Liefde in tijden van de dood: een filosofische dubbelpass met Jan Vertonghen

 

In 2013 publiceerde ik het boek ‘Sympathy for the Devils. Onze Belgen in de Premier League’. Ik schreef portretten van de Rode Duivels die in de grootste competitie van de wereld voetbalden. Op basis van gesprekken met de spelers, hun entourage en hun ouders. Naar aanleiding van het feit dat Jan Vertonghen vandaag recordinternational wordt, geef ik enkele passages mee uit onze ontmoeting.

 Jan Vertonghen poetste eerst de plaat

 ‘Tijdens het interview dat ik van hem afnam, kwam de gemeende passie boven voor het leven en de liefde. Het werd eigenlijk het meest invoelende portret van het hele boek. Maar het had flink wat voeten in de aarde eer ik hem te pakken kreeg. Ik had me in december 2012 gemeld op het trainingscentrum van Tottenham om én Moussa Dembélé en Jan Vertonghen te interviewen. Een nalatige perschef had enkel Dembélé verwittigd en de niet bijster goed gehumeurde Vertonghen poetste de plaat.

Zestig pond voor een taxirit, wandelen door het winterlandschap

Vier maanden later begaf ik me opnieuw naar het Tottenham Training Centre (TTC). Het werd wachten op onze gesprekspartner. Het was steenkoud, meer dan zeven graden onder het vriespunt en een niet al te aangename luchtstroom. Om de tijd te doden trok ik enkele kilometers door een winterwonderlandschap want het TTC was gelegen in een soort zeventiende-eeuwse graafschap van oude landhuizen, kasteeltjes en abdijtuinen. Bulls Cross was de naam. Ik warmde me even op aan de herberg The Pied Bull, vrij vertaald ‘de wandelende stier’. En dat hadden we geweten, met al die stierenkoppen aan de muur. Het gebinte dateerde vanuit de riddertijd want wie groter was dan 1,70 meter stootte er zijn hoofd tegen het plafond. Ik liet de omgeving even in me doordringen, dacht aan het ‘mooie snurkende meisje’ van de avond voordien. Nu ja: de Afrikaanse receptioniste van het hotel was in slaap gevallen terwijl ik toch nog duidelijk in de bar vrijwel voor haar neus aan de toog hing. Ik riep me ook de taxirit van een uur, vanuit het centrum van Londen voor de geest: 60 pond, zijnde 1 per minuut.

Are you an agent sir?

Waarvan vijf extra omdat de security me de toegang tot het trainingscentrum weigerde, want mijn naam stond niet op de lijst: Who are you sir, are you an agent sir? Neen, ik ben gewoon de schrijver van een boek over voetballende Belgen in de Premier League en ik heb hier een afspraak met Jan Vertonghen. Na een derde controle vulde het securityhoofd-met-walkie-talkie opnieuw de halve taxiruimte: You’re not on the list sir. So you can’t come in sir. Fair enough sir?

Ik werd boos. Neen, niet fair enough sir. ‘Next time, I’ll support Arsenal.’ Ik mompelde het net genoeg binnensmonds om het securityhoofd-met-walkie-talkie niet nog meer tegen me op te zetten. An agent,  dat moest ik in de toekomst toch eens overwegen, dacht ik. De taxichauffeur bood me aan om te wachten maar ik had mijn beurs met ponden al helemaal omgekeerd. Ik stuurde hem weer het Londense verkeer in, en mezelf met een kluitje in het riet, vreesde ik. Hopende tegen beter weten in dat ik voorbij die slagboom richting Jan Vertonghen zou geraken. Er zat niets anders op dan boodschappen te blijven timmeren op het mobiele toestel van de genaamde J.V. En wachten, wachten, wachten. En ijsberen, meer dan dertig minuten lang, het was er uiteindelijk het weer voor. Af en toe snuffelde het securityhoofd-met-de-walkie-talkie even aan het raam. Plots dook een verlossende verschijning op.

Samen op de golfbuggy

Een uiterst gedienstige onthaalmedewerker die me uitnodigde in te stappen in een open golfbuggy die de vijfhonderd meter naar het trainingscentrum aflegde. De man putte zich uit in verontschuldigingen en ik liet me van mijn meest vergevingsgezinde kant zien. Grijnzend naar het securityhoofd-met-de-walkie-talkie. Toen ik een uur later het complex verliet, werd ik vriendelijk uitgewuifd door het personeel aan de slagboom: ‘Spurs for Champions’, riep ik windhanerig lachend. En ik had – finally – een uitstekend gesprek met Jan Vertonghen gevoerd. Het beste eigenlijk, van het hele boek ‘Sympathy fort he Devils. Onze Belgen in de Premier League’.

