Stadio Olimpico Grande Torino

Modernistische tempel

Elke vrijdag brengt voetbalcommentator, wereldreiziger en groundhopper Stefan Van Loock op dewitteduivel.com het verhaal van een mythisch voetbalpaleis. Naar aanleiding van de derby Juventus-Torino, neemt hij u mee naar het Stadio Comunale, het oude stadion van Juventus en het huidige van Torino.

door Stefan Van Loock

Klik hieronder voor de PDF

Stadio Olimpico Grande Torino

Met het ‘Juventus Stadium’ is de 120 jaar ‘Oude Dame’ al aan haar zesde thuisbasis toe. De helft van haar tijd bracht ‘La Vecchia Signora’ door in het Stadio Comunale dat voor de Olympische winterspelen van 2006 werd omgebouwd tot Stadio Olimpico en momenteel de thuisbasis is van stadsrivaal Torino.

Gedurende zes decennia stond het Stadio Comunale synoniem voor Juventus. Het was een open ovaal met 70.000 plaatsen waarin de ‘Bianconeri’ vele mooie bladzijden uit hun rijke geschiedenis schreven. Met sterren als Boniperti en Parola, Charles en Sivori, Bettega, Causio en Platini, behaalde Juventus in het Stadio Comunale vijftien landstitels en diverse nationale en Europese bekers. Aantrekkelijk was het stadion allerminst. Met uitzonering van de plaatsing van acht verlichtingspylonen in 1961, werd de betonnen kuip helemaal aan zijn lot overgelaten.

Stadio Mussolini

Juventus, opgericht in 1897, speelde zijn eerste wedstrijden aan de ‘Velodromo Umberto I’ en verhuisde in 1920 naar een eigen stadion aan de Corso Marsiglia in het Noorden van de stad. Na drie opeenvolgende landstitels (1931-1933) besliste het Turijns stadsbestuur om zelf een stadion voor zijn kampioenen te bouwen: het Stadio Comunale.

Het werd een arena zoals er onder het regime van Benito Mussolini en in de aanloop naar het WK van 1934 in Italië dertien in een dozijn werden gebouwd en die ook allemaal naar ‘Il Duce’ werden genoemd.

Het stadion in Turijn werd in een recordtijd van 188 dagen opgetrokken en telde drie ringen uit gewapend beton en een parterre ter hoogte van de onvermijdelijke atletiekpiste. Enkel de banaanvormige hoofdtribune werd overdekt.

De glas in lood ramen gaven het stadion een erg modernistische aanblik. De afgezonderde betonnen paal aan de noordoostelijke zijde van het stadion met daarop in vette letters het opschrift ‘Stadio Mussolini’ vervolledigde het fascistische beeld.

De Italiaanse studentenspelen waren op 14 mei 1933 de hoofdattractie bij de officiële inhuldiging van het stadion. Kort daarna nam Juventus er zijn intrek en op 11 februari 1934 waren 54.000 toeschouwers getuige van de eerste interland, Italië-Oostenrijk (2-4). Tijdens de zomer van dat jaar werden er twee groepswedstrijden van het WK gespeeld die echter veel minder toeschouwers lokten. Slechts 15.000 voor de groepswedstrijd tussen Oostenrijk en Frankrijk (3-2) en 18.000 voor Tsjecho-Slowakije – Zwitserland (3-2) in de kwartfinale.

Op nationaal vlak bleef Juventus de titels aan elkaar rijgen. Vijf op een rij van 1931 tot en met 1935. Daarna moest het stadsgenoot AC Torino een tijdlang naast zich dulden. Maar vanaf 1950 vond Juventus zijn vroegere trots terug met een gemiddelde van drie titels per decennium.

Alpenstadion

Ondanks die successen verzuimden de plaatselijke autoriteiten om verder in het stadion te investeren. Het gevolg was dat net als in tal van andere Italiaanse voetbalarena’s , ook hier het natuurlijke verval intrad.

Naar aanleiding van de Mondiale 1990 kregen de stad en de club met het Stadio delle Alpi een fonkelnieuwe maar om diverse redenen fel gecontesteerde arena.

