DE STORY VAN BAYERN MUNCHEN 1900-2006: VAN BENSEMANN TOT BECKENBAUER – RAF WILLEMS

 Naar aanleiding van de uitwedstrijd van Anderlecht bij Bayern München op 12 september brengen we in onze Champions Leaguerubriek vijf vertellingen over de Duitse Rekordmeister: wandelingetjes door de geschiedenis als het ware.

 

Deel 1: De geboorteplaats van Bayern: Schwabing, oord van bohémiens en kunstenaars

München is de metropool van het contrast en Bayern vormt het alfa en omega van voetballend Duitsland. Doorheen het web van de geschiedenis weven zich ingenieuze draden.

Op 9 september 1945 kwam Franz Beckenbauer in de Münchense buitenwijk Giesing ter wereld. De stad kreunde onder het onverwerkte oorlogsverdriet. Het voetbalstadion lag in puin en Bayern haspelde noodgedwongen zijn thuismatchen af in…Giesing. Precies in dezelfde week vaardigden de Verenigde Staten een verbod uit op ‘nazistische sportpropaganda’. Ze openden de deur voor de terugkeer vanuit Zwitserland van Kurt Landauer (1884-1961), Bayernpresident van 1922 tot 1932 en kind van een joods handelsgeslacht. Hij ontsnapte aan de Endlösung. Landauer liberaliseerde en bevrijdde Bayern tussen 1947 en 1951 van de obscurantistische dwangbuis van de NSDAP. De geest van zijn boezemvriend, én medestichter van de club, Walther Bensemann (1873-1934) waarde even over München maar bevruchtte Franz Beckenbauer niet. Van 1965 tot 2005 zwaaide hij de scepter over het blauwrode huis: als speler, trainer, president en invloedrijkste man achter de schermen. Pas in 2006, naar aanleiding van het wereldkampioenschap, ontdekte hij de verborgen geschiedenis van die Bayern. Hij hielp het erfgoed van Bensemann alsnog in ere herstellen.

Voetbal als broederschap der volkeren

Even voorstellen: Walther Bensemann. Der Mann, der den Fussball nach Deutschland brachte. In de gelijknamige biografische roman (2003) brengt geschiedschrijver Bernd-M.Beyer het leven van Bensemann in beeld. Hij vertelde mij tijdens een meeting op de Frankfurt Buchmesse hoe ‘Bensemann, als de zoon van een joodse bankier de artistieke, aanvallende zending van het Schotse passing game begon te promoten in het Duitsland van rond 1900.  Hij knoopte dat aan de boodschap van broederlijkheid der mensen. Hij betwistte vooroordelen over andere nationaliteiten en godsdiensten en hoopte op het voetbal als die Religion der Völker. Deze missie zou Bensemann zijn hele leven dienen.’

Zijn favoriete stijl ademde hij gulzig in bij zijn geestverwanten van het zogenaamde Donaufussball uit Boedapest (MTK) en Wenen (Austria), waar liberale joden een sierlijke flair doceerden en het passing game begiftigden met een scheut individualistisch intellect. Hij gaf het ontluikende Duitse voetbal een gezicht: dat van de dissidente tegenstroom, van de vrije meningsuiting en van de jeugdige spirit. Het charisma en de bonhommie van Bensemann smokkelden de nieuwe sportgeest binnen. Bij Bayern vond hij – via Kurt Landauer – één van zijn gretigste adepten.

Protesterende jeugd met strohoeden zag in voetbal nieuwe religie

Bij een bezoek aan München een jaar of vijftien geleden fietste ik langzaam de Olympusheuvel op.  In plaats van een wedstrijd trof ik een internationaal congres van Jehovah’s Getuigen. Ruim dertigduizend goedgelovigen zingen en bidden dweepzuchtig ter ere van hun almachtige Here. Voorgekauwde goddelijke antwoorden bekoren mij niet. Ze laten geen ruimte voor het individuele geweten. Dat veerde wèl levendig op in de wijk Schwabing, die de historische stadskern met het Olympisch Stadion – bouwjaar 1972 en tot in 2006 thuishaven van Bayern – verbindt, bij de overgang van de negentiende naar de twintigste eeuw.

