Rob Rensenbrink – Oranje Meester van de Paarse voetbalkunst. Begaafdste speler uit Belgische clubgeschiedenis

Deze week verschijnt het levensverhaal van Rob Rensenbrink in boekvorm. Geschreven door de Nederlandse auteur Bert Nederlof. En uitgegeven bij Edicola Sport.

Een Oranje meester van de Paarse voetbalkunst. Zo kijk ik naar Rob Rensenbrink. Ik beschouw de Amsterdammer als de begaafdste speler uit de Belgische clubgeschiedenis. Hij was het brein achter de Europese successen van Anderlecht tussen 1975 en 1978 maar vooral de held van de wedstrijd Hamburger Sport Verein-Anderlecht in de herfst van 1977: 1-2 in de slotseconde. Als revanche voor de verloren finale in de Europacup der Bekerwinnaars in mei 1977. Rob Rensenbrink speelde ook twee opeenvolgende wereldbekerfinales. Hij past in de galerij der groten.

Zijn spel liet zich lezen als een gedicht

Het spel van Rob Rensenbrink (1947, Amsterdam) liet zich lezen als een gedicht. Geen carnavaleske karamellenverzern, geen naar zelfmoord neigende zwaarmoedigheid. De taal als tijdverdrijf, voetbal als verzoeking zoals het oorspronkelijk ontworpen werd. De scheppende linksbuiten, de échte pingelaar: naar binnen veinzend, vervolgens de dribbel langs de lijn. De eeuwige stijlfiguur, zelden te doorgronden: passeerbeweging in stilstand, op volle snelheid in de ruimte, de perfecte voorzet. Tussen wiebelend en wiegend.

Johan & Robbie: Cruijff regisseerde, Rensenbrink improviseerde

In het gezegende jaar 1947 ‘beviel’ Amsterdam van Johan Cruijff als Rob Rensenbrink. Inzake vakmanschap en bedrevenheid deed Rensenbrink niet onder voor Cruijff. De fysieke gelijkenis bestond – het leken ‘broers’ – maar qua psychologische geaardheid waren er geen raakpunten. Cruijff regisseerde, Rensenbrink improviseerde. Cruijff vormde een natuurlijk bondgenootschap met de schijnwerpers, Rensenbrink ontvluchtte de media-aandacht. Hij voelde zich het best in zijn vel als de linksbuiten met de onverwachte kronkel, als raadsel voor tegenstander en publiek. Soms verstrooid en wazig, vaak in staat tot onvoorspelbare pracht. Rensenbrinks internationale opmars startte in de Oranje WK-zomer van 1974. Op dat ogenblik ontketende Cruijff een omwenteling. Rensenbrink beperkte zich tot balbezit aan de linkerzijlijn. Cruijff voelde zich het best in zijn omgeving en vond in hem het ideale aanspeelpunt: vijf eclatante WK-zeges in deze combinatie. Zonder Rensenbrink bleef het 0-0 tegen Zweden. Is het toeval dat Cruijff ook door de mand viel in de finale tegen West-Duitsland (1-2), nadat Rensenbrink tijdens de pauze door blessure verdween?  Na het WK taande de ster van Cruijff. Rensenbrink nam ongezien de fakkel over. Van 1974 tot 1978 beleefde hij vijf dolle jaren – met vier Europese bekerwinsten bij Anderlecht – en werd de succesvolste Hollandse voetballer. Dit gegeven vond in Nederland amper weerklank. Bij opiniemakers, noch bij het publiek. Tot dat ene moment: de binnenkant van de paal tegen Argentinië, finale WK 1978, seconden voor het einde: ‘He was an inch away from becoming a World Cup winning hero’. Zo staat het in een Engelse voetbalencyclopedie. Bijna had hij Cruijff als nationale held overtroefd.

Uitzonderlijk lichtvoetig rond Beckenbauer: 4-1 tegen Bayern

Robby Rensenbrink verhief dus de Europa Cupwedstrijden van Anderlecht tussen 1974 en 1978 tot galahappenings met een zwellende internationale uitstraling. Hij beleefde zijn moment suprême op een zwoele augustusavond in 1976. Veertigduizend in extase verkerende paarswitte fans zagen hoe hij de grote Europese Meister Bayern München van zijn arrogantie ontdeed en met overrompelende dribbels, en bij vlagen tartende superioriteit, uitzonderlijk lichtvoetig rond de steeds verdwaasder kijkende Franz Beckenbauer, Gerd Müller, Sepp Maier en Co danste: 4-1, Europese Super Cup voor Anderlecht!

Hij fleurde op bij het zien van volle stadions. In het Astridpark forceerden zijn flitsende bevliegingen in de traditionele toppers tegen Club Brugge (6-1 in 1977) en Standard Luik vaak de winst. Maar het waren pas de internationale kunstlichtavonden die hem naar topniveau tilden: 31 doelpunten in 43 paarswitte optredens in Europese bekers, waaronder telkens twee goals in de finales tegen West Ham United (1976) en Austria Wenen (1978).

Slangenmens, onvoorspelbare kronkels

Het slangenmens werd zijn lichtjes beledigende bijnaam. Vanwege de onvoorspelbare kronkels die zijn spel kenmerkten en zijn psychologische geaardheid karakteriseerden. Hij verkoos buiten het stadion doelbewust het isolement van zijn gezinsleven en hulde zich bij voorkeur in oeverloos stilzwijgen. Ook op het veld trok hij zich in zijn ivoren toren terug als het uitwedstrijden betrof tegen bikkelharde Belgische middenmoters genre FC Beringen, Club Luik of La Louvière. Hij bleef in alles de ‘linksbuiten’: plots ongrijpbaar en tot onwaarschijnlijke schoonheid in staat, vaak afwezig en onbestemd.

Only an inch away van de wereldbeker

Wie kent de mens Rob Rensenbrink? Hoe raakt dit een levend wezen, het feit dat één van je betere bevliegingen eindigt op kil en hol klinkend staal? Eén minuut voor het einde van wereldbekerfinale, bij een 1-1 stand. Wie zou Rob Rensenbrink zijn geworden, indien die fenomenale dribbel in 1978 het net van de Argentijnse doelman Fillol had gestreeld? Een nationale held, zonder meer. De man die Nederland de wereldtitel bracht. En die zich eindelijk van Johan Cruijff zou hebben verlost. Tart dit zijn bevattingsvermogen? Nu moet hij het doen met de niet bestaande titel van begaafdste voetballer uit de Belgische clubgeschiedenis. Constant Vanden Stock roemde hem als beste speler die hij onder zijn voorzitterschap zag passeren. Met Anderlecht won hij twee landstitels, vier bekers, twee Europacups en twee Europese Supercups. Hij scoorde meer dan honderd goals en de sportpers riep hem in 1976 uit tot Gouden Schoen. Dat goud bleef zilver voor Oranje op de wereldkampioenschappen van 1974, waar hij niet uit de schaduw trad van Cruijff, en 1978: only an inch away.

 

About Author

Leave A Reply