Het ‘landsbelang’ volgens Louis van Gaal

Vier jaar na dato zijn de gordijnen geopend die verhulden wat zich zoal afspeelde binnen en rond Oranje bij het WK van 2014. In het boek De Hand van Van Gaal schetst de Nederlandse NRC-journalist Hugo Logtenberg vooral de eer die Louis van Gaal toekomt voor de derde plaats van het Nederlands Elftal. ‘Dit monumentje in boekvorm heeft Louis van Gaal wel verdiend’, stelt recensent Paul Onkenhout in De Volkskrant.

In de reconstructie van twee jaar Van Gaal bij Oranje gaat het niet alleen over de omgangsvormen van Van Gaal, zijn aanpak en zijn strategie met als mantra: ’Wij hebben misschien niet de beste spelers, maar wel het beste team.’ Het boek maakt ook veel duidelijk over de onderlinge verhoudingen; binnen de spelersgroep, tussen coach en spelers, tussen staf en coach, binnen de staf. Het is vaak boeiend leesvoer, zowel om weemoed op te roepen bij de supporters van Oranje als bij WK-gangers die een kijkje achter de schermen van een WK-deelnemer krijgen voorgeschoteld.

Speciale matrassen, voor ieder op maat, kennen ze niet bij Oranje in 2014. Wél komen soms hilarische voorvallen voorbij; hoe de stafleden moeten leren een dubbele windsorknoop in hun oranje stropdas te leggen bijvoorbeeld; over de instructies voor het volkslied, dat rondborstig moet worden gezongen. Ook wordt duidelijk welke ongewone ideeën zijn weggehoond; de strijdkreet Ioe Hikemelaya bijvoorbeeld, afkomstig uit het roeimilieu, een voorstel van arts Piet Bon. Of de etherische geuren die assistent-coach Patrick Kluivert in de kleedkamer wilde laten verspreiden.

POKERSCHULD KLUIVERT

Kluivert maakt deel uit van de technische staf ondanks hevige bezwaren tegen zijn aanstelling bij de top van de KNVB, waar men hem vooral als Nightclub Patrick herinnert. Van Gaal hecht aan zijn aanwezigheid en drukt zijn wil door omdat Kluivert makkelijk toegang heeft tot de spelers. Hij doet tijdens de training mee als het een keer nodig is, dolt met ze en is net als veel spelers gek op pokeren.

Des te pijnlijker is het voor Van Gaal als hem ter ore komt dat Kluivert met pokeren voor tienduizenden euro’s in het krijt staat bij Wesley Sneijder. Het is een schuld die Kluivert maar niet kan aflossen, mede omdat hij in de greep is geraakt van een goksyndicaat. Zo wordt Kluivert een thema voor smoezende spelers. Hoe dit uiteindelijk wordt opgelost, blijft een los eindje in het boek.

Geld dreigt ook een splijtzwam te worden binnen de spelersgroep als er te weinig in de spelerspot blijkt te zitten, mede omdat aanvoerder Robin van Persie verzuimt zijn aandeel uit privé-sponsoring af te dragen. Als gevolg daarvan dreigt er een financieel tekort voor een chartervlucht plus verblijfkosten voor de familieleden die de openingswedstrijd tegen Spanje willen bezoeken.

VIJFTIG BRONNEN

Heel veel aandacht is er voor de media, buitensporig bijna, en de ergernis van Van Gaal daarover. Hugo Logtenberg (onderzoeksjournalist bij NRC) oordeelt zelf niet nadrukkelijk over de Oranje-watchers. Hij laat de publicaties hun werk doen en citeert gretig uit wat zijn informanten hem vertelden. Circa vijftig bronnen waren de auteur van dienst, deels anoniem. Louis van Gaal werkte ruimhartig mee. Hij liet zijn stafleden vrijelijk hun zegje doen, terwijl heel wat spelers evenmin hun mond op slot hielden.

Zo ontstond een interessant boek dat in 256 pagina’s belicht hoe Oranje vanuit een kansloos geachte situatie zomaar de finale had kunnen halen. Alsof hij als een ‘vlieg op de muur’ alles van nabij mocht volgen, tekent Logtenberg de getuigenissen chronologisch op. Hij kon daarvoor putten uit mails plus dagboeken van de stafleden, eigen interviews en andere publicaties.

