HOE WORDT MEN WELTMEISTER OP HET VELD (1)? – RW

Dit voorjaar publiceerde Voetbalbibliotheek De Witte Duivel ‘Weltmeister. Het geheim van Joachim Löw en de wereldkampioenengeschiedenis van de Mannschaft’. Het is enerzijds een boek voor liefhebbers van historische wandelingen door ‘voetbal & samenleving’. Tegelijk zet het volop de focus op het werk van bondscoach Joachim Löw. Deze week brengen we een serie ‘Hoe wordt men Weltmeister op het veld?’ Vandaag aflevering 1.

 

Vandaag is de grootste artiest van die Mannschaft de bondscoach zelf. Hij luistert naar de naam Joachim Löw (8/2/1960). Tussen 16 augustus 2006 en 14 november 2017 leidde hij Duitsland in 159 interlands naar 106 zeges en 29 draws. Doelgemiddelde van 388-148. Niet één bondscoach deed cijfermatig beter. Finalist op het EK van 2008. Halve finalist op het WK van 2010, het EK van 2012 en van 2016. Wereldkampioen in 2014 en grote favoriet voor een nieuwe eindzege in 2018. Van werkloze tot Weltmeister. Hij maakte van de Mannschaft zowel het populairste elftal van de natie als een ‘merk’ met wereldwijd aanzien.

 

Leroy Sané, Julian Draxler en Marc-André Ter Steegen. Zeggen deze namen u iets? Ze verdedigen de kleuren van respectievelijk Manchester City, PSG en Barça. Ze wonnen dit seizoen het kampioenschap van Engeland, Frankrijk en Spanje. Het zijn jonge Duitsers, die opgeleid zijn in het unieke systeem van de DFB. Samen met andere smaakmakers als  Joshua Kimmich (Bayern), Emre Can (FC Liverpool), Timo Werner (RB Leipzig), Serge Gnabry (Hoffenheim), Leon Goretzka (Schalke 04), Younes ( Ajax), Julian Brandt (Bayer Leverkusen)….vormen zijn een soort schaduw-Mannschaft die op een goede dag beter is dan de wereldkampioen. Dankzij het zeer gespecialiseerde vormingsinstituut van de voetbalbond beschikt Duitsland vandaag over ongeveer 25 volwaardige internationalen. De tweede kracht ligt in de veelzijdigheid. Het betekent dat de Mannschaft – anders dan Brazilië met Neymar, Argentinië met Messi of Portugal met Ronaldo – niet afhankelijk is van een superster om het verschil te maken.

Brazilië – Duitsland 1-7, halve finale wereldbeker 2014. Joachim Löw droomt van het perfecte spel: dat kwam wel heel dicht in de buurt met ‘das Wunder von Belo Horizonte.’ Wat is het geheim achter zijn droom?

Günter Netzers Traumteam 1972

 De jongen Joachim raakte in de ban van de creatieve Spielmacher Günter Netzer en de Mannschaft bij ‘das Wunder von Brüssel’ in 1972. West-Duitsland versloeg de Sovjet-Unie met 3-0 in de finale van het Europees Kampioenschap. De fabuleuze bewegingen van de flower powerachtige Netzer – met rondom hem Beckenbauer, Müller en Heynckes – ontlokte de internationale pers lyrische uitspraken omtrent ‘totaalvoetbal of de wedergeboorte van het aanvallende spel’. De literaire historicus Helmut Böttiger van de Frankfurter Allgemeine ontleedde het moment: ‘De wereld erkent bij de Duitsers de mogelijkheden tot kunst, elegantie en fantasie.’

De adolescent Joachim vergaapte zich aan de middenveldmaestro’s Socrates en Zico en hun magistrale Braziliaanse balcirculaties tijdens de Mundial van 1982 in Spanje.

De man Joachim bewonderde het zogeheten hoge pressievoetbal van het AC Milan van coach Arrigo Sacchi in 1990. Netzer, Socrates, Sacchi: ziedaar een eerste verklaring voor zijn droom van het perfecte spel.

Later verdiepte hij zich beroepshalve in het werk van Ernst Happel bij Hamburg, Johan Cruijff bij Barcelona, Arséne Wenger bij Arsenal en van enkele…Zwitserse jeugdcoaches die het verdedigende uitvoetballen methodisch onderzochten. De Duitse voetbalbond DFB houdt de huidige generatie de spiegel voor van ‘Traumteam 1972’ en heeft de meest avontuurlijke strekking uit haar verleden als te volgen voorbeeld neergezet voor heden en toekomst. ‘Das Wunder von Belo Horizonte 2014’ keert in essentie terug naar ‘das Wunder von Brüssel 1972’.

