Blauwzwart mirakel: Club Brugge – Zenit 5-0 op 30/9/1987

Op 30 september 1987 vierde een uitverkocht Olympiastadion feest: 5-0 tegen Zenit Leningrad (vandaag heet deze stad opnieuw Sint-Petersburg). Het eerste blauwzwarte ‘mirakel’ in een serie van drie. Club haalde dat seizoen de halve finale van de Uefacup met spektakelvoetbal van de bovenste plank. Getekend: coach Houwaart en gedragen door het trio Franky Van der Elst – Jan Ceulemans – Marc Degryse. Met een uitblinkersrol en vier doelpuntenvoor de Deense spits Kenneth Brylle in deze legendarische match.

De elfde Europese clean sheet van Birger Jensen

Birger Jensen was mijn jeugdidool. Vijf jaar geleden schreef ik zijn levensverhaal naar aanleiding van zijn zestigste verjaardag. In het boek ‘Mijn blauw-zwart hart’ vertelde hij volgende anekdote over de aanloop naar de duels met Zenit Leningrad.

‘Henk Houwaart, onze trainer,  hakte in de aanloop naar 1987-’88 de knoop door in het voordeel van Philip Vande Walle. Ik was intussen 36 jaar en hij maakte me diets dat ik tweede keuze was geworden. Onze eerste Europese reis, in september, bracht ons naar Zenith in Leningrad. In de namiddag vroor het al dat het kraakte in Rusland. We wandelden over het grote oorlogsschip Potemkin. Vande Walle kreeg een lading meeuwendrek op zijn schouder. Ik overtuigde hem om ze niet weg te halen want volgens een oud Deens spreekwoord zou dat geluk brengen. Hij geloofde me. ’s Avonds speelde hij echter een draak van een match, met twee doelpunten op zijn spreekwoordelijke klak. Hij acteerde bijzonder zenuwachtig. Dat begon al in de nacht voordien, we deelden de kamer. Ik werd drie of vier keer wakker door het lawaai: hij speelde de match met zijn hoofdkussen. Hij droomde hardop en gedroeg zich zeer nerveus. Hij faalde in Leningrad. Enkele dagen later vroeg Houwaart me in de kantine langs zijn neus weg of ik het doel nog zou willen verdedigen. Ik antwoordde: ‘Je zult zien!’ Ik kwam terug in het elftal en pareerde de eerste counter van de Russen bij een 0-0 stand. Nadien kwam mijn landgenoot Kenneth Brylle op de proppen.’

Het was de elfde ‘clean sheet’ van Jensen in een Europese thuismatch van Club.

Temporiserende Franky Van der Elst als meester van het positiespel  

Ik ontmoette Franky Van der Elst op Anderlecht – Celtic en lichtte hem in dat het deze week de dertigste verjaardag was van het ‘eerste mirakel’ van het wonderbaarlijke blauwzwarte seizoen. Hij keek op: ‘Is het al zolang geleden?’ En verbaasde mij met zijn uitspraak dat hij die wedstrijd de beste van het jaar vond. En dus hoger inschatte dan de vijfklapper tegen Borussia Dortmund: “Ook al scoorde ik tegen Dortmund, voor mij is dé wedstrijd nog steeds die tegen Leningrad. Nu nog krijg ik kippenvel bij het zien van die match. Beelden van een bepaald doelpunt waarbij we allemaal op elkaar vlogen. Ik trilde van emotie nadien. Omdat het de eerste keer was? Ik had na de heenmatch toch het gevoel dat we dit konden rechtzetten. Al rees er wel twijfel want twee jaar eerder verloren we op Spartak Moskou met 1-0 en toen dachten we dat ook. Op Olympia tikten de Russen ons van de mat met 1-3. Nogmaals: in Leningrad vond ik dat we de match onder controle hadden maar we konden niet scoren en kregen twee merkwaardige goals tegen. Door die 2-0 wisten we: een tegendoelpunt zou fataal zijn. Tien minuten voor de match zocht ik nog even het toilet op, van de zenuwen wellicht. De Caje stond er ook, een fantastische herinnering. Die keek even op en mompelde ‘moeilijk,  moeilijk jong. Mor we gont mor promberen zeker’. Met zijn Liers accent. Ondanks zijn flegmatieke houding kikte hij op Europese avonden. Net als trainer Henk Houwaart en die bracht dat enthousiasme ook over op de ploeg. Daar toonde hij zijn kwaliteiten als trainer: ingrijpen door positiewissels. En ons overtuigen van het feit dat we stevig moesten aanvallen en hopen dat we succes boeken. Meer keuze was er niet. Jensen hield Zenit van een vroeg doelpunt. En na onze eerste goal waren we vertrokken. De Kenneth maakte er vier in zijn eerste match bij Club. Hij was iemand die heel goed aan de eerste paal kon opduiken en met een fluwelen toets nooit hard maar net genoeg voor de verdediger kon komen. Hij leefde ook van de grote momenten, net als Caje. We hadden wel een hele sterke ploeg: veel loopvermogen, zeer technische spelers (Creve, Degryse, Brylle). Achterin Kimoni en Mamadou. Soms miste Mamadou zijn match maar hij was messcherp. Kimoni was pijlsnel en kon uitstekend uitvoetballen. Verder Hugo Broos die altijd zijn man uit de match hield en Dennis van Wijk die de flank durfde doen.

