Engeland inspireerde Rinus Michels in 1965 al tot totaalvoetbal

Wij Nederlanders koketteren graag met onze bijdragen aan het internationale voetbal. We kunnen pronken met de Europese titel van Oranje in 1988, met de triomfen van Ajax, Feyenoord en PSV, met sterspelers als Cruijff, Van Basten, Gullit, Bergkamp, Seedorf, Van Nistelrooij en Robben. Uit de Hollandse School is ook het begrip Totaalvoetbal voortgekomen dat wereldwijd erkenning heeft gekregen als hét handelsmerk van het Nederlandse voetbal.

De herinneringen aan het alom bewonderde Totaalvoetbal zijn echo’s uit het verleden, voer voor de geschiedenisboeken. De ontwikkelingen in het voetbal door de decennia heen worden weer veelvuldig geschetst nu het WK nadert – zónder Oranje. Alom wordt het Totaalvoetbal toegeschreven aan Rinus Michels (1928-2005). Niemand refereert aan Engeland, de wereldkampioen van 1966. Niemand, uitgezonderd Rinus Michels himself!

Haaks op alle lofprijzingen voor de Nederlandse uitvoering staan de opvattingen daarover van Willem van Hanegem, de nummer 10 van Feyenoord, op het WK van 1974 spelend met rugnummer 3. In een recent verschenen boek, Willem van Hanegem, buitenkant links, laat auteur Frans van den Nieuwenhof hem losgaan over de betekenis en herkomst van het Totaalvoetbal.

Opvallend is dat De Kromme geringschattend oordeelt over de bedoelingen die destijds de basis vormden van de speelwijze. Hij gelooft niet in een uitgekiende strategie,  in geestelijke vaders daarvan als Michels en Cruijff. Hij spreekt in het boek nadrukkelijk over de Nederlandse opvatting over Totaalvoetbal. Alsof al de evangelisten in Frankrijk, Engeland, Spanje en Italië tijdens het WK van 1974 in Duitsland begrippen als ‘Football Total’, ‘Total football’, ‘Futbol Total’ en ‘Calcio totale’ in onderling overleg hebben bedacht.

GEEN PLAN

‘De hele Nederlandse opvatting over Totaalvoetbal en de Hollandse School slaat in wezen nergens op’, stelt Van Hanegem. ‘Voordat we naar Duitsland vertrokken, speelden we een paar schandalig slechte wedstrijden. Die waren niet om aan te gluren. Toen had niemand het over Totaalvoetbal.’

Van een vooropgezet strategisch plan was geen sprake, volgens Van Hanegem. ’Pas in de voorlaatste oefenwedstrijd voor het WK, thuis tegen Argentinië, liep het ineens goed. Het was heel lekker weer, het balletje ging rond, plotseling viel alles samen en klopte de opstelling. Dus was het logisch om daarop voort te borduren. Voor die tijd hadden we nog nooit zo gespeeld, toen was het allemaal los zand. Wij hadden helemaal niets te verliezen en waren onbevangen. Van daaruit zijn we gaan spelen, op een manier die we zelf heel leuk vonden. En niet van: wij gaan het voetballen eens veranderen met z’n allen.’

Niks Michels, niks Cruijff beweert Van Hanegem. ‘Er is niks uitgevonden door Michels of Cruijff, het voetbal van die tijd is gewoon tijdens de wedstrijden zo gegroeid. Er is nooit gesproken over een dergelijke speelwijze, er is nooit op getraind. Ik hoorde Michels nooit over tactiek en kan me ook niet herinneren dat wij het daar onderling veel over hadden. Laat staan dat het hele woord Totaalvoetbal ooit viel. Het is allemaal spontaan ontstaan, daar ben ik heilig van overtuigd.’

DRIEHOEKJES

Helaas kunnen we geen navraag meer doen bij Rinus Michels de grondlegger, of bij Johan Cruijff, de architect van de driehoekjes binnen de ‘Naranja Mecanica’, –  het troetelnaampje van Oranje, een begrip geïnspireerd op de film Clockwork Orange van Stanley Kubrick  in 1971.

