OP BEZOEK BIJ GERSON, HET BREIN VAN BRAZILIE 1970 (2) – RW

Google+ Pinterest LinkedIn Tumblr +

 

Soms heeft een mens geluk in het leven. Vijf jaar geleden trok ik met François Colin enkele weken door Brazilië in voorbereiding van ons boek ‘Brasil 14. Waarom Brazilië altijd de te kloppen ploeg is’. In het gezelschap van onze gids Patrik Van Hove – die twee decennia sociale projecten in de favela’s steunde – bezochten we enkele grootheden uit het Braziliaanse elftal dat in 1970 wereldkampioen werd in Mexico. Deze ploeg werd in 2000 uitgeroepen tot het ‘team van de eeuw’. Niet eerder en niet later werd er mooier voetbal gedemonstreerd dan in de zomer van 1970. Ik smaakte het genoegen om te spreken met Gerson, de strateeg van het zogenaamde Beautiful Team van Brazilië 1970. Vandaag aflevering 2.

 

 DIALOOG EN BEGRIP TUSSEN GENERATIES

 

“Ik was een middenvelder, een strateeg met een visie. Ik zag het spel. Tegelijk diende ik hard te werken, wilde ik er komen. Werken, zwoegen zelfs. Pelé had andere talenten dan ik. Zonder die buitengewone inzet zou ik het niet hebben gehaald. Ik beschikte wel over natuurlijke leiderscapaciteiten en de spelers accepteerden van mij en aanvoerder Carlos Alberto de voortrekkersrol. Pelé, doelman Felix en ik observeerden binnen de selectie het gedrag  van de jongeren maar we besloten op onze beurt naar hen te luisteren. We legden helemaal onze wil niet op aan hen, integendeel. Dat vormde ook onderdeel van de aanpak en bepaalde de sterkte van ‘1970’: het onderling overleg, de dialoog én het begrip tussen de generaties. Er bestond geen twijfel over, ook niet bij ons: niemand voetbalde in die tijd beter dan Pelé. Toch hield hij ook rekening met mijn mening. Hij vertelde weinig over zichzelf, toonde veel zelfbeheersing en verloor zelden zijn kalmte. Wanneer hij en ik de groep toespraken, spitsten de spelers de oren omdat er zinnige dingen werden gezegd over voetbal. Een opvallend gegeven: de gretigheid van de jongeren om deel te nemen aan het debat over onze spelstijl. Mijn contact met Pelé verliep uitstekend. Hij begreep goed dat hij niet alleen op het veld stond, gedroeg zich als een teamspeler. Jairzinho en Rivellino beoefenden graag de geniale, individualistische actie maar die bleef steeds binnen de grenzen van de afspraken.Tostao benutte zijn intelligentie, hij verplaatste zich altijd zo slim en zette zich in een positie waar niemand vat op hem kreeg. Ik kon aan hem op elk moment de bal kwijt. Dat geeft een zalig gevoel voor een spelverdeler. Ik bewierook ook eens een keertje onze doelman Felix, hij overleed in 2012. Over hem doet men te vaak lacherig, men vergeleek hem ten onrecht met Gilmar, de wereldkampioen van 1958 en 1962. Die vergelijking viel in zijn nadeel uit maar dat betekent niet dat hij geen wereldkampioenenniveau had. Zijn reflexen waren van acrobatische aard. Op die wijze hield hij ons op cruciale momenten enkele keren recht tijdens het wereldkampioenschap. Ik denk aan zijn briljante save tegen Francis Lee van Engeland maar vooral aan twee interventies in de halve finale tegen Uruguay, de eerste bij 0-0 en de tweede bij een 2-1 voorsprong. Hij gedroeg zich als een entertainer waardoor sommigen hem minder ernstig namen. Onze belangrijkste verdedigers Wilson Piazza en Carlos Alberto beweerden altijd dat hij hen vertrouwen gaf, dat zeg genoeg.”

