‘Boeren’ spelen ‘schijtbakkenvoetbal’

 

 

Elf wedstrijden nog maar, en nog altijd staat de machine van PSV zeven punten vóór in de Nederlandse eredivisie. De waardering ontbreekt nog. ‘Schijtbakkenvoetbal’, noemde Gertjan Verbeek, de coach van FC Twente, de strijdwijze van PSV. ‘De kampioen van het minimalisme’, oordeelde columnist Hugo Borst.

Bij tien van de twintig overwinningen pakte PSV de  punten met de hakken over de sloot, steeds met slechts één goal verschil. Niemand bij de Eindhovense club die zich daar druk over maakt, niemand die van streek raakt door de laatdunkendheid waarmee op de zegerush wordt gereageerd.

Sterker dan ooit ligt PSV onder vuur van de critici. Het is een traditioneel  verschijnsel  in Nederland, vooral in de Randstad.  Dáár is de club uit Brabant nooit los gekomen van een provinciaal imago. In  reactie daarop hebben  de fans van PSV de bijnaam ‘Boeren’ gecultiveerd.  Met die kreet begeleiden ze de successen in de vijfde stad van Nederland, die zich met de hightechindustrie van Brainport Eindhoven tot de krachtigste motor van de Nederlandse economie ontwikkelt.

BEDRIJFSCLUB

Het bedrijfsleven speelt van oudsher een stimulerende rol bij PSV. De club werd in 1913 opgericht als Philips Sport Vereeniging, als  bedrijfsclub van de Philips Gloeilampenfabrieken. De steun van het bedrijf riep altijd al weerstand op.  ‘Philips’, zo werd PSV steevast genoemd.  De kranten hadden het over ‘Het  Ondernemingselftal’ of ‘De Lampjesmenschen’.  Want Philips was al ruim voor de Tweede Wereldoorlog, in de tijd van de strenge amateurregels nog, in staat om werknemers  naar Eindhoven te lokken die ook het talent bezaten het voetbalelftal een impuls te geven. Zo kwamen er zelfs glasblazers uit België en Oostenrijk naar Philips, vooral om bij PSV te voetballen.

De  Nieuwe Rotterdamsche Courant (NRC)  uitte in 1920 al bedenkingen daarbij:

‘Zoo heeft Philips’ Voetbalvereeniging een drietal goede Oostenrijkse spelers, – onder wie zelfs een internationaal – in haar elftal. Deze spelers die, als we ons niet vergissen, als bankwerkers dienst doen, zijn natuurlijk niet om hun capaciteiten als zoodanig uit Oostenrijk naar hier gekomen en evenmin was het pure liefdadigheid, dat men hen uit de ellende in Weenen naar Holland haalde. Iedereen zal voelen, dat hier iets niet in den haak is, zoodat de uiterste waakzaamheid van den N.V.B. op dit punt zeer zeker geboden is.’

Philips zette zelfs het eigen Psychotechnisch Laboratorium in bij de selectie van nieuwe spelers. De  psychotechnische testen maakten zoveel indruk dat in 1926 ook de spelers van het Nederlands elftal zich hieraan moesten onderwerpen.  Het was, voor zover bekend, de eerste gang van Nederlandse sporters naar een psycholoog. De mentale kracht die de PSV-spelers daaruit putten, werd met name genoemd toen de club in 1929 voor het eerst landskampioen werd.  In een vergadering van de KNVB stelde voorzitter  Watjer van het Groningse Velocitas zelfs dat drie spelers van Feyenoord ‘lens’  waren getrapt door het buitensporige krachtvoetbal van PSV.

De kritiek kon PSV niet afleiden. Als landskampioen telde het voortaan mee in Nederland. Maar landstitels werden lange tijd slechts af en toe binnengehaald, mede omdat Philips bang was voor anti-reclame en zich daarom liever op de achtergrond hield. Zo kreeg PSV zelfs een standje van het bedrijf nadat in 1964 bij een Europa Cup-wedstrijd in Zürich trainingspakken waren gedragen met  SV Philips op de rugzijde.

RIJVERS EN KRAAY

De geest veranderde  pas in de jaren zeventig en tachtig toen eerst Kees Rijvers en later Hans Kraay senior op meer professionaliteit aandrongen en de commercie greep kreeg op het topvoetbal. Met name de vorig jaar overleden Hans Kraay speelde een belangrijke rol. Hij blufte Feyenoord en Ajax af door spelers als Ruud Gullit, Ivan Nielsen, Ronald Koeman, Gerald Vanenburg en Wim Kieft weg te troggelen. Het bleek de aanzet tot een permanente positie in de top van Nederland met het winnen van de Europa Cup voor landskampioenen in 1988 als hoogtepunt. De lijst met landstitels weerspiegelt die ondernemingslust. Van de 23 landskampioenschappen zijn er liefst negentien vanaf 1975 behaald.

