Duivels dagboek 10 juli St.-Petersburg: terug naar Mexico ‘86

Heerlijk geslapen. En gedroomd. Van Mexico ’86 uiteraard. Als Michel D’Hooghe er straks bij is – wat ik verwacht – denk ik dat wij de enige Belgen zijn die beide WK-halve finales van de Rode Duivels hebben bijgewoond. Frank Raes had ook gekund, want hij was er in Spanje ‘1982 bij, maar ik denk dat Jan Wauters met Leo Hellemans naar Mexico trok. Leo was de man die het historische interview met Franky Van der Elst deed. Waarover later meer. Overigens scheelde het niet veel of ik had de match tegen Argentinië gemist.

1986 was het eerste toernooi dat door de voetbalbond wetenschappelijk werd voorbereid. Een jaar voor het toernooi trok een delegatie naar Midden-Amerika met een inspanningsfysioloog en Hugo Broos als speler-proefkonijn om het effect van voetballen op grote hoogte te onderzoeken en opties op hotels in de verschillende speelsteden te nemen.

Ik herinner me dat we in december 1985 vanuit Amsterdam naar de loting in Mexcico vlogen en dat bondscoach Guy Thys en voorzitter van de Technische Commissie Bob Kortleven een rij achter mij zaten. De loting was op zondag en wij kwamen vrijdag aan. Ik vroeg Thys of hij zaterdag naar de vriendschappelijke interland Mexico-Hongarije ging kijken. Dat was nieuws voor de bondscoach. ‘Zouden we dat niet doen?’, hoorde ik hem aan Bobby Shortlife vraggen. ‘Dan zie ik Mexico eens en de match is in Toluca, de hoogst gelegen stad van het WK. Bovendien is Toluca de enige speelstad waar ik niet helemaal tevreden ben over het hotel waar we een optie op hebben.’

Een dag later reden Thys en Kortleven van Mexico City naar het vijftig kilometer verder gelegen Toluca. In de slipstream een VW Kever met Simone Vercammen van het reisagentschap van de bond, ik een mevrouw van de Belgische ambassade achter het stuur. Achteraf bleek Mexico de eerste tegenstander op het WK van de Duivels en verbleven ze de hele tijd in Toluca.

De Duivels logeerden in het inmiddels befaamde Del Rey Inn en dat dankzij de pers. Senor Martinez ( bestaat er toeval in het leven), de hoteleigenaar, liet weten dat er al te veel ploegen een optie hadden genomen en hij er geen meer kon bijnemen.

‘Wij gaan meer kamers nemen dan de anderen’, zei Thys tegen Kortleven. ‘Nee, zonder meer te betalen. We leggen ook de journalisten hier. Er is toch maar één kans op acht dat we in Toluca zullen spelen.’

Martinez hapte toe en pers en spelers sliepen onder hetzelfde dak. De Duivels hadden wel een aparte vleugel, rond het overdekte zwembad, maar wij lagen op het grasveld tussen Eric Gerets, Enzo Scifo, jan Ceulemans en co te zonnen. Overigens sliepen ook de teams van Uruguay en Bulgarije in Del Rey Inn.

Journalisten en spelers kwamen elkaar de hele dag tegen in de bar en op het grasveld. Ondanks de felle kritiek na de eerste matchen ontstond er bewust of onbewust een soort groepsgevoel. Belgen onder mekaar in een ver land.

Ik herinner me dat ik na het beruchte interview van Leo Hellemans met Franky Van der Elst, waarin hij de bondscoach een oude man noemde, naar Franky stapte in het kleine hotelwinkeltje en hem vertelde dat hij misschien best eens met Thys praatte, omdat de coach behoorlijk boos bleek.

In 2018 vertrokken de Duivels naar Moskou met het idee wereldkampioen te worden, 32 jaar terug was de enige, echte ambitie de eerste ronde overleven. Voor de eerste wedstrijd in de knock-outfase tegen het toen hoog aangeschreven team van de Sovjetunie in Leon werd alle bagage ingepakt om nadien zo snel mogelijk naar België te kunnen terugvliegen. Dat er in de kwartfinale ook nog van Spanje werd gewonnen, was helemaal te gek voor woorden.

De Duivels begonnen dan ook met een heel andere instelling in het achterhoofd aan de halve eindstrijd tegen Maradona en co. Niemand geloofde in een overwinning en iedereen vond het eigenlijk al mooi genoeg. De spelers waren ook al meer dan vijf weken van huis, omdat er extra vroeg vertrokken was om te acclimatiseren en te wennen aan het uurverschil.

Ik moet nog vertellen waarom ik de match bijna miste. In Mexico mochten we onze tanden niet poetsen met water uit de kraan en moesten we heel voorzichtig zijn met wat we aten en dronken. Geen ijsblokjes in de cola, geen rauwe groenten of sla.

De Duivels hadden voor de eerste keer een eigen kok mee, maar wij aten zoals de Mexicanen. Groot was dan ook de hilariteit dat in de eerste week de ene Duivel na de andere slachtoffer werd van ‘turista’ en wij journalisten, die zich van voorschriften niets aantrokken, nergens last van leken te hebben.
Tot aan de vooravond van de halve finale. Collega Hans Saris was zo ziek dat hij de match niet kon bijwonen. Bondsdokter Walter Redant kwam ’s morgens naar mijn kamer en zei: ‘We gaan dat dichtmetselen: neem zes Imodiums.’ Zo slap als een schotelvod lag ik achterin de wagen op weg naar het Aztekenstadion en gelukkig deed de Imodium zijn werk.

De Rode Duivels waren niet opgewassen tegen een ontketende Maradona, maar het had toch anders kunnen aflopen als Danny Veyt niet ten onrechte voor buitenspel was afgefloten. Maar geen Belg die daar om treurde.

Van de spontane volksfeestjes op de Belgische Grote Markten hadden noch de spelers noch de journalisten veel weet. De kranten arriveerden met een kleine week vertraging en in de eerste weken werden ze vaak door de bobo’s meteen in de vuilnisbak gekieperd, omdat de spelers de kritiek beter niet konden lezen.

Wij hadden ook nauwelijks contact met het thuisfront. Naar huis en de krant bellen, was tot een strikt minimum beperkt. Het lukte om te beginnen niet altijd en de kosten waren enorm.

Het was ook een heel andere tijd. In Del Rey Inn was wel de radio maar niet de televisie aanwezig. Rik De Saedeleer, die bijna dagelijks commentaar gaf bij een match, verbleef in Mexico City en zakte maar een paar keer naar Toluca af. De verhalen over de geheime gesprekken tussen Guy en Rik over tactiek en opstelling zijn verzinsels van journalisten van latere generaties.

U kan het misschien niet geloven, maar analisten waren er nog niet en vrouwen interesseerden zich nog nauwelijks voor het mannenspelletje. Al was er wel één die bij de viering op de Brusselse Grote Markt haar borsten ontblootte voor Jean-Marie Pfaff. Die Jan-Marie toch.

Als u alles wil weten over Mexico ’86 raad ik u aan om ‘Terug naar Toluca’ te lezen. Het boek dat ik twintig jaar na het WK schreef. Bij De Slegte is misschien nog wel een exemplaar te vinden. En u maar hopen dat 1986 niet het mooiste jaar uit onze voetbalgeschiedenis blijft.

 

 

About Author

Leave A Reply