Vijf jaar geleden overleed Vic Mees

Op 12 november is het vijf jaar geleden dat Vic Mees, de Antwerp-speler van de 20ste eeuw, overleed. Dit is de tekst die FC Antwerp-archivaris Dirk Willocx toen schreef. Op de foto is Mees de vierde van links ( boven).

Met pijn in het hart en met groot ongeloof vernam de Antwerp-familie vorige week zondag het overlijden van haar icoon, Vic Mees, de “Gentleman-voetballer”.
Victor Mees werd geboren op 26 januari 1927 te Schoten-Deuzeld, vlak aan het Albertkanaal, vanwaar men toentertijd de grijze betonmassa van het Antwerp-stadion hard tegen de kale vlakte van “den Brem” zag afsteken.
Deuzeld was in de twintiger jaren slechts een klein gehuchtje tussen Merksem en Schoten met één heel lange straat (misschien wel de enige), de Cruyninghestraat (nu Kruiningenstraat), die een paar honderd meter lang was, een kerkje en een groot café, genaamd “Sportwereld”, met een zekere Jef
Mees als cafébaas. Het is dankzij deze man dat een hele hoop mensen die rustige, kalme buurt toen hebben veranderd in een plaats van vreugde en plezier, want ze hebben er nl. een Antwerp-supportersclub opgericht, en toen was de rust in Deuzeld gedaan. Want bijna iedere inwoner was er
lid van en vanaf de dag dat de naam “Deuzeld” op de supportersvlag stond, en de naam werd meegedragen tot in Luik, Charleroi, Hulst, enz., leeft elke inwoner van Deuzeld mee met Royal Antwerp FC.
Nu zijn we echter de geschiedenis een (klein) beetje aan het vooruitlopen.
Toen Vic nog Victorke was… In de tijd dat men op ‘t Zuid de Wereldtentoonstelling van 1930 aan het bouwen was, liep er in
Deuzeld een bijna driejarige broekvent rond, die zijn moeder, Liza Mees, werk genoeg gaf.’t Was gevaarlijk die kleine niet in het oog te houden, zo dicht bij ‘t water, en ‘t was dan zo’n lopend stukje kwikzilver. Victorke sleet zijn onbekommerde en onbezorgde jeugd zoals elke rakker van zijn
leeftijd: spelen, eten, slapen, en omgekeerd Nu en dan ging hij met zijn vader eens naar het voetbal kijken, maar meer nog naar de één of andere
wielerkoers, en naarmate de broekjes van Vic korter werden, en dienden vervangen door andere met langere pijpen, kreeg hij – enigszins door zijn vader in die richting geduwd -veel goesting om ook “koereur” te worden. Wanneer hij dan echter later naar school ging, meer bepaald naar het Sint-
Eduardus te Merksem, ging de goesting om renner te worden eraf. Immers is het Sint-Eduardus instituut toch de bakermat van Olse Merksem (Oud-Leerlingen Sint-Eduardus), en werd de vrije tijd aldaar geofferd aan Koning voetbal. Zo begon Vic officieel te voetballen, want met zijn kameraadjes van den Deuzeld had hij natuurlijk al matchkes genoeg betwist.
Was Mees-ke in de klas een goede leerling (altijd bij de eersten), hij had ook flink wat voetbalgaven en werd al snel in de schoolploeg opgenomen. Zo speelde hij in 1939 mee in het “Paaschtornooi der Scholen”, dat Antwerp organiseerde. Daar werd hij opgemerkt door Ferdinand Wertz, een vroegere vedette van Antwerp, en die liet Vic een aansluitingskaart ondertekenen. Een paar voetbalschoenen volstond om hem te overtuigen voor de “Great Old” te kiezen. En Vic zo fier als een gieter naar huis, zoals men dat in Antwerpen zegt.​

