HOE WORDT MEN WELTMEISTER OP HET VELD (4)? – RW

Dit voorjaar publiceerde Voetbalbibliotheek De Witte Duivel ‘Weltmeister. Het geheim van Joachim Löw en de wereldkampioenengeschiedenis van de Mannschaft’. Het is enerzijds een boek voor liefhebbers van historische wandelingen door ‘voetbal & samenleving’. Tegelijk zet het volop de focus op het werk van bondscoach Joachim Löw. Deze week brengen we een serie ‘Hoe wordt men Weltmeister op het veld?’ Vandaag aflevering 4.

 

 

 

 

De vruchten van de DFB-jeugdopleiding

 

Hoe kwam die omwenteling in de praktijk tot stand?

Ik verdiepte mij tijdens de lange treinreis tijdens mijn driedaagse bezoek aan Baden-Württemberg in het boek ‘Creating World Champions’ dat in 2016 bij Meyer & Meyer Sport Verlag in het Engels verscheen.

‘Op 13 juli 2004 won een jonge Mannschaft de wereldbeker dankzij een creatieve, offensieve stijl. Dit was het enige team dat het perfecte evenwicht vond tussen individuele begaafdheid en collectief werk. De spelers toonden zowel zelfvertrouwen als concentratie. Arrogantie was hen vreemd en ze bleven bescheiden in het succes.’ Aan het woord zijn

De auteurs Stefan Schmidt en Tim Stegmann. Ze peilden naar de evolutie van het jeugdopleidingssysteem.

 

 

De creatie van de wereldkampioenen dankzij pedagogen en psychologen

 

 

Die startte rond het jaar 2000. De Deutscher Fussball Bund zette toen de koers uit naar de nieuwe tijden. Het hedendaagse succes ontsproot uit de programma’s voor detectie van jonge talenten via opleidingscentra.

Lange tijd was het Duitse voetbal gericht op ‘lichaamskracht’ en ‘mentale sterkte’. Het inzicht omtrent ‘controle over de bal’ als beslissende factor kwam pas later en werd geïnstalleerd als eerste uitgangspunt in de nieuwe filosofie van de opleidingscentra. Met name: hoe vindt een jonge voetballer een creatieve oplossing in een moeilijke situatie?

 

Aanvoerder Phillip Lahm en zijn teamgenoten deden er meer dan een decennium over om wereldkampioen te worden. Miroslav Klose – met zestien doelpunten bij deelnames in 2002, 2006, 2010 en 2014 de eeuwige topschutter van de wereldbeker – was de enige speler van de selectie die niet volgens het sinds 2000 ontworpen systeem was opgeleid. Een totaal van liefst zestig clubs, waarvan 33 met een amateurstatuut, droegen bij tot het onderricht van de 23 wereldbekerwinnaars.

 

Alle clubs van de eerste en tweede Bundesliga worden op basis van het licentiereglement verplicht om een ‘jeugdopleidingscentrum’ te bouwen met de modernste infrastructuur.  Het begeleidingsteam bestaat ook uit pedagogen en psychologen. De clubs plukken er de vruchten van want ze brengen tegenwoordig zeer snel jonge talenten in het eerste elftal in vergelijking met twintig jaar geleden. Rond 2000 kreeg de Mannschaft de lading  ‘voetbal uit het stenen tijdperk’ over zich heen. Het klassieke gevechtsvoetbal volstond niet langer om wedstrijden te winnen. Men besloot ‘buiten de grenzen’ te kijken. Zowel van het land als van de sport. Men bestudeerde de systemen van Nederland en Frankrijk, respectievelijk halve finalist en winnaar van het WK 1998 en EK 2000. En men zocht inspiratie bij ijshockey en handbal.

 

 

 

 

Holistische aanpak van 366 jeugdopleidingscentra

 

 

Al na de desastreuze wereldbekercampagne van 1998 – roemloos verlies in de kwartfinale tegen Kroatië met 3-0 – gooide DFB het over een andere boeg en vatte de bouw aan van 120 opleidingscentra. Op dat ogenblik bestond nog geen concept voor een geïntegreerde aanpak. Dat werd pas ontworpen na de blamage van het EK 2000 – uitschakeling in de eerste ronde – als onderdeel van een netwerk van 366 opleidingscentra die over het hele land werden gespreid. Meer dan 1300 coaches kregen de opdracht om elk talent te detecteren en uit te nodigen vanaf de zogenaamde ‘gouden opleidingsleeftijd’ van elf jaar. In totaal mochten 14.000 jonge voetballers elke week werken aan hun zwakke en sterke kanten gedurende gespecialiseerde trainingssessies.

Het opleidingsprogramma van de DFB draait om de elementen ‘spelvreugde en beweging’ en vertrekt vanuit een ‘holistische kijk’ op de jonge mens. Naast de voetbaltraining wordt veel aandacht besteed aan karakterontwikkeling en opvoeding. Het systeem legt evenveel belangstelling aan de dag voor de ‘tweede carrière buiten het voetbal’ via psychologische en pedagogische begeleiding in de menselijke groei naar zelfontwikkeling en onafhankelijkheid. De DFB streeft niet enkel naar de opleiding van goede voetballers maar ook naar de opvoeding van zelfbewuste individuen met mogelijkheden buiten de sport. Op basis van wetenschappelijk onderzoek kwam men tot het lichtjes verrassende conclusie dat ‘spelers die niet exclusief op voetbal focussen uiteindelijk beter presteren’.

Samengevat hanteert de DFB elf punten in zijn educatieve opleidingsvisie die ‘professioneel leren’ combineert met een ‘familie-atmosfeer’:

  • Vreugde bij het spel
  • Respect voor de andere
  • Zin in het leven
  • Bescheidenheid
  • Zelfontwikkeling
  • De wil tot winnen
  • Teamspirit
  • Empathie
  • Open staan voor kritiek
  • Omgaan met conflict
  • Communicatievermogen

 

Joachim Löw ziet de wereldbekerwinst als de kroon op het werk van het Duitse jeugdopleidingssysteem. De dag na de finale van 2014 sprak hij als volgt in de Süddeutsche Zeitung: ‘We wisten dat we niet meer vooruit zouden kunnen gaan met enkel de Duitse waarden. We hadden nood aan investeringen in technisch goede voetballers. Dankzij onze centra is dit dus gebeurd. Onze wereldbekertitel is het product van de excellente jeugdopleiding in Duitsland.’

 

 

About Author

Leave A Reply