Sarajevo, een tragische stad

Sarajevo is een tragische stad, al te vaak verscheurd door religieuze tegenstellingen. Als je in het oude centrum langs ul Zelenik Beretki wandelt, begrijp je meteen waarom. Links ligt de orthodoxe kathedraal en even verder de katholieke kathedraal. Daarnaast staat een synagoge en een paar meter verder ligt de binnenplaats die naar de Gazi Husrevky-moskee loopt. Als je verder stapt, kom je uit aan de Miljacka, de rivier die volgens Rebecca West in haar roman ‘Black Lamb and Grey Falcon’ rood kleurde van het bloed.

Ze verwees daarmee naar de moord op 28 juni 1914 op aartshertog Franz Ferdinand en zijn vrouw Sophia door de Servische nationalist Gavrilo Princip, de aanleiding voor Wereldoorlog I. Op het voetpad lag er tot bijna twintig jaar terug een plaket met de voetafdruk van de moordenaar, maar die werd door de moslims begin jaren ’90 verwijderd.

Tijdens de Balkanoorlog zag de Miljacka pas echt rood. Op 23 maart 1992 namen Servische troepen posities in op de heuvels rond de stad en belegerden Sarajevo, nadat de Bosniërs zichzelf onafhankelijk hadden verklaard. Drie dagen later mobiliseerde president Alija Izetbegovic de Bosniërs.

De Balkanoorlog duurde tweeëneenhalf jaar en kostte meer dan honderdduizend mensenlevens. Overal in de stad zie je nog de sporen van de oorlog. In de meeste gevels zitten kogelgaten en de straten zijn bezaaid met zogenaamde ‘rozen van Sarajevo’, kleine kraters van mortieren die nadien gevuld werden met rode rubber als herinnering aan het bloedige conflict.

Het Vredesakkoord van Dayton ( november 1995) deed de wapens zwijgen. Er werd overeengekomen dat de Federatie van Bosnië-Herzegovina ( Bosniërs en Kroaten) 51 procent van het grondgebied zou besturen. De rest van het land werd de Republiek Srpska, waar de Serviërs de plak mochten zwaaien. Het presidentschap werd afwisselend toegewezen aan iemand van de drie bevolkingsgroepen.

Voetballen was tijdens de oorlog aanvankelijk nagenoeg onmogelijk in Sarajevo. Er werd wel een officieus nationaal elftal opgericht dat als ambassadeur moest dienen voor de Bosnische zaak. Bondscoach Fuad Muzurovic trok met een groep van uitsluitend moslims naar zeventien landen, waar 54 wedstrijden werden afgewerkt. De spelers moesten één voor één door een open veld van tweehonderd meter naar de luchthaven lopen om de sluipschutters te verschalken en te kunnen vertrekken.

De eerste echte match in Sarajevo zelf had in maart 1994 plaats. Een selectie van spelers van de verschillende clubs van de stad won met 4-0 van Unprofor, een team van soldaten van de Vredesmacht van de Verenigde Naties.

Eind dat jaar werd de competitie hervat, met alleen Bosnische teams. En dat ondanks vele problemen. Veel trainingsvelden waren heringericht als begraafplaatsen en het Grbanica Stadion van topclub Zeljeznicar – waar de Rode Duivels zaterdagavond spelen – moest eerst ontmijnd worden.

In november 1995 werd in Tirana een eerste officiële interland afgewerkt. De spelers moesten zelf hun uitrusting kopen en de bondscoach moest Husred Musemic, die zijn schoenen al aan de wilgen had gehangen, optrommelen om aan twaalf spelers te geraken. In Albanië werd dan ook met 2-0 verloren.

In Sarajevo was het nog steeds niet helemaal veilig. In mei 1995 sloeg een mortier in tijdens een wedstrijd. Verscheidene toeschouwers en spelers verloren het leven. Het voetbal ging echter door. Later dat jaar werd de belegering van Sarajevo opgeheven, maar het duurde nog tot 1998 vooraleer er een min of meer normale competitie van start ging. Alleen ploegen van Bosniërs en/of Kroaten konden kampioen worden. De Serviërs hadden hun eigen liga.

In 2000 werd overeengekomen dat ook zij aan de nationale competitie mochten deelnemen. Om dat te vieren werd een jubileumwedstrijd opgezet tussen een Fifa World Star XI en een multi-etnisch Bosnisch elftal. Niemand minder dan toenmalig Fifa-voorzitter Sepp Blatter zou het evenement bijwonen. Eén maand voor het feestelijke duel trokken de Serviërs zich echter terug, omdat ze vonden dat de stap van hereniging te snel kwam. Pas in 2002 bleken ze klaar om zich aan te sluiten.

Tijdens de Balkanoorlog waren veel Bosniërs naar het buitenland gevlucht. Het nationale team dat vanaf 2000 deelnam aan de voorrondes van een EK of WK bestond dan ook voor een groot deel uit jongens die in een vreemd land waren opgegroeid. Doelman Asmir Begovic bijvoorbeeld bracht zijn jeugd door in Canada en verdedigde zelfs het doel van de Canadese beloften, Vedad Ibisevic bracht zijn tienerjaren door in Amerika. De jonge Edin Dzeko daarentegen bleef in Sarajevo. Hij woonde met een familie van vijftien bij zijn grootouders, in een appartement van 35 vierkante meter.

Iedereen keerde naar het nieuwe vaderland terug om de geel-blauwe kleuren van Bosnië-Herzegovina te dragen. Een land met nauwelijks vier miljoen inwoners dat zich koste wat kost wilde manifesteren en het voetbal was daar een belangrijk middel bij.

Verdediger Vladan Grujic, geboren in Banja Luka in de Republiek Srpska, was de eerste Bosnische Serviër die voor Bosnië-Herzegovina aantrad. Inmiddels bestaat de selectie voor de helft uit Bosnische moslims en voor de andere helft uit Bosniërs met Servische of Kroatische roots.

De voorronde van het WK 2014 was dan ook een onvergetelijke gebeurtenis voor de Bosniërs. Maar liefst 8 à 9.000 fans volgden ‘de Draken’ naar onder andere Slowakije en Griekenland. Niet normaal als je weet dat het gemiddelde maandloon 450 euro bedroeg.

Onder leiding van Safet Susic, ex-PSG en de beste voetballer uit de geschiedenis van zijn land, kwalificeerde het team zich voor Brazilië. De ‘Draken’ speelden op het WK echter geen rol van betekenis en werden in de eerste ronde uitgeschakeld.

Het team kende een terugval en greep naast Euro 2016 en ook het WK in Rusland wordt een heikele zaak. De ploeg is minder sterk dan vier jaar geleden en dat straks zal wellicht ook tegen de Rode Duivels blijken. Ze zullen echter als ‘draken’ vechten voor hun laatste kans op kwalificatie.

O, en ja, geloof Roberto Martinez niet als hij zegt dat dit een belangrijke match is voor de Duivels. Reekshoofd hoeft geen voordeel te zijn. Op dit moment zijn Polen en Zwitserland ook reekshoofden. Dat zijn lichtere tegenstanders dan de ploegen van ‘pot 2’. oordeel zelf: Frankrijk, Chili, Colombia, Spanje, Engeland, Uruguay en Italië.

About Author

Leave A Reply