Een moeilijk begin…

Vic belandde op de Bosuil bij de Kadetten. In die leeftijds-catergorie had Antwerp slechts één ploeg. Omwille van zijn bescheiden gestalte moest de “kleine” vaak geduld uitoefenen en kijken naar zijn ploegmaats die meestal een kop groter waren dan hij. In 1940 is Vic dertien jaar, maar mag hij nog
altijd niet meespelen omdat hij zo klein is. Hij wordt vaak als reserve aangeduid, gaat mee op verplaatsing, maar aangezien de basisploeg steeds compleet aantreedt, blijft hij invaller…
Koppig oefent hij verder, niets helpt: de convocatiekaartjes die hij krijgt zijn altijd die van reserve. Totdat op zekere dag… hij als twaalfde man wordt aangeduid voor een wedstrijd bij Oude God, zich naar de plaats van bijeenkomst begeeft en daar merkt dat er een speler ontbreekt. Zielgelukkig steekt Vic zich in zijn rood-witte kledij maar… een paar minuten voor tijd arriveert de “afwezige”, nl. Rik Mattheeusens (later trouwens ook een speler in het fanionteam van Antwerp), Een paar woordjes
met de ploegleider, tram gemist enz… Gevolg: Vic mag zich terug aankleden, en Rik Mattheeusen mee het veld op.Vic is er toen wenend vanonder getrokken, en noch zijn vader, moeder of zusterke Maria, konden hem thuis troosten.
Hij zwoer van “nooit nog een voet op den Antwerp te zetten”. ‘s Anderendaags raadden zijn schoolkameraadjes hem aan om voor den “Olse” te tekenen, en “ge moet er op den Antwerp niks van zeggen, daar krijgde toch nooit geen kans”. Dus, Vic ondertekent een kaart voor Olse Merksem, maar die komt direct terug van Brussel: geweigerd: speler is aangesloten bij Antwerp. Vooruit dan maar, de voetbalmicrobe is sterker dan Vic, dus terug naar Antwerp. Het jaar daarop speelt hij als vaste titularis in de Provinciale Kadetten, als centerhalf. Dan drie opeenvolgende jaren bij de Provinciale Scholieren, en driemaal tereke kampioen van Antwerpen.
Door oorlogsomstandigheden is er echter geen nationale eindronde, en dat heeft Vic altijd spijtig gevonden, want met die ploeg, zegt hij, maakten we toen grote kans Kampioen van België te worden.

Een snelle opgang

Dan komt de Bevrijding. De periode van de vliegende bommen. De kampioenschappen zijn afgelast. Antwerp speelt oefenwedstrijden te Turnhout, Vigor Hamme, enz… Maar een officiële match met het eerste elftal heeft hij nog niet meegespeeld. In december 1944 krijgt Vic Mees echter onverwacht
een plaats in de “Entente Anversoise” op Beerschot in de replay tegen de Britisch Services, waarin o.a. Joy, Hapgood, Blye, Pearson e.a. Britse profs meespelen.
Een eerste wedstrijd van de Antwerpse Verstandhouding tegen de Engelsen was eerder geëindigd op een 2-2 gelijkspel. Dit tot grote ontstentenis van de Engelsen die in andere Belgische steden wel ruime overwinningen hadden geboekt. Om de Engelsen te kalmeren bood trainer Staf Pelsmaeker hen een revanche aan, met de bijkomende melding dat Antwerpen dit keer wel zou
winnen…. Een uitdaging die de Engelsen niet konden weigeren.​

