Voetbal heeft meer dan twee doelen, Marc Coucke: change!

Ik beken, ik verdedig al jaren, tegen de Belgische stroom in, het Duitse voetbalmodel. Een groot hart voor de fans en financieel kerngezond. Zou Marc Coucke, die Oostende verliet voor Anderlecht, de ‘change’ kunnen brengen waar het Belgisch voetbal zo’n hoge nood aan heeft?

Dat Duitse voetbalmodel dus, dat is dat van de vijftig plus één regel van de moedervereniging, zijnde de fangemeenschap enerzijds en de dochteronderneming, zijnde de clubbedrijfstak anderzijds. Een duidelijk afgebakend model van eigenaarschap, dat zijn succes heeft bewezen. De Bundesliga streeft naar gezonde financiën en staat volgens internationaal wetenschappelijk onderzoek op nummer één van Europa inzake economisch beleid. Daarnaast wordt veel geld geïnvesteerd in duurzaamheid – lees ecologische stadionbouw en mobiliteit via openbaar vervoer – en in de gemeenschapsdimensie. Voetbal heeft immers meer dan twee doelen en scoort ook buiten het veld. Een eigenaar die op een goede nacht tot ieders verrassing van de ene naar de andere club overstapt, zoiets zou in Duitsland onmogelijk zijn. Een stabiele eigendomsstructuur is er cruciaal. De Duitse profliga zorgt bovendien voor een sterke herverdeling van middelen waardoor ook kleinere ploegen – de Duitse equivalenten van Oostende, zeg maar – financieel gezond kunnen blijven. In België mag dan een licentiecommissie bestaan, er ontbreekt een structuur die de noodzakelijke stabiliteit waarborgt. Dat zorgt nu en dan voor verrassingen – en de move van Marc Coucke is er één van formaat – maar men zal zich ook herinneren wat er misliep bij traditieverenigingen als Beerschot of Lierse.

In tegenstelling tot de Jupiler Pro League – korte termijnwerk en vermijden van erger – levert de Duitsland een quasi perfect plaatje van beleidsvoering.

En als gevolg van die gezonde financiën worden ook veel middelen vrij gemaakt voor het vrouwenvoetbal en de jeugdopleiding. Ik lees bovendien in het meest recente jaarrapport van Deutsche Fussball Liga (DFL) 2015-2016 dat ook na het betalen van – niet weinig – belastingen en sociale bijdragen aan de staatskas alle achttien clubs ‘zwarte cijfers’ hebben. Over de twee hoogste afdelingen gespreid geldt dit zelfs voor 34 van de 36 clubs. Als gevolg van het feit dat de DFL opereert als bindmiddel tussen de eerste en de tweede Bundesliga en vanuit globale belangenbehartiging.

Ik verwijs naar het voorbeeld van Bayern München. De Recordmeister besloot in 2002 om haar voetbalactiviteiten in de dochtervennootschap te plaatsen om de structuur te professionaliseren en de stadionbouw te voltooien. De vennootschap werd voor honderd procent eigenaar van het nieuwe stadion en bestaat uit vier aandeelhouders: ‘moedervereniging’ Bayern München – dus de fangemeenschap – met 75% van het beslissingsrecht en de drie hoofdsponsors Audi, Allianz Arena en Adidas met telkens 8,3%.  Topbusiness én democratie: hét bestaat. Ik beweer zelfs: hét werkt want Bayern is niet alleen één van de succesvolste en rijkste clubs ter wereld maar tegelijk compleet schuldenvrij.

 

Samengevat: de Bundesliga is de bloeiendste bedrijfsvoetbaltak van Europa. Alles is zeer gereglementeerd, met controle vanuit zowel de eigen organen als de politieke overheden. De rol van de fan is cruciaal in het geheel. Die beschouwt de club immers als ‘zijn/haar vereniging’, waar hij/zij vanuit een gevoel van verbondenheid en sociaal engagement naartoe trekt. De fans worden opgevoed via uiteenlopende initiatieven en kunnen leren debatteren over de grote lijnen van het besturen van een club. Met als gevolg: een gezonde, populaire en inspraakgerichte voetbalbedrijvigheid op topniveau.

In 2004 schreef ik het boek ‘Kan voetbal de wereld redden? Pleidooi voor ambiance & solidariteit’. Ik blijf bij mijn standpunt en verdedig, ook tegen de stroom in, nog steeds de ideeën van de Amerikaanse denker John Rawls. Die werd bij zijn dood in 2003 geroemd als ‘filosoof van de twintigste eeuw’, niet de eerste de beste dus. Ik pleit voor een ‘theorie van de rechtvaardigheid’ voor het voetbal. Die sluit aan bij zijn befaamde ‘Theory of Justice’ waarin hij vrijheid, gelijkheid en verdraagzaamheid aan elkaar koppelt. Wil het ‘product voetbal’ – zowel internationaal als Belgisch – overleven, dan heeft het dringend nood aan een herverdeling van de financiële middelen volgens een billijke verdeelsleutel. De geldstroom dient binnen het voetbal te blijven en de macht van de makelaars aan banden gelegd. Daarnaast heeft het Belgisch voetbal nood aan ‘visionairen’ en aan een ‘denktank’ die nieuwe vormen en gedachten aanreikt. Naar dat weldadige Duitse model dus, dat ons de weg wijst.

Wees die ‘visionair’ Marc Coucke! Zorg voor die ‘change’! Dit zijn, naast de sportieve renaissance, je drie uitdagingen: bouw een voetbaltempel die voldoet aan de eisen van de ecologische duurzaamheid; maak van Anderlecht een sociaal-cultureel voetbalinstituut dat enerzijds zorg draagt voor haar historisch erfgoed maar anderzijds met een ‘toekomstsamenlevingsplan’ uitpakt voor de Brusselse jeugd; open het eerste Belgische supportersparlement dat inspraak tot op het hoogste niveau verschaft. Maak dus van Anderlecht ‘meer dan een club’, waarde Marc. Het Belgisch voetbal én Brussel hebben hier hoge nood aan.

Vind het evenwicht tussen de belangen van het geld, het resultaat en de soul van het spel. Voetbal hoort ook de factor ‘geluk’ te dienen. Voetbal heeft immers meer dan twee doelen!

Mocht u hierin slagen, dan zal ik bekennen dat ik ook het ‘Couckemodel’ verdedig.

 

 

About Author

Leave A Reply