Mès Que Un Club, som la gent blaugrana: Barcelonisme als burgerschap (3): de moord op een Barçapresident

Schaamteloos. Dat is het enige woord dat kan worden bedacht bij de repressie van de Spaanse regering tegen de vreedzame protesten ten voordele van Catalaanse autonomie en/of onafhankelijkheid in de straten van Barcelona. Intussen heeft FC Barcelona in een officiële mededeling haar steun betuigd aan de demonstranten en verwezen naar haar standpunten in het verleden ten voordele van vrijheid en democratie. Terwijl Catalonië op 1 oktober een referendum nastreeft, beschrijf ik in een drieluik de historische betekenis van het ‘Barcelonisme als burgerschap’. Dit verhaal verscheen eerder in mijn boek ‘Barça Baaarça! Droomvoetbal van Guardiola tot Messi.’

 

 Josep Sunyol: de moord op Barça’s president door Franco’s troepen

 De droom van de verloren vrijheid verbergt zich grotendeels in het voetbal.

Josep Sunyol begreep dit beter dan wie ook. Josep Sunyol? In augustus 2017 was het alweer éénentachtig jaar geleden: de man was dood. Amper achtendertig jaar oud. Josep Sunyol, het verhaal van zijn levensaders tart mijn verbeelding. Ik maakte met hem kennis via Barça, A People’s Passion van de Engelse auteur Jimmy Burns, verschenen in 1999 bij het deftige literaire Bloomsbury. Josep Sunyol (1898-1936) was achtereenvolgens én gelijktijdig president van FC Barcelona, sportjournalist én populaire volksvertegenwoordiger van de Accio Catalana, die zich onder de koepel bevond van de Esquerra Republicana de Catalunya. Hij bekwaamde zich in het verbindende principe want in zijn brede politieke beweging – de grootste van Catalonië – zette hij het liberale nationalisme, het republikeinse verzet tegen het Spaanse koningshuis en de sociaaldemocratie op dezelfde lijn. Ik raak onder de indruk van zijn luisterend vermogen want hij werd begeerd door het volk, door die merkwaardig blauwdonkerrode mensen. Die stuurden hem tussen 1931 en 1936 drie keer als verkiezingswinnaar naar het parlement. Sunyol teerde op zijn verbaal meesterschap maar vooral op zijn gedachte: Barça’s kracht!

Historicus Manuel Tomas Belenguer vertoont sporen van nervositeit als hij voor de speciale zuil van Josep Sunyol stopt. Hij is de emotie nabij als hij voor mij de nagedachtenis van de man samenvat: ‘Hij reisde ten tijde van de Spaanse Burgeroorlog in 1936 naar Madrid om de democratische Republikeinse troepen tegen Franco te steunen. Hij had pech. Hij viel in een hinderlaag van Franquisten en werd ter plekke gefusilleerd. De vermoorde president is een martelaar voor Barça. Hij vocht voor onze waarden: Catalonië, vrijheid en universalisme. Hij symboliseerde sociale democratie en identiteit. Het is mijn persoonlijke mening dat Sunyol het belangrijkste historisch bewijs vormt dat FC Barcelona door de regeringskrachten in het verdomhoekje diende te worden geduwd. Onder het militaire bewind van generaal De Rivera (1923-1930) floten onze fans het Spaanse volkslied uit. Ik deel de overtuiging dat Sunyol niet in de eerste plaats werd vermoord omdat hij een linkse nationalist was. Neen, zijn andere functie bleek een scherpere doorn in het oog van de fascistische milities: het voorzitterschap van FC Barcelona. Dat bewijs werd geleverd door wetenschappelijk onderzoek in de jaren negentig.’

De journalist Sunyol verbond voetbal met burgerschap

 De conservator kent zijn klassiekers. Hij bestudeerde het dossier grondig en concludeert dat de jonge Josep als fervente voetballiefhebber het lidmaatschap van Barça in 1925 als zijn eerste politieke daad beschouwde. Omdat generaal De Rivera na zijn staatsgreep de Catalaanse vlag in het stadion formeel verbood, ze konden het niet laten en dat was vanzelfsprekend om problemen vragen. Bovendien was het koren op de molen van de polemiserende sportschrijver Sunyol die in zijn reportages voor de progressieve oppositiekrant La Rambla de drijfveer achter de samenhang tussen voetbal, democratie en cultuur blootlegde. Manuel Tomas Berlenguer voegt er nog aan toe: ‘La Rambla bestookte De Rivera, identificeerde zich met Barça en bedacht een slogan die het wat elitaire dagblad ook een populaire tint gaf: voor sport en burgerschap!’

