Anderlecht & impressies bij vijftig jaar champagnevoetbal

 

René Weiler gooide deze week de handdoek in de ring. Onder druk van de fans, die een terugkeer eisten naar de aloude waarden van het huis: champagnevoetbal. Het bestuur van Anderlecht plooide voor de publieke opinie maar manager Herman Van Holsbeeck stelde zich openlijk de vraag of hij met die stijl nog resultaten kan behalen.

De artistieke school kent ups en downs maar Spanje, Barça, Duitsland, Bayern en Monaco toonden zich de voorbije jaren doeltreffende vertegenwoordigers. Mijn standpunt is klaar en helder: Royal Sporting Club Anderlecht hoort in haar statuten te schrijven dat elke trainer als verplichting heeft inspiratie te zoeken bij l’esprit du football champagne. Die geest van het champagnevoetbal viert overigens zijn vijftigste verjaardag in Brussel.

 

La maison des artistes et l’art deco

Een jaar of zeven geleden dwaalde ik in de wintermaanden door het Astridpark. Ik schreef een boek over Anderlecht en ik ontdekte iets frappants: naast het Constant Vanden Stockstadion lag ooit het Huis der Kunstenaars. Wie herinnert het zich nog? La Maison des Artistes (van net na de Tweede Wereldoorlog tot in de vroege jaren zeventig), een centrum voor concert, theater en feest. Vrijheid begint met fantasie, beweren filosofen. Zonder fantasie, geen kunst. Discipline opent de weg naar het succes, op voorwaarde dat de creativiteit niet wordt afgebakend. Collectiviteit? Noodzakelijk maar zinloos zonder het individueel vernuft van de hoogbegaafde, grillige einzelgänger. Zo werkt ook wel de kunst van het voetballen, dacht ik bij mezelf.

De huizen van de historische Meirwijk rond het Astridpark vormen een treffende illustratie van de triomf van l’Art Deco, met een levendig kleurenpalet uit de tijd van het Interbellum. De hele regenboog is aanwezig in de fotogenieke vooraanzichten met Italiaanse renaissancetorens, Engelse balkons, Franse siergevels en Japanse glasramen. In wat door kunstkenners een ‘complexe esthetische beweging’ wordt genoemd, waarbij alle stilistische grenzen werden afgetast. Zou er een betere bedding bestaan voor een huis der voetbalkunstenaars?

 

Jef Mermans: dominantie & leiderschap

Het verkennen en interpreteren van de stijlgrenzen begon met de komst van Jef Mermans (1922-1996), dé Belgische voetballer van het decennium 1946-1956. Op zijn vijftiende –  bij Tubantia Borgerhout – leerde hij van zijn toenmalige Tsjecho-Slowaakse coach Pateck de zogenaamde Ceska Ulicka. Oftewel de Praagse passeerkunst uit de jaren dertig – Praag was destijds dé Europese voetbalhoofstad – die de korte combinatie beminde. Mermans kweekte in Brussel ook een dynamisch karakter, dankzij de invloeden van de Engelse coaches Smith en Gormlie. Hij tekende een profiel voor de midvoor van Anderlecht: persoonlijkheid, methodische bedrevenheid, de wil tot scoren/winnen en een neus voor doelpunten in een volgepropte strafschopzone. U herkent in dit silhouet ook opvolgers als Jacky Stockman, Jan Mulder, Erwin Vandenbergh, John Bosman, Jan Koller en Romelu Lukaku.

