De Rode Duivel die zijn volk leerde vliegen – Kurt Deswert

Fluister ‘Stampe-Vertongen’ in het oor van elke  rechtgeaarde luchtvaartfanaat en bij de meesten onder hen zullen de ogen beginnen fonkelen. Jean Stampe en Maurice Vertongen schreven Belgische luchtvaartgeschiedenis met hun SV.4, het meest succesvolle Belgische vliegtuig ooit. Volgens Franse luchtvaartexperts ‘de stradivarius van de lucht’. Voor Maurice Vertongen luchtvaartpionier werd, had hij zijn sporen echter al op een heel ander vlak verdiend. De beenhouwerszoon uit Sint-Lambrechts-Woluwe was immers al … Rode Duivel geweest.

 Maurice Vertongen werd geboren op 7 mei 1886 in Elsene. Zijn ouders waren goed boerende beenhouwers die zich vestigden op een boogscheut van de bogen van het Jubelpark, in Sint-Lambrechts-Woluwe. De jonge, robuuste Maurice bleek al gauw gebeten door de sportmicrobe en sloot zich aan bij de Athletic and Running Club de Bruxelles, een sportvereniging die in 1883 opgericht was en waar naast wielrennen, atletiek, schermen en tennis ook aan voetbal werd gedaan. De club was actief op verschillende terreinen in het nabij gelegen Elsene en aan de velodroom van Terkamerenbos. Ook Max Kahn, één van de latere stichters van de FIFA, was er aangesloten.

Vertongen debuteerde op piepjonge leeftijd in het seizoen 1903-1904 in de hoogste voetbalklasse. Maar bij de Athletic and Running Club liep het niet zo goed. In 1905 gaf de voetbalafdeling er de brui aan toen het niet genoeg spelers meer bij elkaar kreeg. Vertongen en maats eindigden dat jaar laatste in de Belgische eredivisie, met 20 nederlagen (op 20 wedstrijden), 116 tegendoelpunten en slechts … 5 gemaakte doelpunten…

Dat laatste was niet meteen de beste sollicitatiebrief voor een spits, zou je denken, maar het verhinderde Vertongen toch niet om te verkassen naar het poepchique Racing Club de Bruxelles. De club, 5-voudig landskampioen,  speelde in de buurt van het Terkamerenbos, aan de Ganzenvijver in Ukkel en beschikte toen over één van de modernste en mooiste stadions van Europa.

Het klikte meteen tussen speler en club. De struise, snelle Vertongen was erg geschikt om diep in de spits de strijd aan te gaan met de drieste verdedigers van de tegenstand. In 1908 werd hij landskampioen met Racing. Hij zou ook drie maal topschutter van de Belgische competitie worden, in 1907, 1908 en tenslotte in 1910. Tegen dan was hij al naar Racings grote concurrent Union vertrokken. Ook met die ploeg werd hij nog eens landskampioen. Hij droeg zijn steentje alvast bij aan de titel door tijdens een Union-Antwerp maar liefst zeven keer te scoren… Een record dat maar liefst 18 jaar zou staan! In 1907 debuteerde Vertongen ook als Rode Duivel tijdens een interland tegen Nederland. Hij zou tot 6 interlands komen, waarin hij één keer scoorde. In 1911, op 25-jarige leeftijd hield hij het voetbal voor bekeken. Voetballen leverde in die periode nog niet bepaald veel op; als beursagent kon hij veel meer verdienen.

 

De lucht in

 

In deze periode raakte Vertongen begeesterd door de luchtvaart. De sprong van voetbal naar vliegtuig was toen eigenlijk niet zo bizar als ze vandaag lijkt. In de periode voor de commerciële burger- en militaire luchtvaart, werden vliegeniers vaak zelf ook beschouwd als sporters. Hun exploten prijkten op de sportpagina’s van de kranten. Vermoedelijk raakte Vertongen aan vliegen verknocht tijdens één van de vliegdemonstraties in de buurt. In 1910, in het kader van de Wereldtentoonstelling, werd er niet zo ver van zijn ouderlijk huis een aerodroom in Stokkel aangelegd. Er kwam een vliegpiste van zo’n 3 kilometer lang. De bekende Antwerpse vliegenier Jan Olieslagers, met wie Vertongen later nog nauw zou samenwerken, verbijsterde er in augustus 1910 het massaal opgekomen publiek door er een nieuw wereldhoogterecord te vestigen; hij steeg die dag maar liefst 1439 meter op.

