CHAMPIONS LEAGUE 2004-2005: FC LIVERPOOL EN HET MIRAKEL VAN ISTANBOEL

FC Liverpool staat voor de achtste keer in de finale van de Europacup der Landskampioenen/Champions League.

In de zogenaamde Europacup der Landskampioenen versloegen The Reds in 1977 Borussia Mönchengladbach (3-1), in 1978 Club Brugge (1-0), in 1981 Real Madrid (1-1) en 1984 AS Roma (1-1, winst na strafschoppen). In 1985 werd verloren van Juventus (1-0) maar deze finale ging de geschiedenis in als het Heizeldrama. In 2007 was AC Milan (2-1) te sterk. De spectaculairste zege behaalde Liverpool in 2005. Een vertelling over ‘het mirakel van Istanboel’: het elftal van Steven Gerrard keek bij de pauze tegen een 3-0 achterstand aan. AC Milan werd op dat moment beschouwd als het beste clubelftal ter wereld.

 

 DE WEG NAAR DE FINALE

 Liverpool FC prijkte in geen enkel kennerslijstje voor de eindzege. De club zocht een nieuwe bestemming en haalde daarvoor Rafa Benitez van Spanje naar Engeland. De man genoot bekendheid vanwege zijn gedetailleerde spelontleding en leidde zeer verrassend Valencia naar het landkampioenschap. Het scheelde enkele keren zeer weinig: in de voorronde bibberde men tot het einde na de schabouwelijke prestatie tegen Grazer AK (0-1 verlies, na 0-2 winst in Oostenrijk). En in de groepsfase dreigde het helemaal uit de hand te lopen toen Rivaldo voor Olympiakos Piraeus een vrije trap in doel krulde. Liverpool had nood aan een verschil van twee goals. Pas in de 86 ste minuut bezwoer Steven Gerrard de angst van Anfield. Op basis van het doelsaldo gingen de Grieken onderuit. In Athene verloor Liverpool met 1-0, net als in Monte Carlo tegen AS Monaco. Van de 0-0 tegen Deportiva La Coruna werd niemand vrolijk en veertien dagen later intimideerden de Reds in de Spaanse havenstad met 23 fouten, het dubbele van La Coruna. Tot overmaat van ramp voor Deportivo verwerkte Andrade voor het kwartier de bal voorbij de eigen keeper. Enkel in de eerste kwalificatiepartij tegen AS Monaco (2-0, Cissé en Baros) maakten men verder een goede beurt. De ontlading tegen Piraeus schonk vertrouwen voor de toekomst en in de achtste finale kreeg Bayer zowel in Liverpool als Leverkusen hetzelfde 3-1 pak voor de broek. De Duitse supporters bleven in de mood en zongen na beide nederlagen ‘Rockin’ all over the world van Status Quo dat door de Kop werd overgenomen. In tegenstelling tot Liverpool droomde AC Milan terecht wél van een zevende triomf met ronkende namen als Maldini, Cafu, Stam, Nesta, Seedorf, Pirlo, Crespo, Sjevtsjenko en Kaka in de roodzwarte rangen. De groepsfase werd gemakkelijk gewonnen met 13 punten uit 18 en een 10-3 doelsaldo ten nadele van FC Barcelona, Shakhtar Donetsk en Celtic Glasgow.  In de achtste finale veroverde men Old Trafford: de 0-1 (Crespo) kwam geen seconde in gevaar en ook in San Siro steeg Milan boven Manchester United uit (1-0, Crespo). Tijdens de Milanese derby in de kwartfinales sloegen de stoppen door: 2-0 voor AC ‘thuis’ na goals van Stam en Sjevtsjenko maar na een festival van liefst 44 overtredingen. 0-1 ‘uit’, alweer met Sjevtsjenko maar Internazionale kreeg een forfaitscore van 0-3 aan de broek wegens rellen. In de halve finale bakenden Sjevtsjenko en Tomasson een veilige weg af richting Eindhoven (2-0) maar PSV beukte de onverwacht de Italiaanse defensie open: 2-0 na 65 minuten. In de 91 ste minuut Ambrosini zijn team over de finalestreep waarna Cocu toch nog een derde aantekende. Tastte dit toch een klein beetje het zelfvertrouwen van de Rossoneri aan?

