.

Sindsdien ben ik geen onbekende voor Ferguson en ik was dan ook bijzonder blij toen hij naar Manchester United trok. Geregeld gaf hij mij op Old Trafford of in het spelershotel in Londen of Milaan de gelegenheid apart wat vragen te stellen, zodat ik een ander interview had dan de collega’s.

Toen Engeland zich begin deze eeuw kandidaat stelde om het WK 2006 te organiseren, behoorde ik tot een groepje journalisten dat uitgenodigd werd voor een promotiebezoek aan een aantal Engelse stadions. De trip eindigde met de Cup Final op Wembley. Aan de vooravond van die match werden we uitgenodigd voor een chique diner in het befaamde Lancaster House. Het toeval ( denk ik toch) wilde dat rechts van mij Bobby Charlton zat en links van mij Alex Ferguson. Van het eten herinner ik mij niets meer, maar ik weet nog wel dat ik in het voetbal nooit een fijnere avond beleefde.

In 1999 kon ik Alex Ferguson in Londen een kwartiertje exclusief spreken voor de Cup Final, die enkele dagen voor de Champions’ League-finale werd afgewerkt. Op 22 mei 1999 verscheen onderstaand verhaal in Het Nieuwsblad en De Standaard met de meest gelauwerde trainer uit de voetbalgeschiedenis ( 13 Engelse titels, twee Champions’ Leagues en één Europacup voor Bekerwinnaars) die in 2013 afscheid nam van de dug-out.

 

Alex Ferguson kan woensdag onsterfelijk worden. De sportieve baas van Manchester United kan de eerste manager van een Engelse club worden die de ‘treble’ wint. De Engelse titel heeft de Schot al op zak. Vanmiddag strijden de Red Devils op Wembley tegen Newcastle United om de Engelse beker. Vier dagen later volgt dan in Barcelona de finale van de Champions’ League tegen Bayern München. Voor Ferguson de kans om uit de schaduw te treden van zijn legendarische voorganger Sir Matt Busby. Een exclusief gesprek met de voetbalmiljonair die een zoon van de arbeidersklasse bleef.

Matt Busby werd op Old Trafford lang voor zijn dood heilig verklaard. De man die de fundamenten van Manchester United legde, dreigt de komende dagen overtroffen te worden. United haalde zondag zijn vijfde titel in zeven seizoenen binnen. Ook Busby won vijf keer de landskroon. Ferguson kan vanmiddag voor de derde keer met de FA Cup pronken. Zijn voorganger moest zich met twee bekeroverwinningen tevreden stellen. Hij pakte in 1968 wel de Europese Beker voor Landskampioenen, terwijl Fergie het voorlopig met de Beker voor Bekerwinnaars moet doen.

‘Toen ik in 1986 naar Manchester kwam, was mijn grootste wens kampioen worden’, zei Ferguson. ‘Mijn tweede droom was om dat op Old Trafford te doen. Voor de eigen fans. Vorige zondag was het eindelijk zover. Een onwaarschijnlijk succes. We voelen ons nu zo sterk dat ik zelf zou kunnen meespelen op Wembley. Een nieuwe zege zou een enorme opsteker betekenen voor de Europese finale in Barcelona. En Barcelona is heel speciaal voor mij.’

United is de grootste en rijkste club ter wereld, maar wil bovenal de beste op het veld zijn. Daarvoor moet het, net als in 1968 met Bobby Charlton, Dennis Law en George Best, de belangrijkste Europese beker veroveren. Heel Manchester smacht naar een herhaling. ‘Wat velen ook mogen beweren, het is geen obsessie. Natuurlijk willen we de Champions’ League winnen. Deze club wil immers iedere wedstrijd winnen.’

Nog niet zo lang geleden was dit een echt probleem. In januari 1990 dobberde United in de onderste regionen van de ranglijst. ‘Fergie out’, scandeerden de tribunes na een pandoering tegen buur Manchester City, die inmiddels twee afdelingen lager bivakkeert. Uitschakeling voor de beker bij Nottingham Forest had zijn ontslag betekend. United won met 0-1 en pakte aan het einde van het seizoen de Engelse cup. Het was het begin van een lange rij triomfen. Zelfs zijn grootste tegenstander geeft toe dat Ferguson daarbij minstens zo belangrijk was als de spelers.

 

Entertainment

 

Alex Ferguson behoort tot de oude school van voetbalmanagers. Zijn aanpak is lang niet zo gesofisticeerd als die van Gianluca Vialli of Ruud Gullit of zo wetenschappelijk als die van Arsène Wenger. Meestal is hij een tweede vader voor zijn jonge spelers, die nochtans zijn legendarische woede-uitbarstingen vrezen. In Aberdeen schopte hij ooit uit boosheid een hete theepot door de kleedkamer. ‘Ik kan behoorlijk blaffen, maar een minuut later leg ik mijn arm om iemands schouder. Met ouder te worden, ben ik wat milder geworden.’

‘Bepaalde zaken uit je leven vormen je persoonlijkheid. Ik werd erg beïnvloed door mijn ouders. Mijn vader was erg gesteld op discipline en stiptheid. Ik werkte vijf jaar als leerjongen op de scheepswerven van Glasgow. Niet één keer kwam ik te laat op het werk.’

Iedere ochtend om half acht is Ferguson op The Cliff, het trainingscentrum van United, te vinden. Toen hij er dertien jaar geleden arriveerde, werd er door de spelers meer gedronken dan getraind. De Schot veegde de kleedkamer letterlijk schoon en introduceerde zijn ouderwetse arbeidsethos. ‘Niet mijn spelerscarrière, maar het feit dat ik vrij jong op het laagste niveau als trainer aan de slag ging, bepaalde mijn loopbaan. Als je met 100 pond spelers moet kopen, krijg je vrij snel een idee waar een ploeg leiden om draait.’

