Uit & Thuis – RW en FC 21 mei 2017

Klik hieronder voor de PDF

Uit en Thuis RW 10

Nijlen, 21 mei 2017

21 uur,

Beste François,

1

Je uitsmijter is een goeie, vind ik. Even citeren: ‘Thibaut is een keeper en pakt alles op en naast het veld, ben je geneigd om te denken. Jij was ook een keeper, Raf. Zitten jullie zo in elkaar? Ik kijk reikhalzend uit naar je antwoord, François.’ Haha, het ging hier over de ontrouw van Thibaut Courtois en kijk eens aan, François: meteen kreeg ons onvolprezen onlineplatform www.dewitteduivel.com een quote op een druk bezochte voetbalwebsite. Niet met verwijzing naar onze ‘intellectuele’ briefwisseling, maar wel met een vette knipoog naar je suggestie over onze ’zondigende’ nationale ballenpakker-billenknijper. Inderdaad, vriend François, ik was ook ooit keeper. Meer bepaald van 1971 tot 2005: 34 lange seizoenen, enkele blessurejaren niet meegerekend. Gemiddelde van twintig partijen per jaar: ik belandde in de befaamde club van 600. Zeshonderd-en-zoveel keer tussen de palen gestaan, netjes verdeeld over het veld en de zaal. Nooit het Kempense cafévoetbal ontgroeid. Het liep fataal af: ik was de 45 al voorbij toen ik in september 2005 door een ‘vetzak’ van de tegenpartij opzettelijk van het veld werd getrapt. Althans in mijn emotionele beleving. Een afstandelijke beschouwing leert mij dat ik te laat kwam wegens door mij genegeerde ouderdomsverschijnselen. Ik hield er wel een zwaar toegetakelde enkel aan over en van keepen was van de ene dag op de andere geen sprake meer. In diezelfde periode werkte ik als redacteur voor een uitgeverij die ook de blik op Nederland zette. Ik was er toen in geslaagd om het vertrouwen te winnen van Salo Muller. Salo was van 1960 tot 1972 de fysiotherapeut bij het Ajax van Johan Cruijff. Hij stopte op zijn hoogtepunt nadat Ajax twee Europacups voor Landskampioenen op het palmares had geschreven. Salo was een kind van joodse ouders maar koos voor de vrijzinnige variant. Ik begeleidde zijn levensverhaal in boekvorm. Met de aangrijpende titel: ‘Tot vanavond en lief zijn hoor.’ Dat waren de laatste woorden van zijn moeder die het kind Salo tijdens de Tweede Wereldoorlog te horen had gekregen toen ze hem aan de schoolpoort afzette. Die avond keerde ze niet meer terug. Ze keerde nooit meer terug. Het verhaal is bekend: Gestapo-Auschwitz-Holocaust. Zij en haar man overleefden de hel niet. Salo gaf zestig jaar na de tragedie zijn onmetelijke verdriet een plaats in ‘Tot vanavond en lief zijn hoor’. Ik vertelde hem over mijn ‘knoeselkwestie’ en hij behandelde één keer in zijn Amsterdamse praktijk mijn geblesseerde enkel met zijn magische handen. Zodat ik mag zeggen dat de man die elke dag Johan Cruijff masseerde dat dus ook eens bij mij deed, tot mijn groot genoegen want de weerbarstige enkel voelde meteen veel beter aan.

Driewijzengewijs: is dit waar of niet waar? *

Salo is intussen de tachtig jaar gepasseerd. Hij zat op de bank tijdens de Europese finales van Ajax in 1969, 1971 en 1972. Hij bleef zijn hele leven een ‘oer-Ajacied’. Zou hij in de dartelheid van het huidige Ajax, dat donderdag de Euroleaguefinale speelt tegen Manchester United, iets herkennen dat de herinnering aan Cruijff & co aanwakkert? Ik mag het hopen voor hem en voor de liefhebbers van ‘Ajax, de kunst van het voetballen’.

2

Maar dit gaf natuurlijk geen antwoord op jouw uitdagende vraag, François: ‘Zitten jullie keepers zo in elkaar?’ Mag ik bij deze een beroep doen op de visie van…Albert Camus? De keepende filosoof én filosoferende keeper.

Albert Camus (1913-1960) zocht argumenten voor de zinloosheid van het bestaan. Heeft het leven écht een betekenis? Hij geloofde in de absurde held: de individualist die als rebel, artiest of minnaar het goddelijk gezag aantast. Ook al begint de ellende steeds opnieuw. En daarin herkende hij ook…de keeper.

Camus verpoosde tijdens zijn studies aan de universiteit als doelman in de ploeg van zijn cafévrienden, tot hij werd getroffen door een aanval van tuberculose. Hij verkoos op latere leeftijd het bijwonen van een voetbalwedstrijd boven een literaire lezing. Hij ontdekte tijdens de beoefening van het ambacht ook daar tot zijn vertwijfeling een wijsgerige synthese als wetmatigheid: ‘De bal gaat steeds een andere kant uit dan je wenst.’ En dus besloot hij begripsvol en bedachtzaam: ‘Schuif de schuld nooit op de doelman.’

Keepers in de wereldliteratuur? Men voert ze op als twijfelaars, als atletische narcisten. Worstelend met de demonen in het hoofd en met de neiging tot zelfvernietiging. Camus nam, vanuit de eigen ervaring, de toenmalige man in het zwart in bescherming. Zelfs op zijn hoogtepunt, als winnaar van de Nobelprijs Literatuur in 1957, sprak hij op een Parijse tribune tegen een Engelse reporter over zijn flaterende favoriet op het veld: ‘Men realiseert zich pas hoe moeilijk het is, als men er zelf heeft gestaan. Alone, in the middle of the wood. ‘ Een letterlijke vertaling van het Franse ‘au milieu des bois.’ Bedoeld wordt: men staat er alleen voor, in isolement.

