Andrea Pirlo: Ik denk, dus ik speel voetbal.

Bij het afscheid van de Italiaanse voetbalfilosoof.

Andrea Pirlo (1979) stopt ermee. Op 38-jarige leeftijd na 22 seizoen topvoetbal bij achtereenvolgens Brescia, Internazionale, AC Milan, Juventus en New York City:  872 wedstrijden, waaronder 116 interlands. Wereldkampioen met de Squadra Azurri in 2006. Winnaar van de Champions League met AC Milan in 2003 en 2007. Verliezer met Milan in 2005 en met Juventus in 2015. Vier keer landskampioen met Juventus, twee keer met AC Milan.

De Italiaanse legende is van het filosofische voetbaltype. Dat bleek uit zijn beknopte biografie die hij de titel schonk ‘Penso Quindo Gioco’. Ze werd in het Engels gepubliceerd als ‘I think therefore I play’.

Vrije vertaling: ‘Ik denk, dus ik speel voetbal’.

 De invloed van…zijn playstationcoach Guardiola

De oudere Pirlo raakte in de ban van coach…Pep Guardiola. Hij ontmoette hem nochtans slechts één keer in zijn leven: tijdens het Gampertoernooi in Camp Nou in 2010. In die tijd had Pirlo zich ontpopt tot…playstationtopper: ‘Na het wiel was playstation de beste uitvinding aller tijden. En sinds het bestond, noemde ik mij Barça.’ Dat deed ook zijn ploeggenoot Nesta, die Pirlo tijdens toernooien onder de spelers van AC Milan, naar de kroon stak. Die onderlinge duels tussen Pirlo en Nesta werden dus Barça versus Barça. Beiden kozen bovendien voor Pep Guardiola als hun playstationcoach. En toen ze dus in 2010 in Barcelona speelden, ontvouwden ze zelfs een plan om hem…te ontvoeren.

De mooiste voetbalconversatie uit het leven van Andrea: meeting met Pep

Daar kwam echter niets van in huis maar Pirlo hield er wel de naar eigen zeggen mooiste voetbalconversatie uit zijn leven aan over met de man die hij vanop afstand bewierookte: ‘Guardiola ging in dat gesprek recht naar de focus. Hij zei dat hij me nodig had omdat hij een middenvelder zocht die kon alterneren met Xavi, Iniesta en Busquets. Hij vond mij de kers op de taart. Hij noemde me een speler van wereldklasse. Ik wist niet wat ik hoorde. Ibrahimovic dacht dat hij Guardiola beledigde door hem ‘de filosoof’ te noemen maar dat is toch een verdomd mooi compliment. Een filosoof denkt na over het leven, zoekt naar wijsheid en hanteert principes die hem gidsen in wat hij doet. Ik zag naar Guardiola als iemand die in een zen-like-hoekje van Playstation leeft, een deel van de harde schijf dat nog niet ontgonnen is. In een geheime kamer, waar schaduwen dansen. Ik kampeer daar ook graag.’

De transfer van Pirlo naar Barça ging niet door omdat de spelmaker in 2006 een contract voor vijf jaar had getekend bij AC Milan waarin hij de salarisdetails van Berlusconi zelf had mogen invullen.

Liverpool FC: nachtmerrie in 2005, winst in 2007 maar het lijden stopte nooit

Wanneer hij zijn loopbaan overschouwt, komt hij steeds terug bij de beide finales van de Champions League tegen Liverpool in 2005 en 2007. En merkwaardig genoeg kon de zege van 2007 het verlies van 2005 niet compenseren. De nederlaag van 2005, nadat AC Milan een 3-0 voorsprong uit handen gaf, blijft tot vandaag een nachtmerrie voor Andrea Pirlo.

Andrea Pirlo had zich in 2007 opgeworpen tot brein van het middenveld van AC Milan. De denker van de rossoneri verdeelde het spel met dieptepassen van net voor de defensie.

Al leek het in de kwartfinale van de  Champions League einde verhaal toen Van Buyten in de 93 ste minuut de doelpunten van Pirlo en Kaka neutraliseerde namens Bayern (2-2). In München demonstreerde zich de oude glorie binnen het half uur met doelpunten van Seedorf en Inzaghi (0-2). Op Old Trafford keerde Kaka de vroege achterstand om in een 1-2 voorsprong. Rooney tikte tegen op het uur en stuurde AC Milan toch met een nederlaag weg in de laatste seconde (3-2). Het team van Alex Ferguson had geen enkel verhaal in de return waar Milan wereldklasse etaleerde (3-0). In het Olympiako Stadio van Athene zagen 74.000 toeschouwers hoe de roodzwarten opnieuw met de uitgekookte 4-3-1-2-formatie van Carlo Ancelotti de belangrijkste Europese voetbaltrofee bemachtigden ten koste van FC Liverpool (2-1). AC Milan had de nachtmerrie van 2005 min of meer bedwongen. Of toch niet?

Collectieve zelfmoordpoging: sprong het hele team in de Bosporus?

