Uit & Thuis – RW en FC 7 mei 2017

Klik hieronder voor de PDF

Uit en thuis RW 8

Nijlen, 7 mei 2017

12 uur,

Beste François,

Na mijn hyperventilerend gezeur van vorige week, wil ik graag vandaag uit een ander vaatje tappen en een hoopvolle boodschap uitdragen. Ik voer mensen op uit alle delen van de wereld: Jamaica, Canada, Ghana, Iran en Mali. Met verschillende levensbeschouwingen bovendien: rastafari, christen, moslim, zoroastrist, athëist. Vrije geesten die een gemeenschappelijk humanisme belijden op het snijpunt van voetbal, mensenrechten en cultuur (mode, film, muziek). En van dat soort mensen én samenleving hou ik François. Hopelijk denken de meeste Fransen er vandaag ook zo over. Maar laten we dus over de actualiteit schrijven, met de ongrijpbare bal als middelpunt én bindmiddel.

1
Noteer alvast 15 mei in je agenda, François. Daarom wil ik je graag introduceren bij Darya Safai. Darya bezit moed. Dat is het minste wat we van haar kunnen zeggen. En ze heeft recht van spreken. Ze leerde de binnenkant van Khomeini’s gevangenissen kennen in haar land van oorsprong Iran nadat ze als studente demonstreerde tegen de dictatuur van het islamisme en voor vrouwenrechten. We schrijven 1999. Darya en haar man Saeed, die actief was bij de democratische oppositie, sloegen nadien op de vlucht en emigreerden naar België. Ze studeerden aan de VUB voor tandheelkunde en ze openden samen een tandartsenpraktijk in Wemmel en in Borgerhout. Intussen bleef ze zich inzetten, zowel voor vluchtelingen in België zoals zij er ooit zelf één was, als voor de – onbestaande – rechten van de vrouw in Iran. Ze ijvert daarvoor via de sport. Darya is voetbalgek en heeft het nummer 26753 van de 1895 Belgium Fanclub. Met een beetje geluk zie je haar bij thuiswedstrijden van de Rode Duivels als ze met haar vriendinnen, getooid in geelroodzwarte sjaals en met Duivelse horentjes op het hoofd, haar spandoek ontrolt:
Let Iranian women enter their stadiums.

Ik nodigde haar uit tot het schrijven van haar levensverhaal in het boek ‘Lopen tegen de wind’. Ik haal er graag een citaat uit ‘België kan zich geen betere ambassadeurs wensen dan de Rode Duivels, met hun multiculturele achtergrond en creatieve, aantrekkelijke speelstijl.’ Dat was in 2015.

Van dan af ging het snel voor haar. Ze werd in 2016 door de Verenigde Naties erkend als één van de meest gezaghebbende vrouwenrechtenstemmen.

Ze geniet intussen mondiale bekendheid omdat ze op de Olympische Spelen van Rio 2016 protesteerde met haar spandoek tijdens een volleybalwedstrijd van Iran. Ze barstte in tranen uit toen een paar ‘veiligheidsgorilla’s’ haar wilden verwijderen. Het werd een iconische foto, die de wereld rondging. De foto van het verzet tegen conservatieve geestelijken die op gewelddadige wijze de vrouwelijke burgers van hun land verhinderen om deel te nemen aan, of zelfs maar te kijken naar, godbetert sportwedstrijden.

Onlangs voerde ze actie in Parijs tegen wat ze ‘seksuele apartheid’ noemt. Om het IOC onder druk te zetten zodat het Saudi-Arabië en Iran zou verplichten het stadionverbod voor vrouwen op te heffen. Op maandag 15 mei wordt ze uitgenodigd om het probleem aan te kaarten. Ze legt de eis op tafel om het olympisch charter te doen respecteren. Toch te gek voor woorden, François? Zowel het IOC als de FIFA verbieden in hun statuten ‘discriminatie op basis van geslacht of gender’? Wat mij betreft nemen landen in de toekomst nog enkel deel aan internationale sportmanifestaties als ze zowel een mannen- als een vrouwenploeg afvaardigen en als iedereen door elkaar – dus jongens en meisjes voor de goede orde, waar zijn we mee bezig zeg – in het stadion mogen plaatsnemen. Omdat we in 2017 leven.

