CHAMPIONS LEAGUE 2017-’18: REAL MADRID VESTIGT STABIELE HEERSCHAPPIJ DANKZIJ DUO RONALDO-ZIDANE – RW

Google+ Pinterest LinkedIn Tumblr +

Real Madrid staat voor de zestiende keer in de finale van de Champions League/Europacup der Landskampioenen. De Koninklijke won de vijf eerste edities van 1956 (Stade de Reims 4-3), 1957 (Fiorentina 2-0), 1958 (AC Milan 3-2), 1959 (Stade de Reims 2-0), 1960 (Eintracht Frankfurt 6-3). Dan volgden nog zeven overwinningen: 1966 (Partizan Belgrado 2-1), 1998 (Juventus 1-0), 2000 (Valencia 3-0), 2002 (Bayer Leverkusen 2-1), 2014 (Atletico Madrid 4-1), 2016 (Atletico Madrid 1-1, winst na strafschoppen), 2017 (Juventus 3-1). Er werd verloren in 1962 (Benfica 5-3), 1964 (Internazionale 3-1) en in 1981 (FC Liverpool, 1-0). Real staat dus voor de vierde keer in vijf seizoenen in de finale. Van de drie recentste zeges maakte die van vorig jaar tegen Juventus het meeste indruk. Een ‘vertelling’ over het duo Ronaldo-Zidane.

 DE WEG NAAR DE FINALE

Real Madrid. De Koninklijke. Voor de derde keer in vier jaar: kampioen der kampioenen. Het lijkt een terugkeer naar de jaren vijftig van de twintigste eeuw toen Los Blancos  van Alfredi di Stefano zich oppermachtig toonden tussen 1956 en 1960. Van dominantie was echter geen sprake tijdens deze jaargang. Het schip leek in de kwalificatiepoule zelfs vaak te kapseizen. In de openingsmatch tegen Sporting Lissabon keerden Cristiano en Morato pas in de 89 ste en 95 ste minuut de 0-1 achterstand. Bij Borussia Dortmund werd Real voor de ‘Südtribune’ uit het veld gekegeld door de combinatie ‘tikitaka-Vollgasfussball’ van Thomas Tuchel maar het bleef overeind (2-2). Na een 5-1 pandoering tegen de Poolse titelvoerder Legia in Bernabeu vielen er ook zes goals bij de return in Warschau: Kovaciv pareerde pas vijf minuten voor tijd de derde treffer (3-3). In Lissabon trok Benzema de tobbende ‘witte brigade’ minder dan 250 seconden voor het einde over de streep (1-2). Borussia speelde ook superieur in Madrid en poetste een 2-0 achterstand weg (2-2). Opvallend: Ronaldo scoorde vier opeenvolgende speeldagen niet. Dat bleef zo in de achtste finale. Napoli liep al in de achtste minuut 0-1 uit en het kostte Real bloed, zweet en tranen om in de tweede helft de stand om te buigen tot 3-1. In de stad van de Vesuvius presenteerde Dries Mertens zich als ‘tragische held’ van de avond. Hij bracht de bijna 60.000 tifosi in het Stadio San Paolo op de rand van het delirium met zijn doelpunt en zijn bal op de paal: 1-0 bij de pauze. Hij deed nadien een bal afwijken in eigen doel. In de laatste minuut dikte Real aan tot 1-3. Nog meer drama tijdens de kwartfinale. In München drukte Bayern volkomen in de hoek. Vidal verzuimde om de knock-out uit te delen toen hij op slag van rust een penalty onbesuisd over trapte. In plaats