Onder meer over de liefde voor zijn overleden vader.

 De liefde voor de overleden vader

 De liefde die hem had getroffen in de dood. Met een oprechte discretie bracht Jan Vertonghen het thema van zijn in 2007 aan kanker overleden vader ten berde: “Ik heb een bepaald religieus gevoel overgehouden aan mijn katholieke opvoeding. Ik doe er niet veel mee maar als ik er toch over nadenk, dan geloof ik dat er waarheid schuilt in de Bijbel. Ik weet dat mijn vader zich in de hemel bevindt en dat ik hem ooit nog eens zal zien. Dat geeft me houvast. Hij stierf toen ik negentien was, in mijn herinnering is hij altijd ziek geweest. Door de gebeurtenissen rond die ziekte, ontstond bij mij bewustzijn. We mogen van geluk spreken dat we hem nog veertien jaar in ons midden hadden. Omdat ik sinds mijn twaalfde vaak van huis was in functie van het voetbal, heb ik hem te weinig gezien. Dat blijf ik jammer vinden. Met het ouder worden, weet je dat het kan gebeuren en nam ik elke dag een stukje afscheid. De klap kwam desondanks bijzonder hard aan toen hij overleed. Het beroerde me heftig. Door me over zijn dood te bezinnen, koester ik wat ik heb aan familiale banden. Die zijn bijzonder en waardevol. Ze geven je steun. Vader was zo’n zachtaardige mens. Ik denk altijd dat iedereen van hem hield. Ik voelde zijn oprechte interesse voor wat ik deed. Hij legde nooit druk op me. Zijn heengaan heeft de binding met mijn broers en mijn moeder versterkt. Zeer zeker, vandaar ook dat ik spontaan in snikken uitbarstte bij haar speech op de Nederlandse Gouden Schoen in 2012.”

Het verlies om het verdriet slijt niet maar verankert zich in geestelijke rijkdom

Het verlies om het verdriet slijt niet, het verankert zich tot een vorm van geestelijke rijkdom. Ik dacht aan een gesprek dat ik met Ria Mattheeuws voerde, de moeder van Jan, in functie van het boek. Ik zocht haar op in Tielrode en hoorde uit haar mond hoe de tijd onverbiddelijk het leven had weggetikt maar dat haar man Paul de moed niet had opgegeven: “Paul vroeg de dokter naar zijn kansen en kreeg een heel professioneel antwoord, zonder er doekjes om te winden. Daar heb je de beste boodschap aan. Intussen had Jan het eerste elftal van Ajax gehaald. Voor hem moet dat bijzonder moeilijk zijn geweest omdat hij alles vanuit Amsterdam op afstand moest volgen. Via de telefoon: hoe is’t met ons vake? Ik verzweeg zijn toestand tot na de wedstrijd want de aftakeling trok zich door. Daarna speelde ik open kaart maar vooraf spaarde ik hem. Paul heeft het debuut van Jan bij Ajax nog op televisie kunnen volgen. Het heeft hem een heel goed gevoel gegeven dat hij wist dat Jan is doorgebroken als topvoetballer. Hij, de voetbalonkundige vader, had bij zijn laatste levensfase de shirts van Jan naast zich hangen, àlle shirts: jeugd Germinal Beerschot Antwerpen, beloften Rode Duivels, eerste elftal Ajax. Ze gaven hem zichtbaar steun. Hij was fier op hem. Het was de wens van Jan zelf om zijn debuutshirt van bij Ajax mee te geven bij de crematie. Ik zeg Jan: ‘Denk goed na want je hebt maar één exemplaar van je debuutshirt’. Nee, zegde hij: ‘Ik wil het zo’. Dat zegt wel iets he.

En zijn uitspraak, dat hij er zijn hele carrière zou opgeven om zijn vader nog één keer te zien: dat is toch Jan ten voeten uit geweest Ik weet dat hij bij het betreden van het veld steeds naar boven kijkt en om steun prevelt bij zijn vader.’  Het gaf me wel een warm gevoel want de zoon had de vader uiteindelijk alleen gekend tijdens de kindertijd in zijn geboortedorp Tielrode. Daaraan dacht ik toen ik het Tottenham Training Centre verliet. En ik kon dat warme gevoel best gebruiken want er wachtte mij een wandeling van een mijl of vijf in het schemerdonker door het winterlandschap naar het dichtst bij zijnde metrostation.

 

 

About Author

Leave A Reply