De persoon-tussen-de-palen komt pas in het reine met zijn psyche als hij het conflict heeft gewonnen. Het gevecht met de elementen: wind, regen, zon maar ook coach, medespelers, publiek. Als hij ‘de zestien’ symbolisch heeft veroverd. De keepende wijsgeer kende het gevoel maar geloofde niet in de goede afloop. Want: ‘de bal gaat steeds de andere kant uit dan je wenst.’ Zo zag één van de interessantste filosofen van de twintigste eeuw de ‘tragikomische figuur van de doelman’, François. Volstaat dit als repliek?

Albert Camus overleed op 4 januari 1960, net geen jaar eerder kwam Michel Preud’homme (24 januari 1959) ter wereld.

3

Bruggetje naar Raymond. Niet Goethals maar van het Groenewoud. Ik geef even een anekdote mee over mijn eerste en mijn laatste ontmoeting met hem, François. We schrijven de hete zomer van 1976. Hij trad met zijn begeleidingsband – toen nog – The Millionaires op in het godvergeten gat Wolfstee. Een festivalletje op een oude industriesite in de buurt van Herentals. Eerst had de zanger van ‘Kazzen & Ko’ figuurlijk en letterlijk de/zijn lul staan uithangen om indruk te maken op de kirrende Kempense pubermeisjes. Daarna zette Raymond de ‘weide’ – nou ja, tussen de brokstukken van steen en glas groeide hier en daar een grasspriet – aan het ‘wiegen’. Het was mijn eerste ‘popcultuurervaring’ en ik brulde – met een – weliswaar slechts half want ik kon niet tegen de drank – glas te veel op samen met honderden in ‘Rory Gallagher-geruite-hemden-met bakkebaarden-en-lang-haar-jongeren’ het refrein mee van het heerlijk rockende ‘Maria’. Dat ging als volgt: ‘Maria, Maria, ik hou van jou, voor jou sta ik uren in de kou!’. Vermenigvuldig met een keer of zes. Als ‘ontgroening’ kon dat tellen.

Meer dan 25 jaar later had ik de eer om voor De Standaard een dubbelinterview af te nemen met filmregisseur/rockrecensent Marc Didden en…zanger/muzikant Raymond van het Groenewoud. Naar aanleiding van Anderlecht-Club Brugge. Paarswitte MD versus zijn blauwzwarte boezemvriend Raymond. Het gesprek vond plaats in het café van de Brusselse cultuurtempel De Munt. Didden – met de pen – en Van het Groenewoud – met de stem – brachten de Vlaamse jeugd in de jaren zeventig goede muzikale smaak bij. Het voetbalgesprek vat ik hier samen als volgt, François: Marc Didden viel voor Anderlecht vanwege de sixtiesgeneratie Paul Van Himst- Lorenzo Verbiest- Jan Mulder- Wilfried Puis-Pierre Hanon. Met andere woorden: voor de artistieke intelligentie van le football champagne (een ontwerp van de Franse coach Sinibaldi). En Raymond van het Groenewoud hield van Club dankzij de helden van de seventies en de eighties: Raoul Lambert – Ulrich Lefèvre – Jan Ceulemans – Jan Sörensen – Franky Van der Elst. Lees: voor de technische beleving van das Vollgasfussball (een ontwerp van de Oostenrijkse coach Happel). Zowel RSC Anderlecht als Club Brugge bereikten vanuit hun identiteit de Europese top. Dat is vanzelfsprekend vandaag niet meer haalbaar maar laten we toch deze gemeenschappelijke oproep afspreken, François: keer terug naar je wortels, Anderlecht én Club en wees opnieuw de lichtbaken voor het Belgische voetbal. Zodat we volgend seizoen toch iets hebben om naar uit te kijken: football champagne en Vollgasfussball, met name.

4

Nog snel even ingaan op je aversie voor het ‘Trumpisme’ en je adoratie voor de Amerikaanse onderzoeksjournalistiek. Laten we hopen dat de hedendaagse ‘Woodward & Bernstein’ hun werk doen en dat Trump sneller van de sokkel valt dan Nixon destijds. Ik vind overigens dat je te bescheiden bent over je eigen werk: je hebt gedurende vier decennia de kritische voetbaljournalistiek in de krant op het hoogste niveau beoefend. FC is een keurmerk van topkwaliteit geworden. Laat de jonge generatie alsnog in je voetsporen treden, zou ik haar aanraden bij deze.

Ik eindig toch met een tegenstrijdig gevoel. Tijdens dit schrijven kijk ik met een schuin oog naar het slot van de Spaanse competitie. Mijn Barçahart klopt wat sneller bij het zien van de prachtige wimpel ‘Per sempre, un dels nostres’ met afbeelding van Luis Enrique en de staande ovatie die de afscheidnemende coach van Camp Nou krijgt. Terwijl Barça toch met 0-1 in het krijt staat en Real Madrid een eerste landskampioenschap in vijf jaar voor het grijpen heeft.

Laten we echter één ding afspreken, François: drijf nooit meer de spot met keepers. Het is mijn zwakke plek.

Benieuwd naar je reactie,

Raf

  • Vraag: Heeft Salo Muller, de fysiotherapeut van Johan Cruijff, ooit mijn verdraaide enkel recht gemasseerd?

Antwoord: Het is waar.

About Author

Leave A Reply