Voetbal. Macht. Politiek. ( Boekbespreking)

Jonas Bens, Susanne Kleinfeld, Karoline Noack (red.), Fußball. Macht. Politik. Interdisziplinäre Perspektiven auf Fußball und Gesellschaft. Bielefeld, transcript Verlag, 2014, 186 blz.; ISBN 978-3-8376-2558-5; 27,99 euro.

Sportboeken gaan meestal over sporthelden, heroïek en drama’s, triomfen en (on)belangrijke anekdotes. Want sport is nu eenmaal de belangrijkste bijzaak van de wereld. En toch ontsnapt er af en een toe een studie aan het heldendom van de sportwereld. Zoals het boek dat voor ons ligt.

Het boek Fußball. Macht. Politik. werpt een kritische blik op de voetbalsport, weg van de vedetten, verhitte discussies over buitenspel en fantastische doelpunten in de verlengingen van de Champions League. In dit boek komen de sociale, machtspolitieke, historische en mythische structuren van de voetbalsport aan bod. Een aantal hoofdstukken van deze studie zijn in ieder geval ook voor de volkskundige wereld van belang omwille van enkele belangrijke invalshoeken: antropologisch, historisch, communicatief, sociologisch en met betrekking op gender studie. We zullen dan ook net die hoofdstukken uit het boek binnen het kader van deze recensie belichten.

In hun inleiding beschrijven de redacteurs Bens en Kleinfeld sport, en a fortiori de voetbalsport, als een soort sociale microkosmos. Een voetbalmatch is het leven in anderhalf uur zakformaat en daarom als studieobject gepast omdat een wedstrijd alle voorwaarden, vormen en processen van het sociale leven in een moderne maatschappij in zich veruitwendigt. Alhoewel voetbal buiten het leven van alledag staat en de regels van de samenleving afwijken, kent voetbal toch dezelfde waarden, normen en conflicten. Juist daardoor valt deze sociale gebeurtenis vaak te vergelijken met feesten, spelen en rituelen die als toegestane uitzonderingssituaties deel uitmaken van onze maatschappij. Deze studie benadert dan ook – in de mate van het mogelijke – het thema interdisciplinair en is daarom niet enkel een sportstudie.

De verschillende bijdragen zijn de neerslag van een congres over voetbal in al zijn aspecten aan de universiteit van Bonn in oktober 2012. Het doel: de narratieve en mythische elementen van het voetbal in de schijnwerpers te brengen.

De etnohistorica Kerstin Nowack vraagt zich af waarom de Inca’s geen voetbal speelden. Ze beklemtoont het samengaan van sportgebeurtenissen bij de Inca’s met hun rituele handelingen die vaak een enorme sociale betekenis hadden in de Incamaatschappij. Ze droegen bij tot identiteitsvorming.

De sportsocioloog Oliver Fürtjes stelt vast dat voetbal geëvolueerd is van een sport van de lagere klasse naar een verburgerlijkte sportvorm. Dit hangt volgens hem samen met de commercialisering die vanaf de jaren negentig een grote vlucht heeft genomen. Toch is volgens de auteur de verburgerlijking van de sport een beweging die reeds veel vroeger is ingezet. Aan de hand van empirische gegevens probeert hij te bewijzen dat voetbal reeds rond 1920 een massafenomeen was dat boven de klassen stond en het tot op vandaag is gebleven. Het is volgens de auteur dan ook een mythe om van een proletarische sport te spreken.

De etnologe Juliane Müller heeft bestudeerd hoe migranten uit Latijns-Amerika in Spaanse voetbalclubs hebben bijgedragen tot de uitbouw van een Latijns-Amerikaans netwerk op sociaal en economisch gebied en wat de mechanismen daartoe zijn geweest. Belangrijk is voor de auteur de rol die migrantenvoetbal heeft gespeeld in het integratiediscours: in het politieke discours bevordert sport de integratie, maar Müller schetst een minder duidelijk beeld, omdat volgens haar dat discours vaak vaag en ambivalent is en eerder op selffulfilling prophecy is gebaseerd.

De communicatiewetenschapper Simone Schöndorfer gooit het dan weer over de gender boeg. Voetbal wordt bij uitstek geconcipieerd als een mannensport. Wanneer vrouwen voetbal spelen wordt aan voetbal het woord vrouwen- toegevoegd, iets wat niet per se bij andere sporten gebeurt. Dat zie je zelfs in de mediaberichtgeving over voetbal, waarin klassieke beelden van mannelijkheid tegenover het traditionele beeld van de vrouw wordt geschetst. De sportverslaggeving draagt dus bij tot een demonstratie van seksuele verschillen en machtsverhoudingen die op gender zijn gebaseerd. De auteur stelt tot slot vast dat de gelijkberechtiging tussen de beide seksen in de verslaggeving slechts langzaam vooruitgaat (eerder evolutief dan revolutionair), toch lijkt er een merkbare verandering in het maatschappelijk bewustzijn op gang te zijn gekomen.

De cultuurantropoloog Philipp Dezort onderzoekt de verschillen tussen de fanculturen bij mannen- en vrouwenvoetbal. Volgens de auteur kun je bij het mannenvoetbal de lemmata ritueel, carnavalesk en feest niet wegdenken, terwijl dat bij het vrouwenvoetbal veel minder het geval is.

Andreas Rüttenauer en Kerstin Loppata hebben het respectievelijk over corruptie en kapitaalmarkt, twee hoofdstukken die niet onmiddellijk binnen dit kader passen.

Tot slot behandelt de bijdrage van etnoloog Nikolai Grube de betekenis van de balsport bij de Maya’s. Hij beschrijft het belang van het ritueel binnen de Mayamaatschappij. Zijn religieus-politieke interpretatie van het balspel belicht aspecten die in hedendaagse sporten niet onmiddellijk aan de oppervlakte verschijnen, maar wel een aanzet kunnen betekenen van een andere interpretatie van het huidige voetbal.

Wie voetbal van een ongewone kant wil bekijken, zal in deze studie zeker zijn gading vinden. De verschillende hoofdstukken bewijzen dat voetbal niet losstaat van, maar in tegendeel net zeer sterk verbonden is met onze maatschappij in al zijn aspecten. Een verrassend boek dat boeit.

Paul Catteeuw

 

 

 

About Author

Leave A Reply