Antwoord Paul Catteeuw aan FC

Dag François

Ik lees dat je – uiteraard – het voetbal in Champions League veel beter vindt dan op een WK en een EK. Wie kan daar nu aan twijfelen?
Maar tezelfdertijd vraag je je af waarom net een EK of een WK steeds meer aandacht krijgt van de modale kijker, ook en vooral van hen die anders nooit naar voetbal kijken. En neen, het betreft hier niet enkel het vrouwelijk gedeelte van onze maatschappij.
Ook ik hoor analyses van wedstrijden door mannen die anders nooit, maar dan ook nooit, naar een voetbalwedstrijd kijken. Dus ook niet naar de Champions League.
Het antwoord ligt voor een groot deel bij identificatie. Naast liefde voor de sport wil de supporter ook herkenbaarheid. Ik herinner me dat ik als kleine jongen wist dat elke speler van FC Marke – mijn geboortedorp – uit ons dorp kwam. Die ene speler uit het naburige Lauwe was een vreemdeling.
Onze maatschappij was toen nog rechtlijnig blank en net iets eenvoudiger te begrijpen. Probeer nu maar eens een elftal te vinden waarin elf mannen uit hetzelfde dorp, dezelfde stad, hetzelfde gewest samenspelen. Ik vrees dat het een speld in de spreekwoordelijke hooiberg zal zijn. Als romanticus kun je dit erg vinden, maar als realist heb je ook gezien hoe onze maatschappij steeds meer is opgeschoven naar een multiculturele gemeenschap. Een supporter kan veel hebben. Heel veel. Maar zich identificeren met een team uit een van de landen waar het geld nog meer dan elders het voetbal regeert, dat is niet besteed aan iemand die niet van voetbal houdt.
Dat geldt overigens niet enkel voor voetbal. Behalve dat Oostende ongeveer elk jaar kampioen speelt in het basketbal, weet behoudens de echte ingewijden niemand wie voor die ploeg speelt. En ware het niet dat er een minimum aantal Belgen moet worden ingeschreven, dan zou ook daar haast geen enkele Belg nog aan het spelletje deelnemen. Oostende is kampioen IN België, maar volgens mij is de kampioen VAN België te vinden in de tweede klasse, de laatste jaren vaak Waregem of Gembo. Die ploegen stijgen niet. Waarom? Omwille van het geld natuurlijk.
Maar terug naar het voetbal.
In een maatschappij die – zoals je zelf schrijft – steeds meer naar rechts opschuift, wordt de angst voor het onbekende steeds groter. Wanneer je de ander niet kent, of zelfs niet openstaat voor die ander, dan ontstaat er bij elke onregelmatigheid (van welke aard dan ook) een angstgevoel dat uiteindelijk leidt tot politieke partijen die dat uitbuiten en hameren op een eng nationaliteitsgevoel dat gebaseerd is op aanpassing aan de eigen waarden en normen. Alleen weet men vaak niet meer wat die zijn.
En dus wordt het enthousiasme voor een nationale ploeg groter, want daarin herkennen we onszelf. Iets waarop we kunnen terugplooien. Vertonghen, De Bruyne, …., jongens van bij ons. En al die anderen dan. Fellaini, Chadli, Carrasco, … Ze zijn vooral Belg, zolang ze goed presteren. Zodra ze het minder doen, worden ze harder aangepakt dan “onze” jongens. Als het goed gaat is Romelu Lukaku van ons, zodra hij een mindere match speelt is hij plots weer die Congolese Belg. Vaker dan nodig wordt dan een nationaliteit vermeld, die ze niet (meer) hebben.
Zo’n vijftien jaar geleden stond ik langs de lijn bij een wedstrijd tussen Groen Rood Katelijne en Rapid Leest. Mijn zoon speelde mee. Maar ook Roger Lukaku speelde mee. Op een veldje daarnaast was de toen 10-jarige Romelu wat aan het voetballen met vriendjes. Hij stak twee koppen boven de andere jongentjes uit, maar speelde alsof zijn leven ervan afhing. Toen al. Geen interesse voor zijn vader. Ondertussen onderging die de wekelijkse verwensingen die elke andersculturele Belg op een voetbalveld moet meemaken. Als “délégué” bij een jeugdploeg van FC Kontich heb ik dat vocabularium maar al te goed leren kennen.
Uiteindelijk kan ik zelf alleen maar hopen dat die mix van culturele achtergronden ooit kan leiden tot een spontane acceptatie van en respect voor wat en wie anders is. Op en naast het veld.
En dat we als supporter van ons landje inclusief denken. Ook als het iets minder gaat. Tenslotte mogen we blij zijn met deze gouden generatie van Belgen. Of ze nu van Gent, dan wel van Kinshasa komen. En dan is er niks fout met supporteren voor je land, ook al weet je weinig van het spelletje af.

Met vriendelijke groeten en de hoop op een vlekkeloze terugreis.
Paul Catteeuw

About Author

Leave A Reply