De laatste Hollandse trainer

Uit de Hollandse School

Nederland verblind door successen in verleden

Bijna vijftig jaar geleden kwam Bram Appel als eerste. FC Beringen was in 1968 op de twaalfde plaats van de Eerste Nationale geëindigd toen het Appel naar Limburg haalde. Een Nederlandse trainer, een noviteit. Na Bram Appel zouden nog vele Nederlandse trainers de weg naar België vinden. Zo’n veertig bij elkaar, van Frans de Munck tot Mario Been. Vijf jaar geleden waren het er nog zes in de hoogste afdeling. Na het ontslag van Albert Stuivenberg bij Racing Genk is Nederland niet langer nog in het hoogste Belgische trainersgilde vertegenwoordigd.
Het afscheid van Stuivenberg is méér dan het einde van een halve eeuw met Nederlandse trainers in de top van het Belgische voetbal. Zijn vertrek symboliseert dat ook in België het geloof in de grondbeginselen van de zogeheten Hollandse School is verdwenen. Eerder dit seizoen resulteerde dat in een tijdsbestek van 91 dagen elders al in het voortijdige ontslag voor Frank de Boer (Crystal Palace), Andries Jonker (VfL Wolfsburg), Ronald Koeman (Everton) en Peter Bosz (Borussia Dortmund). Toeval of niet, in al die gevallen maken de prestaties sindsdien een opleving door.
In geen enkele competitie binnen de Europese ‘Big Five’ is nu nog plaats voor Nederlandse trainers. Lange tijd profileerden ze zich met progressieve opvattingen en moderne trainingsmethoden, meestal ook met hun voorkeur voor het offensief. ‘Totaalvoetbal’ noemde Rinus Michels zijn evangelie toen hij dat in 1965 als beginnend trainer van Ajax lanceerde. In zijn spoor bereikten Leo Beenhakker, Johan Cruijff, Guus Hiddink, Louis van Gaal, Frank Rijkaard, Martin Jol, Bert van Marwijk en Dick Advocaat op de internationale trainersmarkt de status van topcoach, al dan niet terecht.
De eerste trainers die vanuit Nederland in Vlaanderen opdoken, moesten het vooral hebben van hun harde hand, van hun bravoure. Bram Appel (1921-1997) stond bekend als een ouderwetse stormram in het Oranje van de jaren veertig en vijftig. Als bikkelharde trainer leidde hij PSV in 1963 naar een toen nog incidentele landstitel. Enkele maanden voor de degradatie van FC Beringen in 1970 werd Appel ontslagen na een clash met notaris Tournier, de voorzitter. ,,Ik had niets te vertellen. Ik mocht me alleen maar verbazen over de opstellingen waarop ik werd getrakteerd”, klaagde Appel terug In Nederland. Zijn scherpe tong had hem niet mogen baten in Beringen.
REALITEITSBESEF
In de 21e eeuw bezit de trainer meer volmachten en worden andere kwaliteiten verlangd. Uit een analyse van het AD kan de conclusie worden getrokken dat realiteitsbesef de belangrijkste ontbrekende eigenschap is bij de laatste Nederlandse trainers in de top. ,,Ronald Koeman vonden ze bij Everton maar ‘arrogant en hooghartig’. Peter Bosz in Dortmund? Naïef en roekeloos. Frank de Boer kreeg op Selhurst Park het stempel van halsstarrig. In Hamburg noemden ze Bert van Marwijk lui en ouderwets. Zelfs Louis van Gaal werd op Old Trafford een personificatie van traag, gecontroleerd balbezitvoetbal. Het zijn slechts karikaturen, maar samen geven ze wel zo’n beetje het algemene beeld weer over de Nederlandse trainers anno 2017”, schreef het AD.
Het is een wat gechargeerde schets, maar ze illustreert ook wel enigszins hoezeer Nederlandse trainers geneigd zijn vast te houden aan hun doctrine. De Britse sportschrijver Simon Kuper, opgegroeid in Nederland en sportcolumnist voor de Financial Times, refereerde daar onlangs aan in NRC Handelsblad. ,,Nederlandse coaches hebben nog altijd de pretentie iets helemaal nieuw op te bouwen als ze bij een club beginnen. Zo van: we gaan het op mijn manier doen. Dat zag je ook bij Frank de Boer [Crystal Palace]. In het begin zegt Bosz ook altijd: het duurt even om mijn systeem erin te krijgen. Dan ben je kwetsbaar, als je het stempel hebt dat de Nederlandse trainer niet zoveel voorstelt. Buitenlandse clubs denken niet meer: ik ga vooruitstrevende voetbalkennis halen, dus ik haal een Nederlander. Het Nederlandse gedachtegoed is niet meer leidend. Peter Bosz kreeg de kans bij Borussia Dortmund maar je hebt weinig krediet als het even tegenzit, want je bent slechts een Hollandse trainer.”
VERVAL
Simon Kuper legt daarmee een causaal verband met het verval van het Nederlandse voetbal in Europa. Oranje behoort niet eens tot de veertien Europese landen op het WK in 2018. In de Champions League en de Europa League is geen Nederlandse club meer over. Op de ranking is Nederland zo ver gezakt dat alle clubs volgend jaar in de kwalificatiereeksen van start moeten.
Oud-trainer Aad de Mos stipt, eveneens in NRC Handelsblad, nog een ander element aan dat de aanpak van Nederlandse trainers kwetsbaar maakt. De Mos: „Ze kijken alleen maar hoe ze zelf moeten spelen aan de bal, maar hebben te weinig inzicht om de zwaktes en sterktes van de tegenstander te analyseren en daar maatregelen tegen te nemen.”
Volgens Simon Kuper moet Nederland zich spiegelen aan de jaren zestig met Rinus Michels als lichtend voorbeeld. ,,Toen stelde het Nederlands voetbal ook weinig voor. Maar Michels legde toen bij Ajax de lat op internationaal niveau. Hij zei: wij gaan met de Europese top concurreren.” Rinus Michels had het voordeel met Johan Cruijff binnen de lijnen over een verlengstuk als apostel van zijn filosofie te beschikken. In 1969 haalde Ajax de Europacup-finale voor landskampioenen waarin het met 4-1 opzij werd gezet door AC Milan. Kuper: „Normaal zegt een coach dan: we hebben een Europese finale gehaald, dat is goed. Michels zei: nee het is een drama, we zijn weggespeeld. Hij gooide er drie of vier spelers uit en legde de lat op het absolute topniveau en bereikte dat. Nu is daar helemaal geen sprake van. Als we verliezen van een Deense of Noorse club, hoor je niet: wat doen zij beter. Nee, het is: we moeten er zondag weer wat van maken tegen PEC Zwolle.”
Op de scheidslijn van 2017 en 2018 klinkt in Nederland nu, vooralsnog schuchter, de roep om buitenlandse expertise. De voetbalbond (KNVB) staat voor de taak zowel een nieuwe bondscoach als nieuwe technisch directeur aan te stellen. De gedachte aan een buitenlandse expert krijgt nog maar een matig applaus. Het illustreert vooral hoezeer successen beleidsmakers én trainers in het Nederlandse voetbal hebben verblind.

HENK MEES

@hmees

About Author

Leave A Reply