Mijn oproep aan de Belgische politiek: steun de actie van Darya Safai op 15 mei in Parijs. Na de Saudislapstick met Didier Reynders lijkt me dit niet te veel gevraagd. Bovendien zou het België een fris en lekker rebellerend imago geven op het wereldtoneel. Ik lanceer het hier alvast vanuit mijn brief aan jou, François, op www.dewitteduivel.com, met de woorden van Bob Marley van wie we de dood herdenken op 11 mei: Get up, stand up, Darya. No woman, no cry!

2

Ik hield wel van Bob Marley, François. Die leefde van 6 februari 1945 tot 11 mei 1981.

There’s one good thing about music, when it hits you feel no pain.

Onsterfelijke versregel uit Trenchtown Rock en de openingszin van zijn legendarische ‘Live at the Lyceum-elpee’ uit 1975.

Het concert in Londen – met de onafscheidelijke Wailers – gaf mij een schok. Winter 1975, op mijn vijftiende liet ik de teenybopperbands genre Slade en Sweet achter mij. Verder dan wat gefrustreerd headbangen op fuiven tijdens muziek van hardrockgroepen als Deep Purple en Uriah Heep kwam ik ook niet. Ik zocht het zelfs – jeugdzonde – even in de jonge Freddy Mercury van Queen en bij – nog steeds fantastisch tof – Status Quo. Live at the Lyceum van Bob Marley and The Wailers herschiep mijn universum, vooral dankzij het verbluffende No Woman, No Cry. Onbezoedelde melodielijn mét slordige reggaebeat, bekoorlijke vrouwenstemmen met het ‘gestamel in trance’ van Marley: ‘I remember, when we used to sit in a government yard in Trenchtown, oba-observing the hypocrites as they would mingle with the good people they meet’. Zachtaardige rebellie. De hele elpee valt nog steeds in één ruk te beluisteren, ze straalt Bob Marley uit. Toch bekeerde ik me niet tot de reggae, omdat Live at the Lyceum de genres overstijgt en een zeldzame universele klankkleur heeft, die gesmaakt wordt in alle delen van de wereld.

Bob Marley had nog een andere liefde: ‘Als ik niet musiceer, speel ik voetbal.’ Tijdens zijn toernees voetbalden hij en de Wailers op parkings, in concerthallen en op hotelkamers. Marley was een liefhebber en sympathiseerde met het Brazilië van Pelé op het WK 1970 – de mystieke Tostao droeg zijn voorkeur weg – en het Nederlandse Elftal van Cruijff op het WK 1974.

Hij nam zijn gitaar en zijn bal mee in het graf.

‘Me love it because you have to be skillful to play it’. Hij begreep de liaison tussen muziek en het voetbal als spel, de fantasie als weg naar de vrijheid: football is freedom. Ook deze simpele uitspraak weerstaat de tand des tijds.

Everything is gonna be allright now… (X4) Dat wens ik Darya Safai met haar campagne toe.

3

En we blijven in de sfeer. Ik breng Bob Marley en Darya Safai bij elkaar. ‘Football is freedom’ én strijd tegen het islamisme. Dit vindt men terug in de prachtige film – magistraal in zijn eenvoud – Timbuktu (2014) van de vrijzinnige cinéast Abderrahmane Sissako. Vorige week zond Canvas hem uit maar ik had hem al veel eerder gezien. De film behandelt de jihadistische verovering van Tombouctou, la mystérieuse, de magische plaats van, ook muzikale, Malinese legendes precies vijf jaar geleden. Sissako toont hoe religieuze kalashnikovfanaten de tradities van de plaatselijke tolerante islambeleving aanvallen en tegelijk een heidens beeld van de ‘godin van de vruchtbaarheid’ vernietigen. De bekroonde regisseur laat een vrouw scherp en mét spot ageren tegen de verplichte hoofddoek en toont hoe ‘muziek’ verdacht wordt gemaakt. Terwijl Mali net hét land van de muziek is. Moussa Dembélé, van wie de vader daar geboren is, vertelde me hoe hij zich voor een wedstrijd terugtrekt met ‘kora’ in zijn hoofd: eeuwenoud West-Afrikaanse harpgetokkel. Met Salif Keita, ‘The Golden Voice of Africa’, als meester van de kunst. In de Engelse krant The Guardian las ik een quote: ‘Music is more entwined with the life of the nation in Mali than perhaps any other place in the world.’ De blues in zijn vroegste vorm zag er het licht, en kwam er via Malinese slaven die de dodenschepen overleefden tot in de Verenigde Staten.

