Een hoofdstad die niet zonder voetbal kan. Open brief aan Geert Foutré – Kurt Deswert

Geert Foutré is coördinator van het weekblad Sport/Voetbal Magazine. Hij schreef een opinie ‘Hoofdstad zonder voetbal’. Kurt Deswert is auteur van het boek ‘Aftrap in Brussel. De vergeten geschiedenis van het voetbal in de hoofdstad.’ Hij diende Geert Foutré van antwoord in een ‘Open brief’.

 In “Een hoofdstad zonder voetbal” maakt Geert Foutré een analyse van het voetbal in de hoofdstad. Met een boutade zou je inderdaad kunnen stellen dat er in Brussel meer voetballers rondlopen dan voetbalsupporters… Dat is ooit anders geweest; maar de traditionele supporterskernen van Union in de Marollen en het stadscentrum, en van Daring (en opvolger RWDM) in Jette, Molenbeek, Koekelberg zijn door de stadsvlucht weggesmolten. Anderlecht speelde daar vanaf de jaren ’60 al op in door haar supporters vooral te recruteren in het Pajottenland en verder buiten Brussel. Het verklaart waarom de club vandaag nog steeds maar een klein aantal abonnees uit Brussel zelf telt -zo’n 10 procent- en dat je nauwelijks Brusselaars met een truitje van Anderlecht ziet rondlopen in de straten… Sporting heeft in elk geval nooit aansluiting gevonden met de Brusselse allochtone bevolking en expats. Maar anderzijds, ze hebben ze ook nooit echt gezocht… Illustratief is misschien wel de fanshop van Benfica in de Portugese wijk in Elsene, terwijl er buiten het Astridpark nergens in het Brusselse een Anderlechtshop te bespeuren valt…

Foutré vergist zich op één voornaam punt. De Rode Duivels bekoren wel degelijk in de hoofdstad. Wie regelmatig door de Brusselse straten loopt, ziet daar steeds vaker zwart-rood-gele truitjes opduiken, gedragen door mensen van allerlei afkomst. Marketinggewijs deed de voetbalbond dat perfect: de Rode Duivels promoten als iedereens favoriete tweede ploeg. Dat is een oefening waar Anderlecht ook voor staat. In haar eigen stad moet het de harten ook veroveren van de supporters van Olympique Marseille, Galatasaray, Besiktas, Raja Cassablanca, Olympiakos en AC Milan… Voetbalgek zijn de Brusselaars echt wel al. In de woonkamers, cafés en koffiehuizen van de stad, staan de televisies voortdurend afgestemd op voetbal. Die mensen ook binden aan het lokale voetbal, dat gaat niet vanzelf. Daar moet actief werk van gemaakt worden.

Het Eurostadion kan daarin een essentiële rol spelen. Omdat het van voetbal terug een familiegebeurtenis kan maken. Iets wat met de staat van vrijwel elk Brussels stadion vandaag uitgesloten is. Wat in Gent en in mindere mate in Oostende mogelijk bleek, is ook in Brussel mogelijk. Slapende voetbalsteden doen ontwaken; daar hebben de Ghelamco en Versluys Arenas een prominente bijdrage aan geleverd. Brussel heeft ten opzichte van die twee kleinere steden het voordeel van de geschiedenis, als geboorteplek van zowel de FIFA, de UEFA als de wereldbeker en met een ploeg die 7 Europese bekerfinales betwistte.

Het wordt kwestie om die ingedommelde voetbalcultuur hip, internationaal, laagdrempelig en multicultureel te marketen. Met EK’s, Europabekerfinales – er vonden er in het verleden al 11 plaats in Brussel, (waarvan de laatste in … 1996), (jeugd)WK’s…, galamatchen en een duidelijk plan dat zowel de Rode Duivels als Anderlecht betrekt, zou het Eurostadion van Brussel opnieuw een doorleefde voetbalstad kunnen maken. De Europese hoofdstad verdient dat… Net overigens als ze de 3500 overstapparkeerplaatsen verdient die mogelijk worden gemaakt door het Eurostadion en het park van 17 hectare dat aangeplant zou worden op een vandaag volstrekt ongebruikte grintvlakte.

 

 

About Author

Leave A Reply