Waarom het Duits model met zijn vijftig plus 1 regel veel beter is voor het voetbal dan het Belgische

Waarom het Duits model met zijn vijftig plus 1 regel veel beter is voor het voetbal dan het Belgische

Stilaan dreigt elke Belgische club de prooi te worden van een buitenlandse overnemer. Of komt helemaal in handen van één Belgische eigenaar, wat evenmin een garantie biedt op een gezonde bedrijfspolitiek.

Het befaamde Duitse model – met zijn vijftig plus 1 regel, zijn moedervereniging en zijn dochterorganisatie – wordt vaak weggehoond als ‘onrealistisch’. Door zowel onze journalisten als voetbalbeleidsvoerders. Het tegendeel is waar.

Mijn standpunt: vertaal het Duits model naar het Belgisch voetbal, zoals KV Mechelen al bezig is te doen.

Sociaal engagement & fanprojecten

Duitsland is sinds het de wereldbeker van 2006 organiseerde gidsland van het voetbal geworden. Niet enkel op het veld – Weltmeister – maar vooral naast het veld. De Deutscher Fussball Bund – met meer dan zes miljoen leden, waarvan bijna 1,5 miljoen vrouwen – is de grootste sportbond ter wereld. In zijn statuten heeft de DFB – als eerste en dusver enige sportbond ter wereld – het principe vastgelegd van het maatschappelijk verantwoord ondernemen: das soziale Engagement.

Het vormt officieel de derde pijler naast de twee klassieke van topsport en breedtesport. Wekelijks reizen meer dan 500.000 mensen naar een stadion van de eerste of tweede Bundesliga. De Deutsche Fussball Liga stopt jaarlijks 1,5 miljoen Euro in de arbeid van de Fanprojecten voor de 36 Bundesligaclubs.

Het Duitse profvoetbal heeft gekozen voor een duidelijk afgebakend model. Met een sterke structuur van bovenaf opgelegd en tegelijkertijd van onderuit gestuurd.

Wetenschappelijk onderzoek en jaarrapportage

Even de moderne wetenschap toepassen: een rapport van het internationale onderzoeksbureau A.T. Kearnay uit 2010, het enige in zijn soort tot dusver. Met een nieuwe methode om de stand van zaken in het internationale voetbalbedrijf te peilen. Kearnay onderzocht het voetbalgebeuren op de parameters ‘sportief’, ‘economisch’, ‘sociaal’ en ‘duurzaam’. Om op die wijze een totaalbeeld van de bedrijfstak ‘voetbal’ neer te zetten. Om een lang verhaal kort te maken. De Bundesliga voerde de ranglijst van de Europese topcompetities aan. Voor de Engelse Premier League, de Spaanse Primera Division en de Italiaanse Serie A.

De Bundesliga staat op één inzake economisch beleid – lees gezonde financiën en toeschouwersaantallen – en op gebied van duurzaamheid, zijnde ecologie en mobiliteit.

Ze neemt de tweede positie in op gebied van de ‘sociale dimensie’ (na de Premier League) en staat wat betreft sportieve kwaliteit op de derde plek. Met op twee de Primera Division en op één de Premier League.

De Bundesliga piekt met een gemiddelde van 42.000 toeschouwers – ter vergelijking in de Premier League zijn dat er 32.000 en Primera Division en Serie A volgen op nog grotere afstand – en breekt ook alle doelpuntenrecords. Vrijwel elke Bundesligacoach kiest op zijn manier voor aanvallend voetbal en voor spektakel. Men betreedt het veld om het publiek te vermaken.

Drie miljard gemeenschappelijke omzet: Bundesligamodel als gezondste van de wereld

Deze gegevens uit 2010 worden bevestigd door het meest recente jaarrapport van Deutsche Fussball Liga (DFL) 2015-2016.

Enkele cijfers ter staving:

 

  • Meer dan drie miljard euro gemeenschappelijke omzet. Ook na betalen van belastingen en sociale bijdragen aan de staatskas – samen 1,13 miljard euro – schrijven alle achttien clubs ‘zwarte cijfers’ in. Over de twee afdelingen gespreid geldt dit voor 34 van de 36 clubs.
  • Aantal arbeidsplaatsen in stijgende lijn: van 50.000 naar 53.000 en als ‘omgevingsarbeid’ wordt meegeteld dan is de bedrijfssector ‘Profifussball’ goed voor om en bij de 165.000 werknemers. De 36 profclubs betekenen een ‘waardecreatie’ van 9% in de nationale economie. Het ‘System Profifussball is goed voor 6,1% bijdrage aan het BNP en betaalt 3% aan belastingen, zijnde meer dan 2,5 miljard euro.
  • Weddes van spelers & staff liggen gemiddeld rondom de 32%, zijnde 1/3 van het totaalbedrag van de uitgeven. In Spanje, Italië en Engeland schommelt dat tussen de 40 en 80 procent.
  • Algemene inkomsten: Mediarechten (28,8%), Reclame (23,8%), Speeldag (16,3%), Transfer (16,4), Merchandising (6,2), Andere (8,5).
  • Algemene uitgaven: Spelers & Staff (32,9), Personeel (6,7), Transfers (16,8), Bedrijfsbeheer (12,2), Opleiding (3,6), Andere (25,6).

 

Opvallend gegeven: De DFL is echt het bindmiddel tussen de 36 clubs en tussen de eerste en de tweede Bundesliga. En opereert vanuit globale belangenbehartiging

Volgens de DFL is het Bundesligamodel het gezondste van de wereld: schuldenvrij, publieksvriendelijk en democratisch. Het Duitse licentiesysteem mag dan bijzonder streng zijn, het werpt duidelijk zijn vruchten af. Sinds de oprichting is er geen enkele club tijdens het seizoen failliet gegaan. Zelfs de tweede Bundesliga is met een gemiddelde van 19.000 toeschouwers populairder dan de Belgische hoogste afdeling.

About Author

Leave A Reply