Balotelli in België (1)

 

Op donderdag 14 september 2017 opent Zulte Waregem de kwalificatiepoule van de Europa League tegen OGC Nice. Het fenomeen ‘Balotelli’ zal met alle belangstelling gaan lopen. Nochtans heeft zijn voetballeven vier jaar stilgestaan. In 2012 leek hij klaar voor zijn grote doorbraak: beslissende actie in het ‘last-second’-landskampioenschap van Manchester City en twee doelpunten in de zege van Italië tegen Duitsland in de halve finale van het EK. Vooral zijn pose na die goals werd een internationale gig: ‘de blote borst van Balotelli’ was geboren. Nadien ging het echt bergaf met hem. Hij raakte gedurende vier seizoenen op de dool bij FC Liverpool en AC Milan. Vorig jaar leek zijn loopbaan voorbij toen hij bij het ‘bescheiden’  OGC Nice tekende. Maar onder zijn impuls eindigde de Olympique Gymnaste Club van de Côte d’Azur onverwacht op de derde plaats. Een tweeluik over de betere jaren van een onnavolgbaar enigma.

 Zelden had een voetballer op die jonge leeftijd  een zo catastrofaal veelzijdig karakter. Een poging tot observatie en ontleding bracht ik ooit slechts tot een goed einde met de – telefonische – hulp van derden. Op zoek naar Balotelli met…de historicus van Manchester City; een satiricus; een journalistieke Italië-watcher; het diepgravendste voetbalmagazine van Europa; een professor mét inzicht in de psychiatrie van land en individu; een kindsoldaat-advocaat-ontwikkelingshelper.

Zijn blote kont tonen aan de Carabinieri

 Mario Balotelli is de man die met zijn fratsen de voetbalhumor heruit vond. Dat deed hij al in zijn puberteit, hoewel die nog niet helemaal schijnt uitgewoed. Het heerlijke Franse maandblad So Foot legde in april 2012 met een reportage van twaalf pagina’s zijn levenslijn bloot. In een reconstructie volgde het zijn spoor naar Brescia, de stad van componist Antonio Bazinna, een leerling van duivelsviolist Paganini, de virtuoos die ’s nachts op kerkhoven voor de doden speelde.  U proeft meteen de parallel. Dààr, tussen het Gardameer en de Pyreneeënvoet, arriveerde de peuter Mario Barwuah op tweejarige leeftijd in 1992, nadat zijn Ghanese ouders Thomas en Rose – overkomst via Sicilië, waar hij in Palermo werd geboren – hem ter adoptie hadden afgestaan aan het gezin Balotelli. De onverbloemde waarheid: ze konden de hospitaalrekening niet betalen voor hun zieke kind. Zijn eerste kleuterjuf verbaasde met haar uitspraak dat Mario zichzelf tekende met een roze huidskleur. Hij was de enige zwarte jongen tussen 250 leerlingen, de worsteling met zijn identiteit sleepte drie jaar aan. Elke dag polste hij bij de onderwijzeres: ze zullen me toch niet terugsturen naar Afrika? Het verhaal ging dat il negro in de sportzakken van andere spelers plaste. Of hij verstopte na een sessie de kledij van zijn ploegmaats, met uitzondering van hun slipje, lol op het niveau der onderbroeken. Tijdens een busrit met het jeugdteam toonde hij zijn bloot achterste aan carabinieri. Hij dacht onherkenbaar te zijn, even over het hoofd ziend dat hij de enige was met een donkere derrière. De administratieve -racistische – pesterijtjes tegen zijn elftal stapelden zich op. Tegelijk rebelleerde hij tegen zijn herkomst. Hij babbelde opzettelijk in het platste Bresciaans dialect. Hij was boos op zijn ouders en vroeg de stadionspeaker om hem niet als Barwuah af te roepen maar als Balotelli. Want papa en mama, dat waren toch echt het koppel Francesco en Silvia, die hem beschouwden als hun eigen zoon.

