VAN HECTOR GOETINCK TOT RUUD VORMER: 15 LANDSTITELS TUSSEN 1920 EN 2018 – RW

Club Brugge won in 1920 zijn eerste landstitel. Bijna honderd jaar later, 98 om precies te zijn, tekende blauwzwart voor zijn vijftiende kampioenschap. Een wandeling van Hector Goetinck tot Ruud Vormer.

 15 mei 2016: De dag des heren én van MPH, Club Brugge – Anderlecht 4-0, na 11 jaar eindelijk kampioen!

 

Raoul Lambert. Die vijftiende mei van 2016 werd hij op het veld geroepen om aan Matthew Ryan de trofee van ‘Speler van 2015’ te overhandigen. You’ll never walk alone, zongen de Brugse fans op overtuigende wijze als prelude op Club – Anderlecht. Blauwzwart versus paarswit, de Belgische ‘topper’ sinds 1967. Vandaag beslissend voor de landstitel, met Club in poleposition. Voor elke ‘klassieker’ dwalen mijn gedachten even af naar Johnny Thio. Het was mijn eerste keer dat ik écht Club Brugge beleefde. Ik luisterde naar het radioverslag van 11 oktober 1970 en de vonken sloegen over bij het horen van één naam: Johny Thio. Doelpunten op minuut 3, 38 en 49. Lambert voegde er de vierde aan toe in de 55 ste minuut. Club Brugge – RSC Anderlecht 4-0. Het gebeurde in de volgende vijftig seizoenen nog één keer dat Club de rivaal een 4-0 om de oren gaf (21 september 2013) maar geen enkele Clubspeler slaagde er tijdens een thuismatch in om een hattrick te scoren. Dat dwong enkel Johnny af. Wat zou hij er graag bij zijn geweest vandaag. Samen met Raoul, altijd rustig, zorgen voor leute op de tribune van wat hij altijd ‘zijn Club’ heeft genoemd. Johny is niet meer, hij verliet ons onaangekondigd, schielijk, in de zomer van 2008. Maar ik, ik heb hem nog altijd in mijn hoofd zitten, ergens in een achterkamertje, waar hij uit te voorschijn springt als een duiveltje uit een doosje telkens de ‘klassieker’ wordt afgefloten. Johnny – Anderlecht 4-0, want de vierde liet hij aan Raoul over.

 

Vijftien mei 2016, de dag van het oordeel: zou het blauwzwart na elf jaar opnieuw lukken? De hoop leefde in de harten. Om tien uur in de ochtend stapte de afdeling ‘Kempen’ al op de trein in Lier. Tijdens de rest van de heenreis raakten de wagons steeds voller. Afdeling ‘Antwerpen’, nog eens dertig fans. Buffalo City, om en bij de vijftig. ‘Hand in hand voor blauw en zwart’.

De topper bleef lang in evenwicht. Als op de 23 ste minuut het herdenkingshandgeklap voor Sterchelé zachtjes uitstierf, kopte Abdoulay Diaby een voorzet van Meunier onverwacht tegen de touwen. Hij kroop slim voor de verdediger en gaf Proto het nakijken. Vijf minuten later voerde hij een eenakter op. De solistische spits creëert soms openingen die een ander amper ziet en rondt ze af op een wijze die weinigen in de benen hebben: 2-0 met individualistische toets, linkerstiftertje buitenkant voet. Abdoulay kreeg Johny in het vizier.

Na de pauze hing er aanvankelijk een eigenaardige sfeer over het stadion. Dat hulde zichzelf soms in stilte. Alsof het de spanning niet meer aankon. Die stilte werd om de twee minuten doorbroken door het ritmische Ooh, ooh, ooh, Come on FC, Come on FC.

Het publiek leek zichzelf met dit ritueel in trance te wiegen. Dat eindigde rond het uur met de plotse opstoot van de song ‘Ola, olé, ola, olé, we worden kampioen, we worden kampioen, we worden kampioen, we worden kampioen’. Enkele minuten later sloeg de paniek toe, toen vuurwerk een paarswitte speler had getroffen en de wedstrijd werd stilgelegd. Met een massaal ‘shame on you’ reinigde de ‘Kop’ achter het doel van Proto zichzelf. Het ritme van Anderlecht was gebroken en eerste kopte Vanaken een wegdraaiende ‘flank’ van Vormer binnen en daarna trapte de enige echte Timmy Simons onder luid gezang – there’s only one Timmy Simons – zijn strafschop via de staak tegen het net: 4-0. José Izquierdo dribbelde de Anderlechtachterhoede op de koop toe op een hoopje maar miste van een haar de forfaitcijfers. ‘Boeren kampioen olé, olé’. De apotheose werd nog even uitgesteld door fans die, ondanks de smeekbede om te ‘bluven stoan’, toch het veld bestormden. Coach Michel Preud’homme kreeg zijn verdiende staande ovatie. Na het begin van de ereronde, met een half uur vertraging, verliet ik het stadion. Ik ben geen mens voor de massa en voel me zelden thuis in de grote euforie. Weg van het gewoel zag ik als enige getuige hoe de bereden politie de bus van Anderlecht uit Jan Breydel escorteerde. Ik voelde geen leedvermaak, ik ben van het principe dat men in alle omstandigheden de sportieve tegenstander respecteert. Een absurd en tegelijk wat triest tafereel in het niemandsland achter het stadion: een colonne agenten achter prikkeldraad om denkbeeldige boze fans tegen de houden en ik.

In de verte klonk You’ll never walk alone. Club – RSCA 4-0, 15 mei 2016. Ik mijmerde over Johnny Thio. Zou iemand zich in het stadion hem herinneren? De 4-0 is nog eens geëvenaard, pas voor de tweede keer in 45 seizoenen. Zijn hattrick blijft uniek. Zoals Johnny zelf ook was. Raoul Lambert zal dat beamen.

 

 

 

About Author

Leave A Reply