 

HET VERHAAL

Elvis Costello verliet het podium. Xabi Alonso nam de aanloop voor zijn elfmeter. Er waren zestig minuten gespeeld en de zanger gaf zijn band The Imposters de opdracht te improviseren. Het was 25 mei 2005 tijdens een optreden in Norwich. Pas anderhalf uur later, nadat de huppelende doelman Dudek in de strafschoppeenreeks Serginho en Sjevtsjenko had afgebluft, keerde hij terug. Breedlachend verontschuldigde hij zich: “Voetbal en Liverpool FC waren even belangrijker dan rock-‘n-roll!”

John Williams schetste de anekdote in zijn boek ‘The Miracle of Istanbul. Liverpool FC from Paisley to Benitez’. De voetbalsocioloog aan de Universiteit van Leicester onderscheidde zich ook als huishistoricus van Anfield Road en vatte het merkwaardige seizoen 2004-’05 samen als ooggetuige.

De loting voor de kwartfinale raakte een gevoelige snaar toen Liverpool aan Juventus werd gekoppeld, exact twee decennia na het Heizeldrama. Het mondde uit in de mooie campage ‘Memoria E Amicizia’. John Williams schrijft: “De club had de verantwoordelijkheid voor de tragische nacht in Brussel op zich genomen. De fans keken met een oprecht schuldgevoel terug en de hoop leefde om de dodelijke wanordelijkheden een plaats te geven. Voor het duel organiseerde men een vriendschappelijk partijtje tussen beide supportersgroepen. Elke zwartwitte aanhanger kreeg een in het Italiaans gedrukt programma mee met als titel ‘We are sorry’. Net voor de aftrap toonde de Kop haar mozaïek Amicizia en met de slogan Memoria e Amicizia – herinnering en vriendschap – op een banier stapten Phil Neal en Michel Platini, de aanvoerders van 1985, het veld op in de richting van het Juventusvak. Het stadion sudderde als gevolg van de emotionele ontlading.”

Liverpool bracht het op papier veel sterkere Juventus in verlegenheid met goals van de Finse centrale verdediger Hyppia en de Spaanse linksbuiten Garcia. Juventus tikte net voorbij het uur tegen en plooide terug. In Turijn kregen de Liverpoolvolgers een niet al te vriendelijk onthaal, de wonde was nog niet geheeld. Met veel tackles en een muur van acht defensieve spelers mikte Benitez van bij het eerste fluitsignaal op de nul. Hij herhaalde dit op Stamford Bridge in de halve finale: 0-0. The Daily Telegraph plaatste de beschaafde Benitez tegenover Mourinho, ‘the master of provocation’. Die probeerde de rust in het brein van Benitez te ontregelen door te pronken met een voorsprong van …37 punten in het kampioenschap. John Williams vatte de sfeer samen: ‘You could feel the buzz around Anfield on the night of the return: it was that old European Cup feeling, one magical night from glory.’ Na vier minuten klom de temperatuur al meteen naar het kookpunt: Garcia wipte de bal millimeters voorbij doelman Czech… of toch niet? Goal goedgekeurd, mysterie tot vandaag onopgelost: ‘a ghost goal’, fulmineerde Mourinho. Liverpool versloeg Chelsea met 1-0.

‘Liverpool FC: our love, our passion, our pride.’ Onder dit motto begaven 30.000 rode gelovigen – sommigen uit Azië, Australië en Amerika – zich naar het Atatürk Olympisch Stadion van Istanboel. ‘Sei minuti di follia’, zo werd het de dag nadien samengevat door Gazetta dello Sport. Zes minuten van waanzin. Na zestig seconden opende de bejaarde Italiaanse kapitein Maldini de score voor AC Milan. De Argentijnse spits Crespo kogelde de tegenstand omver met doelpunten op de 39 ste en 44 ste minuut. John Williams haalt zich het beeld voor de geest: “Op de tribunes zongen we ‘We are gonna win 4-3’. We besloten You’ll Never Walk Alone in te zetten, droevig gestemd maar zo luid dat ze het tot in de kleedkamer hoorden.” Benitez zweeg de hele tijd en gooide de veldbezetting om: drie verdedigers en Gerrard en Garcia dieper rond spits Baros. De uit Madrid stammende voetbaltechnocraat droeg de reputatie van ‘ernstige denker’ met zich mee. Hij noemde zichzelf ‘de eenzaat met de laptop’ omwille van zijn mechanische, methodische wedstrijdplanning. John Williams pinde zijn stijl vast met het begrip ‘The Rafalution’. Van de uitgekiende strategie restte tijdens de pauze niets meer zodat Benitez het noodgedwongen over de boeg van de ouderwetse voetbalpeptalk gooide: “We are Liverpool FC. If we can score a goal quickly, we can push on. Do it for your mates and for the crowd.”

