Mijmeringen over Messi tijdens een stadswandeling door Barcelona, bij zijn 600 ste wedstrijd voor Barça – Aflevering 2

Zeshonderd wedstrijden in het eerste elftal van FC Barcelona sinds 2004. En 523 doelpunten. En 29 prijzen: acht keer La Liga (2005, 2006, 2009, 2010, 2011, 2013, 2015, 2016); vijf keer Copa del Rey (2009, 2012, 2015, 2016, 2017); zes keer Supercopa (2006, 2009, 2010, 2011, 2013, 2016); vier keer Uefa Champions League (2006, 2009, 2011, 2015); drie keer Uefa Super Cup (2009, 2011, 2015); drie keer FIFA Club World Cup (2009, 2011, 2015). Bovendien is anno 2017 er ongeveer iedereen het er wel over eens: Lionel – Leo – Messi is de beste voetballer aller tijden. Een essay over die beste voetballer aller in tijden in vijf afleveringen. Leesvoer op de www.dewitteduivel.com voor een hele week!

 

Argentijnse voetbaloorlog, Leo de Latinodanser

 Het is vlakbij, hadden ze gezegd. Wandel er gerust naartoe, een tripje. Dat tripje duurt bijna 40 minuten, het is dik drie kilometer bergop, mét omleiding en in een hitte van meer dan 30 graden. Boven Camp Nou ligt tussen de palmbomen het statige Palau do Congresses. Ik bezoek er het Internacional Congres Mundial de Penyes, editie 35. Meer dan duizend afgevaardigden uit de hele wereld vertegenwoordigen 153.000 geregistreerde Barçasupporters. De dag start met een violiste die een treurlied speelt voor de overleden leden en in het bijzonder voor coach Tito Villanova.Voorzitter Barthomeu woont de hele dag bij en speecht twintig minuten uit het blote hoofd. Hij praat over de sociale beweging die Barça is en nodigt uit tot verantwoordelijkheid: “Iedereen kan Barça begrijpen op zijn eigen manier. Dit is meer dan entertainment. De afstanden tussen mensen verdwijnen als ze zeggen dat ze Barça zijn.” Na afloop kregen we een mooie verrassing aangeboden: de première van een film, veertien dagen voor hij voor eerst zou worden getoond op het Festival van Venetië. Het publiek genoot van ‘Messi. The Movie’. Cinéast Alex de la Iglesia haalde zijn invloeden voor deze prent bij ‘Citizen Kane’ van Orson Welles en ‘Broadway Danny Rose’ van Woody Allen. Hij schetst in flashbacks het leven van de Messi en laat anderen over hem vertellen zoals Jorge Valdano, Luis Menotti en Johan Cruijff. Scriptschrijver Jorge Valdano, voormalige Argentijnse wereldkampioen 1986, zegt in de film: “This movie is Messi.” En voegt eraan toe: “Wanneer hij komt, verandert hij de match. De film is realiteit.” Tweede acteur César Luis Menotti treedt hem bij: “Messi is impossible to explain. He can only explain himself with a ball.”

 “Argentinië bestaat niet. We zijn Europeanen in ballingschap.” Met deze vreemde zin legt romanschrijver  José Luis Borges de verscheurde Argentijnse identiteit – tussen de oneindige, lege plattelandspampa en de door migratie dichtbevolkte steden – van Latijnse passie en Europese berekening bloot.

Messi begrijpen, is zich onderdompelen in de wrevels van de Argentijnse voetbalgeschiedenis, in de gedreven strijd tussen goed en kwaad  binnen het futbol Argentino. Het is het inzicht oprapen over zijn afkomst en omtrent de wegen van zijn  ontdekkingsreis naar de bal. Wie was relevant voor hem?

Men leert daarvoor het alfabet van de Argentijnse voetbalstijl: gaucho, macho, latino. Zo analyseerde de ervaren Franse voetbaljournalist Astolfo Cagnacci in ‘Pays du Foot, Une Passion et de Styles’ (Ed. Autrement Parijs, 1998). Argentinië produceert superieur talent en toch kleeft aan hun voetbal steeds een sinistere schaduw. Het draagt zowel het sublieme als het verderf in zich. Geen Di Stefano zonder Rattin in de jaren vijftig en zestig, geen Ardiles zonder Passarella in de jaren zeventig, geen Batistuta zonder Simeone in de jaren negentig. Diego Armando Maradona kristalliseerde die twee varianten tijdens het WK van 1986 uit tot in de overtreffende trap: met zijn fabuleuze dribbel en zijn frauduleuze hand van God.