Inmiddels heeft Philips een gedaanteverandering ondergaan. Niet langer vormen gloeilampen, scheerapparaten, stofzuigers en tv-apparaten de core-business. Medische apparatuur is belangrijker geworden dan licht, consumentenproducten worden gaandeweg afgestoten. In lijn daarmee is de bedrijfsnaam van het PSV-shirt verdwenen,  al wordt er nog wel in het Philips Stadion gespeeld.

HANDELSHUIS

Zo rationeel als het bedrijfsleven in Eindhoven en omstreken verder bloeit op andere terreinen, zo machinaal, zo bedrijfsmatig komt PSV dit seizoen aan zijn punten in de eredivisie. Dat gaat bovendien gepaard met lucratieve toptransfers. Spelers als Depay, Wijnaldum, Pröpper en Locadia leverden de afgelopen jaren kapitale bedragen op. Zulke transfers profileren PSV steeds nadrukkelijker als een handelshuis, vooral sinds het speculeert op Latijnse talenten, bedoeld voor doorverkoop naar een hoger segment van de Europese markt.

Frivool als in de tijden van de Brazilianen Romário en Ronaldo  is het spel van PSV allang niet meer.  Dit seizoen heeft  PSV met de Mexicaan Hirving Lozano – in eigen land een idool, bekend als Chucky – een nieuwe troef gestrikt. Hij maakte drie maanden geleden  al indruk bij de 3-3 van de Rode Duivels    tegen Mexico en is nu de topscorer van de eredivisie. Lozano is geen baltovenaar; hij is wel rap, met een dito reactiesnelheid, ruikt vanaf  beide vleugels de kansen als een roofdier en heeft een prima schot. Een nieuwe transfertroef voor de etalage op het WK.

PEREIRO

Anders daarentegen verloopt dit seizoen voor Gáston Pereiro, kandidaat om met Uruguay naar het WK te gaan. In technisch opzicht misschien wel de beste speler van PSV, vorig seizoen clubtopscorer. Aanvankelijk was hij nog ‘op tien’ de spelmaker van de Eindhovense club. Eind 2017 verdween Pereiro naar de reservebank. Inmiddels krijgt Mauro Júnior,  een 18-jarige Braziliaan en naar PSV gekomen als jeugdspeler, de voorkeur.

Mauro Júnior is een van de lichtpunten bij PSV, dat vooral dankzij individuele flitsen de overwinningen  aaneenrijgt.  Als het Lozano niet lukt, is het de ene keer wel de van Chelsea gehuurde  Marco van Ginkel,  soms de beperkte spits Luuk de Jong, of anders de jonge Steve Bergwijn, afkomstig uit de eigen jeugd. Met de degelijke Jeroen Zoet in het doel en de Colombiaanse WK-ganger Santiago Arias zijn dan de belangrijkste kwaliteiten van PSV wel opgesomd. Voor de rest is het middelmaat, met name in de verdediging met afdankertjes uit Duitsland (Schwaab) en Frankrijk (Isimat-Marin) en Brenet als rechtsbenige linksback.

NO-NONSENSE COCU

In zijn vijfde seizoen als hoofdcoach van PSV onderkent Phillip Cocu die beperkingen. De 48-jarige coach heeft als speler van Barcelona (zes jaar) en Oranje (101 interlands) zoveel ervaring  dat hij zich niet gek laat maken. Cocu is het type no-nonsense-coach en laat zijn team navenant spelen; zo zuinig mogelijk, effectief als het noodzakelijk is.  Hij geniet het vertrouwen van zijn spelers, hij ziet met genoegen toe hoe graag ze op het trainingsveld iets opsteken van Luc Nilis en Ruud van Nistelrooij.

Cocu draagt zo nodig ook een steentje bij aan het vijandbeeld dat de buitenwacht voor PSV is gaan vormen.  Uit een recente poll onder voetbalfans kwam nog naar voren dat slechts 48 procent vindt dat  PSV te weinig waardering krijgt, een meerderheid wordt er nog niet wam van. Cocu haalt zijn schouders op bij de discussies daarover:  ,,Wat anderen van ons spel vinden interesseert mij niet. Uiteindelijk telt alleen het resultaat. Applaus maakt je geen kampioen.”

Twitter @hmees

About Author

Leave A Reply