Houwaart was een trainer die altijd voor de aanval koos net als zijn grote voorbeeld Ernst Happel.  En de dag voor zo’n Europese match zorgde hij met een partijtje bowling of een quiz voor ontspanning. We beleefden toen toch een unieke sfeer.

Bij Club had ik toen vooral een ondersteunende rol. Maar in dat elftal was echt iedereen weg en bleef ik als enige temporiserende middenvelder over. Ik moest ‘in positie lopen’ en het evenwicht bewaren. Deze wedstrijden vergden echte topconcentratie. Europees was op Club toen altijd vollen bak. De staanplaatsen zaten bij de opwarming al helemaal vol en fans zongen ons al toe een half uur voor de match. Dat deed wel iets met een speler en zorgde voor een ander gemoed.

Kenneth Brylle bracht volwassenheid in het aanvalsspel van de gekke bende

Leuk. Aardig. Grappig. Kameraden onder elkaar. Doorzakken. Carnavalssfeer. Het spel om het spel. Amusement. De gekke bende. Aanvallen om aan te vallen. Fantasievol. Verfrissend. Deugnieterij. Ziedaar de krantenkoppen uit het midden van de jaren tachtig: Henk Houwaart was in the house! Aanvalleeuuuh!

Trainingssessies wisselden zich af met cafébezoeken. Het leek soms meer op het omgekeerde. Na de kroegentocht bevond men zich blijkbaar bij gelegenheid ook op het oefenveld. Club voetbalde uitslagen uit de oude doos bij elkaar: 9-4, 7-3, 0-6. En toch ontbrak er nog iets, om de stap te zetten naar de ernst. Die kwam er pas met de komst van Kenneth Brylle.

Aanvaller uit de Deense doos: techniek, beweging, inzicht. Dartel en gezwind, aardend in het ‘moderne’ voetbal van de jaren tachtig met loerende, uitbrekende aanvallers: Danish Dynamite! Via Hvidovre en Veyle BK belandde hij in 1979 bij Anderlecht. Beleefde zijn opkomst via resultaatstrainer Ivic die hem als eenzame spits in de vuurlinie gooide. Functioneerde perfect in het 5-4-1-systeem van de dogmatische Joegoslavische goeroe en werd topschutter en landskampioen met 22 goals in 1981. Na omzwervingen bij PSV, Marseille en het Spaanse Sabadell keerde hij in 1987 terug naar België.

Het seizoen was net begonnen en zijn conditie leek belabberd. Het klikte onmiddellijk met Degryse en Ceulemans en de Deen werd, met één jaar vertraging, de waardige opvolger van Jean-Pierre Papin. Op 30 september zoemde zijn naam door Europa: vier goals tegen Zenit Leningrad (5-0). Hij dikte zijn totaal aan tot zes (Rode Ster Belgrado en Panathinaikos Athene) in het weergaloze 1987-’88. Coach Houwaart schonk hem al zijn vertrouwen tegen Leningrad, na de nederlaag in de Russische havenstad (2-0). De gokte pakte uit zoals zelfs Houwaart het niet durfde dromen, want Brylle had amper een half uur Clubvoetbal in de benen.

Hij trof vier keer raak vanuit een andere hoek en beweging. In minuut twintig dook hij voor de verdediger op om een scherpe rechterflankvoorzet van Luc Beyens te deviëren. ‘Daar is de oude Brylle’, riep Rik De Saedeleer door zijn microfoon. Zes minuten voor de pauze zweefde hij in duikvlucht een vallende linkerpass van Peter Crève binnen. ‘Brylle zoals in zijn beste dagen’, aldus De Saedeleer. De betovering hield niet op want net voor het uur draaide Brylle weg van zijn opponent om met een diagonale trap vanop de rand van de penaltyzone een solo van Beyens af te ronden. Nog eens tien minuten later haalde hij de bal sierlijk uit de lucht en nam hem vervolgens vol op de slof. De forfaitscore stond op het bord. Brulle (zoals zijn naam werd uitgesproken) – Zenit: 5-0.

Men zal hem altijd blijven herdenken omwille van de ene Europese miraculeuze avond.

 

 

About Author

Leave A Reply