van 2-0 duwde Cristiano in de 47 ste minuut de gelijkmaker voorbij doelman Neuer. Zijn vorige Champions Leaguegoal dateerde van 197 dagen eerder, ook op Duitse bodem in Dortmund. Martinez pakte rond het uur in een tijdspanne van vijf minuten twee domme gele kaarten met overbodige middencirkelovertredingen op de benen van Benzema en Ronaldo. Coach Zidane transformeerde zijn tactiek: van counteren tot balbezit, van afwachten tot aanvallen. CR7 verschalkte Neuer een kwartier voor tijd. De kwalificatie leek een feit maar ze kwam nog aan een zijden draadje hangen. Op 18 april 2017 voltrok zich immers het nachtmerriescenario voor Bayern. Het team van Ancelotti toonde zich in alle onderdelen de betere ploeg maar moest wachten tot net voor het uur om de 0-1 te scoren op strafschop van Lewandowski. Op de gelijkmaker van Ronaldo volgde de own-goal van Ramos. De match leek definitief in Duits voordeel te kantelen toen de Hongaarse scheidsrechter Kassai besloot zich in de kijker te fluiten. Hij bestrafte een tackle van Vidal met een onterechte rode kaart en zag twee buitenspeldoelpunten van Cristiano door de vingers. Bayern ging tegen de gang van het spel in ten onder met 4-2. In de halve finale tegen de buren van Atletico draaide de machine van Zidane eindelijk op volle toeren met 61 procent balbezit, 91 procent passeeraccuraatheid en drie doelpunten tegen nul: hattrick Ronaldo in minuut 10, 73 en 86. In de laatste Europese partij op de grasmat van het Estadio Vicente Calderon leek het nog even aan een zijden draadje te hangen want na een kwartier hadden Niguez en Griezmann al de 2-0 op het bord gespijkerd. Een geniale dribbelflits van Benzema bood Isca de 2-1 op het spreekwoordelijke schoteltje aan net voor de pauze. Omdat Juventus slechts drie tegendoelpunten had geïncasseerd en in Italië de dubbel had gewonnen, kreeg de Oude Dame vooraf het meeste krediet. Zidane toonde zich echter de meester van het tactische spel: hij leerde zijn spelers de beginselen van wat wordt genoemd het ‘hybride voetbal’ waarin zowel het ‘omschakelen’ als het ‘balbezit’ in het elftal geslepen zit. Juventus kreeg de bal maar bij de eerste scherpe countercombinatie van rechtsback Carvajal met Cristiano was het in de twintigste minuut raak. Mandzukic temperde het Madrileense optimisme met een prachtige retro. In de tweede helft drongen de oprukkende vleugelverdedigers Marcelo en Carvajal de buitenste middenvelders van Juve diep terug op de eigen helft. Vooral Marcelo viel niet af te stoppen en vanuit hun spelintelligentie van Modric en Kroos het ritme: Casimero en Cristiano dikten de score in de 61 ste en de 64 ste minuut aan tot 1-3. Seconden voor het einde legde Asensio de eindzege vast.  De twaalfde ‘Beker met de Grote Oren’ verhuisde naar het museum van het Estadio Santiago Bernabeu.