 

Neen aan de oude Duitse deugden

Alleen met mooi spel heeft men recht op de titel. Het is één van zijn favoriete uitspraken. Löw wil de tegenstander door goede spelsituaties verrassen en vrolijke emoties losweken bij het publiek. De oude Duitse deugden van wilskracht, strijdlust en kadaverdiscipline? Löw acht ze voorbijgestreefd. Hij gelooft in de door de DFB sinds 2000 uitgestippelde weg, het is voornamelijk zijn weg: een rigoureuze keuze voor een hoogstaande, gevarieerde voetbalcultuur. Het offensieve grondidee laat hij tot in detail bestuderen. In het voetbal van Löw hoort lichtvoetigheid en esthetiek. De ontwikkeling van het elftal eindigt nooit volgens hem. Hij verwacht intelligentie van zijn spelers, met interesse in het voetbal, openheid voor het onverwachte én de juiste levenshouding.

 Een vernieuwende spelcultuur

 Löw wist wat hij wilde op het moment dat bondscoach Jürgen Klinsmann hem in 2004 aanklampte voor de job van assistent-coach. Hij bundelde dat in drie beginselen: altijd blijven voetballen en druk zetten; elke speler ondergaat intelligentietests en persoonlijkheidsscholing; voortdurende analyse van de informatiestroom via de laptop. Klinsmann ijverde, tegen de achtergrond van de wereldbeker 2006 in eigen land, voor een andere voetbalcultuur voor de Mannschaft. Hij ageerde tegen de achterhaalde countertactiek en tegen het Duitse pessimisme. Een nieuwe vorm voor het Duitse voetbal die aansloot bij de tijdgeest van het vrolijke en creatieve land. Klinsmann kwam op de proppen met het grote wervende verhaal maar zocht iemand naast zich die in de luwte kon werken om hetgeen hij voor de camera uitbazuinde in de voetbalpraktijk om te zetten. Iemand die geen enkele interesse had om zelf in de schijnwerpers te staan.

Löw is het prototype van de hardwerkende ambachtsman in zijn atelier. Hij wenst met rust gelaten te worden terwijl hij reflecteert over het sturen van 20 egocentrische karakters: hoe kan hij hen laten functioneren als eenheid zonder dat ze hun klasse en individualiteit verliezen?

 Het automatisme, het tempo en het ‘lichaamsloze duel’

Het begint bij het automatisme, niets dan het automatisme: het balgevoel corrigeren. Als het automatisme echt automatisch wordt uitgevoerd, dan is het tijd voor het tempo. Löw let niet op het aantal kilometers maar wel op de snelheid van de beweging. Vergeet de duurloop, dat is niets voor een voetballer. Gebruik geen overbodige energie, maal geen domme kilometers. Daarom bant hij strijd, lange ballen, inzet en volle verdedigingen. En pleit hij voor het lichaamsloze duel. Zijn stelling is vastomlijnd: grofheden zijn niet productief, zogenaamde ‘professionele fouten’ schaden het eigen elftal. Bij het verdedigen kijkt hij uit naar het winnen van de bal in plaats van naar het ontregelen van de tegenstrever. Bij balverovering is de leidraad: de combinatiecounter met tempo via ingestudeerde route naar de afgesproken ruimte.  De echte voetbalkunst vindt Löw in de complete spelbeheersing, samengevat in vier grondslagen: balgevoel, snelheid van beweging, positieverdediging, combinatiecounter.

De voetbalfilosoof

 Joachim Löw filosofeert graag…over voetbal. Hij laat niet morrelen aan de principes: offensief voetbal, spelculturele complentatie, het optreden als waagstuk. Hij verwerpt de afwachtende houding. De Mannschaft zal dominant zijn of niet zijn. Tot in uitwedstrijden toe. Daar hoort een foutmarge bij, dat geloof draagt hij uit. Hij formuleert alles in concrete doelstellingen. Hij praat in zelfbewuste termen over de missie van de Mannschaft: ‘We willen een positief, sympathiek imago en we proberen attractief voetbal te spelen.’ Hij vertaalt dat tegenwoordig ook naar zichzelf: ‘Ik ben een esthetische trainer die goed voetbal wil zien.’ Hij verfoeit het ‘winnen tot elke prijs’. Voor hem is de stilistische opvoering wezenlijk belangrijker dan het gebeuk: ‘de kunst om zonder titel te behagen’.

Brazilië-Duitsland 1-7. Het Braziliaanse Jogo Bonito was niet meer. Dat stond sinds 8 juli 2014 definitief op naam van Jogi. De wereld was er getuige van, net zoals 32,57 miljoen Duitse televisiekijkers en 35,5 miljoen twitteraars. Joachim Löw keek rustig rond en stak een denkbeeldige sigaret op. Zijn ‘droom van het perfecte spel’ raakte zo goed als voltooid.

 

 

 

 

About Author

Leave A Reply