‘Those magnificent men in their flying machines’ zouden een onuitwisbare indruk op Vertongen nalaten. Toen de eerste wereldoorlog uitbrak, meldde hij zich dan ook als vrijwilliger aan bij de Belgische luchtmacht. Die stond toen nog in zijn kinderschoenen. Bij de uitbraak van de oorlog beschikte ons leger over welgeteld … 37 piloten; er werden ook nog 8 burgerpiloten opgeroepen. Ook Olieslagers en de bekende Olympiër Victor Boin – de man die tijdens de Olympische Spelen van 1920 in Antwerpen als allereerste atleet ooit de Olympische eed zou afleggen – hadden zich aangemeld bij de luchtmacht. Het avontuur lonkte.

Stampe

Vertongen werd voor zijn vliegopleiding naar Londen gestuurd. Daar ontmoette hij Jean Stampe (°17 april 1889). Stampe kwam ook uit Brussel; zijn ouders baatten een café-cabaret uit in Elsene. Stampe en Vertongen wisten beiden de oorlog ongedeerd door te komen. Dat was geen evidentie voor piloten; hun vliegtuigen waren gemaakt van hout en dekzeil en de vliegopleiding zelf duurde (in het geval van Stampe) slechts een goede… 1,5 uur… Beiden wisten zich te onderscheiden als spionagevliegers. Al gauw werden ze ook ingezet bij de opleiding van piloten.

Société Stampe et Vertongen

Na de oorlog besloot Vertongen om op de tijdens de oorlog ingeslagen weg verder in te gaan door zelf een opleidingscentrum voor piloten uit de grond te stampen. Daar was nood aan, gezien het toenemende belang van het vliegwezen in ons land. Al gauw ging hij een partnerschap aan met zijn vliegmaat Stampe. De “Société en nom collectif Stampe et Vertongen” zou zich vestigen op een terrein aan de luchthaven van Deurne.

Al gauw stelden beiden echter vast dat de beschikbare lestoestellen -waarvan sommige op de Duitsers buit waren gemaakt tijdens de oorlog- niet voldeden aan hun wensen. Ze waren te stug of te zwaar om te manoeuvreren. Daarom besloten de twee Brusselaars ook zelf vliegtuigen te gaan bouwen. De komende 15 jaar zouden verscheidene Stampe-Vertongens -SV’s- van de band lopen in de steeds verder uitdijende hangar in Deurne. De meesten waren bestemd als lestoestel. Het meest succesvolle model zou de SV.4 worden, dat vandaag nog steeds in gebruik is.

Vanaf de jaren dertig kwamen er ook militaire orders binnen bij Stampe-Vertongen. Maar een experiment met een bommenwerper van Belgische makelij liep faliekant af toen het toestel tijdens zijn eerste proefvlucht neerstortte in Borsbeek. Stampes zoon kwam daarbij om het leven.

De tweede wereldoorlog bleek onafwendbaar. De luchthaven van Deurne en de fabriekhangars van Stampe en Vertongen werden één van de eerste doelwitten van de Duitse luchtaanvallen. Zowel Stampe als Vertongen vluchtten naar Frankrijk. Na de Duitse inval werd hun fabriek door de Duitsers geconfisceerd en omgebouwd tot herstelplaats voor Messerschmidts… De droom was voorbij. Zeker toen de geallieerde bombardementen op Mortsel van 5 april 1943 de fabriek met de grond gelijk zouden maken…

Na de oorlog trok Vertongen zich terug uit de luchtvaart. Maar zijn luchtvaarterfenis zelf nam letterlijk een hoge vlucht. Het Franse leger besloot immers een enorme order te plaatsen voor enkele duizenden SV.4-modellen. Vertongen verhuisde nog even terug naar Brussel, maar koos er algauw voor om zich definitief te vestigen in Monaco, waar hij in 1964 overleed.

Vertongen en Stampes levenswerk is niet verloren gegaan. In 2001 opende op de luchthaven van Deurne het Stampe en Vertongenmuseum de hangardeuren. Je kan er gaan kijken naar toestellen uit de beide wereldoorlogen en het interbellum. Een uitzonderlijk eerbetoon voor Maurice Vertongen, de Rode Duivel die zijn volk leerde vliegen.

About Author

Leave A Reply