 HET VERHAAL

La triomphe de la stabilité. Zo klonk de conclusie van France Football. Het Franse voetbalweekblad ontleedde het ‘systeem Zidane’ en benoemde het als ‘son secret fraîcheur’. Men zou dit kunnen vertalen als ‘het geheim van de frisheid’.  Zidane gebruikte op uiterst intelligente wijze alle technische en tactische opties van zijn selectie waardoor Real superieur werd op de momenten die er echt toe deden: tijdens kwartfinale, halve finale en finale van de Champions League. Een bijkomende troef van Zidane is de enorme kennis van het hoogste niveau die hij vergaarde als voetballer. Dat geeft hem een voorsprong op andere jonge coaches die als voetballer het modale niveau niet overstegen.

Zidane zocht en vond het evenwicht tussen de technische kwaliteit, collectieve maturiteit, winnaarsmentaliteit en individuele talent van Cristiano Ronaldo in de twintig meter van het strafschopgebied. Bovendien was hij de eerste Realtrainer die het aandurfde om zelfs met CR7 te roteren: hij speelde ‘slechts’ 29 van de 38 competitiewedstrijden maar dat stond hem toe om te schitteren in de eindfase van de Champions League. De kwaliteit van de bank maakte het verschil met de rivalen van Real. Hij creëerde een hiërarchie van tien titularissen: doelman Navas; verdedigers Carvajal-Varane-Ramos-Marcelo; middenvelders Casimero-Kroos-Modric; aanvallers Benzema-Ronaldo. Die twee werden aangevuld door Bale of Isco. Daarnaast werkte hij met twee ‘vaste invallers’ per linie: Nacho-Danilo; James-Kovacevic; Morata-Asensio. In totaal benutte hij liefst 27 selectiespelers die in twintig matchen aantraden. Volgens Zizou wordt een wedstrijd gewonnen met 14 voetballers. Hij benut ze allemaal volgens hun specifieke kwaliteiten. Hij benoemt zelf zijn voornaamste inzicht: ‘het geheim van het succes is dat aleke speler nuttig is.’ In die rotatie ruilde hij vedetten met de eigen jeugd: de ‘cantera’ is intussen even belangrijk geworden voor Real als voor Barça. Hij slaagde erin om ook de toppers daarvan te overtuigen. Asensio en Isco zijn de belangrijkste voorbeelden van zijn gelijk: de 21-jarige flankaanvaller leverde de twee voorzetten waarop Ronaldo scoorde tegen Bayern. En Isco wordt intussen de ‘nieuwe Iniesta’ genoemd.

 

De internationale waarnemers hebben zich verkeken op Zidane. Zijn welslagen werd op verwondering onthaald want de scepsis was groot toen hij in januari 2016 werd voorgesteld als vervanger van Benitez. Intussen werkte hij al zes jaar in de luwte voor de Koninklijke: hij begon in 2010 als ‘adviseur’ van José Mourinho. In 2011 schoof hij door naar de positie van ‘sportief directeur’. In 2013 kreeg hij een plaats op de bank als assistent van Ancelotti en in de zomer van 2014 benoemde men hem tot ‘hoofdcoach’ van Real Madrid Castilla B.

Hij leerde verschillende onderdelen van het begrip ‘topclub’ kennen en werd dus niet zo onvoorbereid ‘in het diepe’ gegooid als iedereen vermoedde.

Maar de kritiek verstomde niet: Real Madrid bevond zich bij zijn aanstelling in een ernstige crisis. Aartsrivaal FC Barcelona had net editie van de FIFA World Cup for Clubs gewonnen en in Bernabeu likte men nog de diepe wonden die de 0-4 nederlaag tegen Messi en co op het einde van november 2015 hadden geslagen. Critici namen hem op de korrel omdat hij voor zijn trainersdiploma de minder zware Franse opleidingscursussen verkoos boven de Spaanse. En ze benaderden hem aanvankelijk als een ‘marionet’ van president Perez. De media speculeerden op het feit dat Perez zich met het inhalen van de grote naam ‘Zidane’ wilde indekken tegen aanvallen op zijn personeelspolitiek. Hij schrapte de functie van ‘technisch directeur’ omdat hij zelf de dikste vinger in de pap wilde bij de transfers En daarbij minder belang hechtte aan sportieve dan aan commerciële – lees beeldrechten  en marktwaarde – criteria.

Maar deze commentaren waren buiten…Zidane gerekend: hij drong snel en in volle openbaarheid aan op versterking van het sportieve departement waardoor hij de almacht van Perez in vraag stelde. En hij ging onverstoord zijn gang. Ondanks het feit dat hij ook nog werd neergezet als een ‘verlegen’ mens. Maar hij maakte daar een kwaliteit van want als hij iets zei dan werd er naar hem geluisterd. Hij putte uit de eigen spelerservaring en zorgde voor een erg ‘familiale’ en ontspannen sfeer in huis van de Koninklijke dat een traditie kende van intriges. En hij hield het zogenaamd ‘simpel’: hij gedroeg zich ongecompliceerd en overlaadde zijn spelers niet met opdrachten. In tegenstelling tot voorganger Benitez benadrukte hij de klasse van zijn toppers. Zelfs al waren het ‘fantasietjes’, zoals de passes die Modric bij voorkeur met een ‘buitenkantje’ verstuurde en die op de zenuwen werkten van Benitez. Maar hij voegde er wel nieuwe inzichten aan toe: hij leerde Real hoe zich te gedragen in het defensieve deel van de match. Met name: hoe de bal houden, collectieve inzet ontwikkelen en keihard werken wanneer dat wordt vereist door de omstandigheden.