En deze muziek wilden dus die jihadistische eikels vernietigen, François. En ze spaarden evenmin het voetbal: le football, c’est interdit. Magistraal is ook de satirische scène waarin jongeren voetballen zonder bal. En de kleinste van de bende, met een shirtje van Messi, zich doorheen de verdediging dribbelt en de ingebeelde vlijmscherpe tackle ontwijkt en scoort. De initiatiefnemer wordt voor de shariarechtbank gedaagd en bestraft met twintig zweepslagen. Ik roep dit beeld bij deze uit tot het meest creatieve moment – de lof der zotheid– uit de voetbalgeschiedenis. En ik plaats hier de link om het te bekijken.

KLIK HIER VOOR TIMBUKTUFRAGMENT

Ik stel via deze weg de door mij zeer gewaardeerde Montasser Alde’emeh, die zich als wetenschapper buigt over de radicalisering van jonge moslims, de vraag: zou het bekijken van de film Timbuktu geen verplicht lesuur-met-bespreking waard zijn? En gelooft hij dat ‘voetbal’ een antwoord kan zijn op ‘radicalisering’?

Zoals de voorbije twee decennia het sterke opvoedkundige model ‘football against racism’ in Engeland en Duitsland met succes werd toegepast om de invloed van neonazi’s terug te dringen

4

Dat idee hebben ze in Italië nog niet begrepen. Zo bleek deze week toen Sulley Muntari van Pescara racistische hoon over zich heen kreeg van de fans van Cagliari. Hij is niet de eerste de beste, François: 84 interlands met Ghana, scoorde het doelpunt in de kwartfinale van het WK 2010 tegen Uruguay. In dat jaar was hij basisspeler bij Internazionale en won zowel Scudetto, Coppa Italia als Champions League. Muntari staat overigens bekend als een ‘moderne moslim’ en is gehuwd met Menaye Donkor, een christelijke modezakenvrouw – van de natuurlijke huidproductenbrand She-Y – met Canadese roots. Zij runt The Menaye Donkor Foundation waarmee ze in Ghana een school heeft geopend voor kinderen die aan HIV/AIDS lijden. Haar man is haar eerste steunpilaar ter zake. Zijn visie staat haaks op die van het ‘islamisme’ zoals hierboven beschreven. Hij verbindt zijn geloof met het voetbal. En dus met strijd tegen racisme. Hij verliet boos het veld. Kolder van de bovenste plank: de Italiaanse voetbalbond schorste hem voor één wedstrijd, al herriepen de bobo’s gisteren hun blunder.

Desondanks zou ik zeggen: ‘We are all Muntari now.’ Ik zou zelfs meer zeggen, François: ‘We are all Muntari now!

Benieuwd naar je reactie,

Raf

About Author

1 reactie

  1. senne_willems@live.nl on

    Waw , nog nooit kreeg in een artikel over voetbal zoveel zaken die mij boeien over anti racistisch, humanistisch,… engagement te lezen – sedert ‘ Bloed aan de Paal’ van Nederlands Hoop Freek en Bram- te lezen zoals nu over Bob Marley, Mutari en of all means Mali, land waarmee ik zowel ginder als hier ( de Antwerpse diaspora waaronder Moussa Dembélé) zozeer verwant ben geraakt en waarvan ik muziek en andere cultuuruitingen zozeer apprecieer). Inderdaad, Timbuktu is een fantastische film die in een nutshell en op hoog artistieke wijze ( de muziek- met Fatoumata Diawarra-, de beelden, de originele vondst van footie zonder bal, enz … de zenuw van het IS salafisme blootlegt. En over de brede kijk op voetbal die Raf naar boven brengt zou ik graag één aspect toevoegen dat ik in NZ heb ontdekt: het zomerse ‘ family soccer’ waarbij generaties en sexen gemengd genieten van het spelletje. Vader en moeders samen met dochters en zonen….. en hier en daar ook een krasse opa- en oma knar ( ik ben ervaringsdeskundige) . Met dit laatste bedoel ik enkel mezelf. Alex De Boeck.

Leave A Reply