Chez Pierre Kompany, Café Le Grand Duc Ganshoren

Een jaar of vier geleden had ik het geluk – met dank aan de pedagogische begeleider van topspelers in spe Peter Smeets – om een tocht langs ‘de Belgen in de Premier League’ te maken. Ik sprak toen met ouders, ontdekkers, mensen van invloed én de speler zelf. Dat resulteerde in mijn boek ‘Sympathy for the Devils’. Een portrettenreeks over de gouden generatie. De volgende dagen brengen we enkele vertellingen opnieuw tot leven. Vandaag een herinnering aan een gesprek met Pierre, de vader van Vincent, Kompany in zijn Brussels stamcafé van waaruit hij aan sociale stadspolitiek deed.

 

 Pierre Kompany stapt goedlachs binnen in het volkscafé aan de overkant van de basiliek van Koekelberg. Het duurt een tijdje eer hij bij ons tafeltje staat want iedereen wil hem groeten: een knuffel aan een bejaarde dame in Baghwankleding en sympathie voor de Duvel; een kneepje in de wang bij een oudere jongere met halflange grijze haren die dateren uit de jaren zestig; een omhelzing met een oude en Anderlechtmoppentappende tandeloze man die lijdt aan RWDM- en zelfs Daringnostalgie; twee kussen voor de uit het ‘zwarte’ newwavetijdperk stammende immer jonge uitbaatster en drie keer een ‘coupe de boule’ met een Congolese vriend. Hij is geliefd hier, iedereen houdt van hem. Het is Café Le Grand Duc in Ganshoren, het is de kroeg van het kleine verdriet en de grote leut. Of omgekeerd. Pierre Kompany kent de levensverhalen van de tooghangers. Hij weet wat er schuilgaat achter de zoveelste sigaret, de donkere en het licht schuwende brilglazen of de zevende Carlsberg.

 

Pierre Kompany: “Dit is het café van mijn gemeenschap. Hier komen mijn vrienden samen. Het is geen café van rijke mensen maar van heel gewoon volk. Dit café is het leven zelf. Ik leg hier mijn oor te luisteren en tracht op die wijze aan politiek te doen en mijn programma in te vullen.” In deze omgeving – tussen de basiliek en de Noordwijk liggen amper twee kilometer – leerde zijn zoon Vincent de finesses van het balspel op de  pleintjes. Voor de mensen van deze buurt doet vader Kompany al twaalf jaar aan politiek: in 2000 voor de Parti Socialiste; sinds 2006 voor de lijst PRO Ganshoren, een verzameling van onafhankelijke, christelijke en sociaaldemocratische progressieven.

Desgevraagd antwoordt hij dat het politieke engagement al door zijn bloed stroomt sinds zijn jeugd. Van toen hij nog…voetbalde bij dé topclub van Congo: Tous Puissant Mazembe. De trots van Lubumbashi reeg in zijn tijd de titels aan elkaar: de beste van Afrika in 1967 en 1968 en in die jaren ook nog drie Congolese kampioenenschalen en twee bekers. De toen twintigjarige Pierre Kompany (1948) brak net niet door tot het eerste elftal maar mocht wel af en toe eens proeven van een vriendschappelijke wedstrijd als de internationals werden opgeroepen voor het nationale elftal. Omdat hij begreep dat er niet veel meer dan eer te verdienen viel met voetballen – de corruptie in de Congolese clubs tierde welig en functionarissen gingen met het geld aan de haal – zette hij alles op de studie.

Pierre Kompany: “Het was een zeer rumoerige tijd. Ik schreef me in op de afdeling ‘Wetenschap en Techniek’ aan de universiteit van Lubumbashi. We demonstreerden in 1971 en 1972 tegen het regime van dictator Mobutu Sese Seko en vroegen aandacht voor democratie en vrijheid. Het was een geschiedenis van studentenopstanden tegen het systeem, een schreeuw voor verandering en hervormingen. Mobutu stuurde in 1969 het leger af op de betogende studenten. Er vielen dertig doden. Toen wij op de barricaden stonden, werden we gearresteerd, met meer dan dertien maanden strafkamp onder militaire dwang tot gevolg. Ik besloot nadien dat ik er genoeg van had en bereidde mijn tocht naar België voor. In 1975 waagde ik de overstap en vroeg mijn statuut van politieke vluchteling aan. Dat was een harde tijd want mijn familie droeg de gevolgen van mijn vlucht. De staat intimideerde haar en viel haar geregeld lastig. Omdat ik te boek stond als een politiek tegenstander van de eenheidspartij van Mobutu, verdacht men hen van communistische sympathieën. Ze verkeerden geregeld in gevaar. De redenering van Mobutu en zijn volgelingen sloeg natuurlijk nergens op maar omdat ik het studentenverzet had helpen organiseren beschouwden ze mij als een vijandig individu. In 1982 kreeg ik, na een wachttijd van zeven jaar, het volwaardige Belgisch staatsburgerschap en precies dertig jaar later zit ik hier nog steeds.

 

 

Afrika en Congo blijven me wel boeien. De naam Kompany is afkomstig van één mijn voorouders. Die werkte als Congolees stamhoofd in de kopermijn Compagnie de Kasai. Om hem te promoten, gaven  ze hem de naam Kompany. Mijn passie voor Afrika bestaat, het continent verdient eindelijk democratie. Ik droom van landen zonder alleenheersers in deze eeuw waar de communicatie sneller gaat dan het licht. De stem van de democratie is de beste voor elk land ter wereld en dus ook voor de ontwikkeling van Afrika. Ik hoop dat Afrika ooit een werelddeel van vrede mag worden.”

 

Deze en andere filosofietjes en delen van het familieverhaal vertelde Pierre Kompany de volgende drie uur in het authentiek estaminet Le Grand Duc in Ganshoren.

 

 

About Author

Leave A Reply