10 Mei 2008: You’ll never walk alone François Sterchélé (RW)

Tien jaar geleden, in de ochtend van 8 mei 2008, overleed François Sterchélé. De fans van Club Brugge klappen sindsdien bij elke wedstrijd de 23 ste minuut vol, naar zijn rugnummer, in herinnering aan de betreurde spits. Ik schreef destijds mee aan het boek van moeder Marleen Boonen over het leven van zoon François dat enkele maanden na zijn dood verscheen. Twee dagen later woonde ik de beklijvende herdenking bij op 10 mei 2008. Maar die dag was oorspronkelijk voor iets anders bedoeld: de dertigste verjaardag van de finale van de Europacup der Landskampioenen zou immers gevierd worden: Club Brugge verloor op 10 Mei 1978 van FC Liverpool en de helden van weleer zouden op het veld komen. Hieronder volgt mijn impressie van destijds.

Raoul Lambert. Die tiende mei van 2008 had ik met hem een afspraak in het Jan Breydelstadion. Om even in het geheugen te graven en terug te keren naar 10 mei 1978, de avond van de finale van de Europacup der Landskampioen tussen FC Liverpool en Club Brugge op Wembley.

You’ll never walk alone. De beroemde Kop van FC Liverpool zong het die gedenkwaardige avond op Wembley volgens de versie van Gerry and the Pacemakers. Prettige pop, Merseybeat uit 1963. Club Brugge verloor met 1-0. De gouden generatie van blauwzwart beleefde zijn hoogtepunt met de nare bijsmaak van de nederlaag. Het was over. Raoul Lambert staarde naar de ‘beker met de grote oren’ en verliet trekkebenend de tribune. Afwezig door een blessure. In 1980 stopte hij, na nog enkele sporadische momenten in het eerste elftal. Eigenlijk lag zijn afscheid, achteraf bekeken, besloten in het er niet bij zijn op Wembley. Raoul is de onsterfelijke held van Brugge, wandelende clubliefde, tussen 1965 en 1980 liefst 271 doelpunten in de tent van de tegenstander. Een toonbeeld van sportiviteit. De eeuwige spits van de Club. Volgens Ulrich Le Fèvre – zijn ploegmaat van 1972 tot 1977 – zelfs de beste voetballer waarmee hij ooit had gespeeld. De geniale Deense dribbelaar trad in het begin van de jaren zeventig – bij zijn vorige club Borussia Mönchengladbach – aan met vier latere West-Duitse wereldkampioen (1974) maar hij schatte Lambert hoger in. Om maar te zeggen: mét hem pakt Club die Cup, daar was de immer bescheiden Raoul dertig jaar later uiteindelijk zelf van overtuigd geraakt.

De mannen van vroeger – in hun tijd beter dan onder meer Real en Atletico Madrid, AC Milan, AS Roma, Juventus Turijn, Olympique Lyon en Hamburger Sportverein – waren uitgenodigd voor een feestelijke herdenking van ‘Wembley’. Het team van 2008 zou spelen in de witte shirts van 1978, als collectors item aangeboden in de Clubshop voor 30 euro. De elf van 1978 nog één keer op het veld voor de hulde aan de herinnering. Iedereen keek hier naar uit, ik zelf nog het meest. Ik zocht een stoel op, in de buurt van Lambert en mijn voetbalidolen van weleer.

You’ll never walk alone herbergt tegenstrijdige emoties. Er bestaan talloze covers van de oorspronkelijke musicalmelodie, van opera tot punk. Het is een lied van manisch-depressieve passie: toevlucht, affectie, verlangen, opwinding, moed en wanhoop. Van de moed der wanhoop. Het schilderijtafereel van 10 mei 2008, even voor acht uur, blijft stilstaan in de memorie: de sjaals bij de song, de zon boven het stadion, spelers en Clubmedewerkers schouder aan schouder en met het hoofd naar het metershoge portret op de grond gekeerd. Het ondenkbare werd mogelijk: de song verzachtte de pijn. Mensen voelden zich geborgen en in zekere zin opgelucht. Een beeld voor de onvergankelijkheid, een verlangen naar ontroostbaarheid en toch: troostende schoonheid. Het Brugse publiek verwerkte ter plaatse het verdriet. Voor de match sober en somber. Tijdens de partij met een knipoog, na het laatste fluitsignaal hartstochtelijk, zonder remmingen, gezwollen. Niemand wilde weg, de spelers bleven op het veld.

Want daar was een voetballer gestorven. Op 8 mei 2008 overviel ons een koud radiobericht: François Sterchélé is niet meer. De goedlachse Luikse jongen met Italiaanse en Limburgse roots, die via zijn innemende karakter Vlaanderen veroverde: van Oud-Heverlee Leuven, over Germinal Beerschot Antwerpen tot Club Brugge. Naast het veld jongleerde hij met vriendelijkheid voor iedereen, in de groene rechthoek toonde hij zich de koele killer. Niet de rasartiest die de monden deed openvallen van verbazing, maar wel de man met het torinstinct. Op de juiste plaats staan, maar toch met een soepelheid in lenden en geest. Bonkigheid was hem vreemd, sierlijke dribbelkunst evenmin aan hem besteed. Sterchelé was in het strafschopgebied de spits van deze snelle tijd. Steeds hing over hem de jongensachtige ontwapening: scoren, lachen, zwaaien met het handje. De Italiaanse flair, volgens de designregels van la bella figura: altijd een goed figuur slaan. Op restaurant en in de discotheek, in het leven kortom. Overal. Sterchélé was geliefder dan hij zelf wist. Meer dan 40.000 mensen tekenden het rouwregister in de kapel naast het stadion. Ze stroomden toe uit alle hoeken van het land. Er hingen sjaals aan de poorten, honderden in blauw en zwart maar ook in het paars van Anderlecht en Germinal Beerschot, in het rood van Standard, Liverpoo en Antwerp/Manchester United en in het zwart van Sporting Charleroi en Oud-Heverlee Leuven. Kinderen schreven gedichten, supporters staken kaarsen aan. Het afscheid op de emotionele avond van 10 mei 2008 is een eresaluut geworden. De spelers betraden het veld met een reusachtige vlag met zijn beeltenis en weenden. Iedereen weende. Na een minuut applaus schroefde de ontroerendste, rauwste en eerlijkste vertolking van You’ll never walk alone uit de Belgische voetbalgeschiedenis de meer dan 27.000 kelen dicht. In een verwijzing naar het nummer op zijn shirt bleef het vervolgens drieëntwintig minuten lang muisstil. Dan werd afgeteld van tien tot één en klonk het Nananana Hey Hey Hey Sterchelé. De kreet bracht even de vreugde en de aanstekelijkheid van Sterchelé terug. Zo zou hij het zelf geregisseerd kunnen hebben, François.

10 mei, het is de dag des oordeels van Club Brugge. In een tragiekboog van 1978 naar 2008. Zo zullen deze data bij elkaar blijven. De weemoed om Wembley, de grootste prestatie uit de blauwzwarte historiek. Het denken aan de dood van François Sterchélé, het meest trieste moment uit diezelfde geschiedenis.

Voor mij verlaat een man lichtjes hinkend de tribune. De kwetsuren heelden nooit. Hij gaat naar huis. Ik leg een denkbeeldige arm om zijn schouder. Het is Raoul Lambert.

 

About Author

Leave A Reply