De volgers van het WK in 1974 weten wel beter dan het geheugen van Van Hanegem toelaat. Michels wenste zijn spelers niet lastig te vallen met termen als Totaalvoetbal. Michels schreef slechts nummers op het wandbord, trok lijnen en zones, hooguit noemde hij nog de initialen van zijn spelers. Maar het geraamte voor het WK ontleende Michels wel degelijk aan de speelwijze van Ajax, én aan de opvattingen van Cruijff.

Liever had hij daarom de door een knieoperatie uitgeschakelde Barry Hulshoff als voorstopper ingezet in plaats van de Feyenoorder Rijsbergen. Aanvankelijk had hij voor Oranje zelfs een voorkeur voor Gerrie Mühren, boven Van Hanegem. Zo prefereerde Michels (en Cruijff) een meevoetballende keeper als Jan Jongbloed boven de veel betere reflex-doelman Jan van Beveren, de   heerser van het luchtruim ook. En vandaar dat Arie Haan, middenvelder bij Ajax,  werd omgeturnd tot vrije verdediger. Het waren allemaal aanpassingen, bedoeld om het bij Ajax geboren totaalvoetbal in Oranje nog beter tot uitvoering te kunnen brengen.

Met spelers als Barry Hulshoff, Gerrie Mühren, Johan Neeskens en Nico Rijnders had Michels eerder al nieuwe dimensies gegeven aan zijn uitgangspunten bij Ajax. Routiniers als Soetekouw, Pronk, Van Duivenbode, Muller, Prins en Nuninga werden daarvoor geofferd op weg naar de eerste Europese finale van Ajax in 1971, ruim zes jaar nadat Michels bij Ajax was begonnen als oefenmeester.

GETUIGENIS

In zijn eerste jaar gaf hij zijn opvattingen al de naam Totaalvoetbal. De getuigenis daarvan is een interview, dat eind december 1965 in de regionale kranten van de Gemeenschappelijke Pers Dienst (GPD) verscheen. Lees maar eens terug wat Michels, behalve oud-voetbalinternational ook oud-basketballer en oud-honkballer, destijds voorhield aan interviewer Jan Dassen:

Michels: ‘Wil je internationaal meedoen – en daar zijn we nog lang niet, we liggen nog een heel eind achter – dan moet de ploegtactiek ontwikkeld worden. Voetbal is geen basketbal. Een coach kan die tactiek bijbrengen, erin stampen, maar tijdens de wedstrijd moet het bij de spelers van binnenkomen, moeten ze er zelf gevoel voor hebben, omdat een coach aan de lijn machteloos is en geen time-out kan aanvragen om de jongens te instrueren. Krijgt een team dat gevoel voor tactiek, dan vormt het een eenheid, dan speelt het ook als eenheid.’

VOORBEELD ENGELAND

Opmerkelijk is dat Michels in dat interview uit 1965 Engeland aanhaalt als voorbeeld voor zijn favoriete speelwijze, het totaalvoetbal dat hij propageert – een halfjaar vóórdat Engeland wereldkampioen  zal worden (!). Michels: ‘Als je Engeland tegen Spanje hebt zien spelen en je ziet zo’n team aanvallen én verdedigen, dan is dat het voetbal waar we naar toe moeten. Een spel waarbij het hele team verdedigt en het hele team aanvalt. Daar is veel conditie voor nodig, veel tactisch inzicht en uiteraard een behoorlijke persoonlijke techniek. Dat totaalvoetbal begint bij Ajax een beetje te komen.’

Michels maakt daarbij een onderscheid tussen tactiek en systeem: ‘Tactiek is namelijk iets heel anders dan systeem. Systeem is zoiets als een openingsbod bij bridgen, maar daarna begint het spel pas.’

Tot zover Rinus Michels in 1965. Zijn handelsmerk zou pas jaren later tot wereldwijd begrip uitgroeien, acht jaar na de wereldtitel van Engeland.

Twitter   @hmees

About Author

Leave A Reply