Het wachten duurde een eeuwigheid, tot in de 54 ste minuut om precies te zijn. Toen stopte Maldini Xabi Alonso af maar ontzette slordig in de voeten van Riise. Die opende een middencirkelrondo met Gerrard, Xabi Alonso en Hamman en ontving de bal opnieuw. Hij plaatste een voorzet tussen Nesta en Stam in, waar Gerrard voorbij doelman Dida knikte. Volgens Williams schreeuwde de captain naar het publiek: “Comon fucking Scousers, we can still win this but we need you.” Honderdvijfenveertig seconden na Maldini’s misstap buitte Smicer een misverstand tussen Pirlo en Sjevtsjenko uit met een schot van net buiten de zestienmeterlijn.

En op de kop vijf minuten en 59 seconden na de blunder van Paolo bracht Gattuso Gerrard uit balans. Xabi Alonso legde de bal op de strafschopstip. Elvis Costello verliet toen het podium.

 

HET PORTRET

 Steven Gerrard (1980), uitgeroepen tot man van de match in Istanboel. Stevie G voor de vrienden, vereeuwigd in de song ‘Steve Gerrard, Gerrard, he’ll pass the ball 40 yards, he’s big and he’s fucking hard, Steve Gerrard, Gerrard’ op de tonen van Que Sera.

Steven Gerrard (1980) is van Liverpool. The King of the Kop. Tien jaar in het eerste elftal van The Reds. Hij is geboren in de zogenaamde ‘achterstandswijk’ Huyton, waar hij geregeld terugkeert om te voetballen met de straatjongens. Ondanks de langdurige economische crisis aan de Merseyside blijven de fans van fc Liverpool op humoristische en muzikale wijze het elftal steunen, zoals het een goede Scouser – de oorspronkelijke inwoner van de stad – betaamt. Men herkent de Scouser aan zijn, in de rest van Engeland onverstaanbare, dialect en aan zijn zin voor spot en schimpscheut. Gerrard is een echte rode Scouser. Zijn vader verbood hem in zijn kindertijd te voetballen met shirts van Manchester United of Everton. Maar de lust tot lachen ontbreekt. Gerrard kijkt altijd en immer ernstig. De man met de moordende hamer – een briljant rechttoe rechtaan afstandsschot – heeft meer dan honderd doelpunten achter zijn naam. De uitbarstingen van vreugde zijn kort en hevig, waarna de vroeg volwassen geworden aanvoerder – hij nam op zijn 23ste de band over – zijn controlerende positie weer opzoekt. Met bedrukte gelaatstrekken. Gerrard speelt al tobbend. Hij draagt een onuitwisbaar schuldgevoel in zich. Hij voetbalt voor Jon-Paul, zijn neefje dat op 15 april 1989 overleed tijdens de Hillsborough Disaster, de stadionramp waarbij 96 Liverpoolfans het leven lieten. Jon-Paul is het jongste slachtoffer en zijn naam staat gegraveerd in het monument aan de Shankly Gates van Anfield Road. De droevige herinnering aan zijn beste vriend stemt hem vaak treurig, zelfs tijdens wedstrijden. Op 15 april is het de dag dat Steven Gerrard niet wil voetballen. Dan zakt hij samen met duizenden fans af naar Anfield Road voor een officiële herdenking. Hillsborough is always on his mind.

Daarom heeft hij levenslange trouw gezworen aan fc Liverpool maar is hij zijns ondanks een sombere Scouser. Daarom luidt zijn motto: ‘Succes is a journey, not a destination.’ Succes is een zoektocht, geen eindbestemming.

 

About Author

Leave A Reply