Vlak voor die bewuste replay wordt de aanvallende centerhalf van Beerschot, Swa Gommers, ziek. Staf Pelsmaeker (tevens ook toenmalig trainer van Antwerp) beslist dan om de onbekende 17-jarige Vic Mees op te stellen.
Vic herinnert zich zijn verplaatsing naar het Kiel nog goed: “Eerst met nr. 61 van Schoten naar het Centraal Station en daarna met tram 2 tot aan het Kiel. Onderweg naar het stadion hoorde ik al die Beerschotters rondom mij zeggen “Zeg, weet je het al? Swa Gommers is ziek. Wie gaat er nu spelen?”
En ik, ik stond daar naast hen met mijn valies in mijn hand!” Enfin, ‘t werd Vic’s grote debuut en Antwerpen won met 4-2!
Op 25 december 1944 maakte Vic Mees voor het eerst zijn opwachting in de eerste ploeg van de Great Old. Dat gebeurde in een vriendschappelijke wedstrijd tegen CS Schaarbeek. Het was het begin van een prestigieuze carrière, waarin hij het rood-witte shirt 649 keer over zijn schouders trok. Tot op heden nog steeds het clubrecord.
In 1946 wordt Vic Mees voor het eerst opgesteld in een competitiewedstrijd. De ploeg was toen nog grotendeels samengesteld uit de kampioenenploeg van 1943-44, maar kleine Vic deed het, en goed: “Ik kwam toen als enige jonge speler in een ploeg met mensen als Gedopt; Paverick en Weyns; Docx, Blankers en D’Hollander; L. Wouters, Lodts, Geuns, Van den Audenaerde en Van Veldhoven. Ik kreeg onmiddellijk hun steun en dat was nodig ook. Meer dan eens probeerden de tegenstanders dat “jong manneke” hardhandig aan te pakken. Maar één berisping van mijn ploeggenoten was meestal voldoende om ze tot beter inzichten te brengen.”
Dan kwamen er opnieuw de selecties voor de “Entente Anversoise” tegen gereputeerde buitenlandse ploegen. Vic ging naar het buitenland: Kopenhagen, Madrid, Rotterdam, … enz. Dan kwam de tijd van het Kaki, en Vic speelde te Hannover met de militaire ploeg de finale van het intergeallieerd tornooi tegen Holland, dat een duchtig binnentrio opstelde: Engelsman, Rozen,
Drijvers. België won met 4-1, wat de betrokken militairen 14 dagen verlof opleverde. Reizen met Antwerp naar Duitsland en Zwitserland. We schrijven 1947. In de Provinciale Juniorenploeg veroverde hij mee de titel van Kampioen van België. Hij werd voor de eerste maal international, bij de Junioren,
waarvan hij aanvoerder werd.
Het kon niet uitblijven, het moest er van komen: In de B-ploeg…De eerste maal op 6 juni 1948 te Rijsel: Frankrijk B – België B 2-1
Te Brussel op 1 november 1948​ Rode Duivels – London Combination3-4
Te Luxemburg op 21 november 1948 Luxemburg – België B 1-7 (en Vic maakt er een goal)

Internationaal

Barcelona, 2 janauari 1949. Spanje en België, die elkaar sinds 26 jaar niet meer hebben ontmoet, spelen onbeslist: 1-1. Een uitslag die toen groot opzien baarde. Het Belgisch doelpunt kwam op naam van Beerschot-spits Rik Coppens. “Vic” en “Rik” speelden die dag aan mekaars zijde. Nadien stonden
ze vaak tegenover elkaar in de Antwerpse derby’s. Het contrast was frappant tussen de “gentleman” aan de ene kant en de man van ‘t Kiel, die altijd en overal fratsen uithaalde. Het is bekend dat extremen mekaar aantrekken. De twee tegenstanders werden dan ook mekaars allerbeste vrienden.
Ze speelden onder een hoedje als ze voor de nationale ploeg werden opgeroepen.
Vic had in zijn eerste interland goed gepresteerd in die Spaanse hel van heetgebakerde supporters. Op 1 maart speelde hij nog een match met de B-ploeg tegen de Zwaluwen, te Gent, 1-2 voor de
Zwaluwen, en 12 dagen later in Amsterdam opnieuw voor de A-ploeg: Nederland – België, en dan is het zo voortgegaan… In zijn derde interland in Dublin (Ierland – België 0-2) bestempelde de plaatselijke aanvoerder, John Carrey van Manchester United, hem als de beste speler die hij ooit op een voetbalveld had ontmoet. Een fabelachtige carrière als Belgisch international lag in het
verschiet.

