Wat te onthouden van het weekeinde?

PLOEG VAN DE WEEK: Antwerp zorgde voor de stunt van de week, maar met dit soort voetbal kan Laszlo Bölöni mij niet paaien. Daarom kies ik voor zijn ex-club Standard, dat tegen Racing Genk de eerste topper ( of bijna-topper) van het seizoen won en plots terug lijkt.

SPELER VAN DE WEEK: Dennis, omdat hij de eerste nieuwkomer is die me al overtuigd heeft, en Club Brugge uit een penibele situatie haalde en op weg naar winst zette

BELGIE

Zondag thuis gebleven en tv gekeken om ’s avonds naar Van Morrison te kunnen gaan. Wat een wijze beslissing. De Noord-Ierse bard wordt eind deze maand 72, maar heeft nog meer energie en zeker klasse in huis dan de gemiddelde speler uit de Jupiler League.

De namiddag begon immers dramatisch, met een potje ouderwets catenaccio. Een promovendus moet wat extra krediet krijgen en het is knap dat Bölöni van een zootje ongeregeld een blok heeft gemaakt, maar voor hard werken en weinig voetballen krijg ik de handen niet op elkaar.

Van scheidsrechters verwacht je in het begin van het seizoen dat ze extra streng zijn, maar ref Visser liet zelfs een strafschopovertreding onbestraft. Het had AA Gent een punt kunnen opleveren, maar ook niet meer. Bolat moest geen enkele moeilijke redding verrichten. Hein Vanhaezebrouck was blij met een dode mus: zijn jongens hadden dit keer wel hun best gedaan. De normen veranderen soms heel snel. Kijven helpt echter blijkbaar niet meer in de Ghelamco Arena. Dus gooide de coach het over de positieve boeg.

Een goede start is goud waard in competitievoetbal. Niet zo in België, waar alles in de lente wordt beslist. Met 0 op 6 moet AA Gent echter al twee keer winnen in de onderlinge confrontaties met Club Brugge, Zulte Waregem en Charleroi om langszij te komen. Zes punten is dus een echt gat.

Wat mij nog eens bij onze competitieformat brengt. Zelden zo veel reacties gehad als op deze tweet van donderdagavond: ‘Gelooft nog iemand dat de play-offs onze clubs Europees veel sterker maken?’ De overgrote meerderheid van de twitteraars was het daarmee eens, maar een paar vonden het scorebordjournalistiek na één Europese ronde.

Terwijl mijn tweet een reactie was op de horde scorebordjournalisten die de competitieformat als reden voor de Europese topprestaties van de jongste jaren uitriepen. ‘Wat kan het anders zijn?’, werd er op los geluld in Extra Time. Simpel: geld. Onze clubs waren nooit zo rijk: dank zij het verdubbelde tv-contract, de fiscale voordelen van de overheid, de komst van miljonairs als Duchâtelet en Coucke en vooral de bijzonder lucratieve uitgaande transfers van de jongste jaren.

Ik heb vorig seizoen al eens uitgelegd dat je even goed het verhoogd dreigingsniveau kunt aanhalen als reden voor de Europese successen. Dat loopt ook parallel.

De play-offs kunnen er gewoonweg niets mee te maken hebben. De bulk van de Europese matchen wordt gespeeld tijdens de reguliere competitie, waarvan iedereen beaamt dat ze – door de play-offs – aan intensiteit verloor. Dat laatst kan een reden zijn, omdat je spelers makkelijker kan laten rusten. Maar dan zou een competitie met meer ( en dus zwakkere) teams nog beter zijn.

Zowel Club Brugge als Anderlecht hebben al aangeklaagd dat de play-offs zelf een handicap in Europa zijn, omdat de topmatchen elkaar dan in maart, april en mei aan een moordend tempo opvolgen. Deze zomer bleek dat het hele systeem ook een probleem kan geven om in de Europese poules te geraken.

Iedereen weet dat het zwaartepunt van onze competitie in het voorjaar ligt en het is onmogelijk om van eind juli tot eind mei top te zijn. Dus wordt – bewust of onbewust – minder hard getraind in de zomer. Pieken hoeft nog niet. Bovendien lijkt het alsof niet alleen de trainers maar ook de sportieve verantwoordelijken in deze richting denken. Ze nemen tot eind augustus de tijd om een definitieve kern samen te stellen. Met de gevolgen die we in Istanbul en tegen Altach ( een dorp met niet eens 7.000 inwoners, dat is de helft van Haacht, sorry Stefan) gezien hebben.

Gelukkig is er nog de competitie, want anders zouden we dit seizoen snel uitgepraat zijn. Hoewel speeldag twee ook niet meteen aanzette tot ongebreidelde vrolijkheid. De topaffiche begon nochtans aardig, Anderlecht en KV Oostende leken er zin in te hebben. Helaas, meer dan een kwartiertje duurde het feestje niet. Het werd een lange zit en de thuisploeg was zo gelukkig als enige te scoren.

Anderlecht sloot vorig seizoen de reguliere competitie aan kop af dank zij Teodorczyk, wat met de huidige versie nooit zou gelukt zijn. KVO werd, net als tegen Marseille, weer te karig beloond en staat naast AA Gent met nul punten. Een getal dat Marc Coucke al lang niet meer kent.

Club Brugge heeft het maximum, maar oogde defensief zelfs tegen Eupen weer kwetsbaar. En voor de vlotte zege op Daknam kunnen we niet naast de vaststelling dat Lokeren heel slap is begonnen. Roger Lambrecht kan best wat extra slaappillen inslaan.

De aangename verrassingen van de twee openingsrondes zijn Zulte Waregem, daat ook zonder Leye en Meïté perfecte cijfers kan voorleggen, Waasland-Beveren, dat onder Philippe Clement fris van de lever voetbalt, en Standard, dat weer tot leven lijkt te komen.

EUROPA

Het was Supercup-weekeinde in Europa. Arsenal klopte Chelsea met strafschoppen en Bayern München was beter dan Borussia Dortmund van op elf meter.

Benfica haalde het in Portugal, Feyenoord in Nederland en Konyaspor in Turkije.

De Nederlandse vrouwen wonnen – 29 jaar na de mannen – het EK. Meer dan 5 miljoen noorderburen zaten voor de buis.

Voor meer over het EK vrouwen en de transfer van Neymar verwijs ik u naar mijn column woensdag in Sport.Voetbalmagazine.

About Author

Leave A Reply