Pierre Sinibaldi: filosoof van het football champagne

 De tocht naar volwassenheid werd afgerond in de jaren zestig. Royal Sporting Club Anderlecht – toen nog Sporting – identificeerde zich met le football champagne van de Franse coach Pierre Sinibaldi (1960-1966). Hij was een discipel, en ex-speler, van Albert Batteux, de grondlegger van deze leerstellingen en architect achter het Stade de Reims van sterspeler Raymond Kopa in de jaren vijftig. Batteux haalde met Stade de Reims – donkerrood/wit, de kleuren van de champagnestreek – de status van Europese nummer twee na het Real Madrid van Di Stefano en Puskas en hij coachte Frankrijk op het WK van 1958 naar de bronzen medaille. Met het fabelachtig, tokkelende beau jeu in 4-2-4 dat enkel werd overtroffen door de Braziliaanse wereldkampioenen Garrincha, Didi en Pelé. Batteux presenteerde zich als een humanistisch denker met oog voor psychologie, nuance, scherpzinnigheid en fijngevoeligheid. Hij vertrouwde altijd op de intelligentie van de speler. Volgens Kopa verwierf hij autoriteit door te luisteren en te praten en door zich vast te houden aan zijn overtuiging: technische superioriteit dankzij zowel het rondspelen van de bal als de creatie van de dribbel. Pierre Sinibaldi introduceerde de weg naar het licht via de Franse principes van Batteux, het purper en wit paste ook wel bij de heerlijke drank.

Paul Van Himst: intuïtie en artisticiteit

Mét voornamelijk Vlaamse jongens uit de as Brussel-Pajottenland (Jurion, Hanon, Heylens, Cornelis, Trappeniers, Lippens, Plaskie), twee uit de kuststreek (Puis en Verbiest) en één uit het hoge noorden van Nederland (Mulder).Veel draaide rond de prins van het park, de piepjonge Paul Van Himst (1943). Mermans belichaamde vijftien jaar (1942-1956) dominantie en leiderschap, Van Himst symboliseerde even lang (1959-1975) de intuïtie en het artistieke. Zoals later ook Rob Rensenbrink, Enzo Scifo, Luc Nilis, Marc Degryse,  Mbark Boussoufa en Dennis Praet.

Yin & yang van het paarse universum volgens SInibaldi en Lozano

Die vier elementen dominantie, leiderschap, intuïtie, artisticiteit zijn het Yin&Yang van het paarse universum, de levensader van RSCA. Wie als coach deze contradictie complementair kan maken, boekt succes. Op voorwaarde dat hij de weg van Sinibaldi volgt: opererend vanuit openheid, hetzij humoristisch of psychologisch. Want dat is vreemd bij Anderlecht: het resultaat is heilig, maar rechtlijnige en/of autoritaire coaches vallen snel door de mand.

Het beste van een halve eeuw champagnevoetbal versus Charlton, Beckenbauer en Socrates

 

Ik herinner mij hoe ik zeven jaar geleden op de heuvel van het Astridpark met mezelf keuvelde. Over mijmeringen aan het spel om de bal volgens de maatstaf van de schone kunst. Terug in de tijd, op ‘zwartwitte’ televisiebeelden zag ik in 1968 Bobby Charlton (winnaar van het WK 1966) en zijn maats van Europees titelverdediger Manchester United een erehaag optrekken voor de gracieuze ingevingen van Mulder, Van Himst en co: 3-1.

Acht jaar later, augustus 1976, raakte Franz Beckenbauer (wereldkampioen 1974 en drie keer EC I) compleet de kluts kwijt door de mysterieuze kronkels van Rob Rensenbrink (4-1).

Nog eens zeven zomers en een herfst verder deed het jonge godenkind Scifo de Braziliaan Socrates (de beste speler van het WK 1982) zijn geloof in de klassieke voetbalwijsheid verliezen: 6-2 tegen Fiorentina (1984). Werden deze drie wedstrijden inzake kwaliteit ooit overtroffen in het Astridpark?

Wellicht niet, of het moest zijn door één van de ontelbare onnavolgbare en ingenieuze acties van de échte bohémien van Anderlecht, de man die zich overal en nergens thuis voelde, tenzij met de bal aan de voet. De ware bewoner van La Maison des Artistes, mijn paarse favoriet: Juan Lozano.

Ziedaar het soort voetballer dat Anderlecht steeds opnieuw hoort op te leiden, in de stijl van het park maar aangepast aan de nieuwe tijd. Ziedaar de essentie van le football champagne.

 

 

 

About Author

Leave A Reply