Duivels dagboek 22 juni Moskou: Roberto zegt smakelijk

Google+ Pinterest LinkedIn Tumblr +

De dag begint nog voor het slapen gaan. Ik stap om vijf over middernacht uit de lift op weg naar de receptie en bots op Bart Lagae. Bart volgt de Belgische tegenstanders voor Het Nieuwsblad en is een ex-student van mij. Er zijn hier nog vier die van mij les hebben kregen: Niels Poissonier (Het Laatste Nieuws), Koen Van Uytvange (Het Nieuwsblad), Sander Degraeve (Voetbalkrant) en Brecht Schelstraete (persdienst KBVB).

Bart is zo blij als een kleinkind dat hij een paar dagen bij ons onderdak kan vinden. Zijn hotel is een kleine ramp. Overigens Mathieu Goedefroy kirt ook al van de pret bij zijn bezoek. Wij mogen dus niet klagen.
Hoewel, ik ga voor de derde keer kijken of mijn wasje klaar is en dat is de goede keer. Ik zal echter in de loop van de dag nog drie keer moeten terugkomen om te betalen. Het toestel van de kredietkaarten laat het afweten. Af en toe is dit toch nog een derdewereldland.

De rekening breekt me zuur op. 6820 roebel, net geen 90 euro, voor een wasje van een week. Bizar is dat een t-shirt 460 roebel en een hemd 260 roebel kost, terwijl zelfs ik weet dat daar heel wat meer strijkwerk aan is.

Niet alleen voor de was, maar voor alles worden in ons prima hotel pittige prijzen gevraagd. Vooral het drinken is bijna niet te betalen. Voor een cappuccino 4,5 euro, 8 euro voor een Stella ( jawel, van Artois) en 19 euro voor een glas Chianti. Een glas, geen fles. Terwijl we vorige week in een klassentent op het strand van Sochi 35 euro betaalden voor een fles uit Toscane.

Doordat de Rode Duivels al een jaar geleden voor de Country Club kozen, kon er al snel een pershotel uitgezocht en vastgelegd worden. Dat gebeurde aan ‘normale’ prijzen. Het hotel realiseerde zich pas later dat de WK-tarieven overal met twee, drie, soms vier werden vermenigvuldigd. Om een en ander te compenseren, hebben ze blijkbaar de prijzen voor de extra diensten opgetrokken. Maar met een glaasje minder kunnen wij dan weer de balans enigszins herstellen.

En vanaf nu telt alleen Tunesië. De persshuttle vertrekt om 11 uur naar het stadion van Spartak, maar doet iets meer dan twee uur over de 35 kilometer. De snelweg is helemaal geblokkeerd door een ongeval. Collega’s die met de wagen iets vroeger passeren, zien een man op de grond liggen. We hebben met hem te doen, want we staan al bijna een uur stil als de ambulance zich een weg baant. Er zijn dan al wel vier politiewagens hem voorgegaan. Het is geenszins gewaagd te veronderstellen dat Moskou meer politie- dan ziekenwagens telt.

En om dat te onderstrepen moet ons busje, zodra we weer eventjes rijden, stoppen voor een politiecontrole. Gelukkig duurt het maar een paar minuten en zien we al snel het indrukwekkende beeld van de krijger Spartacus voor het stadion opdoemen. In een vlaag van zinsverbijstering zie ik zo’n beeld van Marc Coucke voor de hoofdingang van het Astridpark staan. Het kan ook Pairi Daiza zijn geweest.

De persconferentie verloopt wat chaotisch. Eerst doet de vertaling het niet en het licht wel, nadien is het omgekeerd. Gelukkig spreekt mijn Scandinavische vriend Pekka, de Fifa-perschef in Moskou, zes talen.

Axel Witsel praat zoals hij voetbalt: behoorlijk kleurloos. Gelukkig is Roberto Martinez goed geïnspireerd en komt de internationale pers aan zijn trekken. De onweerstaanbare Bert Maalderink van de NOS ontlokt de Spanjaard zelfs een woordje Nederlands: smakelijk.

Op de weg terug naar Novahoff staat alweer een file van 35 kilometer. Op de Ring van Moskou krijg je zowaar heimwee naar de Antwerpse Ring.

 

Share.

About Author

Leave A Reply