Voetbalgedachten op vrijdag – RW

In deze nieuwe rubriek geef ik elke vrijdag enkele voetbalgedachten over de voorbije week mee. Ik opende met mijn basisprogramma: The Magnificent Seven van de Open Voetbalclub. Zeven uitgangspunten om het Belgisch voetbal een nieuw elan te geven. Met dank aan denktank De Witte Duivel. Deze vindt u dus terug in de eerste aflevering.

Vandaag maken we het ons, wegens vakantie, gemakkelijk. Tegelijk beschreven we een hoog urgent thema: de vreugde van Cristiano en het verdriet van Gianluigi.

De magie van de beker met de grote oren is tijdloos. Zonder uitzondering vinden we sinds de jaren vijftig van de twintigste eeuw alle menselijke sentimenten terug in de strijd om deze ultieme voetbalglorie. Op zijn best haalt die de status van opera-opvoering. Zoals bij Real – Juventus, in het nu al mythische duel tussen Cristiano en Gianluigi.

Cristiano, de eeuwige-jonge god van de Champions League: Narcissus die verliefd is op het eigen spiegelbeeld. De witte prins van de Koninklijke verbeterde de voorbije twee edities van de Champions League alle records. Een bicicleta tegen Buffon, mooier dan Pelé ze pleegde te voltooien. Voor de zevende keer topschutter. Als eerste speler de kaap van honderd goals in de meest prestigieuze clubcompetitie, intussen nummer 119. En toch… onderging hij op zijn 32 ste levensjaar nog een metamorfose. Zijn coach Zidane overtuigde hem van het belang van ‘rust’ zodat hij kon pieken tijdens de ultieme fase van het seizoen. Voor het eerst in zijn voetballeven zette Cristiano zijn persoonlijk belang opzij. Hij eiste niet langer dat hij op elk moment van de match alle aandacht kreeg van pers, publiek én ploegmaats. Zonder morren accepteerde hij dat hij uit het elftal werd gehouden tegen clubs van bescheiden niveau om vervolgens te schitteren tijdens topwedstrijden in de slotfase van de Champions League zoals vorig seizoen tegen Bayern, Atletico en Juventus en deze jaargang tegen PSG en opnieuw Juventus. Hij concentreerde zich op de verbetering van zowel lichaam als techniek. In soepele ‘tweebenigheid’ valt hij niet te overtreffen. Met de tijd evolueerde hij van ‘stepover-winger-wonder’ bij Manchester United naar ‘complete spits’ bij Real Madrid. In 2017 en 2018 bereikte hij toch de graad van volwassenheid.

 

Gianluigi,  de immer treurige oude – de veertig al voorbij en al op zijn twintigste met een getekend gezicht – zwarte spin van Juventus: zo uit La Traviata, de ‘verdoolde’ van Verdi.

De filosoof Albert Camus zocht argumenten voor de zinloosheid van het bestaan. Hij geloofde in de absurde held: de individualist die als rebel, artiest of minnaar het goddelijke gezag aantast.  Ook al krijgt die telkens het deksel op de neus. Hij vond die rebel ook in de keeper.  Camus verpoosde tijdens zijn studies aan de universiteit als doelman in de ploeg van zijn cafévrienden en ontdekte bij de beoefening van het ambacht een ellendige wetmatigheid: ‘De bal gaat steeds een andere kant uit dan je wenst’. En dus besloot hij begripvol en bedachtzaam: ‘Schuif de schuld nooit op de doelman’. Keepers in de wereldliteratuur?  Men voert ze op als twijfelaars, worstelend met demonen in het hoofd.

Eenzaam. Wantrouwig. Gek. Daar leed ook Buffon aan maar hij stond er vaak boven. Dichter bij Lev Yashin, de grootste doelman aller tijden, kwam niemand. Hij weefde net als hij een web boven zijn strafschopgebied. Regeerde met autoriteit en zelfbewustzijn. Scherpte permanent zichzelf aan: hoogste lichamelijke en geestelijke paraatheid. De definitieve kunst van het keepen. En toch: ‘de bal gaat steeds een andere kant uit dan je wenst’. Zo verging het Buffon bij de bicicleta en bij de laatste strafschop uit zijn Champions Leagueloopbaan. Hij kreeg niet de kans om hem te stoppen want hij ontspoorde tegen de scheidsrechter. Ik had het hem gegund. De  ultieme overwinning op zijn kwelgeest. Met de keeper loopt het steeds verkeerd af. Intussen blijft Cristiano de eeuwige jonge god van de Champions League. De magie van de beker met de grote oren is tijdloos.

About Author

Leave A Reply