You’re Balotelli and you make me smile (Noël Gallagher)

Gary James is zowel beheerder van het museum van Manchester City als historicus van de lightblues. Hij duidt het belang van Balotelli voor het elftal dat in de laatste minuut van het seizoen 2011-2012 de titel alsnog op zak stak ten koste van aartsrivaal United.

“Soms held, soms schlemiel. Op speeldag 31 hield hij City in de race tegen Sunderland ,  een week later telde hij ons uit met een rode kaart bij Arsenal. City stond acht punten in het krijt. Hij kwam pas opnieuw in beeld vijftien minuten voor het einde tegen QPR: all we need to do was win. Of course, City being City, we lost 1-2 after 90 minutes. Iedereen zat in zak en as maar daar was hij. Met zijn slimme voorzet bood hij Agüero de 3-2 aan. He did! De beste Balotelli zagen we op Old Trafford: 1-6, een dag om nooit te vergeten. Die ochtend haalde hij de headlines na een vuurwerkgeintje in zijn badkamer. Hij ontwierp snel een T-shirt met de spreuk Why Always Me? Tijdens een interview op City TV gaf hij het aan Noel Gallagher, ex-Oasis-zanger. Die repliceerde met I love you because you’re Balotelli and you make me smile. Hij toonde met genoegen de tekst na zijn eerste doelpunt tegen United. Wie smeerde voorstopper Evans de rode kaart aan? Wie tikte de tweede treffer in? Wie zette Dzeko op weg naar 0-3? Telkens cruciaal. Zijn gave? Natuurlijke arrogantie. He needs to show hist best to go on to the edge. Lukt dat, dan is hij live on stage. Faalt het, dan doet hij domme dingen. De jonge fans van City smullen van zijn speciale stijl. He’s the real special one: de individualist die het geniale ontwerpt maar misschien zichzelf niet overleeft. City heeft nood aan die beste Balotelli. Ik herhaal: zonder Super Mario geen Agüeragoal in de laatste minuut van de laatste speeldag. En dus geen kampioenstitel in 2012.”

In Auschwitz op zoek naar de herinnering aan een joodse tante

Renate Verhoofstad verbleef van 2003 tot 2015 in Toscane. Ze volgde voor de Nederlandse media de Serie A en verzorgde als Italië-watcher een rubriek bij het Algemeen Dagblad. Ze ontwikkelde een columnistenrelatie met het subject: “Ik zou graag een dagje willen optrekken met Mario never a dull moment Balotelli. Ik hou van voetballers met een rafelrandje en sta in vuur en vlam voor krankzinnigheid en het duiveltje. Daarom heb ik een zwak voor hem. Op zijn zeventiende racistisch bejegend worden in alle stadions van het land: dan is het wellicht logisch dat hij briljante daden afwisselt met bizarre akkefietjes. Hij liet zich zien als een zelfverzekerde jongen zonder ontzag voor de hiërarchie. Vandaar zijn ruzie met Totti en zijn irritante gebaartjes naar xenofobe roepers. Men behandelde hem vreselijk maar meneertje ging verbaal verhaal halen. De verleiding is groot om hem collectief tot blaag uit te roepen maar ik vind hem een leuk ventje.” Ze ontdekte zijn andere kant tijdens het EK 2012, toen de Squadra een bezoek bracht aan Auschwitz: “Hij was er in gedachten bij zijn Italiaanse adoptiefmoeder Silvia. Zij probeerde hem lessen bij te brengen over respect voor alles wat leeft. Dan pakte ze de koffer onder haar bed er nog maar eens bij, vol met gecensureerde brieven uit Birkenau die haar joodse moeder moesten doen geloven dat haar ouders en zusje het helemaal niet zo slecht hadden in het concentratiekamp. Over de gaskamers werd met geen woord gerept. Mario zocht in Auschwitz naar de naam van zijn tante die er werd vermoord op negentienjarige leeftijd. Daar zag ik hoe dat leuk ventje veel meer was dan een onverschillige vlerk.”

 

 

 

About Author

Leave A Reply