In het huwelijksbootje

Eind december 1948 wilden Vic en zijn Engelse verloofde, Mej. Ida France, de eindejaarsfeesten samen doorbrengen in Hull, bij de familie van Ida. Bedoeling was dan ook de voorbereidingen voor hun huwelijk te treffen. Bondscoach Bill Gormlie besliste er evenwel anders over door onze Antwerpenaar voor het eerst naar de trainingen op de Heizel te roepen. Mees had er niets beter op
gevonden dan zijn moeder alleen naar de andere kant van het Kanaal te sturen. Tot grote ergernis vanIda natuurlijk. Haar woede werd getemperd door haar vader, zelf een groot voetballiefhebber, die meteen besefte hoeveel een nationale selectie wel betekende.
Op 7 juni 1949 treedt Vic Mees dan toch in het huwelijk met Ida France, het meisje dat hij na de oorlog in Schoten leerde kennen. Ida was als ATS-girl (Auxiliary Territorial Service-girl) werkzaam bij het Engelse leger. Zij
bediende de radars van het geallieerd afweergeschut om de vliegende bommen op te sporen. Tijdens de vrije uurtjes zochten de ATS-girls hun vertier o.a. in Café Sportwereld, het café van Vic’s vader.
Daar zag Ida in december 1944 Vic voor het eerst. Het duurde echter tot op de dag van zijn verjaardag, 26 januari, vooraleer de eerste kus werd uitgewisseld, uiteraard vermomd als felicitaties voor Vic’s verjaardag. Toch hing hun relatie aan een zijden draadje. Er waren namelijk nog een ​
heleboel andere ATS-meisjes die Vic’s aandacht probeerden te trekken. Dit was echter buiten Vic’s zus Maria gerekend, die achter hun rug een rendez-vous belegde tussen de twee. Tegen haar broer zei ze: “Zeg Vic, Ida wil eens met je afspreken”. En tegen Ida vertelde ze het omgekeerde. Pas drie jaar later
kwam het “bedrog” van Maria uit, maar dan waren Vic en Ida al lang verloofd. Uit dit gelukkig huwelijk werd drie kinderen geboren: Arnold, die echter in de lente van 1959 op tragische wijze verongelukte, Vicky en Elisabeth.
50 Sterretjes
Op 14 oktober 1956 speelde Vic Mees zijn vijftigste interland. Vic was toen met zijn 29 jaar de jongste Belgische speler ooit die de kaap van 50 interlands passeerde. Om dit heuglijke feit te vieren, werd Vic toen voor de eerste maal benoemd tot aanvoerder van het Belgisch elftal. Vader Jef Mees en de plaatselijke supporters-club organiseerden voor de gelegenheid een heus jubileumbal in het ouderlijk café.
Alle aanwezigen zijn het er roerend over eens dat Vic, gezien zijn jeugdige leeftijd, het record van Bernard Voorhoof (61 interlands) in zicht had. Iets waar eerst Pol Anoul (48 caps) en later ook Jef Mermans en Louis Carré (beiden 56 caps) niet in zouden slaagden.