Het blijft dus een opvallend gegeven: de nederlaag van 2005 doet Pirlo tot vandaag pijn en bepaalde lange tijd zijn gemoedsgesteldheid. Hij wilde de wedstrijd van 2005 nooit opnieuw bekijken maar beleefde ze vaak in zijn hoofd. Hij zocht naar een verklaring en bad voor een happy end zoals in een film waarin het sympathieke karakter toch het einde niet haalt. Tot vandaag begrijpt hij niet wat hem in 2005 overkwam: ‘De echte pijnlijke scène was dat we ons voor eeuwig belachelijk maakten. Het leek op een collectieve zelfmoordpoging waarbij het hele team in de Bosporus sprong. Ik vond het zo eng dat ik later met het gevoel bleef zitten dat ik niet kon ontsnappen aan wat ik de ‘Istanboelervaring’ ben gaan noemen.’ Op geregelde tijdstippen duikt het terug op in mijn hoofd, het roept me bij mijn naam. Na het verlies zaten we als zombies in de kleedkamer. We konden niet spreken, we konden niet bewegen: onbegrip, woede, depressie. Ik voelde me geen voetballer meer. Erger nog: ik voelde me zelfs geen man meer.

Voor altijd schuldig tot onze eigen schande

De enige mogelijke oplossing waar ik toen aan dacht was opstappen uit het voetbal. We waren voor altijd ‘schuldig’, tot onze eigen schande. We vroegen ons af ‘waarom’? Maar niemand had de antwoorden. Er was geen dokter voor deze groep ‘gekke mannen’, waarvan de ene dacht dat hij Nesta was, de andere noemde zich Seedorf, nog iemand stelde zich voor als Kaka of Crespo. Ik geloofde dat ik Pirlo heette. Ik kon amper slapen. Ik beschouw de DVD van Liverpool 2005 als een vijand in mijn eigen huis. De nachtmerrie eindigde niet.” Andrea Pirlo stelde zich op als een getormenteerde mens voor wie de zege van 2007 aanvoelde als een balsem op de wonde: “We stonden er opnieuw en wonnen dankzij twee doelpunten van Inzaghi. Een daarvan ontstond uit een vrije trap van mij die hij deed afwijken. Geen goal om fier op te zijn. De intensiteit van onze vreugde viel niet te vergelijken met de droefheid na het verlies van 2005. We probeerden wel maar het lukte ons niet. De pijn bleef. Ik stelde zelfs voor om op het trainingscentrum Milanello een zwarte wimpel aan de triomfmuur te hangen met de verwijzing naar 2005. Als boodschap voor de toekomstige generaties dat men zichzelf nooit onklopbaar mag wanen. Want het is de eerste stap op het verkeerde pad.” Andrea Pirlo legde 2005 en 2007 zwaarmoedig, op het wijsgerige af, met elkaar in de balans. Die helde voor hem over naar de slechte kant.

 De boze geest werd overwonnen maar bleef toch hangen

Een compleet ander gevoel heerste bij coach Carlo Ancelotti. Hij laat auteur Allessandro Alciato noteren in zijn in  2010 gepubliceerde levensverhaal ‘Preferisco la Coppa’: “De nacht na Istanboel 2005 probeerde ik mijn rust te vinden. Ik wist dat het elftal alles had ondernomen om te winnen. Ik kon me dus niet opwinden, het leek op een voorbestemming. Je kunt niets veranderen als je dat in zes minuten overkomt, want daarvoor heb je geen tijd. Er waren ook geen vermijdbare doelpunten. Ik coachte meer dan 800 partijen in mijn loopbaan. Als ik er twee moet uithalen dat mijn team tot in de perfectie voetbalde dan hoort Liverpool 2005 er zeker bij.” Voor zijn andere ‘best-of-match’ verwees Ancelotti naar de halve finale van 2 mei 2007 tegen Manchester United. Na een 3-2 nederlaag op Old Trafford zagen meer dan 67.000 kijkers op San Siro hoe AC Milan een uitmuntende prestatie op de mat legde onder invloed van ‘man van de wedstrijd’ Clarence Seedorf. Die zette Edwin van der Sar op het half uur al voor de tweede keer op het verkeerde been nadat Kaka op de elfde minuut de score had geopend. Twaalf minuten voor tijd spijkerde invaller Gilardino de niets een overdreven 3-0 op het scorebord.

Ancelotti onthulde ook hoe zijn selectie het ‘Liverpoolspook’ trachtte te verdrijven door vanuit het trainingscomplex tijdens de halve finale Liverpool-Chelsea collectief voor The Reds te supporteren, met roodwitte sjaals om de nek en hoeden op het hoofd: “We zochten onze revanche.” Die volgde ook in een, deze keer, bijzonder saaie finale. Beide ploegen namen een zeer afwachtende start en Milan zocht de controle door de bal in de ploeg te houden. Net voor de pauze blies de Duitse scheidsrechter Fandel voor een vrije trap na een fout op Kaka. Pirlo trapte de bal op Inzaghi die in doel caramboleerde. Fandel wuifde het protest voor handsbal weg. Negen minuten voor tijd stak Kaka de bal tussen de defensie door in de loop van Inzaghi die de tegenaanval knap afrondde. Het doelpunt van Dirk Kuyt in de 89 ste minuut kwam te laat. AC Milan verdreef de frustratie door een nachtelijk grappenfestival van coach Ancelotti – met zijn reputatie van individuele benadering – om de boze geest van 2005 te verdrijven. Dat lukte. Behalve bij Andrea Pirlo.

 

About Author

Leave A Reply