Volgens Cagnacci drijft de hunker naar mannelijkheid samen met de innerlijke onzekerheid van de immigrant. De droefgeestige, verfijnde Latinodanser van de balzaal is tegelijk een harde, roekeloze gaucho uit de pampa. Choreografie wisselt zich op het Argentijnse voetbalveld af met krijgskunst.

Messi begrijpen, is weet hebben van de creatie van het topteam Estudiantes de la Plata uit Buenos Aires. Estudiantes de la Plata? Dat klinkt toch als een gezellig vakantieoord aan zee? Welnee, het was een akelige afspiegeling van de dictatuur van generaal Ogania tussen 1966 en 1973. Deze als militair uitgedoste psychopaat ontbond de democratie, verbood de vakbonden, censureerde de kunst en liet dissidenten vermoorden. Historisch herkenbaar voor de Barcelonista? Inderdaad, de morbide kwast Ogania schoof Estudiantes als voetbalboegbeeld naar voor. Een club van vechtersbazen, die er met de grove borstel doorgingen, met als brein Carlos Bilardo, de bondscoach die twee decennia later, in 1986, met Maradona de Mexicaanse wereldbeker zou winnen. Gebruik van geweld in het spel? Hoe meer, hoe liever:  onder het motto ‘fair play is een leugen’. Het mondde uit in de Estudiantesinterpretatie van het catenaccio. Zeer strenge tactische discipline zonder improvisatie. Fysieke kracht, ruw en rauw. Rabauwen op het veld. Rond de club trok Ogania het rookgordijn op van Wij tegen Hen. De goede Argentijnen tegenover de boze wereld. Wat gebeurde er vervolgens? Estudiantes boekte succes met drie opeenvolgende triomfen in de Copa Libertadores, het Zuidamerikaanse equivalent van de Europacup der Landskampioenen. De duels om de Wereldbeker voor Clubs – Intercontinentale Cup met de winnaars van beide toernooien – tussen Estudiantes en Manchester United (1968), AC Milan (1969), Feyenoord (1970) ontaardden telkens door Argentijns toedoen in ernstige ongeregeldheden en ordinaire schoppartijen. De andere clubs uit Buenos Aires kopieerden de criminele stijl: Racing Club (tegen Celtic Glasgow in 1967) en Independiente (tegen Ajax Amsterdam in 1972) tapten uit het identieke vaatje: oorlogszuchtig antivoetbal, met Argentijnse agressie in de tribunes en op het veld. Het voetbalpubliek viel in katzwijm. Het voetbalpubliek van héél Argentinië? Neen, vanuit Rosario kwam rond 1970 een tegenreactie. Ze begon bij een man met adoratie voor Che Guevara en The Beatles;  een linkse, langharige activist die geloofde in de idealen van Mei’68, dat in Rosario in 1969 zou uitbreken. Ze noemden hem ‘El Flaco’, de smalle vanwege zijn alles behalve corpulente omvang. In het echt luisterde hij naar de naam Menotti, César Luis. Hij zocht naar een stijlbreuk met Buenos Aires.

 Menotti, Cesar Luis, de voetbalstamvader van Leo

 Ik loop over het bruggetje naar het Camp Nou Museum en laat me fotograferen door de Japanner met dienst voor vier kantelende panelen: beelden van Messi, Xavi, Guardiola, Cruijff en andere toppers wisselen zich af met slogans. Ik probeer te vatten: Catalanitat, Universalitat, Compromis Social. Boodschappen van Catalaans zelfbewustzijn en universele menselijke waarden, doorspekt met beelden van het schone spel, van Barça’s beautiful game. De belangrijkste eigentijdse Argentijnse ontwerper van het futbol arte coachte de club tussen 1983 en 1984.

Rosario, dat is de geboortestad van Messi. Newell’s Old Boys, dat is de moederclub van Leo. César Luis Menotti (1938) uit Rosario won als bondscoach de wereldbeker van 1978 in eigen land. Zijn ideeënzoektocht begon hij …bij Newell’s Old Boys uit Rosario in 1970.

