Een avondje Celtic Park

Het treinstation Dalmarnock is niet uitnodigend. Eigenlijk is de hele verbinding tussen het centraal station van Glasgow en Larkhall, een onooglijk industriestadje twintig kilometer verderop, dat niet. Je vertrekt al van de lager gelegen sporen in Glasgow, waar het onfris ruikt ondanks een permanente gure wind en maakt gebruik van de oudste treinen in de vloot van Scotrail. Wie zich er toch aan waagt, kan in Dalmarnock wel uitstappen vlakbij een van de grootste voetbalclubs van Europa.
Als je de trappen van het stationnetje hebt beklommen is het raadzaam om niet, naar goed Brits gebruik, eerst naar links te kijken. Daar is weinig te zien, terwijl wie zijn blik rechts werpt in de verte al de lichtmasten van Celtic Park ontwaart. Een tiental minuutjes stappen later sta je daadwerkelijk oog in oog met het stadion dat liefkozend ‘Paradise’ genoemd wordt. Een wandeling rondom het ruim opgezette stadion is zeer de moeite waard gemaakt door de vele standbeelden: onder anderen Billy McNeill en Jock Stein heten je welkom.
Zeker afgezet tegen de krappe arbeiderswoningen in de aangrenzende woonwijken Parkhead en Gallowgate is het stadion reusachtig. De omgeving, met zijn vele pubs, frituren en bookmakers typerend voor Glasgow, oogt juist heel knus. Er hangt een ietwat gelaten sfeer voor deze wedstrijd. Niet zo gek, de ploeg is in eigen land al 67 wedstrijden ongeslagen, dus wie maakt ze wat? Ja, Paris Saint-Germain, maar tegenstander Anderlecht is bij lange na niet van dat kaliber. Een nederlaag zou al verrassend zijn, maar voor uitschakeling moeten de Belgen met drie doelpunten verschil winnen.
Daar hebben de meeste Bhoys geen schrik van. Een enkeling probeert rondom het stadion zijn kaartje zelfs van de hand te doen. Het gaat wat ver om te zeggen dat er een zweem van een zomerse vriendschappelijke wedstrijd rondom het stadion hangt, maar wie de aanhang van beide ploegen zo gemoedelijk met elkaar in de kroegen rondom Parkhead ziet kan maar moeilijk geloven dat er serieus om een vervolg in Europa gestreden gaat worden. De voorspellers spreken over een gelijk opgaande wedstrijd.
Een wedstrijd bij Celtic bezoeken is hoe dan ook een unieke ervaring. De mengeling van Britse en Ierse invloeden maakt dat er een sfeer hangt die nergens anders mee te vergelijken is, gastvrij maar wel bloedfanatiek. Waar er bij veel Britse clubs actieve politie-inzet nodig is om problemen te voorkomen, lopen de mensen hier rustig door elkaar zonder dat het er een moment op lijkt dat er ongeregeldheden ontstaan. Zoals overal komt het ook hier de sfeer ten goede dat de wedstrijd ’s avonds gespeeld wordt.
De Champions League blijft bovendien een extra werking op voetballiefhebbers hebben. Ook al staat de uitschakeling voor beide ploegen al vast, toch hangt die tinteling in de lucht. Het uit zich in de grote mediabelangstelling voor de wedstrijd, hoe mensen die te herkennen zijn aan allerlei televisiezenders en kranten zich in een flink scala talen een weg proberen te banen. Het is te zien in het speciale programmaboekje, dat voor de gelegenheid op A4-formaat gedrukt is. En natuurlijk eenmaal binnen aan de epische hymne die al sinds het componeren in 1992 aantrekkingskracht op voetballiefhebbers heeft zoals een gevallen frietje op een groep vogels.
Bij Celtic wordt het klassieke deuntje bovendien voorafgegaan door een nog veel mooier lied: het You’ll Never Walk Alone. De iconische plaat uit Liverpool, die door een breed scala aan clubs overgenomen is naar het voorbeeld van The Kop, wordt nergens zo fraai en liefdevol geadopteerd als op Celtic Park. Het is moeilijk voor te stellen dat Anderlecht na zo’n overweldigende introductie van het thuispubliek brutaal het initiatief in de wedstrijd pakte. Bijna maakte Sven Kums meteen 0-1, maar tot veel kansen kwam de ploeg van Hein Vanhaezebrouck daarna niet meer.
Celtic speelde een wat slordige eerste helft, hinkend op twee gedachten en dat sloeg over op de aanhang. Het gevloek was niet van de lucht na de zoveelste verloren bal op het middenveld. De supporters moesten toekijken hoe hun ploeg voetballend een helft lang amper verhaal had tegen de Mauves, wiens meegereisde supporters zich in het uitvak opperbest vermaakten. Na rust werd het een andere zaak. De ploeg van Brendan Rodgers zette veel sneller druk, een houding die voor veel meer enthousiasme zorgde.
Het massale meebrullen met de vele clubliederen was ouderwets luid, een goede gewoonte die in Engeland onder druk van verregaande commercialisering zo goed als uitgestorven is geraakt. Toeristen die de hele wedstrijd aan hun telefoon kleven zorgen nou eenmaal niet voor kippenvelsfeer. Magisch werd het in de 67e minuut, toen bewezen werd dat bij Celtic zelfs smartphones aan de sfeer kunnen bijdragen. Overal in Parkhead deden de mensen de zaklampfunctie van hun gsm aan, zo werd een prachtige lichtshow gecreëerd. Ondertussen werd het lied ter ere van de Lisbon Lions aangeheven, de ploeg die in 1967 de Europa Cup I won met spelers uit louter de eigen regio.
Voor de rust was er wat onvrede bij beide ploegen. De thuissupporters vonden hun ploeg wat flets spelen, terwijl de meegereisde Belgen toch graag een goal hadden gezien. Naarmate de wedstrijd naar het einde kabbelde, ontstond berusting in het hele stadion. Anderlecht kon met een 0-1 zege het blazoen nog iets oppoetsen, terwijl Celtic in februari terug mag komen voor de Europa League. Een oplossing waar beide partijen prima mee konden leven, zo bleek na afloop.
De gezichten van de spelers van Anderlecht stonden vrolijker dan verwacht wordt na een Europese exit. Natuurlijk was de teleurstelling ingecalculeerd, maar het lijkt niemand echt te deren dat het Wonder van Glasgow zich geen moment echt leek te voltrekken. Behalve misschien Leander Dendoncker, de groeibriljant die serieus zijn verhaal aan het doen is tegenover Vlaamse verslaggevers. Op dat moment komen Lukasz Teodorczyk en Henry Onyekuru, die ergens een microfoon met zo’n ‘dode kat’ eromheen hebben opgespoord, hem ‘interviewen’.
Het is opvallend jolijt na een Europese uitschakeling. De spelers zien vooral de positieve kant van de avond, een op zich vrij goede wedstrijd resulterend in een uitzege. Maar misschien is dat wat het voorrecht om te mogen voetballen op Celtic Park, een blijmoedige arena waar voetbal nog beleefd wordt zoals het bedoeld is, met deze spelers doet. Het stadion waar zelfs een match die bij vlagen obligaat was nog een buitengewone belevenis is.

Jan Willem Spaans

About Author

Leave A Reply