Sunyol viel niet af te stoppen, stel ik met enige bewondering vast. In 1928 werd hij directeur van FC Barcelona en in 1935 president. Telkens vanuit het standpunt dat sport per definitie een onderdeel hoorde te zijn van een sociale politiek en FC Barcelona ook de democratie diende.

De dood met de kogel, de daad van de lafaard

Het liep niet van een leien dakje, hij botste op conservatieve krachten. Op 6 augustus 1936 toonde die ellendige Spaanse Burgeroorlog zijn lelijkste tronie, het smoel van de wrok en de wraak. Op weg naar een politieke bijeenkomst nam hij letterlijk de verkeerde route. Wist hij werkelijk niet dat hij het verboden gebied betrad? Het nekschot, niets dan het nekschot. De dood met de kogel, de daad van de lafaard. Onschuldig en toch kansloos. Niet ouder dan 38, maar voor twee geleefd. Mag het aandenken aan Josep Sunyol iets meer zijn dan een al bij al wat simpele zuil in het museum? Ik stel de vraag als buitenstaander want ik zie in de vermoorde president het gezicht van het Barcelonisme: vrijheidslievend voetbal, scheppen van plezier bij het publiek, drijvende kracht voor de democratie.  In een tijdspanne van zeven jaar werden de twee belangrijkste beleidsbepalers van FC Barcelona brutaal uit het leven gerukt, na een afspraak met het noodlot: de gekwelde Gamper stapte er zelf uit; de gepassioneerde Sunyol werd vermoord. Ik krijg steeds meer begrip voor die blauwdonkerrode mensen. Som la gent blaugrana.

 Franco’s witte terreur versus Barça, Barça, Barça!

Na zijn machtsgreep in 1939 opende Francisco Franco met zijn witte terreur een heksenjacht op de Catalaanse identiteit. Hij verkeek zich op het ultieme wapen van de onderdrukten. Het fenomeen heeft dus een naam: Mès Que Un Club. Het is als een parabel van de hoop. FC Barcelona kromde zich tot drijvende kracht van de zelfstandigheid. Met de stadions Les Corts eerst en Camp Nou later als bolwerken tegen de dwanggedachten van de dwingelandij. Dat hadden die gent blaugrana goed bekeken. Politieke vluchtelingen zochten dekking in de eindeloze catacomben. Alle verbodsbepalingen konden er ongestraft met de voeten worden getreden. Op straat mocht men niet meer demonstreren, in het stadion des te meer. FC Barcelona evolueerde tot het culturele hart van Catalonië. Schrijvers, zangers en acteurs voerden rond wedstrijden de Sardana op, de nationale dans. Geen lid van de gehate Guardia Civil die hen kon raken. Gevonden: daar school dus de kern van het mysterie Barça. Maar er bleef een adder onder het gras, beaamt Manuel Tomas Berlenguer: ‘Franco voerde een verdeel- en heerspolitiek. Hij trachtte de club van binnenuit te destabiliseren en probeerde met wisselend succes zijn handlangers op de topfuncties te krijgen. Binnenskamers maakten zijn getrouwen vaak de dienst uit. Voor de fans bleef FC Barcelona echter altijd més que un club! Zij voerden de strijd tegen het fascisme hoog in het vaandel. De kreet Barça! Barça! Barça! Is, in en buiten het stadion, een metafoor voor Catalonië, vrijheid en verzet geweest. De explosie van vreugde bij de kampioenschappen in de vroege jaren vijftig, dankzij de komst van Kubala, werd gevaarlijk voor het schrikbewind. Als gevolg van voetbaloverwinningen durfden de mensen de pleinen op om te feesten. De lachende menigte die met Barçavlaggen zwaaide, zorgde voor een bevrijdende en niet te manipuleren sfeer in het straatbeeld.’

 Ik begreep en knikte goedkeurend bij de gedachte aan een stadion vol zingende blauwdonkerronde mensen.

Tot el camp, és un clam. Som la gent blaugrana.

 

About Author

Leave A Reply