Ferguson was een matige voetballer die voorbestemd leek om coach te worden. Op 19-jarige leeftijd bleek hij al over leiderscapaciteiten te beschikken. Als lid van de vakbond riep hij zijn makkers op om het werk neer te leggen. Inmiddels is hij multimiljonair, maar zijn roots wil hij niet verloochenen. Hij komt er rond voor uit een grote bewonderaar van Tony Blair te zijn en toen hij enkele jaren terug aandelen van United kon kopen, weigerde hij dit omdat de gewone werknemers van de club die kans niet kregen; Toen mediatycoon Rupert Murdoch een tijdje terug Manchester United wilde opkopen, hulde hij zich in een veelbetekenend stilzwijgen.

Bij onderhandelingen haalt hij voor zichzelf wel het onderste uit de kan. Hij tekende recent een nieuw contract, waarmee hij de bestbetaalde trainer ter wereld wordt. De komende vier jaar strijkt hij per seizoen 180 miljoen frank op. ‘Een werkgever betaalt nooit meer dan waar je recht op hebt’, zegt hij. ‘In mijn vak mag je echter nooit vergeten dat je loon van de supporters komt. Het minste wat ik van mijn spelers verwacht, is dat ze de man in de straat entertainment van het hoogste niveau bieden.’

 

Maan

 

‘Natuurlijk moet Man United elke match winnen, maar bovenal moet dit gebeuren met stijl. Wij komen iedere wedstrijd op het veld met twee bedoelingen: winnen en goed voetballen. United moet altijd beter zijn dan de tegenstander. Daar heb ik winnaars voor nodig. Sommige mensen willen hun vakantie doorbrengen in Blackpool ( een grijze badplaats in de buurt van Manchester, nvdr), anderen willen naar de maan. Ik heb voetballers nodig die naar de maan willen.’

Zijn stoutmoedigste beslissing dateert van 1995. Toen hij internationals als André Kanchelskis, Paul Ince en Mark Hughes verkocht en verving door piepjonge spelers als Nicky Butt, Paul Scholes, David Beckham, Ryan Giggs en de broers Phil en Gary Neville. Fergie’s Fledglings ( jonge vogels) werden ze gedoopt, naar analogie met de Busby Babes.

‘Er komt a         ltijd een moment waarop de grote namen geen grote spelers meer zijn. Wat in 1993 gebeurde, was veel belangrijker dan 1995. Mijn verblijf op Old Trafford bestaat uit twee periodes: voor en na 1993. In dat jaar werden we na 26 jaar wachten eindelijk weer kampioen. Die eerste titel gaf me krediet en controle. Controle over mijn eigen lot en toekomst. Voor een trainer is controle alles. Die kun je slechts afdwingen als je tijd krijgt en tijd krijg je alleen door successen te boeken.’

‘Voor 1993 stonden deze club en al zijn spelers stijf van de stress. De ene spits na de andere mislukte. Na die eerste titel viel die druk weg. Dat maakte het voor de jonge jongens zoveel gemakkelijker. Bovendien konden ze rekenen op twee kanjers van voetballers: Peter Schmeichel en Eric Cantona. Het team dat in 1996 de dubbel won, is wat mij betreft nog altijd mijn beste ploeg ooit. ( lacht) Maar misschien moet ik woensdagavond mijn mening herzien.’

 

Oud genoeg

 

‘We zijn de voorbije jaren ieder seizoen sterker geworden. Dat is vooral in de Europese confrontaties te merken. Mijn jonge spelers zijn helemaal opengebloeid. Ik heb nooit aan ze getwijfeld. Als je goed genoeg bent, ben je oud genoeg. Plots werden ze allemaal samen in het bad gegooid. Daar hebben ze heel wat van geleerd. Ze vormen op de koop toe een onwaarschijnlijk hechte groep. Ze zijn hier sinds hun dertiende, groeiden samen op en kregen dezelfde waarden mee. Dit is een groep vrienden. Ze kennen geen jaloezie en moedigen elkaar in alle omstandigheden aan.’

‘Onze kern is met Dwight Yorke en Jaap Stam breder en sterker dan ooit. Uiteraard zijn het dure spelers, maar ze zijn hun geld ruim waard. Yorke was vanaf de eerste wedstrijd sensationeel. Hij doet wat Cantona deed: belangrijke goals maken. Yorkie geniet van elke minuut. Iedere ochtend komt hij lachend binnen. Het is een plezier om met zo’n jongen te werken. Stam moest zich even aanpassen, maar werd de rots in de branding.’

‘Ik ben enorm fier dat ik hier al dertien jaar ben. Ik realiseer me dat dit nu niet meer mogelijk zou zijn. Ik zou vooral nooit vier jaar ongestoord kunnen werken hebben zonder een trofee te winnen. De job is zoveel complexer geworden, de eisen liggen zoveel hoger. Steeds meer Engelse clubs splitsen de bevoegdheden op. De manager wordt een trainer naar Europees model. Ik vind dat een goede ontwikkeling, maar ben blij dat ik de touwtjes in handen kan houden.’

‘Hij stopt als hij de treble wint en hij stopt als hij het niet haalt. Ik heb het allemaal gelezen. Prestaties bepalen niet wanneer je ermee kapt. Leeftijd evenmin. Je moet ophouden als je energie vermindert, maar ik voel me nog even goed als acht jaar terug. Ik ben fit en gezond. Waarom zou ik opstappen? Ik moet minstens zestig zijn voor ik die stap overweeg. Welke ambities als we de treble zouden winnen? Alles overdoen en daarna nog een keer en nog een keer. Ik heb nog heel wat te doen, moet nog veel winnen.’

 

 

About Author

Leave A Reply