Daar klopte sinds de achttiende eeuw het culturele én intellectuele hart van München. Schwabing grenst aan de befaamde Englischer Garten, vandaag nog steeds een vrijplaats waar overjarige hippies naakt in de beekjes baden. Hier ontmoette ik  de onafhankelijke voetbalhistoricus Dietrich Schulze-Marmeling. Hij ventte de invloed van vrijzinnige joden tijdens het Interbellum op het Duitse voetbal uit in zijn indrukwekkende naslagwerk Davidster und Lederball. Hij is tevens ongebonden geschiedschrijver van de club. Hij becommentarieerde hoe zijn geliefde Bayern in 1900 het levenslicht zag in deze inspirerende buurt, als onderdeel van een voetbalminnende ‘minderheidsrebellie’ in de turnbeweging en tot in 1932 baadde in een onbezonnen omgeving en als bohémien door het Duitse voetballandschap dwaalde.

Dietrich Schulze-Marmeling: ‘Op het einde van de negentiende eeuw botste protesterende jeugd met de behoudzucht van de leiders van de turnverenigingen. Deze pasten in het militaristische Pruisische plaatje: discipline, nationalisme en politiek conservatisme. Sinds 1860 bestond de Deutsche Turnerschaft als drager van de Duitse levensstijl in scholen en kazernes: strakke, altijd weerkerende, monotone oefeningen. De nieuwe uit Groot-Brittannië overgewaaide voetbalsport werd met argwaan bekeken en sterk bekritiseerd als vlegelachtig, onbeschoft en als de Engelse ziekte.’

De Zeitung der Turner wond er geen doekjes om: ‘fremde Leute haben Deutschland noch niemals glücklich gemacht.’ Elf ‘opstandelingen’ namen in 1897 tijdens een kortstondige ‘rebelse lente’ het heft in handen, mede onder stimulans van de jonge Walther Bensemann, die zijn corpulente torso onder de protestbeweging zette. Ze bluften de Männer Turn Vereins van München af met een voetbalafdeling, scheurden zich in 1900 af als FC Bayern en verkozen met Schwabing voor een symbolische eerste pleisterplaats. ‘Brits voetbal versus Duits turnen’ zo klonk de enthousiaste kreet.

Schulze-Marmeling koos voor een lucide beeldschepping van Schwabing op: ‘Kunstenaars, studenten, academici, dissidenten, schrijvers en kooplui uit alle delen van Europa troffen elkaar in een tolerante sfeer. Bertolt Brecht, Herman Hesse, Rainer Maria Rilke en Thomas Mann verbleven in het avant-gardistische kwartier. De invloed­rijke gravin Franzeska zu Reventlow predikte er de vrije liefde en vrouwenemancipatie. Seksschandalen en godsdienstverloochening verstoorden de rust. Tussen 1890 en 1914 bestond er een sterke oppositiebeweging tegen de oorlogsplannen van de Pruisische keizer. De schrijver Thomas Mann voerde Schwabing op als centrum van verdraagzaam humanisme, individualisme en gedachtevrijheid. Anderen omschreven het als asieloord voor outsiders.

De leden van de club waren voornamelijk studenten en beoefenaars van zelfstandige beroepen: apotheker, filmregisseur, operazanger, dokter en museumdirecteur. Bayern pompte zichzelf op als ‘vereniging met een elitaire levensfilosofie’. De spelers – uit alle windstreken van Duitsland, in tegenstelling tot de meeste andere teams – droegen uit Frankrijk geïmporteerde strohoeden en dassen en kleedden zich modieus. Bayern keerde zich af van het bloed- en bodemprovincialisme en droeg liberale en kosmopolitische waarden uit.

About Author

Leave A Reply