Het Stadio Comunale werd prompt tot trainingscentrum gedegradeerd.

Paradepaardje van het immense stadion was de aluminium dakconstructie die met 56 stalen kabels overeind werd gehouden. Delle Alpi was het eerste stadion dat met privégeld werd gebouwd. De kosten swingden echter danig de pan uit met als gevolg dat Juventus voor enkele thuiswedstrijden naar naburige steden uitweek. Toen de club het stadion in 2003 overnam, rezen meteen plannen om het te verbouwen. De atletiekpiste zou verdwijnen en de capaciteit zou worden teruggebracht van 69.000 naar 35.000 plaatsen. Maar de betrokkenheid van de club in het Moggiopoli schandaal met voorzitter Luciano Moggi als spilfiguur in een carrousel van wedstrijdvervalsing, doorkruiste de plannen. Juventus moest zijn titels van 2005 en 2006 inleveren en werd teruggezet naar de Serie B. Voor het eerst in de geschiedenis speelde Juventus niet op het hoogste niveau. De plannen voor de ombouw van Delle Alpi, verdwenen in de prullenmand en Juventus nam opnieuw zijn intrek in het tot Olympisch stadion omgebouwde Stadio Comunale dat 27.000 overdekte plaatsen telde. Ruim voldoende zo bleek. Naar de wedstrijden in de Serie B kwamen gemiddeld 15.000 toeschouwers kijken en toen Juventus een jaar later opnieuw een eersteklasser was, raakte zelfs de derby tegen Torino niet uitverkocht.

Juventus Stadium

Het herstel had tijd nodig. Maar het vooruitzicht van een nieuw eigen stadion zorgde voor een ommekeer. Op 11 september 2011 speelde Juventus tegen Parma zijn gloednieuwe ‘Juventus Stadium’ in. De plannen die met het Delle Alpi stadion niet konden gerealiseerd worden, werden uitgewerkt in dit nieuwe project. Geen atletiekpiste meer, de toeschouwers dicht op het veld en een capaciteit van 41.000 plaatsen. Het beeld van een leeg Delle Alpi werd ingeruild voor één van volle tribunes in het Juventus Stadium. Van de club die niet alleen de meeste titels (31) verzamelde maar in eigen land ook nog het grootste aantal fans telt, is dit het minste wat je mag verwachten. En dat la Vecchia Signora er zich thuis voelt, bewijzen de prestaties met tot dusver vijf titels op rij een zesde binnen handbereik.

Technische fiche

Naam: Stadio Comunale (sinds 2006 Stadio Olimpico)

Club: AC Torino, ( Juventus tot 1990 en van 2006 tot 2011)

Bouwjaar: 1930

Maximumcapaciteit: 75.000 plaatsen

Huidige capaciteit: 27.800 plaatsen

Toeschouwersrecord: 75.000 toeschouwers voor de finale van de Uefacup (heen) op 4 mei 1977 , Juventus-Athletic Bilbao (1-0)

Europese finales in het Stadio Comunale

Woensdag 4 mei 1977 (Finale Uefacup, heenwedstrijd)

Juventus – Athletic Bilbao : 1-0

Doelpunt 15’ Tardelli 1-0

Toeschouwers: 75.000

Scheidsrechter: Charles Corver (Nederland)

(Juventus verloor de terugwedstrijd in Bilbao met 2-1 maar won de Uefacup op basis van het doelpunt buitenshuis).

Woensdag 2 mei 1990 (finale Uefacup, heenwedstrijd)

Juventus – Fiorentina : 3-1

Doelpunten: 3’ Galia 1-0, 10’ Buso 1-1, 59’ Casiraghi 2-1, 73’ de Agostini 3-1

Toeschouwers: 45.000

Scheidsrechter: Emilio Soriano Aladrén (Spanje)

Woensdag 16 januari 1985 (UEFA Supercup)

Juventus – Liverpool : 2-0

Doelpunten: 39’ Boniek 1-0, 79’ Boniek 2-0

Toeschouwers: 55.384

Scheidsrechter: Dieter Pauly (West Duitsland).

About Author

Leave A Reply