The World Cup Diaries #3 – Bruno Giuntoli

Google+ Pinterest LinkedIn Tumblr +

Soms, maar dan echt sporadisch, gebeurt er iets op een WK dat je wakker schrikt.

In 1970 was het de ‘dummy’ van Pelé op de keeper van Uruguay in 1970.

De bal niet aanraken en om de keeper heen rennen die niet kan kiezen.

De beste Braziliaanse voetballer ooit schoot overigens naast na de krankzinnige actie.

In 1974 was het de ‘elastico’ van Rivellino, weer een Braziliaan.

Nu wordt het de Akka (zucht…) genoemd en denken de uitvoerders dat de signature move van de Braziliaanse middenvelder 3 jaar geleden is uitgevonden door Tiki Taka Touzani op een Cruyff Court.

Geschiedvervalsing waar bijna niets meer tegen te doen is.

In 1978 was het de introductie van het banaanschot van Nelinho tegen Italië.

19 jaar voor het schot van Roberto Carlos in het Tournoi de France.

Gisteren deed Isco ook zoiets.

In de saaie wedstrijd tussen Spanje en Iran waar twee rode bussen voor het Iraanse doel waren geparkeerd, kreeg de kleine man uit Benalmádena de bal met zijn rug naar de goal in de hoek van het vijandelijke strafschopgebied.

Francisco Román Alarcón Suárez, Isco is de artiestennaam, nam de bal aan in de kleine kom van zijn rechterschoen en sleepte om zijn eigen as met de bal als een baby in de schoot van zijn moeder delicaat door naar Iniesta of Alba.

Dat herinner ik me niet meer. Want ik was gefascineerd door die beweging.

Die ene beweging die je boven de 21 andere mannen op het veld verheft.

Het is geen nieuwe beweging.

De beweging wordt vaak op de Braziliaanse velden gesignaleerd.

Maar de wijze waarop Isco de bal beroerde met pirouette was puur Bolshoi Ballet.

Let op Isco, geachte lezer.

Een paar jaar geleden was  de uitspraak nog, “No Pirlo, no party”.

Nu is het “No Isco, no disco”.

 

 

 

 

 

 

Share.

About Author

Leave A Reply