 

 

 

 

 

DE GEDACHTE VAN DE ONGRIJPBARE BAL

 

“Onze moeilijkste wedstrijd op het WK van 1970? Die hebben we gelukkig niet moeten spelen. We vreesden West-Duitsland en hun ‘futebol-força’: aanvallende powerplay, gebaseerd op een sterke fysieke conditie. Toen Italië na een spectaculair duel tijdens de extra times enigszins verrassend de Mannschaft met 4-3 versloeg, voelden wij ons toch wel min of meer opgelucht. De Squadra groef zich in, koos voor wat wij noemen ‘futebol de resultados’ en daar wisten wij wel raad mee omdat we met zekerheid verschillende kansen bij elkaar zouden voetballen. Dat ondervonden we ook in de halve finale tegen het counterende Uruguay. Iedereen vreesde een herhaling van 1950 na de 0-1 van Cubilla. Op mij kreeg de nervositeit geen greep want Uruguay deed niet anders dan een muur voor het eigen doel optrekken. Met geduldig opbouwwerk vanuit de gedachte van de ongrijpbare bal sloopten we de barrière en dat resulteerde in drie doelpunten. Ik voelde me helemaal paraat voor de finale. Ik was topfit. De noodgewongen rust tijdens de groepsmatchen tegen Engeland (1-0) en Roemenië (3-2) deed me deugd. Ik begon sterk aan het toernooi tegenTsjecho-Slowakije (4-1) en legde de 2-1 voor Pelé en de 3-1 voor Jairzinho klaar met een voorzet over de verdediging. Omdat ik me tijdens het strenge trainingsregime vooraf had geforceerd, kreeg ik nu de weerslag – ook vanwege mijn rookverslaving – en gunde de coach me rust. Onze begeleiders lieten niets aan het toeval over. In het trainingskamp bouwden we op een wetenschappelijke wijze onze conditie op omdat we tijdens het WK 1966 in Engeland waren te kort geschoten. We vatten de tegenstelling met Europa in Brazilië met een gezegde samen: ‘Wij weten hoe we moeten voetballen, zij hoe ze moeten lopen.” Maar in die val wilden we geen tweede keer trappen. Ik betaalde de prijs voor mijn overdaad maar in de kwartfinale tegen Peru viel dat in ons voordeel uit: 4-2 in één van de spectaculairste matchen van het toernooi.”

 

GEVARIEERDE PASSEN EN SCOREN IN DE FINALE

 

“Ik betrad op de dag van de finale in een rustige stemming het Aztekenstadion. Meer dan 100.000 mensen voerden een geelblauwgroene wave uit. Het leek alsof iedereen ons steunde. Ik had in de voorbereiding intensief geoefend op de zuiverheid van mijn voorzetten. Ik trapte ze vanuit de middencirkel over respectievelijk 20, 30 en 40 meter tussen atletiekhordes in. Ik verlegde met één bal  het spel van de verdediging naar de aanval. Zo stuurde ik tijdens het toernooi gevarieerde passes naar achtereenvolgens Tostao (in de voet door het centrum), Jairzinho (heel scherp in de diepte), Pelé (op de borst, met de rug naar het doel) en Rivellino (schuin over de flank). Ik nam de wereldbeker bijzonder ernstig en stelde tot mijn plezier vast dat ik iedereen had kunnen overtuigen van het belang van dit evenement. Ons zelfvertrouwen zat al goed en ging nog met een ruk de hoogte in toen Pelé vroeg in de match de 1-0 inkopte. We voelden ons te zelfzeker en na een domme dribbel van Clodoaldo scoorde Boninsegna tegen. Het duurde tot na het uur vooraleer we de Italianen weer bij de keel konden grijpen. Ik trapte met mijn linker een diagonale bal in de bovenhoek van het doel. De goal gaf mij een geweldig gevoel. Mijn haren stonden rechtop op mijn armen, ze doen het nu opnieuw. Nadien beslechtten Jairzinho en Carlos Alberto de partij in ons voordeel: 4-1. Iedereen huilde toen ik scoorde. De mensen in Brazilië vierden drie dagen zonder ophouden feest. Ik geloof in het feit dat onze zege invloed had op de hele wereld en niet enkel op ons land. Onze ploeg vormde een harmonieus geheel, dat beseften wij toen niet maar vandaag wel. We worden er ook veertig jaar later nog dikwijls over aangesproken. Ik krijg op dit moment door met u te praten over die finale opnieuw koude rillingen. Ik ben fier op het feit dat u met komt opzoeken, dat doet me zelfs bijzonder deugd. Het ontroert mij. Want dat wil zeggen dat ik voor iemand die veel jonger is dan ik aan de andere kant van de wereld iets heb betekend.”

Toen werd het even stil ten kantore van Projeto Gerson. Ik stond evengoed met mijn mond vol tanden en schudde het brein van het Beautiful Team, het brein achter dat ‘Beautiful Brazilië 1970’ beleefd de hand. Toen we tijdens de terugreis opnieuw langs de brug over Guanara Bay passeerden, rees pas het besef van a-once-in-a-lifetime-moment. We hadden de grote Gerson gesproken.

Share.

About Author

Leave A Reply