Op de WK-route van Oranje is Van Gaal het baken, dat blijft geloven in de kansen op succes. Daarvoor trotseert hij de kritiek in die media die de gekozen speelstijl als verraad aan de klassieke waarden van de Hollandse School afschilderen. De media-ergernis van Van Gaal, én van zijn echtgenote Truus, richt zich vooral op de dagelijkse tv-talkshow met Johan Derksen en René van der Gijp, de interviewtjes met Hans Kraay junior (vooraf aan het WK) plus de wijze waarop de Telegraaf oordeelt.

PERSCHEF DE PISPAAL

In die strijd tussen coach en media moet Kees Jansma, de perschef van Oranje, zich voortdurend de pispaal voelen. Tot ongenoegen van Van Gaal lukt het Jansma geen moment om de kritische media tot een andere koers te bewegen. Zo organiseert Jansma in 2013 tijdens een oefentrip een informeel gesprek in Peking, bedoeld om de relaties te normaliseren. Van Gaal blijkt ook dan een ijskoude hork te willen blijven die Willem Vissers (De Volkskrant) toeblaft:  ‘Wat ben jij toch een vervelend mannetje.’

Professioneel als hij toch is, blijft Van Gaal zijn opvattingen uitdragen waar dat kan, op persconferenties en in één-op-één-interviews. Maar álle journalisten overtuigen, dát lukt hem niet. ‘Ze denken niet in het landsbelang, Kees’, zucht hij tegen Jansma, die daarover schamper moet lachen. ‘Landsbelang? Dat is hun taak helemaal niet, Louis’, reageert Jansma, waarop Van Gaal ontploft: ‘Ik vraag me af wat jij er als perschef eigenlijk aan doet om die negatieve berichtgeving positief te beïnvloeden.”

Van Gaal’s vrouw Truus ontdekt dat ook anderen binnen De Telegraaf, buiten de sportredactie, de kritische benadering van de Cruijff-krant niet kunnen ombuigen. Het komt zelfs zo ver dat Valentijn Driessen, chef voetbal bij De Telegraaf, zich op het WK geboycot voelt tijdens persconferenties. Hoe vaak hij ook zijn hand opsteekt, geen enkele keer nog mag hij een vraag stellen. Zelfs het Jeugdjournaal krijgt voorrang.

Driessen vermoedt daarin de hand van Jansma, als verlengstuk van de hand van Van Gaal. ‘Vuile rat dat je bent. Dat heb jij allemaal ingestoken’, bijt hij Jansma toe, waarop de perschef van Oranje reageert met: ‘Ik ga er niet over wie het woord krijgt, Valentijn. Dat is de FIFA.’

‘WIE LEEST DIE KRANT?’

Opmerkelijk is wel hoe sterk de (selectieve) kritiek binnen de media Van Gaal steeds blijft beroeren, alsof ze de belangrijkste tegenstander zijn van Oranje. Onbesproken blijft in het boek of de coach zijn vijandbeeld heeft uitgespeeld bij het inspireren van de spelers, á la Rinus Michels met de bobo’s (de bondsbonzen) tijdens het EK van 1988.  Over de NOS wordt in het boek zelfs nauwelijks geschreven, evenmin over andere kranten als  AD,  De Volkskrant en NRC.

In een poging Van Gaal wat milder te stemmen, laat Jansma hem een artikel lezen waarin Henk Hoijtink van het protestants-christelijke dagblad Trouw de keuzes van Van Gaal omarmt. ‘Dat Van Gaal naar een nieuwe weg is gaan zoeken, is begrijpelijk gezien het magere gehalte van Oranje in de verdediging en op het middenveld’, schrijft Hoijtink. ‘Leuk, Kees, maar wie leest die krant nog?’, reageert Van Gaal slechts.

Aan waardering blijkt Van Gaal dan, in de hitte van het WK, nog niet toe te zijn. Daarvoor moest kennelijk dit boek verschijnen.

PS:   Vier jaar na het WK van 2014 is het opmerkelijk te lezen hoeveel begrip De Telegraaf nú wel opbrengt voor de keuze van Ronald Koeman, de nieuwe bondscoach bij Oranje,  voor het 5-3-2-systeem,  analoog aan de strijdwijze onder Van Gaal. ‘De opbouw van een nieuw elftal van achteruit valt te begrijpen en te rechtvaardigen’, schrijft Valentijn Driessen.

Twitter: @hmees

About Author

Leave A Reply