Hij stelde zichzelf een duidelijk doel bij zijn aanstelling, al had hij dat vooral al ‘mompelend’ gedaan: ‘gagner’. Hij wilde ‘alles winnen’. En dat verwezenlijkte hij. In een periode van zestien maanden zette hij volgende resultaten neer: een record van veertig competitiewedstrijden zonder nederlaag; twee opeenvolgende eindzeges in de Champions League; één Wereldbeker voor Clubs; één Europese Supercup. Last but not least: de eerste landstitel sinds 2012 én de eerste dubbelslag La Liga – Europacup sinds…1958.

Cristiano Ronaldo loofde hem: ‘Hij gedroeg zich intelligent en hij geloofde in ons.’

Uitgerekend in zijn twintigste Champions Leagueduel stond hij te zwaaien met zijn tweede ‘beker met de grote oren’. Dat zijn er evenveel als Alex Ferguson, José Mourinho en Pep Guardiola.

De immer rust uitstralende Zinédine Zidane blijft een man van weinig woorden. Aan France Football onthulde hij zijn geheim:

“Il ya beaucoup de talent dans mon équipe. Mais il y aussi beaucoup de travail derrière tout ça. Beaucoup de complicité aussi. La clé du succès, c’est chaque joueur se sente utile.”

 

HET PORTRET: CRISTIANO RONALDO

Zijne hoogheid-heiligheid CR7. De witte prins van de Koninklijke. Die intussen een keizerlijke status krijgt aangemeten, tot in China toe. Hij reeg de records aan elkaar in deze editie van de Champions League: voor de zesde keer topschutter, waarvan vijf keer op een rij. Hij nam als eerste speler de kaap van honderd goals in de meest prestigieuze clubcompetitie op wereldschaal en zette ook zijn naam voor de derde keer als doelpuntenmaker op de finalekaart. Zijn eerste doelpunt in de finale was bovendien nummer zeshonderd uit zijn loopbaan. En toch…onderging hij op zijn 32 ste levensjaar nog een metamorfose. Die dankte hij aan zijn coach Zidane en…aan zijn blessure tijdens de finale van het EK 2016 met Portugal. Zidane opende in augustus 2016 het gesprek met zijn geblesseerde sterspeler. Hij wees hem op het feit dat hij ook in 2015 en 2016 kampte met kwaaltjes als gevolg van ‘overdaad’. Zidane overtuigde hem van het belang van ‘rust’ en ‘rotatie’ zodat hij kon pieken tijdens de ultieme fase van het seizoen. Voor het eerst in zijn voetballeven zette Cristiano zijn persoonlijk belang opzij. Hij eiste niet langer dat hij op elk moment van de match alle aandacht kreeg van pers, publiek én ploegmaats. Hij aanvaardde een plaats in de luwte. Zonder morren accepteerde hij zelfs dat hij doelbewust uit het elftal werd gehouden tegen clubs van bescheiden niveau om vervolgens te schitteren tijdens topwedstrijden zoals tegen Bayern, Atletico en Juventus. Zijn eerzucht viel niet te stillen en hij concentreerde zich op de verbetering van zowel lichaam als techniek. In soepele ‘tweebenigheid’ valt hij niet te overtreffen. En ondanks zijn ranke torso heeft ‘de magische zeven’ voldoende spier- en kopbalkracht om zelfs potige duels in de zestien te winnen. Met de tijd evolueerde hij van ‘stepover-winger-wonder’ bij Manchester United naar ‘complete spits’ bij Real Madrid. De internationale pers beschreef zijn prestaties de voorbije maanden vanuit het superlatief. Volkomen terecht. Hij werd ‘El Maestro’ van de Champions League. Hij stapt in de voetsporen van Alfredo di Stefano. En hoewel hij nog altijd ‘verliefd is op het eigen spiegelbeeld’ zoals de Griekse god Narcissus, bereikte hij in 2017 toch de status van volwassenheid. Zijn hoogheid-heiligheid CR7. Cristiano Ronaldo, de god van de Champions League.

Share.

About Author

Leave A Reply