Club Brugge – FC Liverpool 0-1, 10 mei 1978, finale Europacup der Landskampioenen (1) (RW)

Club Brugge – FC Liverpool 0-1, 10 mei 1978, Europacup der Landskampioenen

 Precies veertig jaar geleden trad Club Brugge in het strijdperk tegen FC Liverpool op het ‘heilige gras’ van Wembley. Het was het hoogtepunt én het eindpunt van de fantastische Happeljaren: landskampioen 1976, 1977, 1978; winnaar Beker van België 1977, halve finalist 1976 & 1978; finale Europacup I 1978 & Uefacup 1976, kwartfinale Europacup I 1977. Ik schrijf enkele jaren geleden de biografie van doelman Birger Jensen. Daarin vertelde hij over die memorabele 10 mei 1978 en hoe Club de zaken voorbereidde. In drie afleveringen op www.dewitteduivel.com

 

‘Extase! Alleen zo kan ik de sfeer der blauwzwarte harten omschrijven na die fenomenale avond van 12 april 1978. Toen kegelden we het machtige Juventus Turijn – La Vecchia Signora, de oude dame – uit de Europacup. We’re on the way to Wembley! Zo zeggen ze dat in Engeland. Wij trekkebeenden echter naar de tempel van het voetbal. Vier dagen later, pijnlijke uitschuiver op godbetert Beringen: 3-0! Een week nadien sleepte Jantje Simoen ons met een doelpunt in de laatste minuut door de schande van een gelijkspel tegen La Louvière. Nog één punt hadden we nodig, op Lokeren: opnieuw Simoen in de eerste minuut. Eindstand: 1-1 en derde landstitel op rij. We strompelden naar het succes. En struikelden vervolgens op Sporting Charleroi, in de halve finale van de Beker van België, vier dagen voor Wembley: 3-1 tegen een bijzonder zwak elftal. Happel waarschuwde ons vooraf: ‘wie durft tackelen, speelt niet in Londen.’ Hij vreesde blessures. De batterij liep leeg. Wembley was voorbij, nog voor we eraan begonnen. De medische dienst kreeg de ploeg niet meer fit gemasseerd. Ik zat met een schimmelinfectie tussen mijn tenen. Teveel douchen en te weinig afdrogen? Edi Krieger voetbalde met twee ingedrukte ribben en durfde geen duels betwisten. Gino Maes en Jos Volders sukkelden met enkelblessures en konden geen volledige wedstrijd aan. Paul Courant en Raoul Lambert konden zelfs geen aanspraak maken op de selectie. Reservekeeper Leen Barth zat met een ingepakte schouder op de bank. Diende ik vervangen te worden, dat hadden we zelfs geen doelman meer.
Van een ernstig trainingsplan een week voor Wembley was helemaal geen sprake: zeven beschikbare spelers. De belangrijkste wedstrijd uit de geschiedenis van Club kondigde zich aan maar de spelers zaten in een rolstoel.

We ondernamen de tocht over de Noordzee met een ploeg waarvan de helft net het hospitaal had verlaten.

In zekere zin sprongen we bijna achteloos om het gegeven ‘Wembley’. Het leek op een absurde toestand. We bereidden ons voor op de match van ons leven door ons niet voor te bereiden. Ik regelde een aantal supportersuitstappen. Omdat zo’n 25.000 blauwzwarte zielen de overtocht wilden maken naar het heiligdom Wembley was er simpelweg geen plaats meer in vliegtuigen en boten. Via mijn tussenkomst vlogen vrienden uit de Zwalmstreek van Brussel naar Kopenhagen en van daaruit boeken ze een ticket voor Londen. Ik schreef hen in en er zat voor hen niets anders op dan op dezelfde manier terug te keren. Sommigen trokken naar de Franse havenplaats Cherbourg en waagden de trip richting Southampton in het zuiden van Engeland. Anderen namen vanuit Zeebrugge de nachtboot naar Hull, een tocht van meer dan 14 uur. Van daaruit spoorden ze naar Londen. Met ons elftal vertrokken we tussen de supporters: in de jetfoil, langs de Thames naar de Tower Bridge in Londen. De Engelse journalisten trokken rare ogen. Onze vrouwen vloog men over naar Southampton en van daaruit reed men ze in een limousine naar Londen.

Die zorgeloze werkwijze had een groot voordeel: het haalde de beklemming weg. Het voetbal werd bijzaak voor ons. Na het feest van de kwalificatie en van het kampioenschap maakten we ons dus nuttig voor onze aanhang. Zo vergaten we Wembley. Er was geen sprake van verstrakking in de voorbereiding. De nevenactiviteiten ontspanden ons. We deden het is op onze Brugse boerenmanier, zoals ze in Brussel smalend zeggen. Onze mensen kunnen veel verdragen. Ik men niet voorstellen dat deze improvisatie bij Anderlecht zelfs maar in overweging zou worden genomen.’

Lees morgen aflevering 2.

About Author

Leave A Reply