Pleidooi voor het Duitse supportersmodel in België! Al voor de zevende keer of zo.

Rellen in Brugge. Het stond in de sterren geschreven. Mijn vraag: waarom geven uitgevers boeken uit waarin hooligans hun wangedrag als heldendaden mogen voorstellen? Mijn vraag bis: waarom trekken kranten  twee pagina’s uit voor dit soort voetbalboeken? Vooral omdat elke duiding bij het verhaal ontbreekt.

 Een goed jaar geleden, bij vorige supportersincidenten, schreef ik hier als volgt: ‘We herhalen het nog een laatste keer: kies ook in België voor het Duits supportersmodel’. Het is mijn afgezaagd refrein maar omdat het zoveel reactie uitlokte op onze www.dewitteduivel.com laat ik nog eens opnieuw los. Het kost me geen werk, want ik had het artikel dus al geschreven.

 Belgische voetbalfans, ze maken het af en toe bont: van ontevredenheid over afgrijzen tot razernij. It’s a thin line between love and hate, de grens tussen wanhoop en wangedrag is dun. Supporters in opspraak? Geef hen inspraak!

De fan is de levensader van de club. In Duitsland heeft men dat begrepen, dankzij das Fanprojekt. Deze inspirerende beleidsvisie stamt uit 1993, ze viert in 2018 haar vijfentwintigste verjaardag. Zowel FIFA als UEFA erkennen de kracht van het Duitse concept – op zijn best uitmondend in de heerlijke fan party – als een voorbeeld voor de wereld. Als dat zo is, dan toch ook voor België?

Voor mijn boek Het Mannschaftswunder. Waarom de Duitsers de besten zijn (De Arbeiderspers, 2012) reisde ik doorheen het Bundesligalandschap. Ik bestudeerde het onderzoek van het internationale bureau Kearney dat de Bundesliga omschreef als de beste competitie van Europa volgens de parametercombinatie ‘sportief-economisch-sociaal-duurzaam’. Men bepleit er met passie het wettelijke gegeven dat een voetbalclub voor hooguit 49 procent in handen mag zijn van één eigenaar, de meerderheidsaandelen behoren de ledenvergadering toe. Van gigantische schuldenbergen zoals in Engeland, Italië en Spanje is er geen sprake.

Fans horen thuis in de traditie van de Verein, via georganiseerde vormen van inspraak en decentralisatie. Duizenden mannen én vrouwen schaffen zich een staanplaatsjaarabonnement aan voor minder dan 200 euro en de toeschouwersaantallen pieken naar gemiddeldes van boven de 40.000. De atmosfeer in de moderne stadions is bijzonder aangenaam, al zijn er ook negatieve neveneffecten: statistisch gezien hebben zo’n 100 fanatieke volgelingen per club de neiging tot geweld en gedragen zich als ongemanierde vlegel met een ongezonde zucht naar vechtpartijen. Ik bezocht in Dortmund – bij de grootste club Borussia met zijn 80.000 aanbidders – de grondlegger en in Frankfurt de nationale coördinator van het Fanprojekt. In de geelzwarte bruine kroeg in het centrum van Ruhrgebied ontving welzijnswerker Rolf-Arnd Marewski me met de vraag: ‘Waarom wordt men een voetbalherrieschopper? Onze belangrijkste conclusie: een zoektocht naar identiteit, deze mensen identificeren zich met hun club. We begrepen dat ze behoefte hadden aan een goed gestoffeerd ontspannings- en vormingsprogramma.’ Punt één en twee van de correctieve aanpak waren dus vrije tijdsaanbod en educatie. Marewski ondervond dat er nog een derde element ontbrak: ‘Directe hulpverlening en crisisopvang voor mensen met een persoonlijkheidscrisis.’ Zo werd de voetbalclub een vluchtheuvel, een oord van positieve vereenzelviging.

Van het concrete voorbeeld van de populairste Duitse vereniging naar de globale aanpak. De Koordinationsstelle Fanprojekte resideert in het Huis van de Sport in het Frankfurter Wald. Michael Gabriel leidt sinds 1998 deze dienst en geniet erkenning als internationale expert. Zijn belangrijkste inzicht: ‘Luister naar de fancoach en investeer meer in het preventieve fanproject dan in politierepressie. Accepteer de fans als democratische partner, stimuleer de goede uitstraling en neem de uitbarstingen erbij. Laat hen de pogo doen of op en neer springen. Besteed evenveel aandacht aan de volkse supporter als aan de logeklant.’ Hij vatte het samen in een abc’tje van deugdelijk beleid: bouw een goede relatie op; bied een vorm van zelforganisatie aan; pak pyschosociale wrevel aan. En vooral: wees als club de tweede thuis voor je fans, want zij hebben je groot gemaakt. Klonk goed én simpel, zij het niet simplistisch. Want om de balsturige voetbalvolger te begeleiden naar zowel persoonlijke volwassenheid als maatschappelijke participatie benutte de overheid en de Deutscher Fussball Bund de kennis van elkaar aanvullende beleidsterreinen: psychologie, opvoedkunde, criminologie, vrijetijdscultuur, sport- en lichaamsbeweging. Vertegenwoordigers van sportfederaties, de vereniging van steden en gemeenten en de ministeries van Binnenlandse Zaken, Sport, Jeugd, Senioren, Familie en Vrouwen schreven mee aan het verhaal. In de voorbije vijfentwintig jaar ontpopten zich zo’n vijftig fanprojecten in stedelijke en stadionomgeving, opgezet rondom uiteenlopende drijfveren: bestrijding van rechtsradicalisme; geweldpreventie; algemeen pedagogisch werk, aanbod positieve gedragsvormen via vrijetijdsactiviteiten; psychologische begeleiding; een model van medezeggenschap. Sinds een jaar of vijf worden nationale fancongressen georganiseerd. Afgevaardigden uit het hele land debatteren er deftig én heftig over niet voor de hand liggende thema’s als ‘behoort de bal ook de fan toe?’ en ‘fancultuur als sociale fenomeen’. De Duitse fan laat zijn stem horen, hij én zij arriveerden in het stadium der volwassenheid. Ziedaar hét hogeschoolvoorbeeld voor de Belgische voetbalsupporter.

 

 

 

 

 

 

About Author

Leave A Reply