Vic Mees Record-internationaal…

En ja hoor, op 2 maart 1958 evenaarde hij Bernards prestatie tijdens een interland tegen Duitsland (0-2). Onze kleine Vic kwam alleen op kop vanaf 13 april 1958 na de zoveelste uitgave van België – Nederland. Het negentien jaar oude record van Lierenaar Voorhoof was geklopt door de “gentlemen-
voetballer”, die hier-mee toen niet alleen het bewijs leverde, niet alleen de beste internationaal te zijn in de naoorlogse periode, maar ook één van de besten in de galerij der Belgische Rode Duivels.
Niet alleen in Antwerpen, maar in gans het land werd het nieuwe record van Vic Mees toegejuicht. Vic was dan ook door iedereen zeer geliefd. Uit “De Antwerpsupporter” van 20 april 1958 haalden we volgend fragment, geschreven door Bob Tuerlings, na het behalen van zijn 62ste cap. De bewondering
van Bob voor Vic geeft een idee van de gentleman achter de “gentleman-voetballer”.
De carrière van Vic als Rode Duivel eindigde op 2 oktober 1960 na een verloren partij tegen Nederland (1-4). Die dag zat een jongen van 17 jaar voor het eerst op de bank van de nationale ploeg. Zijn naam? Paul Van Himst! Hij ging later Vic Mees onttronen als de Rode Duivel met de meeste interlands achter zijn naam alvorens Paul later op zijn beurt plaats moest ruimen voor Jan Ceulemans.
Vic Mees totaliseerde 68 selecties en bleef Belgisch record-international tot 17 juni 1972. In de kleine finale van het EK 1972 tussen België en Hongarije veroverde Paul Van Himst toen zijn 69ste cap. De felicitaties van Vic kreeg hij er bovenop. ​

Trouw aan zijn imago als gentleman stuurde hij zonder verpinken een telegram aan “Popol” om hem geluk te wensen. Vic Mees beleefde zijn uur van glorie niet op een EK. Dat tornooi werd immers pas boven de doopvont gehouden in 1960, het jaar waarin de Antwerpenaar zijn internationale carrière stopte. Hij nam wel deel aan het mooie avontuur dat de Rode Duivels op het WK 1954 beleefden. Ze
permiteerden zich toen o.m. de luxe om het prestigieuze Engeland in bedwang te houden (4-4).
De meest memorabele herinnering van Vic dateert evenwel niet van de eindronde maar eerder van de kwalificatie-wedstrijden. In de voorronde moest België het opnemen tegen Finland en Zweden. Vooral Zweden ontbrak het niet aan adelbrieven, want in 26 thuiswedstrijden hadden ze slechts één schamel punt verspeeld. Na gewonnen te hebben in Helsinki op
25 mei 1953 (2-4 dankzij een hattrick van Rik Coppens en een doelpunt van Pol Anoul) zorgden de Rode Duivels drie dagen later voor een ongelofelijke stunt door Zweden met 2-3 in Stockholm te verslaan. Ze hadden die zege beloofd aan Bill Gormlie, die na die wedstrijd afscheid nam als bondscoach.

Ondertussen met Antwerp

Met Antwerp veroverde Vic in 1955 de Beker van België (4-0 winst tegen Waterschei) en won hij in 1957 de landstitel (met 6 punten voorsprong op Ander-lecht). Vic Mees: “Twintig jaar heb ik in het eerste elftal van Antwerp gespeeld. In 1955 wonnen we de beker en in 1957 werden we kampioen. Slechts éénmaal heb-ben we tegen de degradatie moeten vechten. In het seizoen 1952-53. Een dipje dat vooral te wijten was aan een mindere periode tussen twee gouden generaties. Maar de beker en de landstitel, daaraan bewaar ik mooie herinneringen!”

Tweede carrière

Intussen hadden Vic en Ida het huis naast Café Sportwereld gekocht en was Vic er samen met een vriend van zijn vader, dhr. Boutmans, een kolenhandel begonnen. Deze laatste had reeds voor de oorlog een kolenhandel gehad en deze carrière bood aan Vic een mooi alternatief voor het café van zijn vader, aan wie hij te kennen had gegeven het café niet te willen verderzetten. Zijn bekendheid als voetballer kwam Vic uiteraard ook in het zakenleven goed van pas.
Na zijn actieve carrière als voetballer hield hij zich nog zo’n vijftien jaar bezig met de UEFA-junioren van wie anders dan Royal Antwerp FC.
Vic heeft zowat in elk land in Europa, in elke grote stad, zijn voetbalkwaliteiten aan miljoenen voetbalfans vertoond. Als half, als stopper, als inside bleek hij steeds een niet te vervangen, waardevolle pion in het elftal. Of hoe een “klein ventje” een “grote meneer” kan worden.​

About Author

Leave A Reply