Wie Messi wil doorgronden, bestudeert het parcours van Menotti.
Wat zocht Menotti?  Hij pakte graag uit met opvattingen over wat hij noemdeprogressief voetbal’: openheid, creativiteit, plezier, nederigheid, solidariteit. Waar haalde hij zijn zogenaamde mosterd? Op de wereldbeker van Mexico in 1970, bij het Braziliaanse ‘Beautiful‘ Team  van zijn vriend en generatiegenoot Pelé (1939). Het Braziliaanse gouden elftal – men denkt aan Tostao, Gerson, Rivelino, Jairzinho, Carlos Alberto – werd in het jaar 2000 uitgeroepen tot ‘ploeg van de eeuw’.  Menotti gokte in 1970 dus meteen  op topkwaliteit, maar het bleef toch  vloeken in de Argentijnse voetbalkerk om uitgerekend de ‘vijand uit sambaland te promoten als hét grote voorbeeld. Bijzonder gedurfde keuze. Tussen 1970 en 1974 botsten Argentijnse clubs  en de Albicelesti liefst vier keer  tegen opponenten van Oranje:

Feyenoord (Van Hanegem),  Ajax (Cruijff), het Nederlands elftal (beiden). Telkens trok men aan het kortste eind tegen de twee varianten – de vertragende van Willem van Hanegem en de versnellende van Johan Cruijff – van het Hollandse totaalvoetbal. Voor Menotti voldoende om zich aan de zijde te scharen van de voetballende Rolling Stones uit Amsterdam. 

Bijzonder gedurfde keuze, bis.

En hij voegde er een derde element aan toe: de terugkeer naar de straat, het creolisme opgewaardeerd. Zegt u? Tijdens het interbelllum (1919-1939) kreeg het voetbal in Buenos Aires en Rosario het karakter van een massafenomeen. Via de creoolse speelsheid:  artistiek kortpassenspel, creatieve dribbels en de pirouette van de picardia. Uitgevoerd op de straten en de pleinen, door voornamelijk kinderen van Italiaanse en Spaanse migranten.

Dat nochtans klassieke ingrediënt was in de donkere dagen van de Estudiantesdictatuur volledig uit het Argentijnse spelbeeld verdwenen. Bijzonder gedurfde keuze, tris. César Luis Menotti uit Rosario én begonnen bij Newell’s Old Boys, hij durfde dus.

Hij trok in 1971 naar de hoofdstad,bij het onbeduidende en palmareskale Huracan. Op zijn stoute schoenen: kampioen met onalledaags én expressief spel in 1973. De schrale kettingroker aanvaardde één jaar later de uitnodiging van de Asosiacion del Futbol Argentino: bondscoach.  In 1976 rolden de tanks opnieuw door de straten. Generaal Videla greep de macht. Menotti belandde in de slangenkuil: een decor van dappere ‘Dwaze Moeders en dolle drieste militairen.  Op latere leeftijd schreef hij deze periode van zich af in ‘Futbal sin Trampa’ , volgens de Nederlandse auteurs Iwan van Duren en Marcel Rözer  vrij te vertalen in ‘voetbal zonder valstrik’. Ze zochten Menotti in 2008 op, dertig jaar na de WK-finale van 1978 en in functie van hun boek ‘WK 1978 Argentinië. Voetbal in een Vuile Oorlog’ (Uitgeverij De Buitenspelers Goes, 2008) : voor wie het niet meer weet, Argentinië versloeg Nederland met 3-1 na verlenging, bal op de binnenkant van de paal door Robby Rensenbrink in de negentigste minuut. Hij vertelde hen, de ene sigaret na de andere smorend : ‘Defensief voetbal verstrikt de geest zoals de dictatuur de geest verstrikt. Ik liet mijn jongens op het WK 1978 vloeiend en vrij voetbal spelen om een ander Argentinië op te roepen dan het militaire regime propageerde.’

Menotti hield wel van hoogdravende teksten genre: ‘de mensen vreugde schenken met voetbal’.  Vraag: met welk voetbal? Antwoord: met het ideale, zijnde dat van de snelheid en de precisie, dat van de ordening en van het avontuur. Dat zinnetje  stal hij wel bij literaire vertellers. Voor de autoritaire optie kende hij geen greintje genade. Met name die waar ‘gewerkt en geknokt moet worden, waar mensen zich moeten opofferen en waar enkel het resultaat telt.’ Wel, integendeel, hij droomde van ‘voetbal als cultuurgoed dat net als muziek, literatuur en film een functie heeft: het leven menselijker en de gemeenschap beter maken.’ Raadpleeg daarvoor een essay over de man van de Zwitserse sportschrijver Beat Jung in ‘Strategen des Spiels, die legendären Fussballtrainer’ (Die Werkstatt Göttingen, 2006).

Ziedaar de visie op de op  één na populairste planetaire daad – men late het seksuele genot even buiten beschouwing – van een jongen die begon bij Newell’s Boys, de moederclub van Messi, van een man uit Rosario, de vaderstad van Leo.

Interpreteer het spel van Messi, vind verheldering bij Menotti.

 

About Author

Leave A Reply